zaterdag 5 juni 2021

Juridische implicaties van het heropenen van het primair en voortgezet onderwijs ten tijde van de COVID-pandemie

Dit bericht is een update van de berichtgeving over het recht op veilig onderwijs ten tijde van corona. Ik ga in op de juridische implicaties van het volledig openstellen van het primair en voortgezet onderwijs. In deze update besteed ik aandacht aan de rechten van werknemers, ouders en leerlingen en geef ik aan naar welke gedragsregels de leerplichtambtenaar zich dient te richten. Ook ga ik in op de ongeschiktheid van het Bouwbesluit, dat niet is bestemd om transmissie van SARS-CoV-2 tegen te gaan en dat derhalve niet kan worden gebruikt om beleid op te baseren.

Voorafgaand
:
1. Corona en het recht op veilig onderwijs, 26 september 2020;
2. Kinderen en verspreiding van het coronavirus (SARS-CoV-2), 3 februari 2021;
3. Terug bij af. Het protocol "Heropening basisonderwijs" (veilig onderwijs voor docenten, leerlingen en ouders), 5 februari 2021;
4. Juvenile COVID-19 thrombotic microangiopathy shows how SARS-Coronaviruses put all ages at thrombotic risk (and the complement MAC is key), 16 december 2020.

Overzicht
1.    Het recht van het kind op bescherming van het welzijn (art. 3 lid 1 Verdrag inzake de rechten van het kind);
2.   Scholen moeten maatregelen treffen om veilig onderwijs te garanderen;
3.   Vervangend onderwijs;
4.   Voor ouders en werknemers;
5.   Leerplichtambtenaren mógen een rol innemen bij het voeren van het gesprek tussen ouder en school;
5.1 De rolopvatting van de leerplichtambtenaar: gedragsaanwijzingen;
6.   Werkgeversaansprakelijkheid: de werkgever is verplicht een beleid op te stellen dat de veiligheid van werknemers vooropstelt.

1. Het recht van het kind op bescherming van het welzijn (art. 3 lid 1 Verdrag inzake de rechten van het kind)
Bij alle beslissingen die worden genomen of maatregelen die worden getroffen, dienen de belangen van het kind de eerste overweging te vormen. De Nederlandse Staat is verplicht om de bescherming van het welzijn en de gezondheid van het kind te verzekeren (art. 3 lid 2 resp. art. 24 Verdrag inzake de rechten van het kind). 

2. Scholen moeten maatregelen treffen om veilig onderwijs te garanderen
Treft de school geen adequate maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan? Adequate maatregelen tegen transmissie van SARS-CoV-2 zijn het verplicht dragen van mondneusmaskers van cat. FFP2 in alle binnenruimten en het aanpassen van het ventilatiesysteem aan de constante afvoer van verbruikte lucht en aanvoer van nieuwe lucht. Zoals ik hieronder onder punt 4 zal bespreken, is speciaal voor het "coronaproof" inrichten van het onderwijs, een subsidie beschikbaar gesteld. Deze subsidie zal in de praktijk moeten worden gebracht om de scholen gedurende 2021 aan te passen aan preventie van aërogene transmissie van het coronavirus.

Voldoet het schoolbeleid niet aan een adequate aanpak van het virus? Spreek de schoolleiding en/of de medezeggenschapsraad of het bestuur schriftelijk aan om de ontoereikendheid van het beleid ter discussie te stellen. Neemt de school niet de verantwoordelijkheid of wordt u het niet eens met de schoolleiding, maak dan melding bij de Onderwijsinspectie. Hiervoor kunt u het formulier op de daartoe aangewezen site invullen.


Een bedompte ruimte waar de lucht snel verzadigd raakt, is gunstig voor aërogene verspreiding van het virus. Informeer voordat het zover is, hoe de school omgaat met ventilatie. Is het ventilatiebeleid van de school niet veilig? Dien een klacht in bij de Onderwijsinspectie.


Kinderen met medisch lijden of kinderen met gezinsleden met medisch lijden kunnen worden vrijgesteld van fysiek onderwijs, zo meldt de Rijksoverheid op 26 september 2020. Tevens kan een beroep worden gedaan op art. 11 onder g van de Leerplichtwet. Gewichtige omstandigheden vormen een uitzondering die maakt dat géén sprake is van verzuim. De gronden voor het beroep op gewichtige omstandigheden moeten door u worden aangevoerd. Het risico op ernstige gevaren voor de volksgezondheid door de verspreiding van SARS-CoV-2 is in de inleiding besproken. Voor kinderen is er, ongeacht of zij onder een "risicogroep" worden geschaard, kans op de in de wetenschappelijke rapportages gemelde systemische aandoeningen of direct medisch lijden als gevolg van COVID-19.

Maak een kopie van het ingevulde formulier op de site van de Onderwijsinspectie, nog vóórdat u het formulier verzendt. Als het goed is, ontvangt u een bevestiging van uw melding. Reageert de Onderwijsinspectie niet op uw melding, maak hiervan dan notitie die u bij uw klacht bewaart. 



3. Vervangend onderwijs
Thuisonderwijs of onderwijs op afstand kan het fysiek onderwijs vervangen om het hoofd te bieden aan gezondheidscrises, zoals de huidige crisis. De mogelijkheid om onderwijs op school te vervangen door thuisonderwijs of onderwijs op afstand, kan worden gebaseerd op art. 41 van de Wet op het Primair Onderwijs. Om onderwijs op afstand mogelijk te maken, dient de school zich in te spannen om een onderwijsplan op te stellen. Onderwijs op afstand of vervangend onderwijs is géén vrijstelling van de leerplicht.

Vraag de school van uw kind hoe de school de mogelijkheid tot flexibel onderwijs invult. In het thuisonderwijs kan hetzelfde onderwijsprogramma worden afgelegd als in het onderwijs met fysieke aanwezigheid. Bij afstandsonderwijs is van belang dat de thuissituatie veilig is voor de leerling. De scholen hebben een inspanningsverplichting om kwaliteit te bieden. De school hoeft geen 'perfect' onderwijs te bieden om het onderwijs op afstand mogelijk te maken. In het geval van een jongere met medische kwetsbaarheid werd de constructie van "begeleid verzuim" in het leven geroepen, waarbij op de school een inspanningsplicht rustte (ECLI:NL:RBNHO:2017:9909). Dit is geen verzuim in letterlijke zin, maar slechts fysieke afwezigheid.

Bij een kwetsbare gezondheid van het kind, de ouders of huisgenoten, dient de school voor voortgezet onderwijs zich in te spannen om onderwijs op afstand mogelijk te maken (
Servicedocument voor het voortgezet onderwijs van het Ministerie van OCW (v2021), p. 23). Volgens het protocol van de VO-Raad hebben leerlingen met huisgenoten uit een "risicogroep" de keuze om af te wijken van fysieke deelname aan het onderwijs (Uitgangspunt 4 onder d).

4. Voor ouders en werknemers
Verzoek het decanaat schriftelijk om gemotiveerd kenbaar te maken, welke maatregelen zullen worden getroffen om transmissie van SARS-CoV-2 tegen te gaan en hoe het hoogste niveau van bescherming van leerlingen en werknemers wordt gegarandeerd. In het verzoek legt u de vraag voor of de school reeds gebruik heeft gemaakt van de regeling SUVIS of IBO, die beschikbaar is gesteld om de scholen in de tweede helft van 2021 "corona-proof" in te richten. Indien dit niet het geval is, dient de leiding kenbaar te maken waarom geen gebruik is gemaakt van deze subsidie. Een enkele verwijzing naar het Bouwbesluit volstaat niet. Het Bouwbesluit is slechts ontworpen om het algemene werkklimaat te bevorderen, niet om aërogene transmissie van SARS-CoV-2 te beperken.

Mogelijke vervolgstappen dienen niet te worden genomen dan nadat u het decanaat redelijkerwijs hebt verzocht om gemotiveerd te onderbouwen dat de veiligheid van alle belanghebbenden zal worden gewaarborgd. Is het onderwijs niet veilig, dan kunnen ouders een klacht indienen bij de Onderwijsinspectie, die speciaal is aangewezen om klachten in het kader van de veiligheid van het onderwijs ten tijde van COVID te behandelen. Zie: "Meldingen in het kader van de coronacrisis", Inspectie van het Onderwijs van het Ministerie van OCW.

5  Leerplichtambtenaren mogen een rol innemen bij het voeren van het gesprek tussen ouder en school
Door de rechter is overwogen dat de leerplichtambtenaar ten aanzien van de ernst van deze pandemie coulance dient te tonen, in plaats van zich uitsluitend handhavend op te stellen bij het volgen van de zogenaamde “Servicedocumenten”. De Staat heeft expliciet kenbaar gemaakt dat vrijstellingen van het “fysieke” element van de leerplicht vanzelfsprekend mogelijk zijn. De gebruikelijke rechtsmiddelen kunnen tegen het oordeel van de leerplichtambtenaar onverminderd worden aangewend (ECLI:NL:RBDHA:2020:12689).  Deze rechtsoverwegingen zijn integraal opgenomen in de documentatie voor de Heropening Scholen PO/SO van het Ministerie van OCW. Hierin is bepaald dat niet handhavend dient te worden opgetreden, maar dat de leerplichtambtenaar een rol zou mogen innemen bij het voeren van het gesprek tussen de onderwijsvoorziening en de ouders.

5.1 De rolopvatting van de leerplichtambtenaar: gedragsaanwijzingen
Ook in het Servicedocument voor het voortgezet onderwijs van het Ministerie van OCW (2021) wordt benadrukt hoe de rolopvatting van de leerplichtambtenaar dient te zijn: waar sprake is van een kwetsbare gezondheid van de leerling, dient niet handhavend te worden opgetreden. Het verdient opmerking dat Veilig Thuis geen druk mag uitoefenen op ouders die zich terecht zorgen maken over de veiligheid in het onderwijs ten tijde van deze pandemie. In geval van verzuim (het niet-voldoen aan de leerplicht = aan geen enkele vorm van onderwijs deelnemen) dient de leerplichtambtenaar in gesprek te gaan met ouders. De belangen van de leerling horen centraal te staan (
Servicedocument voor het voortgezet onderwijs van het Ministerie van OCW 2021, p. 23-26). 

6. Werkgeversaansprakelijkheid: de werkgever is verplicht een beleid op te stellen dat de veiligheid van werknemers vooropstelt
Op grond van artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet is de werkgever verplicht om  beleid te ontwikkelen dat is gericht op de veiligheid en gezondheid van werknemers. Risico’s moeten bij de bron worden beperkt (art. 3 lid 1 onder a en b Arbeidsomstandighedenwet). Blijkens artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet dient een risico-inventarisatie te worden uitgevoerd. De risico-inventarisatie betreft het risico op infectie met SARS-CoV-2.

Minimumvoorwaarden in de Arbeidsomstandighedenwet

Genoemde bepalingen vallen onder de zorgplicht van de werkgever als bedoeld in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek. De artikelen 3 en 5 van de Arbeidsomstandighedenwet zijn minimumvoorwaarden, dat wil zeggen dat de zorgplicht van de werkgever verder strekt: zelfs voor de werkgever onbekende gevaren kunnen worden beschouwd als aansprakelijkheidsgrond ten behoeve van bescherming van de werknemer tegen ziekten, ongevallen en schade. De aansprakelijkheid van de werkgever wordt gevestigd als de schade die ontstaat (in concreto: de consequenties van infectie met het virus), verband houdt met de primaire werkzaamheden.