Posts tonen met het label hoogbegaafdheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoogbegaafdheid. Alle posts tonen

zaterdag 20 april 2024

Het Hoogbegaafdentaboe/intelligentieverschillen als taboe

De emancipatie van hoogbegaafden is helaas nog altijd hard nodig. Vanaf de basisschool te maken krijgen met de stigma's, altijd maar moeten aanpassen aan het "gemiddelde", altijd maar 10 stappen terug moeten nemen, is belemmerend.

Jezelf tijdens bepaalde momenten vervelen hoort bij het leven en is niet onoverkomelijk. Als hoogbegaafden op school of op hun werk niet op de juiste plek zitten, leren zij echter alleen maar dat hun  capaciteiten niet gewenst zijn. Ze leren hun mond te houden en mooi te zitten, minder energiek te zijn, te doen alsof alles goed gaat en een rem op hun hele bestaansvorm te plaatsen. Voor extravert gefocuste hoogbegaafden is het extra slopend om in een omgeving te moeten functioneren waar alles op een laag pitje staat. 

De hoogbegaafde werknemer praat bijvoorbeeld graag met verschillende mensen en de omgeving vormt cliques die de hele dag over de was, tv-series, nagellak en het uiterlijk van anderen praten (waargebeurd). Door extraverte energie kan een hoogbegaafde worden aangezien voor een ADHD'er, die erop wordt gewezen dat hij moet leren om zijn drukte en beweeglijkheid te temmen. De hoogbegaafde kleuter kan al vreemde talen en rekenen en moet van zijn juf in de zandbak spelen, "omdat hij moet socialiseren". 

Iedereen wordt er ongelukkig van, onder of boven zijn eigen niveau van functioneren moeten mikken. 

Zoals het niet bevorderend werkt om iemand te overladen met taken die voor die persoon onbegrijpelijk zijn, zo is het ook niet bevorderend om de verantwoordelijkheid te krijgen om anderen maar altijd "mee te moeten nemen in je eigen denkwijze", "gas terug te moeten nemen om het ook voor anderen begrijpelijk te maken" en "je manier van informatie verwerken in denkstappen te moeten opdelen".

Hoogbegaafde kinderen en volwassenen functioneren niet optimaal als ze hun hersenen altijd maar af moeten remmen, minder energiek en zelfs "minder enthousiast moeten doen". Verveling onder hoogbegaafden is géén luxeprobleem; het is een mentale uitputtingsslag. Een rem moeten leggen op je energieniveau/bioritme betekent dat je niet jezelf mag zijn, maar onder de radar moet blijven. 

Mensen die hoogbegaafd zijn, krijgen nog altijd dezelfde hardnekkige aannames te verstouwen:

"Hoogbegaafden zijn hun eigen grootste criticus"
"Intelligente mensen lijden onder faalangst"
"Je zult wel snel verveeld zijn"
"Hoogbegaafden vinden de omgang met anderen stressvol"
"Hoogbegaafden moet leren om te leren"
"Hoogbegaafden zijn perfectionistisch"
"Intelligente mensen zitten in hun hoofd. Daardoor raken ze het contact met hun gevoel kwijt"

"Ze kunnen niet met anderen omgaan"
"Er is bij hoogbegaafden scheefgroei tussen cognitie en sociale vermogens"
"Hoogbegaafden krijgen eerder psychische problemen, zoals een burnout of depressie"
"Hoogbegaafden hebben last van overprikkeling"

"Hoogbegaafden kruipen in hun schulp door kritiek"
"Ze zijn bang om de controle kwijt te raken"
"Hoogbegaafden houden niet van feesten en chitchat, want dat is te oppervlakkig"
"Ze zijn niet assertief"
"Je moet gewoon een hobby zoeken, vrijwilligerwerk doen en zorgen dat je niets hebt om over na te denken"

Deze aannames zijn nooit onderbouwd en worden zelfs weerlegd door onderzoek. Ik ben zo blij dat ik dit soort quasi-psychologisch geneuzel nooit heb gehoord bij neuroscience en dat intelligente mensen ook wars zijn van zulke nonsens.

Het beeld dat hoogbegaafden zouden lijden onder depressie, burnout, overprikkeling, sociale problemen en perfectionisme, is ontstaan door de aanname dat neurodivergentie (zoals ADHD en autisme) overeenkomsten heeft met hoogbegaafdheid. Wat altijd wordt miskend, is dat sociale begaafdheid een belangrijke dimensie is van begaafdheid. Het gaat níet om cognitie, maar om multidimensionaliteit.

De mythe, dat hoogbegaafden altijd sociale moeilijkheden hebben (dat ze niet met anderen om kunnen gaan en geen sociale handigheid hebben), dat ze te lijden hebben onder stress, niet met tegenslagen om kunnen gaan en psychisch kwetsbaarder zouden zijn, komt doordat het onderzoek onder hoogbegaafden plaatsvindt bij kinderen, adolescenten die zich bij psychologen melden voor problemen die niet per definitie oorzakelijk verband houden met hun begaafdheid. 

Waar de één door begaafdheid lijdt onder eenzaamheid door een gebrek aan voldoende gelijkwaardige vriendschappen, hoeft dit niet het geval te zijn als iemand opgroeit en werkt in een omgeving met voldoende mogelijkheden tot het aangaan van gelijkwaardig contact. Als het IQ relatief laag ligt in de omgeving van een hoogbegaafde en deze zich voortdurend moet aanpassen aan het "gemiddelde" (en te horen krijgt dat hij/zij minder snel moet zijn in handelen en denken), kan dit leiden tot eenzaamheid. 

Zoals bij ieder intelligentieniveau het geval is, kunnen sommige hoogbegaafde mensen autistisch en/of ADHD'er zijn of psychische problemen hebben.
Helaas worden de mythes over depressie bij hoogbegaafden gretig verspreid door mensen die begaafdheid niet begrijpen. Het is meermaals gebleken dat hoogbegaafden juist geen of weinig last hebben van psychisch lijden en sociale problematiek, omdat zij door hun geavanceerde hersenverbindingen flexibel omgaan met tegenslagen en uitdagingen (L. Terman).

Dunning-Kruger: een zeer beperkte en inmiddels weerlegde studie die werd uitgevoerd op een studentengroep, wordt tot tegeltjeswijsheid gereduceerd
Het is ook niet zo (uitzonderingen daargelaten), dat hogerbegaafden aan hun eigen vermogens twijfelen. Een bekende mythe is dat intelligentie wordt bepaald door de mate waarin iemand aan zichzelf twijfelt. Deze mythe wordt ontleend aan de theorie van Dunning en Kruger. 

De psychologische paradox van Dunning-Kruger ("Onintelligente mensen overschatten hun eigen vaardigheden en intelligente mensen onderschatten zichzelf") is inmiddels verworpen als pseudowetenschap. Het Dunning-Krugereffect was getest op een kleine groep studenten en kon niet worden gerepliceerd. 

Het tegendeel bleek waar: de meeste mensen kunnen hun eigen capaciteiten accuraat inschatten en twijfel betekent niet dat iemand intelligent is. Twijfel is dus een vals-positieve graadmeter van begaafdheid, net als vertrouwen in het eigen kunnen een vals-negatieve graadmeter is van begaafdheid.

Valse bescheidenheid ("Ik ben onzeker over mijn eigen kunnen") wordt tegenwoordig gewaardeerd, omdat het een compensatie is voor eventuele bedreigingen. Bij voorgewende onzekerheid denken mensen dat iemand zich kwetsbaar durft op te stellen. In het algemeen zijn de clichés anno 2024 gericht op het reduceren van de mens tot een onzeker wezen: "Iedereen heeft wel dat kritische stemmetje in z'n achterhoofd", "We twijfelen allemaal aan onszelf", "Iedereen heeft moeite met presenteren in het openbaar", "Iedereen heeft last van stress", "We hebben allemaal last van een herfstdepressie". Een vriendin noemde het de Libellisering van de samenleving; clichés uit de zelfmanagement- en coachingwereld dringen door in het taalgebruik. Het gevolg is dat iedereen met een stabiel zelfbeeld, als arrogant wordt beschouwd. Je bent van de pot gerukt als je toegeeft niet aan jezelf te twijfelen!

Perceptie over begaafden: een barrière bij het krijgen van kansen 
Het probleem bij hoogbegaafdheid is níet dat hoogbegaafden niet met anderen kunnen omgaan.
De perceptie over hoogbegaafden is het probleem. Vaak krijgen zij van gemiddeld begaafde mensen niet eens een kans: de aannames zijn niet te bestrijden.

Het begint met "Wil je altijd het hoogst haalbare?" en "Raak je niet snel verveeld?", tot "Zijn we je dan binnen een jaar alweer kwijt?". Werkgevers kunnen denken dat een hoogbegaafde niet in de bedrijfscultuur past, onvolkomenheden op de werkvloer ontdekt en bekritiseert, met voorstellen tot vernieuwing komt en geen behoefte heeft aan chitchat met collega's. Werkgevers kunnen de aanname hebben, dat hoogbegaafden de status quo op de werkvloer bedreigen.

Het helpt niet dat sommige hoogbegaafden op sociale media vertellen dat ze ieder jaar een andere baan hebben, omdat ze overal op uitgekeken zijn. Daarmee maken ze het hun mede-hoogbegaafden erg moeilijk.

Zo maken ook hoogbegaafden die roepen dat ze voortdurend een innerlijke kritische stem hebben die ze tot perfectie drijft, dat ze zich onrecht énorm aantrekken (alsof het Weltschmerz is, of alsof hoogbegaafden allemaal een Robin Hood-syndroom hebben), dat ze niet van socialiseren houden, een prikkelarme werkomgeving willen en het liefst introspectieve activiteiten doen, het hun mede-hoogbegaafden ook onnodig moeilijk. Die kenmerken, faalangst, perfectionisme, sensitiviteit voor onrecht en introverte focus, zijn géén kenmerken van begaafdheid, maar persoonlijke kenmerken die bij ieder niveau voorkomen.

Het is beperkend als hoogbegaafden alleen maar op functies als solist, als zelfstandige, binnen branches als ICT of management binnen prikkelarme omgevingen zonder contactmogelijkheden met anderen zijn aangewezen. Als de fout wordt gemaakt om hoogbegaafden als mensen met introverte focus te zien, worden hoogbegaafden geïsoleerd terwijl ze vaak juist grote behoefte hebben aan prikkels, drukte, inspiratie, vrijheid, creativiteit en praten.

Een andere manier van denken
Wat ik merk, is dat mensen die gemiddeld of minder intelligent zijn, meestal in shortcuts en aannames denken, of in te simpele gevolgtrekkingen (overhaaste conclusies):

"Stel je voor..."
"Waar ben je bang voor (emotionaliseren)"
"Morgen kan alles anders zijn (magische factor)"
"Niet geschoten is altijd mis"
"Je kunt niet weten wat een ander denkt"
"Alles.....niets"


Niet-begaafde mensen hebben de neiging om altijd de magische factor te gebruiken ("Morgen is alles anders") en te handelen naar "Niet geschoten is altijd mis". Een begaafd iemand is sterk in anticiperen. Het is geen glazenbollenwerk om situaties ver van tevoren in te kunnen schatten; het is het vermogen om aanwijzingen op de juiste manier in te schatten. Een intelligent iemand weet de kans op slagen in te schatten door kansen en succesfactoren in een inschatting te betrekken.

Als er voorwaarden worden gesteld (bijvoorbeeld: je moet opleiding A hebben gevolgd, in stad B wonen en ervaring C hebben), dan is het illusoir om te denken dat de kans op succes groot is als je niet aan deze voorwaarden voldoet. Met lef kom je er niet als de voorwaarden heel strikt worden gesteld. Je kunt solliciteren tot je een ons weegt, tegen de voorwaarden in op een woning bieden of een financiering aanvragen zonder succes, omdat "Niet geschoten.." helemaal geen geldingskracht heeft in de sociaaleconomische toestand van het Nederland van de afgelopen 30 jaar.

Anticiperen wordt vooral door onintelligente mensen uitgelegd als angst. Waar hoogbegaafde mensen bepaalde risico's goed kunnen inschatten en hun gedrag daarop afstemmen, zeggen onintelligente mensen "Waar ben je bang voor?". Onintelligente mensen denken dat alles moet worden geëmotionaliseerd; hun dialogen gaan over "angst", "bang voor", "ruzie met", "conflict met", "durven". Het vocabulaire is gekleurd door emotionalisering van alledaagse situaties. 

De absolute stelligheid, in tegenstelling tot multidimensionaal denken, onderscheidt minder intelligente mensen van intelligentere mensen en hoogbegaafden. Als ik zelf bijvoorbeeld zeg dat ik niet iedereen wil en geen voldoening haal uit met iedereen omgaan, krijg ik te horen "Wil je dan niemand?", "Wil je met niemand omgaan?", of "Ben je zo veeleisend?". Het zijn shortcuts. Het hele brede palet van graag met iedereen omgaan of graag omgaan met de mensen die bij me passen, wordt gereduceerd tot "iedereen of niemand" en "alles of niets". Het is een simplistische manier van denken zonder nuance.

Hun beeld is burgerlijk. Zo snel mogelijk een relatie beginnen, een huis kopen en ieder jaar drie weken op zomervakantie, moeten werken voor de hypotheek, twee auto's moeten hebben en vrienden hebben die dezelfde gezinssamenstelling hebben, wordt als hoogste goed gezien. Als je niet in dat beeld past, ben je een buitenstaander. Ik vind die bekrompenheid en burgerlijkheid niet de moeite om na te streven. Het is mij om het even wat of je gebonden, ouder of vrijgezel bent. De positie binnen het gezien bepaalt niet iemands identiteit als persoon.

"Je kunt niet weten wat een ander denkt" getuigt ervan dat mensen de expressie, intonatie en intenties van anderen niet doorhebben en ook niet aanvoelen wat een ander eigenlijk bedoelt. Hoogbegaafden voelen juist wat anderen van plan zijn. Als de boodschap van wat iemand zegt niet klopt met zijn intenties, dan voelt een hoogbegaafde dat aan. Dat wordt wel als eng gezien, als "iemand doorhebben".

Ik heb in mijn vriendenkring alleen maar wetenschappers, schrijvers en kunstenaars, die hoger intelligent tot hoogbegaafd zijn. Wat ik merk, is dat hoogbegaafden heel anders denken. Niet alleen is het vanzelfsprekend om met elkaar snelle sprongen te kunnen nemen zonder alles uit te hoeven leggen, het is ook zo dat clichés écht niet worden gebruikt.

Ik vind het een verademing om met ze om te gaan. Ik hoef niet naar iemand te luisteren die er eindeloos over doet om iets uit te leggen, ik hoeft zelf niet alles uit te leggen, we kunnen daardoor heel veel onderwerpen bespreken. Qua sociaal aspect is het prettig om mensen te hebben die weten hoe de wereld om zich heen werkt. Om mensen te hebben die óók doorhebben wat de intenties van anderen zijn. Bovenal is het contact druk en optimistisch. Dat is waar ik behoefte aan heb, niet aan mensen die mopperen over burgerlijke problemen. 




zondag 24 december 2023

Overzicht: mijn berichten over hoogbegaafdheid van 2023

Inleiding
Na de dood van mijn moeder, eerder dit jaar, toen ik er compleet alleen voor ben komen te staan, heb ik besloten om openlijk te schrijven over "taboe"-onderwerpen als eenzaamheid, hoogbegaafdheid, ongelukkig zijn, afgunst door leeftijdsgenoten en stalking/belaging. Deze berichten heb ik geschreven om in onderlinge samenhang met elkaar te worden gelezen, omdat ieder onderwerp ingrijpt op het andere onderwerp.

Ik ben geen slachtoffer. Ik ben geen kwetsbaar iemand
Ik ben sterker dan de meeste mensen. Nog nooit van mijn leven heb ik last gehad van overspannenheid, labiliteit of wisselvalligheid, hoewel de omstandigheden vanaf jonge leeftijd daar genoeg aanleiding toe gaven (als je moeder al op jonge leeftijd kanker krijgt, je als gezin met z'n tweeën door iedereen in de steek wordt gelaten, in de armoedeval wordt getrapt en je moeder in totaal 5 keer met verschillende primaire tumoren te maken krijgt).

Ik hoef geen tegenwerpingen of weerleggingen te horen. Om mij te begrijpen, moet je goed luisteren, lezen en géén aannames of clichés delen. Hoogbegaafdheid, afgunst van vrouwelijke leeftijdsgenoten, uitsluiting en eenzaamheid ten gevolge van die factoren vormen de rode draad in mijn leven. Ik merk dat het vooral taboe is dat ik ongelukkig ben zónder psychisch lijden te hebben. De gedachte dat er omstandigheden zijn waar iemand geen invloed op heeft, vinden mensen confronterend. Ze kunnen het niet mooipraten, "fixen" of weerleggen.

Contact met hoogbegaafden: nooit hoogdravend, wel eerlijk en empathisch
Ik heb recentelijk intensiever contact gekregen met hoogbegaafden en ik vind het een opluchting. Mensen die écht intelligent zijn, hechten geen waarde aan hoogdravend contact. Het is nooit saai, praten gaat als een vuurpijl met mensen die snel schakelen en ideeën hebben. We praten niet over theorieën, maar over het leven. We hoeven elkaar niet alles uit te leggen, omdat hoogbegaafden goed zijn in begrijpend luisteren. Ik heb het nog niet meegemaakt dat iemand gehinderd werd door een ego of dat projectie een goed, persoonlijk gesprek in de weg zat. Hoogbegaafden en intelligente mensen zijn niet van het "emotionaliseren" van alles.

Minder intelligente mensen zijn snel om alles beledigd omdat ze overal een persoonlijke aanval in zien. Ik kan dat verschil goed voelen, omdat ik vaak met gemiddeld of minder intelligente mensen te maken heb. In hun argumentatie zijn die mensen ook heel erg clichématig en van het drogredeneren. Ze luisteren niet goed. Ik merk dat begaafdheid daarentegen een sterke focus op empathie heeft. Hoogbegaafden zien wat voor consequenties er voor een ander zijn. Juist dát vind ik een verademing.

Waarom hoogbegaafden vaak niet eens dénken aan hun begaafdheid
Zoals de meeste HB'ers en hoogintelligente mensen, heb ik jarenlang niet openlijk gesproken over mijn begaafdheid. Niet omdat ik me ervoor schaamde of niet op wilde vallen, maar omdat ik dacht dat het niet relevant was én omdat ik er niet vaak bij stilstond. Ik was het opeens zat om met stigma's te maken te hebben. Toen ik voor de zoveelste keer hoorde "Je zult je vast snel vervelen" en "Moet je je verwachtingen van ánderen niet bijstellen?", besloot ik korte metten te maken met de ongefundeerde aannames over intelligentie en hoogbegaafdheid.

In de loop van 2023 heb ik me vrijelijk leeg laten lopen over hoogbegaafdheid en ik beperk me er ook toe om het daarbij te houden, want ik houd niet van een vastgelopen plaat.

Dit is het resultaat. Ik heb een aparte berichtenreeks over eenzaamheid in relatie tot hoogbegaafdheid, waarin ik alle misvattingen bestrijd. In onderstaande zestal berichten wordt het onderwerp eenzaamheid en scheve verhoudingen in relaties zijdelings aangesneden.

1. De stigma's rond hoogbegaafdheid: ze zijn niet waar, maar wel nadelig
In dit bericht ga ik in op de vrij nieuwe mythe dat hoogbegaafdheid een ontwikkelingsstoornis of vorm van neurodiversiteit/neurodivergentie is. Psychologen menen hiermee de emancipatie van hoogbegaafden in een niet-HB-samenleving op de kaart te zetten. Het tegendeel is waar: nu moet de horde worden genomen om de misvatting te bestrijden dat begaafdheid en hyperintelligentie, ontwikkelingsstoornissen of afwijkingen van het neurotype zijn.

Mensen denken nu dat HB'ers snel overprikkeld zullen raken, terwijl prikkelgevoeligheid helemaal niet een bestaand probleem is. De misvatting dat hoogbegaafden kennelijk introvert gefocust zullen zijn, is ook een belemmering, omdat men aanneemt dat "we" behoefte hebben aan rust/stilte/gebrek aan drukte. Dit leidt weer tot het stigma dat we boekenwurmen en wandelaars zijn die de stilte opzoeken (ik ben het tegenovergestelde, ik ga van binnen kapot van rust. Ik vind het allesbehalve stimulerend om in stilte te moeten leven).

Het is meer dan frustrerend om te worden beperkt door anderen, die op voorhand volharden in het stigma, dat hoogbegaafden snel verveeld zijn en hyperkritisch zijn op anderen. Dat het sociale contact tussen HB en niet-HB vaak niet lekker loopt, heeft een andere oorzaak dan een hyperkritische houding: de meesten begrijpen niet dat hoogbegaafden snel schakelen, scherpe humor hebben, een groot vocabulaire en brede algemene kennis hebben.

Géén aansluiting vinden bij minder begaafde leeftijdsgenoten of collega's is niet het resultaat van sociaal-emotionele "scheefgroei". Hoogbegaafden hebben juist vaker sociale "antennes" die maken dat we intenties van anderen en gevoelens van anderen direct aanvoelen. Begaafdheid slaat dan ook niet slechts op de harde cognitie, maar op het fijne samenspel van cognitie en het vermogen om anderen in te schatten en hun emoties aan te voelen.

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/03/de-stigmas-rond-hoogbegaafdheid-ze-zijn.html

2. Misverstanden over hoogbegaafden en hyperintelligenten [ + waarom HB verschilt van neurodiversiteit, zoals ASS en PDD]
De psychologische positiviteitsbeweging heeft weer iets rampzaligs gevonden: hoogbegaafdheid zou overeenkomen met varianten van het autismespectrum (ASS en PDD). 

Hoewel een hoogbegaafde natuurlijk autistisch kán zijn, zoals ieder individu met ieder willekeurig intelligentieniveau autistisch kan zijn, heeft hoogbegaafdheid géén overeenkomsten met autisme. Het lijkt er ook niet een beetje op en het is een gigantische uitglijder van de toxische positiviteitsbeweging om te zeggen "Dat iedereen autistisch is". Waarom is dit zo nadelig?

Omdat hoogbegaafde kinderen door deze mythe worden opgescheept met diagnoses en therapieën die zijn toegesneden op autisten en met andere vormen van neurodivergentie. Hoogbegaafdheid wordt geproblematiseerd en HB-kinderen en ASS-kinderen kunnen bij elkaar worden geplaatst terwijl ze aansluiting noch wederkerigheid bij elkaar zullen vinden, omdat de verschillen nóg groter zijn dan tussen HB en niet-HB.

Zonder te zeer te willen generaliseren: anders dan bij ASS het geval is, heeft een hoogbegaafde géén problemen met prikkelverwerking, het aanvoelen van intenties, het "lezen" en juist interpreteren van lichaamstaal en intonatie, het begrijpen van beeldspraak, het gebruik van intonatie, het afwisselen van interesses en het verleggen van de focus. HB'ers kennen geen rituelen die nodig zijn om het leven behapbaar te maken. Overprikkeling komt niet vaak voor bij hoogbegaafdheid. Er is niet zoiets als "verloren raken in een innerlijke wereld", maar juist de neiging om te participeren. Hoogbegaafde kinderen zijn niet "een kleine professor", maar hebben de vaardigheid en het invoelingsvermogen om op een volwassen manier over emoties te praten. HB'ers zijn juíst behendig in het omgaan met en toepassen van double entendres en andere stijlfiguren. Ik heb in het academisch onderwijs meerdere keren met neurodivergente docenten te maken gehad en met neurodivergenten samengewerkt.

Ik zeg het eerlijk: het is een groot verschil tussen neurotypische HB'ers en neurodivergente HB'ers.  Hoogbegaafde ASS'ers kunnen écht naïef overkomen en moeite hebben met sarcasme of nuances in intonatie. Ik kan het zelfs aan de expressie zien of iemand ND is. Het gaat niet om een klein verschil in de oogopslag en de spieren rond de ogen. Het corresponderen moest ook heel direct gebeuren, niet met een mogelijkheid van "of, óf", want dan kreeg ik geen reactie. Er was geen grote flexibiliteit. Ik weet hoe ik daarmee om moet gaan, maar ben als HB'er het tegenovergestelde: ik heb geen moeite met onvoorspelbaarheid, indirecte signalen, sarcasme, nuances en een veelheid aan prikkels.

Dat sommige HB'ers onconventioneel lijken, is het gevolg van een sterk bewustzijn van de sociale conventies en ervoor kiezen om deze niet als vanzelfsprekend over te nemen van de meerderheid. Een HB'er stelt twijfels bij de logica van (sleetse) gewoonten die door een meerderheid worden aanvaard.

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/04/misverstanden-over-hoogbegaafden-en.html

3. Heb ik het leven dat bij me past? Nee [Over eenzaamheid en hoogbegaafdheid]
De negatieve opvattingen over begaafdheid dwingen mij in een leven dat niet bij me past. Ik ben druk, ik ben sterk fysiek gericht, ik kan nooit stilzitten, ik handel snel en heb veel lichamelijke energie die ik kwijt moet. Ik ben niet een gecompliceerd persoon, ik ben juist een makkelijke prater en heb nooit de behoefte om me af te zonderen. Ik heb geen behoefte aan introspectieve activiteiten. Mensen die me net hebben ontmoet, zien me altijd als vrolijk en een kwebbelaar. Dat is ook hoe ik van karakter ben.

In plaats van daar iets mee te kunnen, ben ik als een vogel opgesloten in een kooi, omdat niemand binnen mijn bereik en kennissenkring een soortgelijke drive/levensenergie en interesses heeft, maar ook omdat mensen het "eng" vinden als ze voelen dat ik intelligent ben.

Bij mij komt eenzaamheid niet alleen door de aannames die mensen vanaf beginsel hebben over intelligentie, maar ook door langdurige ervaring met afgunst van leeftijdsgenoten. Het heeft ertoe geleid dat ik nooit echt kansen heb gehad, dat ik met sociale uitsluiting te maken kreeg en dat ik niet het leven heb dat bij me past.

Ik zeg niet dat ik afhankelijk ben van andermans opvattingen, maar het is de moeilijkste opgave in mijn leven om gelijkwaardig contact te vinden. Op de universiteit kreeg ik altijd met conflicten te maken door mijn multidimensionale benadering van probleemstellingen en kwesties over strafzaken. "Agree to disagree" werd in de praktijk écht niet gerespecteerd; integendeel, het hele werkgroepensysteem is gericht op eensgezindheid bereiken.

In deze maatschappij die gericht is op versimpeling van karakters en het gedrag van de mens, hebben mensen de behoefte om alles te reduceren tot twee uitersten, of te denken in valkuilen die niet werkelijk bestaan. Ik ben niet meegaand, maar dat maakt me nog geen kreng. Ik sluit niet zomaar een compromis, maar dat maakt me geen rigide dwarsligger. Als ik een bepaalde strategie overtuigend vind en ik zie dat een ander afbreuk doet door iets af te zwakken en slapper te presenteren, dan ga ik daar niet in mee. Dat maakt me geen grensbewaker die gelijk wil hebben. Een ander kan dat onaangenaam vinden. Ik teken niet voor halfslachtigheid als ik iets overtuigends voor me zie. Dat maakt me geen perfectionist. 

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/06/heb-ik-het-leven-dat-bij-me-past.html

4. [Taboe] Eenzaamheid en hoogbegaafdheid/hoge intelligentie: een oplossing is er niet zomaar voor de groep HB'ers
Het is waar dat hoogbegaafdheid en eenzaamheid vaak samengaan. Niet omdat er gebrek zou zijn aan sociale vermogens, het tegendeel is waar. Het gebrek aan wederkerigheid en het gebrek aan contacten van gelijkwaardig niveau van functioneren is dé oorzaak van eenzaamheid onder hoogbegaafden. Het is niet makkelijk om gelijkgestemden (dat is niet hetzelfde als overal maar hetzelfde over moeten denken en voelen) te ontmoeten.

Eenzaamheid onder hoogbegaafden is niet te bestrijden door zomaar met iedereen contact te onderhouden, door vrijwilligerswerk te doen. Ik heb in mijn leven zeker zo'n 10.000 mensen ontmoet en die hoeveelheid is géén garantie voor het vinden van gelijkwaardige, warme contacten.

De maakbaarheidsgedachte gaat écht niet op. Het is iets voor té simpel denkende mensen om te geloven in tegeltjeswijsheden zoals "Je bepaalt je eigen levensgeluk", "Alleen jij kunt jezelf ongelukkig maken", "Het leven is mooi", "Je weet nooit wat de toekomst brengt", "Iedereen is gelijk" en "Eenzaamheid is een keuze".

De domste opmerking die ik recentelijk heb gehoord, is dat hoogbegaafden het vermogen moeten hebben om zich aan te passen aan anderen, zodat ze hun sociale kring kunnen uitbreiden. Aanpassen maakt niet minder eenzaam, het werkt juist averechts.

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/07/eenzaamheid-en-hoogbegaafdheidhoge.html

5. Scheve verhoudingen
Een vriend heeft mij aan het denken gezet. Hij vroeg of ik niet eens een vriend wilde, na verloop van tijd. Ik antwoordde 'Nu al'.

Hij zei dat ik mijn verwachtingen bij moest stellen, omdat de poel van hyperintelligente mensen maar klein is. Ik zei dat het niet zozeer gaat om verwachtingen, maar dat het wel een slecht idee is om jezelf aan te passen. Dat is het recept voor scheefgroei in relaties. Ik zit er niet te wachten op een man zonder een hoge mate van intellect, de humor die daarbij past, de gave om intenties en gevoelens van anderen door te hebben en de vaardigheid om te anticiperen. Ik zit ook niet te wachten op een man met een totaal andere levensenergie.

We hebben het in dit gesprek over het leven ook over de stigma's waar ik mee te maken heb tot op de dag van vandaag en de invloed van afgunst van vrouwelijke leeftijdsgenoten. Hoewel ik me niets van anderen en hun geroddel aantrek, is het mijn leeftijdsgenoten door de jaren heen áltijd gelukt om mijn vriendschappen met mannen te verpesten. Ik krijg ook ongevraagde rivaliteit over me heen zodra ik ergens binnenstap. Een paar maanden geleden nog. Het ontneemt mij wel degelijk kansen in het leven. Ik heb mijn leven lang wel altijd een goede band op kunnen bouwen met vrouwen die ouder zijn dan ik, omdat zij niet om rivaliteit geven.

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/09/scheve-verhoudingen.html

6. Als intelligent iemand met eenzaamheid heb ik niets met clichés en overanalyseren. Ik heb mensen van gelijkwaardig niveau van functioneren nodig!
Het is géén paradox dat ik niet veeleisend ben wat betreft contact, maar nu geen mensen heb om mee om te gaan. Ik heb recentelijk een paar contacten gehad die niet verder zijn gegroeid tot vriendschappen, omdat de diepgang begon te missen. Als iemand bijvoorbeeld alleen maar over tv-series of de sportschool wil praten of zichzelf heel stoer vindt omdat hij iedereen in het uitgaanscircuit kent, dan ontstaat scheefgroei in de relatie. Ik heb voor de ander respect als mens, omdat hij/zij een goede persoon is, maar er moet ook bepaalde diepgang zijn.

Het is een zegen om met mensen te praten die intelligent en sociaal begaafd zijn. Geen aannames, geen clichés/dooddoeners, geen kortzichtigheid. Geen strijd over "ik heb gelijk", geen constant geklets over andere mensen en hun wissewasjes. Het lekkere is om niet alles uit te hoeven leggen, maar elkaar aan te voelen.

Omdat ik multidimensionaal denk maar vooral de intenties van anderen kan inschatten, heb ik een groot vermogen om te anticiperen. Ik ken niet wat anderen mensen "vooruitlopen op zaken" of "beren op de weg zien" noemen, omdat ik alles overzie. Voor mij is emotionaliseren niet nodig; ik heb niets met "wantrouwend zijn vanwege eerdere ervaringen" of "angst voor het onbekende"; ik voel gelijk wanneer ik iemand wel of niet kan vertrouwen. Met mijn intuïtie heb ik het vanaf mijn geboorte werkelijk nog nooit fout gehad. Ik weet ook wanneer mensen liegen en trucs gebruiken om het tactisch te spelen. Ik doorzie mensen. Dat maakt dat ik me direct thuis voel bij mensen die dezelfde gave hebben.

Ik houd ook niet van filosoferen en ik besteed niet graag veel tijd aan het analyseren van mijn gevoelens. Dat ik er hier over schrijf, doe ik direct vanuit mijn gevoel, het is zoals ik praat; ik denk terwijl ik praat en schrijf en daar heb ik niet lang voor nodig. Ik ben me altijd heel sterk bewust van mijn gevoelens. 

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/11/als-intelligent-iemand-met-eenzaamheid.html


Stigma's over hoogbegaafdheid: géén kern van waarheid, wel enorme hordes om te nemen in de bestrijding van aannames over intelligentie en hoogbegaafdheid

zondag 5 november 2023

Als intelligent iemand met eenzaamheid heb ik niets met clichés en overanalyseren. Ik heb mensen van gelijkwaardig niveau van functioneren nodig!

Er is niet voor iedereen een manier om eenzaamheid te bestrijden. Het heeft niets te maken met mindset, maar met het niet kunnen vinden van gelijkwaardige contacten om nauwe banden mee op te bouwen. Dat zeg ik uit jarenlange ervaring. Tot op de dag van vandaag is het moeilijk om aan gelijkwaardige contacten te komen.

Ik voldoe niet aan het stereotype "eenzame persoon"
Op illustraties over eenzaamheid zijn het altijd trieste, verdrietige, geïsoleerde jongeren die in een hoekje eenzaam zitten te zijn. Ik ben niets van dat alles.
Ik twijfel niet aan mezelf.
Dat maakt mij nog niet arrogant.
Ik zie er bij benadering hautain uit en houd inderdaad niet van volksheid.
Ik vind niet dat iedereen in staat is tot gelijkwaardig sociaal contact en haal er geen voldoening uit om met iedereen om te gaan.

Diepe eenzaamheid maakt mij nog niet wanhopig. Ik ben niet gelukkig, maar ik neem niet met alles en iedereen genoegen. Ik ben een echte realist, geen soft persoon, maar dat maakt mij nog niet een zwartkijker. Ik heb niets met toxische positiviteit, clichédenken, gebagatelliseer, smoesjes, oneigenlijke relativeringen en gebabbel. Dat maakt mij nog niet een hyperkritisch iemand, al vind ik er niets mee mis om veeleisend te zijn.

Ik ben absoluut niet moeilijk in contact.
Met onbekende mensen raak ik vaak aan de praat en ik word soms door mensen al na één kennismaking bij ze uitgenodigd.
Omgekeerd konden mensen bij mij in mijn vorige huis ook gerust binnenlopen.
Ik heb geen last van moodswings of teruggetrokkenheid, dus ik vond het helemaal niet erg als iemand onverwacht bij me op visite kwam. Ik zat regelmatig urenlang met iemand te kleppen.

Geen paradox
Het is géén paradox dat ik niet veeleisend ben wat betreft contact, maar nu geen mensen heb om mee om te gaan. Ik heb recentelijk een paar contacten gehad die niet verder zijn gegroeid tot vriendschappen, omdat de diepgang begon te missen. Als iemand bijvoorbeeld alleen maar over tv-series of de sportschool wil praten of zichzelf heel stoer vindt omdat hij iedereen in het uitgaanscircuit kent, dan ontstaat scheefgroei in de relatie. Ik heb voor de ander respect als mens, omdat hij een goede persoon is, maar er moet ook bepaalde diepgang zijn.

Iemand die iedere keer zegt te zullen helpen als die hulp écht nodig is en dan na een halfjaar belt alsof er niets is gebeurd, kan ik ook geen vriend noemen. Ik ben niet te belazeren.

Ik heb niemand in mijn omgeving om me toe te keren, na het verlies van mijn naaste
Het erge voor mij aan eenzaamheid is dat ik letterlijk niemand in mijn omgeving heb om me toe te keren. Ik heb niemand voor een persoonlijke aanraking, ik heb geen naasten meer, ik heb niemand om echt te kunnen delen. Ik heb vaak verstoorde nachten door de pijn van eenzaamheid. Dan is er ook niemand om even aan te raken of tegen me aan te houden. Dat zeg ik niet om zielig te zijn, ik ben verre van het type om medelijden te willen wekken.

Ik heb niets aan dat softe gepsychologiseer van "Wat heb je gedaan, hoe voel je je daarbij, kun je je ogen dichtdoen en aan een bepaald moment denken, kun je je gedachten daarbij identificeren?". Het helpt geen moer en ik kan dat niet serieus nemen. Een studieadviseur zei eens tegen me 'Jij hebt een stevige persoonlijkheid nodig om mee te praten', daar had ze helemaal gelijk in.

Bovendien is het een zinloze aangelegenheid om altijd maar "negatieve" gevoelens zoals vol inzicht in verlies te willen bestrijden. Zelfs al waren de laatste dagen van 2022 en eerste maand van 2023 traumatiserend, ik heb geen hulpverlener nodig om erover te praten. Ik ben onvoorstelbaar in de steek gelaten, dat dit anno 2023 gebeurt is een gegeven en ik heb inmiddels meerdere mensen op straat gesproken die hetzelfde hebben ervaren bij ernstige ziekte en verlies. Waar ik alleen maar behoefte aan heb, is dieper menselijk contact.

Ik heb te maken met vreselijke omstandigheden die ik niet met iemand kan delen
Als ik het over eenzaamheid heb: ik heb niemand meer in mijn nabijheid tot wie ik mij echt kan wenden. Dat is pijnlijk. Meer dan pijnlijk. Soms is het verstikkend! Ik heb te maken met vreselijke omstandigheden en niemand met wie ik die kan delen. Mensen moeten zich maar eens voorstellen hoe het is om geen naasten te hebben door factoren waar ze geen invloed op hebben, zoals in mijn geval het niet oud worden van de belangrijkste persoon in mijn leven door ernstige ziekte en het niet hebben van familie door gewetenloze assimilatie en door de Staat gesaboteerde remigratieplannen. 

Eenzaamheid heeft niets met negatieve connotaties met alleen-zijn of een laag zelfbeeld te maken.
Ik heb geen schaamte om toe te geven dat ik eenzaam ben en het is ook niet een onterechte impressie dat ik totaal alleen ben; ik ben het echt. Eenzaamheid staat ook totaal los van zelfbeeld/eigenwaarde. Het is niet zo dat een laag zelfbeeld vanzelfsprekend in verband staat met eenzaamheid. 

Over single-zijn voel ik me hetzelfde: ik heb geen negatieve gedachten over het zijn van alleenstaande, ik wil me ook niet identificeren als onderdeel van een koppel en het is niet zo dat levensgeluk afhankelijk is van het hebben van een vriend. Ik heb wel behoefte aan de intimiteit, aan de gezelligheid, aan het lijf van een man. Ik zou willen dat ik in de ogen van een man kon kijken en dat het bij hem ook gelijk raak was; dat ik mijn handpalmen tegen zijn handpalmen kan drukken, dat ik mijn armen om hem heen kan slaan, zijn huid...

Dat verlangen soms uitputtend en pijnlijk is, maakt niet dat ik zomaar iedere man zou willen. Ik ben niet selectief (dat mensen bij het verliefd worden of door iemand worden aangetrokken selectief zouden zijn, bestaat natuurlijk niet). Het is ook niet zo dat niemand op me reageert. Het is het tegenovergestelde. Ik heb tot op de dag van vandaag ontzettend veel te maken met belaging en moet me daarom afzijdig houden in het openbaar. Het is een probleem dat ik te maken heb gehad met mannen die elkaar terroriseerden terwijl ik niets met ze had. Van de zomer was er nog één die mijn nummer bij een busmaatschappij had weten te ritselen en me via berichtjes meldde dat ik bij hem kon komen slapen als zijn gezin op pad was en een buurman van een paar straten verder liet me weten dat hij 's avonds ging kijken of mijn licht aan was en of ik naar bed ging. Ik word gesmoord door dit soort gedrag. Nee, grenzen aangeven helpt niet. Deze mannen hebben iets psychopatisch in hun volharding. Ik ben duidelijk, het lijkt ze alleen maar op te winden om te proberen die grens te overschrijden door ongewenste berichten en nachtelijke telefoontjes.

Het kan zijn dat ik de pech heb om nooit iemand te ontmoeten die bij me past, dat vind ik een pijnlijke en absolute verspilling van mijn gevoelens, mijn verlangen en enthousiasme.
Psychologiserende clichés missen de essentie
Mensen die beweren dat eenzaamheid het gevolg is van gedachten en een "egocentrische" focus, begrijpen de essentie niet. De clichés die vaak worden aangehaald, zijn duidelijk gericht op een gemiddeld of minder intelligente groep lezers.

Deze clichés over eenzaamheid kunnen voorgoed de vuilnisbak in:

- "Het herhalen van positieve boodschappen werkt";
- "Bestrijd negatieve gedachten over eenzaamheid";
- "Eenzaamheid is er alleen maar als je het toelaat";
- "Mensen moeten muren om zich heen afbreken om open te staan voor contact";
- "Mensen moeten werken aan zichzelf";
- "Praat iedere dag met onbekenden, dat levert betekenisvolle contacten op";
- "Je moet leren om je eigen gezelschap te waarderen";
- "Ga in je eentje activiteiten ondernemen, dat neemt de eenzaamheid weg";
- "Als je hoogbegaafd bent, weet je wat je moet doen om je aan te passen om met anderen om te gaan" (Aanpassen om met iemand om te kunnen gaan? Dat is het recept voor inauthentiek en niet-bevredigend contact)

- "Help de minder geprivilegieerden"
- "Het is de angst om alleen te zijn die eenzaam maakt";
- "Eenzaamheid is hetzelfde als depressie";
- "Eenzaamheid komt vooral door een laag zelfbeeld, een hoog zelfbeeld, verlegenheid of introversie";
- "Eenzaamheid is een self-fulfilling prophecy";
- "Het positieve aan eenzaamheid is dat het inspireert en mensen stimuleert om zich open te stellen voor vriendschappen";
- "Denk aan je naasten"

Vooral in het geval van "Help de minder geprivilegieerden" wordt eenzaamheid ten onrechte geringschattend beschouwd als een probleem uit de hoogontwikkelde wereld. In deze opvatting is eenzaamheid een luxeprobleem, alsof de persoon die aan eenzaamheid lijdt de "kleine dingen in het leven niet waardeert"/niet dankbaar genoeg is/niet te maken heeft met ernstige levensomstandigheden. Ook dat gedoe over "Doe iets om je waardevol te maken voor de gemeenschap" miskent dat vrijwilligerswerk niet aan iedereen is besteed en dat het helemaal geen voldoening geeft om zoveel mogelijk contacten op te doen, als het niveauverschil in functioneren gigantisch is. De diepgang mist dan.

Het moet worden erkend dat niet iedereen adequate sociale banden opdoet in het leven en dat dit níet te maken heeft met sociale gebreken, maar het gevolg kan zijn van langdurige situationele eenzaamheid: dat gebeurt, als de mensen in de directe omgeving totaal anders zijn qua niveau en belevingswereld. Ik had gehoopt dat de universiteit een plaats zou zijn waar ik veel intelligente mensen zou ontmoeten, maar dat viel heel erg tegen.

Misvattingen over intelligentie: mensen denken dat intelligente mensen serieus zijn en altijd maar behoefte hebben aan diepgang, maar daar gaan intelligentie en hoogbegaafdheid niet over. Het zijn de mogelijkheden om snel te schakelen en anderen aan te voelen, die meestal niet worden begrepen
De grootste misvatting over intelligentie, is dat ik bloedserieus zou zijn, altijd behoefte heb aan diepgang en niet van onzingeklets houd. Het verschil zit 'm in de nuance, die niet aan een ander uit te leggen is. Het is niet zo dat ik me verheven voel en behoefte heb aan deftige praat/hoogdravende gesprekken. De nuance is dat ik een geboren mensenlezer ben, een tacticus en een snel associatief vermogen heb. 

Als eenzaamheid onder hogerbegaafden écht zou kunnen worden behandeld, dan zou de aanpak anders moeten zijn dan bij andere intellectuele niveaus het geval is. Aandacht voor multidimensionaliteit en verschillende uitingsvormen (voorbeeld: ik ben erg fysiek ingesteld en heb een overactief bioritme) is nodig. 

Soms heb ik contact met intelligente mensen en dan is me direct duidelijk waarom ik deze contacten nodig heb. Ze zijn vaak net zo druk als ik- ik voel me gelijk thuis als ik met een spraakwaterval in gesprek ben. Zij begrijpen hoe het is om vol te zitten met ideeën en dadendrang. Bij mensen met een niet-gelijkwaardig niveau vallen de gesprekken vaak dood. Dat komt door het gebrek aan raakvlakken.

Hoe ik het wel graag heb? Ik stapte eerder dit jaar bij iemand in de auto voor een rit. Ze was ontzettend druk, zelfs ik kon met geen mogelijkheid haar betoog onderbreken. Ik dacht: wat heerlijk. In plaats van dat ik drukke mensen vermoeiend vind, voel ik me er juist prettig bij als iemand veel heeft te vertellen. Omgekeerd hoor ik dat ook. Het gaat niet om iemand platbombarderen met informatie over onderwerpen waar de ander geen snars mee heeft of het ongevraagd delen van details, maar om een veelheid aan thema's waar gelijkgestemden van houden om over te praten. Vooral praten over het leven vind ik boeiend.

Het is een zegen om met mensen te praten die intelligent en sociaal begaafd zijn. Geen aannames, geen clichés/dooddoeners, geen kortzichtigheid. Geen strijd over "ik heb gelijk", geen constant geklets over andere mensen en hun wissewasjes. Het lekkere is om niet alles uit te hoeven leggen, maar elkaar aan te voelen.

Voor mij is het écht nodig om contact te hebben met zulke mensen.

Clichés over eenzaamheid: niet waar, niet zinvol en geen stap richting bestrijding van eenzaamheid



vrijdag 28 juli 2023

[Taboe] Eenzaamheid en hoogbegaafdheid/hoge intelligentie: een oplossing is er niet zomaar voor de groep HB'ers

Het achtervolgt me al vanaf jonge leeftijd. Het moet er toch uit: op mijn derde was duidelijk dat ik meer dan bovengemiddeld intelligent was. Ik begon met 5 maanden mijn eerste woord te herhalen, ik communiceerde vanaf mijn geboortedag graag met mensen die ik mocht, ik was vanaf mijn eerste dag op aarde al aan het kruipen, met 10 maanden begon ik zinnen te vormen, ik had een snel bioritme, ik snapte technische snufjes al toen ik één jaar oud was, ik kon schrijven, lezen en Engels begrijpen toen ik 3 was.  

Sterk gevoel van bewustzijn en autonomie
Het zat 'm niet alleen in de cognitieve capaciteiten, maar ook in mijn sterke gevoel voor bewustzijn. Ik kan me zelfs herinneren dat ik ruim vóór mijn 3e levensjaar het gevoel had een oude ziel te zijn en me sterk bewust was van mijn autonomie. Ik kon als peuter al mijn eigen standpunten verwoorden en verdedigen. Ik vond het een ergernis als iets niets serieus werd genomen omdat ik er "te jong voor zou zijn". Ik had een grote nieuwsgierigheid naar hoe het leven in elkaar zat en was niet geïnteresseerd in met poppen spelen of over anderen roddelen (ja, dat begint al op de kleuterschool).

Andere kinderen en mijn docente konden het niet bijhouden. Vanaf de kleuterschool kreeg ik op mijn donder als ik teveel vragen stelde, woordgrappen maakte en niet aan de voorgeschreven opdrachten wilde voldoen.

Ik werd in groep 5 de les uitgestuurd omdat ik voor de wekelijkse opdracht "Noem 5 moeilijke woorden die je deze week bent tegengekomen" geen moeilijke woorden op kon geven, omdat mijn vocabulaire al op middelbare schoolniveau was.

Wat mij verder typeert, is dat ik niet in clichés en voorgeschreven en uitgekauwde aannames denk. Woorden en denkbeelden die door andere mensen zijn versleten, hebben voor mij geen waarde. Ik leef vooral op grond van mijn gevoel en intuïtie en neem wat anderen zeggen nooit zomaar voor vanzelfsprekendheid aan. Ik leef niet volgens de sleetse wijsheden die veel mensen toepassen om de wereld om zich heen te verklaren. Omdat ik sommige problemen multidimensionaal benader, heeft dat mij (zelfs, of ik kan beter zeggen: vooral) op de universiteit vaak conflicten opgeleverd, omdat niet wordt begrepen dat er meerdere invalshoeken zijn voor het aanpakken van een maatschappelijk of juridisch vraagstuk.

Tussen de regels door kunnen lezen/intenties aanvoelen werd als "enge" vorm van telepathie beschouwd
Ik was al op zeer jonge leeftijd goed in het lezen van intenties en sociale cues. Ik begreep het niet als leeftijdsgenoten, maar ook volwassenen niet "tussen de regels door" konden lezen. Wat mij onderscheidde van anderen, was dat ik het altijd aanvoelde als iemand onoprecht was. Zo heb ik als kind meerdere keren voorspeld dat er een hoogoplopend conflict aan zou komen, omdat een betrokken persoon niet te vertrouwen was. Mensen vonden dat eng. Ze dachten dat ik aan telepathie deed.

Lang heb ik gedacht "Wat maakt het uit of ik heel intelligent of hoogbegaafd ben, ik ben toch wie ik ben?" Ik ging om met mensen van alle niveaus. Eerlijk gezegd ben ik nooit zo bezig geweest met het onderscheid, maar ik besef nu dat het wel degelijk uitmaakt, bezien uit het perspectief van eenzaamheid en levens(on)geluk.

Het is niets voor mij om te geloven in tegeltjeswijsheden zoals "Je bepaalt je eigen levensgeluk", "Alleen jij kunt jezelf ongelukkig maken", "Het leven is mooi", "Je weet nooit wat de toekomst brengt", "Iedereen is gelijk" en "Eenzaamheid is een keuze".

Ik zeg niet dat mensen helemaal geen invloed hebben op hun leven, maar de maakbaarheidsgedachte gaat niet op. De omgeving waarin iemand opgroeit en de levensgebeurtenissen waaraan mensen zelf geen richting kunnen geven (zoals ziekten die door toevallige genetische mutaties of etnische aanleg komen), hebben een grote invloed op het verloop van het leven en het sociale netwerk dat iemand tijdens het leven opbouwt.

Ik kan snel vrienden maken en ik kan met veel verschillende mensen overweg, maar ben eenzaam omdat ik niet iemand op gelijke golflengte heb ontmoet

Ik kan met veel mensen overweg en maak snel "vrienden", maar ik ben uiteindelijk eenzaam, omdat ik in mijn leven nooit iemand op gelijkwaardig niveau van functioneren ben tegengekomen- en ik bedoel niet zozeer cognitief. Er is niet zomaar een oplossing voor. Het is geliefd om met een advies aan te komen als "Ga vrijwilligerswerk doen, dan ontmoet je mensen", maar het gaat er niet om, om een grote groep mensen te ontmoeten (N.B.: ik heb met iemand gesproken die me feilloos analyseerde en die zei "een vrijwilligersbaan in de zorg is niets voor jou, je bent helemaal geen type-moederkloek dat ervoor zorgt dat iedereen kopjes koffie, aandacht en koekjes krijgt").

Waarom "Ga mensen ontmoeten" en "Ga vrijwilligerswerk doen" zinloze adviezen zijn: het gaat om kwaliteit, niet om kwantiteit. Je kunt veel mensen ontmoeten zonder een iemand te vinden waar je écht een band mee hebt
Het gaat bovendien niet om de kwantiteit van contacten. Ik heb in mijn leven waarschijnlijk 10.000 mensen ontmoet, met vaste groepen van honderden mensen en duizend wisselende contacten gewerkt, op de universiteit heb ik zo'n 4000 medestudenten ontmoet en die aantallen zijn geen garantie geweest om gelijkgestemden te treffen.

Om gelijkwaardige contacten te vinden, moet de selectie van mensen om mee om te gaan juist worden verfijnd. Maar hóe, dat is geen gemakkelijke vraag. Eerlijk gezegd wil ik het liefst een man die mij aanvoelt wat betreft dit zo belangrijke aspect in mijn leven. Het lijkt me toch zo heerlijk om niet alles uit te hoeven leggen als ik een vriend/man zou hebben die overeenkomsten met mij heeft. Het is niet waar dat tegenpolen elkaar aantrekken en perfect met elkaar samengaan; een fundamentele overeenkomst is toch echt onmisbaar.

Ik ben níet mijn eigen grootste criticus; het zijn de stigma's waar ik mee te maken heb
De aannames die mensen over hyperintelligenten en hoogbegaafden koesteren, is dat ze introverte/ultra-introspectieve, sociaal onhandige en overdreven kritische mensen zijn. De hardnekkigste stigma's over hoogbegaafden zijn "Hoogbegaafden zijn hun eigen grootste critici", "Het is nooit goed genoeg voor hoogbegaafden, want ze vervelen zich altijd", "Ze stellen hoge eisen aan zichzelf en anderen". Het ergste stigma is dat hoogbegaafden een sociaal-emotionele achterstand zouden hebben.

Ooit zijn deze stigma's in het leven geroepen door gemiddeld of minder begaafde mensen die zich vergeleken met hoogbegaafden en meenden om vanuit het "gelijkheidsdenken" een sociale en emotionele voorsprong op hoogbegaafden te hebben om het cognitieve verschil te compenseren. Een compensatiedrang dus. In diezelfde lijn is idioterie als "Je zit teveel in je hoofd" als cliché bedacht.

Het nadeel is dat mensen daadwerkelijk in stigma's of clichés denken, ze ervaren clichébeelden alsof er een kern van waarheid in zou zitten. Werkgevers zijn in de praktijk terughoudend bij het aannemen van werknemers die hoogbegaafd kunnen zijn. De aannames zijn dat een hoogbegaafde voor conflicten zorgt, botst met de cultuur van de organisatie en zich snel gaat vervelen op het werk. Deze aannames leiden ertoe, dat hoogbegaafden geen kansen krijgen en worden afgewezen op grond van iets dat niet meer is dan een stigma dat door anderen in stand wordt gehouden. 






donderdag 29 juni 2023

[ Eenzaamheid en hoogbegaafdheid als rode draad] Heb ik het leven dat bij me past? [ Nee ]

'Ik weet waarom je eenzaam bent. Mensen merken dat je alles doorhebt. Ze kunnen je niet voor de gek houden'. 

In de laatste weken voor haar dood merkte mijn moeder op dat ik volgens haar een unieke persoonlijkheid had. Ze heeft in haar leven veel mensen ontmoet. Ze zei het niet omdat ze mijn moeder was, maar omdat ze een helder analytisch vermogen had. 

Ik kon me niet voorstellen dat je eenzaam kunt zijn door intelligent te worden gevonden door anderen. Toch is het wel de rode draad in mijn leven. De stigma's zijn er en die zijn hardnekkig. Bij mij komt eenzaamheid niet alleen door de aannames die mensen vanaf beginsel hebben over intelligentie, maar ook door langdurige ervaring met afgunst van leeftijdsgenoten. Het heeft ertoe geleid dat ik nooit echt kansen heb gehad, dat ik met sociale uitsluiting te maken kreeg en dat ik niet het leven heb dat bij me past.

Hoge intelligentie betekent voor mij niet dat ik een moeilijk persoon ben, niet dat ik verlegen ben, niet dat ik introspectieve focus heb, niet dat ik van moeilijkdoenerij houd (sterker nog, ik heb een hekel aan alles tot op het bot analyseren), niet dat ik perfectionistisch en ook niet dat ik hyperkritisch ben. Ik ben niet meegaand, ik ben absoluut geen people-pleaser. Dat maakt me nog geen bitch!

Mensen proberen bij het onderwerp eenzaamheid, zeker in combinatie met hoogbegaafdheid of hoge intelligentie, altijd iets te vinden om een weerlegging tegen te werpen: er moet "iets" aan die hoogbegaafde persoon zijn dat hem of haar eenzaam maakt. Ik ben juist helemaal niet complex en moeilijk, ik ben alleen duidelijk en doe niet aan nepperij. Ik ben meer uitgesproken dan de meesten, maar dat betekent niet dat ik tactloos ben. Het heeft er alleen mee te maken dat ik een zeer zelfstandige denker ben en mijn mening goed weet te verwoorden.

Ik ben heel sterk van het fysiek bezig zijn, ik kan nooit stilzitten en dans en muziek en artistiek/expressief zijn staat voor mij voorop
Ik maak een sprong naar hoe zo'n leven eruit zou moeten zien. Wat bij mijn persoonlijkheid en vaardigheden past, is een leven vol artistieke uitspattingen en artistiek uitdagende/inspirerende vrienden, beweging, fysiek werk, veel lichamelijke activiteit, dans, expressie en muziek. Ik ben altijd expressief en actief geweest. Ik kan met van alles tegelijk bezig zijn. Het allesoverstijgende dat ik heb, is de drang om te experimenteren.

In mijn stadse omgeving zijn er nooit culturele mogelijkheden geweest. Het was geen stimulerende omgeving om op te groeien. Er was en is 0,0 gemeenschapszin en een broedplaats voor kunst, muziek, dans en ambachtelijk werk is er nooit geweest, afgezien van de faux-artistieke banen die opkomen en net zo snel weer verdwijnen. Ook in het academische leven worden fysieke activiteit, artistieke expressie en beroepen waarin doen centraal staat, niet erg gewaardeerd.

Snelheid van handelen en denken en veel lichamelijke energie hebben
Intelligent zijn wordt nog steeds niet geassocieerd met fysieke energie en de drang om altijd met iets bezig te zijn dat voor de meeste mensen fysiek uitputtend lijkt. Van een baan aan een kantoorbureau of urenlange vergaderingen zou ik geestelijk kapotgaan, omdat ik snel denk en handel.

Hoogbegaafdheid? Of intelligentie?
De meeste hoogbegaafden of (hyper)intelligenten zijn niet getest en/of kiezen er niet voor om zichzelf aan te duiden met de term "hoogbegaafd" of "intelligent". De termen worden als beladen beschouwd; uiteindelijk komt dat door een opgedrongen gelijkheidsgedachte. Al vanaf jonge leeftijd krijgen heel intelligente kinderen te horen dat ze zich maar moeten aanpassen aan de meerderheid en als er problemen rijzen door die aanpassingsdrang, moeten ze "maar gewoon gaan doen". Educatie van kinderen op hun eigen niveau wordt nog altijd geassocieerd met neerkijken op het gemiddelde niveau. Die negatieve connotatie komt in de kern door de drang om te vergelijken. Dat is jammer, want het doet net zo weinig beroep op iemands capaciteiten als iemand op een te hoog prestatieniveau plaatsen.

De focus op begaafdheid is ook beperkt: het gaat niet zozeer om de opbouw van feitenkennis of geheugen (al is het vermogen tot memoriseren een onderdeel van intelligentie en begaafdheid), maar ook om het begrijpen van concepten, het leggen van verbanden, sociaal invoelingsvermogen, het vermogen om vooruit te zien en problemen vanuit verschillende dimensies te beschouwen.

Het is een grote misvatting dat hoogintelligente mensen op sociaal-emotioneel niveau achterblijven: het niet frequent in contact komen met mensen die op gelijkwaardig niveau functioneren, is iets anders dan sociale capaciteiten ontberen. 
De omgeving is echt belangrijk. Wat betreft impulsen is niet te onderschatten dat het intelligente brein behoefte heeft aan voldoende stimulans. Een netwerk van "vrienden" die niet op een gelijkwaardig niveau van energie of sociaal-emotionele vaardigheden zitten, gaat geen eenzaamheid tegen.

Bewustzijn en het begrip van concepten als de dood
Ik begon met 5 maanden mijn eerste woorden te spreken. Met 10 maanden voegde ik daar meerdere (moeilijke) woorden aan toe. Als baby was ik al erg op de buitenwereld gericht. Het duurde niet lang voordat ik me als grappenmaker en entertainer gedroeg. Ik wilde altijd dansen en muziek op hebben. Op foto's uit mijn vroegste jeugd ben ik altijd aan het lachen of grappen aan het uithalen. Ik was helemaal vergeten dat ik een vrolijk kind was. Op mijn derde kon ik lezen, schrijven, Engelse woorden herkennen en had ik getalbegrip. Hoewel dat aanwijzingen zijn voor de cognitieve ontwikkeling, had ik iets heel typisch.

Ik had ongeveer na mijn 2e het gevoel dat ik al eerder een bewustzijn had meegemaakt. Het voelde alsof de wereld niet helemaal nieuw voor me was. Dat kon ik niet verklaren. Concepten zoals de dood, het bestaan en ophouden van bewustzijn, waren onderwerpen die mij op die leeftijd bezighielden. Ik vond het soms een nare gedachte dat ik dit alles op een dag kwijt zou raken en kon me niet voorstellen dat andere kinderen dat besef niet hadden. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat mensen opgingen in de waan het leven van de dag en ik vond  het raar dat iedereen dat als vanzelfsprekend beschouwde.

Ik was als kind een mensenlezer en kon intenties, maar ook verborgen gedachten van anderen aanvoelen
Ik was direct een echte "mensenlezer" en kon intenties van anderen aanvoelen. Ik heb mijn ouders een keer gewaarschuwd toen we met een terror-buurvrouw te maken kregen. Ze kwam op iedereen charmant over en was zeer belezen, maar ik kreeg een naar gevoel van haar. Dat gevoel bleek terecht te zijn toen ze werd opgepakt voor geweldpleging. Op mijn zesde vertelde ik mijn ouders dat ik voelde een oud-buurman zware problemen had. Hij deed net of hij het allemaal perfect ging, in zijn functie als teamleider. Hij hield zijn alcoholisme zo goed verborgen dat pas jaren later bekend werd dat hij zichzelf tot aan een hartinfarct had doodgezopen.

Ik wist wat mensen dachten of verborgen hielden en dat vond ik moeilijk, omdat ik daar één van de weinigen in was. Het is niet zo dat ik wantrouwend was: ik had geen ervaring nodig met mensen, ik voelde intuïtief aan of er iets mis was. De meeste mensen vinden zichzelf deugen als ze iedereen op het eerste gezicht maar vertrouwen en vertellen vol trots dat iedereen een kans verdient. Ik leef heel sterk samen met mijn gevoel.

Het was niet zo dat ik zogezegd in mijn hoofd zat of zorgelijk was. Ik was me alleen heel sterk bewust van mijn eigen bewustzijn. Dat hoorde bij me: zo snel als ik kon praten, was ik in staat om mijn eigen mening onder woorden te brengen. Ik ging op mijn derde op feesten van vrienden van mijn ouders voor de gein met de microfoon bij gasten langs om ze te interviewen over wat ze van het feest vonden. Ik vond het hilarisch. Sommige volwassenen ergerden zich mateloos aan me, met alles. Die vonden me een wijsneus en een bemoeial. Ik wist heel goed wie ik was, wat mijn grenzen en voorkeuren waren en wat ik kon.

Vanaf mijn 4e had ik duidelijke momenten van heldervoelendheid. Mijn kleuterjuf vond het maar eng. Ze begreep mij totaal niet. Ze had toch al geen affiniteit met kinderen. Vanaf dag één botste het met haar. Omdat ik al kon lezen en schrijven en een eigen gevoel voor creativiteit had, verveelde ik me op school. De dagen waren lang, omdat ik niet van de poppenhoek, het zandbakje, de schoonmaakspullen voor meisjes en de kassa hield. Als ik een vraag aan haar stelde, kreeg ik een snauw.

Ik heb de klas een keer gewaarschuwd omdat ik bang was dat een meisje dat de hele dag nietsontziend op een houten autootje door de klas reed, over iemands handen zou rijden. Achteraf gezien was ze zwaar zwakzinnig. Op een ochtend schoot het meisje uit met haar auto. Ik dook onder een tafel, waar ze mijn vinger (zoals ik had voorspeld) aan gort reed. Terwijl het vel van mijn vinger lag, vroeg de juf waarom ik onder de tafel zat. Ik was geen jankebalk, dus zonder dat ik zat te jammeren werd de boel goed afgedekt en afgeplakt. Mijn ouders kregen een klacht van de juf: ze vond het lastig dat ik nu niet in de zandbak buiten mócht spelen (ik wilde niet eens in de zandbak, dat vond ik veel te kinderachtig)!

Ik kreeg echt een hekel aan mijn juf toen ze een autistische jongen in zijn ondergoed op een stoel vastbond en een pleister over zijn mond plakte. Het was een lieve jongen die alleen maar stil was, maar daar kon ze kennelijk al niet mee omgaan. Mijn ouders zijn naar de directeur gestapt om dit te melden, die reageerde laconiek met 'Tja, pedagogische vaardigheden heeft ze niet, mijn smaak is 't ook niet'. Haar gedrag gaf mij de indruk dat ze niet te vertrouwen was: bij alles wat zij als "raar" kon zien, zou je zomaar halfnaakt kunnen worden vastgebonden, zonder verdere uitleg.

In groep 3 werden de eerste lessen in lezen en schrijven gegeven. Ik verveelde me omdat het tempo te laag lag en de stof te makkelijk was. Om de tijd door te komen, maakte ik woordgrappen of zat ik met mijn tafelgenoten te praten. Ik kreeg voortdurend op mijn donder. Dan werd ik eruit gestuurd of moest ik achter mijn stoel gaan staan. 'Ga zelf maar achter je stoel staan', riep ik naar de juf. Ik werd er toen al recalcitrant van en associeerde school met straf, verveling en algehele negativiteit. Het verschilde heel sterk per klassendocent, of ik het zag zitten om naar school te moeten.

Helaas vielen groep 6, 7 en 8 onder dezelfde klassendocente. Ze begreep mijn vragen niet, omdat ze alleen maar kon voorlezen wat er in het instructieboek stond. Rekenen, Nederlands en Engels beheerste ze niet goed. De Montessori-methode werd misbruikt om vragen te verwerpen onder het mom van "Zelfstandig werken! Als je uitleg nodig hebt, vraag je het aan een oudere medeleerling!"
Ik heb daarop het instructieboek van de docente uit de kast gepakt en daaruit gelezen. Ik verbaasde me erover dat zelfs de "verhaaltjes" die soms door de docente werden verteld, letterlijk in het boek stonden uitgewerkt. Er was niets dat ze zelf kon bedenken. Dat was op zich niet zo erg, ware het niet dat ik alweer op mijn donder kreeg als ik te moeilijke vragen stelde. Toch ging ik toen nog niet maskeren. 

Afgunst
Met directe afgunst van leeftijdsgenoten kreeg ik pas op het voortgezet onderwijs te maken. In eerste instantie ging het voortdurend over mijn voorkomen. Vanaf de kennismaking werd gedacht dat ik voor een modellenbureau werkte en dat ik danseres, gymnast of ballerina was. Ik weet niet waar ze dat op baseerden, maar het was mijn fysieke verschijning die de aandacht trok. Ik ben in het bijzijn van mijn zogenaamde "vriendinnen" een paar keer belaagd door mannen en ik kreeg het verwijt ze daardoor een blok aan het been te zijn. Ik hoorde dat er altijd over me gekletst werd en dat de onnozele roddel was verspreid dat ik plastische chirurgie zou hebben ondergaan. Jongens uit de examenklas probeerden met me aan te pappen.

De "mooiste jongen" van de scholengemeenschap stond iedere middag naar me te kijken. Zijn vriendin bestookte me met allerlei onzinverzoeken om me in de gaten te kunnen houden. Ik werd door mijn leeftijdsgenoten voor uitdaagster, slet, verleider en arrogant versleten. De band met de meeste vrouwelijke leeftijdsgenoten is vanaf die tijd altijd slecht geweest. Ik had één vriendin die intelligent was (ik weet dat ze net als ik jurist is geworden!), maar met haar had ik een haat-liefdeverhouding. Vanuit het niets heeft ze mijn ketting van mijn nek gerukt, omdat ze het niet uit kon staan dat ik "goud" droeg (het was nep...). Ze vond mij ook al een snob, maar dat zei ze op een amicale manier.

In het bijzijn van mijn volledige klas werd door een docente opgemerkt dat ik de sterleerling van de school was. Ik heb geen last van bescheidenheid, maar het was een vergelijking die ik sneu vond: ik hoefde geen moeite te doen om alles te halen. Ik had overal achten en negens voor, het was geen verdienste. Het was wel weer een aanzet tot verslechtering van de band met mijn leeftijdsgenoten. Bij alles kreeg ik te horen "Ja, jij weet het toch wel", "Jij hoeft niets te doen", "Er is toch niets waar jij moeite mee hebt". Wederom werd ik vermeden. Het is niet omdat ik arrogant en onbenaderbaar ben, ik ben ook geen moeilijk iemand! Stigma's zijn alleen zo hardnekkig dat ik er niets tegen kon doen om het beeld te bestrijden.

Introductiedagen
Op de introductiedag van mijn volgende opleiding had ik een simpel strak t-shirt aan met een nette zwarte broek. Een pantalon, dus geen legging en geen soepbroek. Het werd die dag 25 graden. Bij indeling in groepen vroegen een paar vrouwelijke medestudentes "of ik het niet koud had". We gingen met onze groep op pad naar het centrum. Daar waren mijn groepsgenoten getuige van een raar tafereel. We werden op de voet gevolgd door een groep onbekenden. De seksueel getinte opmerkingen die onze kant op werden geslingerd, waren tegen mij gericht. Eén medestudente nam het voor me op. Ze vond het belachelijk en beledigend wat ik over me heen kreeg. De rest van de groep richtte zich tegen mij: ik had maar iets anders aan moeten doen. Ik zou het nog vaak te horen krijgen. Het liefst hadden ze me in een skipak gestopt.

Bij een tweede studie werd ik onbedoeld door een compliment buiten de groep geplaatst. De docente merkte op dat ik eruitzag als een echt Russisch meisje en dat ik dat als een compliment moest beschouwen, omdat Russische meiden mooi werden gevonden. Ik hoorde al om me heen "Huh, tsss..." en "Nou zeg, dat kun je toch niet maken?!"

Op de universiteit ben ik impliciet gaan maskeren door me als stil voor te doen terwijl ik het tegenovergestelde ben. Ik kreeg iedere keer conflicten als ik mijn van de meerderheid afwijkende visie gaf, omdat "agree to disagree" niet werd gerespecteerd

Ik heb evenwel nooit de behoefte gevoeld om erbij te horen. Ik ben geen pleaser, geen meeloper, ik wil er niet uitzien zoals de meesten, modetrends zijn voor mij onbelangrijk omdat ik een geheel eigen (klassieke) smaak heb. In alles. Meedoen en bij een clique horen is voor mij onbelangrijk. Ik wil alleen maar leuk contact/vriendschappen, liefst met mensen die motiverend zijn. Het kan mij niet druk of chaotisch genoeg zijn, maar ik voel me leeggezogen als iemand alleen maar alles in negatieve zin uitlegt. Helaas is dat in de meeste gevallen zo; mensen hebben de neiging om alles op zichzelf te betrekken/zich constant te vergelijken. 

Op de universiteit wordt het onderwijs gegeven volgens de "Probleemgestuurd Leren"-methode (PGL). Dat houdt in dat een vraagstelling bij iedere werkgroep centraal staat en dat deelvragen rond dit thema moeten worden beantwoord. De achterliggende gedachte is dat studenten zich actief in de achtergrond verdiepen. In de praktijk is het vragen en antwoorden van Studeersnel afdrukken en in de klas voorlezen, omdat het onderwijs al jaren letterlijk langs dezelfde lijnen verloopt. 

Ik hoefde ook op de universiteit niet te leren. In het beeld, dat redelijk intelligente mensen die op het Vwo niet veel moeite hebben gedaan, vastlopen omdat ze "moeten leren leren", herken ik me niet. In de trein las ik de voorgeschreven boeken. Ik kwam nooit in de bibliotheek en ik maakte geen huiswerk, omdat ik alles zo kon memoreren. Af en toe schreef ik mee op kladblaadjes, daarom werd ik gekscherend "die met die blaadjes" genoemd. In mijn eerste werkgroep van de bachelor werd me gevraagd of ik een fotografisch geheugen had. Eén medestudent sprak uit dat hij dacht dat ik het achterste puntje van mijn tong bewust niet liet zien. 

Hoe hij dat doorhad, weet ik niet. Ik ben impliciet gaan maskeren. In discussies benaderde ik een probleemstelling soms vanuit meerdere perspectieven. Gespreksleiders en werkgroepdocenten waren juist sterk gericht op het bereiken van eensgezindheid over een onderwerp. "Zijn we het er allemaal mee eens?", is de meest gestelde vraag in de werkgroepen op de universiteit. Ik was het bijna nooit met de rest van de groep eens en zei dat we best van mening mochten verschillen.

Toch was er in iedere werkgroep wel een medestudent die uit was op de confrontatie. Op de universiteit waren het de mannelijke medestudenten die het op de confrontatie aan lieten komen. Het dieptepunt was toen we echt ruzie kregen op het moment dat ik zei dat het Openbaar Ministerie niet namens het slachtoffer, maar namens de samenleving optreedt als openbaar aanklager. Mijn medestudent heeft vervolgens anderhalf uur ongeremd zitten zieken dat hij gelijk had als hij vond dat het OM in opdracht van een slachtoffer pleit. Ik zei "Nou, dan vind je dat toch lekker, jij je zin". Hij had zichzelf voor zak gezet en gaf mij daar de schuld van. Ik werd er door de werkgroepdocent op beoordeeld dat ik de dwarsligger was, omdat ik het nooit eens was met de meerderheid. 

Eén keer zat de gespreksleider bij handelsrecht constant op het verkeerde spoor door allerlei irrelevante vragen over waardepapieren te stellen. Ik zei er niets over omdat ik vond dat hij het zelf moest weten, maar toen ik een vraag kreeg zei eerlijk dat het anders in elkaar zat. "Hee, maar ik ben de gespreksleider!", was de beledigde reactie van de voorzitter. "Als je het zo goed weet, ga het zelf dan maar uitleggen".
"Is goed", zei ik. Ik pakte een stift en heb die zitting lesgegeven. Er werd eerst zachtjes gemompeld dat ik het lef had om naar voren te stappen. Vervolgens ontstond er interactie. Ik vond het leuk, dit was precies wat bij me paste: niet achterover leunen en wachten tot de vraag wordt toegeworpen, maar zelf uitleg geven. Het oordeel van de werkgroepdocent? "Ik kan jou niet peilen".

Ik zei uiteindelijk weinig en mengde me niet meer in discussies. Alleen als om mijn mening werd gevraagd, ventileerde ik die duidelijk. Door de expressie op mijn gezicht werd ik er toch altijd uitgepikt om mijn mening te geven, hoe stil en neutraal ik me ook probeerde op te stellen. Ik had alleen geen zin meer om mijn tijd te verdoen aan conflicten.

Een paar jaar geleden had ik in het ov een opvallende ontmoeting. Iemand vroeg mij vanuit het niets of ik het naar mijn zin had, daar waar ik me bevond in het leven. Ik vertelde haar over mijn ervaring met de universiteit. Ze zei "Het academische leven past niet bij je. Ik kan zo zien dat de mensen die je daar hebt ontmoet, niet bij jouw persoonlijkheid passen. Weet je dat je een heel open persoonlijkheid hebt?"

Ik weet nu waarom het zo vaak botste. Als ik mijn medestudenten en docenten buiten de werkgroepen tegenkwam, dan was het "Hee hallo, hoe is het ermee?!" en dan blablabla. Buiten de setting van de discussies waren er geen conflicten. In de setting van de discussie namen anderen aan dat ik vooruitliep op de zaken, dat ik de mening van anderen oninteressant vond en dat ik zo kon invullen wat een ander zou gaan zeggen. Dat laatste is deels waar, maar ik heb niet het oordeel gehad dat het oninteressant is wat anderen aandroegen. Die negatieve aannames hebben anderen vaak. Helaas durven mensen aannames opvallend weinig ter discussie te stellen. 


 








maandag 24 april 2023

Mythes over hoogbegaafdheid en hyperintelligentie [+ waarom hoogbegaafdheid totaal geen parallellen heeft met neurodiversiteit, zoals ASS en PDD]

 Nog altijd gaan mensen de fout in door hoogbegaafden en hyperintelligenten te typeren als "Perfectionistische mensen die hun eigen grootste vijand/criticus zijn". Als het over arbeid en het sollicitatieproces gaat, typeren mensen hoogintelligenten als "Mensen die zichzelf niet weten te verkopen", of "Mensen die niet uit weten te leggen wat hun kwaliteiten zijn".

Dat komt van mensen die intelligentie niet goed hebben begrepen. Natuurlijk zal er een groep bovenmatig kritische hoogbegaafden individuen zijn die zichzelf te laag inschat. Natuurlijk zullen er hoogbegaafden zijn die in sollicitatiegesprekken onhandig overkomen. Bovendien zijn sommige vragen voor meerdere uitleg vatbaar en hebben intelligente mensen meerdere expertises, wat door minder intelligente mensen niet op waarde wordt geschat, laat staan begrepen. Het kan ook zijn dat iemand zich, ongeacht het intelligentieniveau, niet zo "aantrekkelijk" weet te presenteren. De leus "Je moet jezelf verkopen" is bovendien nonsens die helemaal niet goed toepasbaar is in de meeste sectoren. 

Helaas werkt het zo dat mensen clichés gaan geloven. Door het bijna onuitroeibare geloof in clichés, worden mensen die als hoogbegaafd of hyperintelligent worden ingeschat door anderen, ook benadeeld door de toepassing van stereotyperingen:

"Je zit veel te vaak in je hoofd";
"Je bent vast alleen maar theoretisch ingesteld";
"Je denkt waarschijnlijk meer met je verstand dan met je gevoel";
"Je zult wel een bolleboos zijn en van blokken houden";
"Mensen die intelligent zijn, zijn snel verveeld";

"Hoogbegaafden zijn zo kritisch, dat ze hun eigen grootste vijand zijn";
"Hoogbegaafden vallen uit omdat ze ongemotiveerd zijn. Daardoor zakken echt intelligente personen meestal voor hun opleiding";
"Als hoogbegaafden op de universiteit komen, vallen ze uit, omdat ze niet gewend zijn om te moeten leren";
"Hyperintelligente mensen haten small talk"

Deze clichés zijn het gevolg van psychologie van de koude grond. Mensen hebben ooit bedacht dat er een onderscheid zou kunnen worden gemaakt tussen denken en voelen. In werkelijkheid is het proces van denken en voelen altijd een fijn gecoördineerd proces. Je kunt niet "in je hoofd zitten" en "niet in je hoofd zitten". Door pseudowetenschap is het beeld ontstaan dat mensen zichzelf los kunnen koppelen van wat er in hun hersenen omgaat, maar een dergelijk proces bestaat niet.

Als intelligentie gepaard gaat met een behoefte aan ontdekken en verschillende interesses, dan houdt dat niet in dat hyperintelligente mensen er per definitie behoefte aan hebben om in de boeken te zitten. Dat is een stoffig stereotype. Hyperintelligente mensen kunnen juist de neiging hebben om ideeën met anderen te bespreken.

Bij hoge begaafdheid komt vaker een actief levenspatroon voor, dit gaat gepaard met activiteitendrang en waardering voor het uitwisselen van ervaringen. Small talk wordt niet geschuwd, het verschil is dat bij zeer intelligente mensen de interesse er niet is om voortdurend over het weer te klagen, roddels uit  te wisselen en over entertainment te praten. 

Het is waar dat hyperintelligente mensen en hoogbegaafden snel verveeld kunnen zijn, maar de lijn wordt zo doorgetrokken, dat de indruk wordt gewekt dat werkelijk iedere werkzaamheid of activiteit als vervelend wordt ervaren. Tegen dit vooroordeel kan niet worden opgebokst. Recruiters en mensen die de sollicitaties beoordelen zijn op voorhand zó overtuigd dat een intelligent persoon zich zal gaan vervelen, dat er geen kansen worden geboden. Dat een functie kan worden gezien als een mogelijkheid om door te stromen of er expertise bij te krijgen, wordt miskend door sollicitatiecommissies, die het liever zo veilig mogelijk spelen door een kandidaat aan te nemen die zij als minder intelligent inschatten. 

De ongemotiveerdheid van hyperintelligente en hoogbegaafde mensen in het onderwijs heeft zeker een kern van waarheid, ware het niet dat de gevolgtrekking niet juist is: "Hoogbegaafde mensen zakken meestal voor hun opleiding" en "Hoogbegaafde mensen vallen uit op de universiteit, omdat ze ineens moeten leren". Het kan zijn dat sommige hyperintelligente mensen uitvallen wegens gebrek aan motivatie, als ze echt weigeren om nog iets te doen. Toch is het zo dat het halen van de vakken en het slagen voor de opleiding niet veel moeite kost. 

Ik kan mezelf als voorbeeld nemen. Ik ben met weinig motivatie op het voortgezet onderwijs begonnen. Als sinds mijn vierde kreeg ik van de school te horen dat ik hoogbegaafd was. Ik werd aangemeld bij Pharos, Stichting IQ+, die de school adviseerde dat mij moeilijker onderwijs moest worden geboden. De school zegde dat toe, maar heeft het nooit in praktijk gebracht. Na jaren van gebrek aan motivatie en weerzin tegen het onderwijs, heb ik letterlijk niets meer gedaan vanaf mijn 10e. Zo werd ik na het maken van de Cito-toets op vmbo-niveau ingeschat.

Op het voortgezet onderwijs was ik niet bijzonder gemotiveerd, maar ik had grote interesse in vakken als natuurkunde en biologie. Bij kunst (en kunstgeschiedenis) was ik blij dat ik de ruimte kreeg om mijn eigen opdrachten uit te voeren. Ik haalde ik alleen maar negens voor alle vakken, met een paar afgeronde tienen. Ik heb het geluk gehad dat ik docenten heb gehad die de "gok" aandurfden om mij te bevorderen. Ik heb de boeken van 2 tot en met 6 Vwo aan moeten schaffen en heb mezelf in 10 maanden alles bijgebracht. Ik heb zelfs nog anderhalve maand vertraging opgelopen omdat ik een zware operatie moest ondergaan. De school wilde er geen druk achter zetten. Mijn mentor zei nog "Het is niet erg als je een paar vakken over moet doen". Ik heb alles in die 10 maanden gehaald.

Ik herken me niet in het beeld dat de universiteit vies tegenvalt, omdat intelligente mensen voor het eerst "moeten leren leren". Voor mij is dat een vreemde voorstelling van zaken. Ik heb ook op de universiteit weinig moeite hoeven doen om de vakken te halen. Natuurlijk moest ik naar de hoorcolleges en werkgroepen met aanwezigheidsplicht (een fenomeen van het kinderlijke "Probleemgestuurd Leren" op bijna alle Nederlandse universiteiten). Bij die verplichte hoorcolleges verveelde ik me stierlijk doordat de meeste professoren oude PowerPoints voorlazen, teksten uit het boek oplepelden, niet voor interactie zorgden en al helemaal niet in onderwijsontwikkeling investeerden. Alleen bij neuroscience heb ik een leuke tijd gehad. Dat was wel echt een interessante studie met een professor met jarenlange ervaring in het vak, afwisseling van hoorcolleges met practica en een schat aan praktijkvoorbeelden. 

Ik deed op de universiteit niet aan leren. Blokken/repeteren of nachtenlang lezen heeft helemaal geen zin. Ik las mijn boeken onderweg in de trein en plakte stickers bij wat ik relevant vond. Dat was voor mij genoeg. Af en toe schreef ik relevante stukken op losse blaadjes, iets waar mijn studiegenoten zich over verbaasden. Ik werd gekscherend "Die met die blaadjes" genoemd.

Dat ik mezelf ertoe zou hebben moeten aanzetten om te leren, is totaal niet het geval. De overgang van Atheneum naar de universiteit is voor mij dan ook vlekkeloos verlopen. Dat ik mijn belangrijkste studie niet als uitdagend heb ervaren door het gebrek aan inspiratie vanuit de organisatie, is een ander verhaal.

Dat "intelligente mensen moeten leren leren" miskent dat hoogbegaafde en hyperintelligente mensen vaak weinig moeite hoeven te doen om iets nieuws onder de knie te krijgen. Dat kan op andere manieren dan hoe de meeste mensen zich dat voorstellen: niet door te zitten en de lessen aan te horen, maar door zelf te proberen, of erover te schrijven of te tekenen. Het heeft veel meer te maken met de wijze van internalisering, dan met dat zogenaamde "leren leren". 

Hoogbegaafdheid is géén neurodiversiteit. De verschillen met bijvoorbeeld ASS (autisme) zijn duidelijk
Jeugdpsychologen hebben de neiging om hoogbegaafdheid verkeerd in te schatten of te problematiseren. Van alles wordt geopperd als leerlingen vastlopen in het schoolsysteem door intense verveling en conflicten die worden veroorzaakt door docenten die alles als "laks" of "onwelwillendheid" bestempelen.

Een heel foute aanname van psychologen die niet geschikt zijn voor de materie, is dat hoogbegaafdheid en autisme spectrum stoornissen (PDD-NOS, klassiek autisme, Asperger) overeenkomsten vertonen. Er bestaat niet zoiets als "een beetje autistisch zijn", dus een hoogbegaafde heeft óf een ASS, of niet. ASS mag dan wel een spectrum zijn, er zijn enkele grote overeenkomsten tussen mensen die zich binnen dit spectrum bevinden die een uitsluitend-HB'er niet heeft. Dat is van wezenlijk belang voor het duiden van het functioneren en het plaatsen van een HB'er in een (gespreks)groep met gelijkgestemden.

Het is geen waardeoordeel van mijn kant. Mensen met autisme die ik heb gesproken vinden het kwetsend als anderen autisme bagatelliseren door te stellen dat iedereen "een beetje autistische trekjes" heeft. Hoewel ik niet wil en kan generaliseren, weet ik van een jongvolwassen man uit mijn omgeving (dit is anekdotisch bewijs) dat PDD-NOS het erg moeilijk kan maken om met onverwachte gebeurtenissen, maar ook met slechte intenties van anderen om te gaan. Ook zijn er normaal- tot hoogintelligente ASS'ers die heel specifieke fobieën hebben die het dagelijks leven beperken.

Ik heb op de universiteit een extreem intelligente supervisor, enkele werkgroepdocenten en medestudenten gehad met ASS (wederom anekdotisch bewijs) en voor mij was het moeizaam om met eerstgenoemde om te gaan, omdat hij niet flexibel kon communiceren en beeldspraak letterlijk opvatte. Hij heeft bij een onverwachte situatie staan fladderen en stampen omdat hij last kreeg van overprikkeling. Ik moest mijn vragen gaan nummeren en hij vond het onduidelijk als er in een vraag voorwaarden werden gesteld ("of", "of"). Ik wist hoe ik rekening met hem kon houden, maar het was geen flexibiliteit en wederkerigheid. Dat was voor mij tekenend voor het verschil tussen HB zónder en HB mét ASS.

Weliswaar zijn er autistische mensen met hoogbegaafdheid, maar de verschillen tussen HB zonder autisme en ASS zijn behoorlijk duidelijk.

Rekening houdend met de sensitiviteit van het onderwerp "neurodivergentie" en zonder te ontkomen aan enige generalisering: autisme en andere vormen van neurodiversiteit hebben typische kenmerken die juíst niet voorkomen bij hoogbegaafdheid:

- Moeite met sociale cues en het op waarde schatten van andermans intenties;
- Een soort "naïviteit" die niet bij de intelligentie van de persoon past;
- Weinig variatie in intonatie en mimiek;
- Moeite met double entendres en beeldspraak;
- Grote moeite met sarcasme: ook als mensen met autisme zichzelf vaardig vinden in het "lezen" van sarcasme, kunnen zij grappen heel letterlijk uitleggen;
- De "professor" zijn op het gebied van beperkte onderwerpen met een sterke focus;
- Moeite met subtiele communicatie;
- Moeite met flexibiliteit, bijvoorbeeld schakelen tussen activiteiten, maar vasthouden aan plichten, plechtigheid en planmatigheid. De spontaniteit kan ontbreken;
- Vasthouden aan patronen of rituelen;
- Onbewust onconventionele of excentrieke gewoonten hebben of onconventioneel handelen (anderen kunnen denken dat iemand graag botte opmerkingen maakt of lak heeft aan de sociale normen). Dit is totaal anders dan bewuste non-conformiteit.

Zo heeft een hoogbegaafde géén problemen met prikkelverwerking, het aanvoelen van intenties, het "lezen" en juist interpreteren van lichaamstaal en intonatie, het begrijpen van beeldspraak, het gebruik van intonatie, het afwisselen van interesses en het verleggen van de focus. HB'ers kennen geen rituelen die nodig zijn om het leven behapbaar te maken.

Ik neem mezelf als voorbeeld. Ik heb als kind ADHD- en autismetests af moeten leggen bij een speltherapeut en de aan hem verbonden psychologe. Omdat ik de speltherapeut niet mocht en hem in mijn ogen als een stokoude man zag waar ik geen binding mee kreeg, weigerde ik spelletjes bij hem te doen. Hij bleek om die reden te hebben gerapporteerd dat ik zwaar was mishandeld en zo gehandicapt was, dat ik nooit voor mezelf zou kunnen zorgen. Hij heeft ook ernstig gefraudeerd en zijn wijze van rapporteren had met die fraudezaak te maken. CZ heeft geen onderzoek meer ingesteld, omdat de zaak na mijn 18e pas aan het licht kwam. Het gevolg was wel dat ik door de onzinvragenlijsten en - onderzoeken ben geleid. Het is een verdienmodel, die psychologie.

Ik scoorde extreem laag op de autismetests, 4 punten op een schaal van 60. De meeste mensen zitten tussen de 10 en de 20. Ik kreeg sociale situaties voorgelegd, mijn ouders werden "geïnterviewd" om een compleet beeld te krijgen en ik moest vragen beantwoorden over focus en prikkelverwerking. Deze vragenlijsten zijn ongeveer rond mijn 16e nog een keer voorgelegd, in de versie voor adolescenten. Wederom kwam eruit dat ik géén overeenkomsten heb met ASS. Hoogbegaafdheid was wel geopperd, maar er was geen psycholoog gespecialiseerd in HB.

Wat maakte zo evident dat ik als HB'er géén ASS-overeenkomsten heb?

- Ik ben gericht op het lezen van ogen, mimiek en houding. Wat mijn hoogbegaafdheid voor het eerst uitdrukte, was dat ik met 5 maanden begon te praten en sterk was in communicatie;

- Als kind was ik nooit "de kleine professor" die met formeel taalgebruik aan kwam, ik werd gezien als een volwassen gesprekspartner die alles begreep van het sociale leven en mensen goed aanvoelde;

- Mijn juiste inschatting van intenties van anderen is een aangeboren iets. Ik ken geen naïviteit. "Double entendres" zijn voor mij geen verwarrende stijlfiguren;

- Ik heb vele interesses, maar niet één interesse. Ik heb ook geen obsessie met één interesse en ben niet geneigd tot het verzamelen van feitelijke informatie;

- Ik heb geen moeite met schakelen. Ik heb geen sterke focus die me de omgeving en tijd doet vergeten. Ik plan ook nooit iets, omdat ik altijd alles heb onthouden en geen stappen hoef te nemen om iets uit te voeren;

- Doordat ik bijna nooit gelijkgestemden (andere hyperintelligente of HB-mensen) heb ontmoet, is de diepgang in mijn sociale contacten langdurig onvolwaardig geweest. Dat is iets anders dan sociale cues niet aanvoelen;

- Als ik een ander hyperintelligent iemand/een andere hoogbegaafde ontmoet, dan kunnen we écht uren kletsen alsof we elkaar altijd hebben gekend. De snelheid, de associaties, niet alles hoeven uitleggen, maakt dat het voelt alsof ik mijn familie heb gevonden;

- Ik geef niet om sociale conventies, maar dat is omdat ik zie waarom mensen vastzitten in hun patronen en de vanzelfsprekendheid daarvan niet zomaar aanneem. Dat is iets anders dan sociale conventies niet doorhebben;

- Ik voel het aan wanneer de gesprekspartner zich verveelt of iets niet begrijpt en heb niet de neiging om in een gesprek feiten op te sommen/een stortvloed aan informatie te geven;

- Onverwachte situaties en plotselinge sociale contacten zijn voor mij aangenaam, ik heb geen moeite met aanpassing aan het onverwachte;

- Ik ken geen fobieën en rituelen;

- Overprikkeling bestaat voor mij niet. Ik filter automatisch de prikkels die binnenkomen. Zo heb ik geen moeite met geluid, licht, smaak, tast of aanraking, ook niet als het onverwacht is;

- Ik ben niet verzonken in een innerlijke wereld. In mij gaan altijd ideeën rond, maar ik ben me volledig bewust van en gericht op mijn omgeving;

- Dat ik mensen in het openbaar niet meer aankijk, is een bewuste keuze. Ik word sinds mijn 8e (prepuberteit met volledige ontwikkeling) geseksualiseerd en sinds mijn 12e lastiggevallen door mannen. Ik word vanaf kinderleeftijd "geil koppie", "dikke tieten", "geil wijf" genoemd en belaagd door volwassen mannen, waaronder oudere mannen die me letterlijk vroegen om Lolita voor ze te spelen. Niet omdat ik er naïef uitzie, maar omdat ik Oost-Europees ben en daardoor als stereotype Russin/Oekraïense word gezien.

Ik heb geen zin om me nog vaker te moeten verdedigen omdat ik niet vogelvrij wens te worden verklaard door simpelweg de straat te betreden. Het is niet zo dat oogcontact voor mij prikkelend werkt. Integendeel. Ik houd heel erg van oogcontact met mensen die ik intuïtief vertrouw. Ook kijk ik graag naar ogen en mimiek.

Om een kort verhaal lang te maken: het is duidelijk dat ik als HB'er kan concluderen dat de grootste verschillen met neurodiversiteit zoals ASS zijn, dat ik geen moeite heb met focus verleggen/flexibiliteit, prikkels, onverwachte situaties, intenties, sociale cues en leven zonder planning.



zondag 5 maart 2023

De stigma's rond (hoog)begaafdheid: ze zijn niet waar, maar wel nadelig

Hoogbegaafdheid, hoge intelligentie, of begaafdheid: het zijn geen synoniemen. Het is zonder eenduidige test of betrouwbare testresultaten ook moeilijk om te definiëren of sprake is van "normale" begaafdheid, een hoog IQ, of hogere begaafdheid.

Het gaat mij niet zozeer om het onderscheid, al geef ik er zelf de voorkeur aan om van hogere intelligentie te spreken. Het begint er al mee dat hoogbegaafden niet van zichzelf zeggen dat ze hoogbegaafd zijn, of dat ze het niet onderkennen omdat ze zich er zélf niet bewust van zijn. De meeste mensen dénken dat hoogbegaafdheid heeft te maken met hoe goed iemand het academisch doet. Hoewel de universiteit vaak makkelijk is voor hoogbegaafden omdat ze niet hoeven te studeren om iets door te hebben (ik heb zélf in grote mate een fotografisch geheugen, dus ik hoefde nooit te leren), heeft hoogbegaafdheid betrekking op iets anders: 

- een scherper soort bewustzijn;
- anderen doorhebben/de intenties van anderen aanvoelen;
- een groot vermogen om te anticiperen;
- informatie op de juiste manier kunnen selecteren en interpreteren (hoogbegaafden zijn efficiënte zoekers!) ;
- het zichzelf kunnen verplaatsen in het perspectief van een ander;
- sociale behoeften aanvoelen;
- snel schakelen en meerdere oplossingen zien voor een complex vraagstuk;
- motorische, ritmische en muzikale begaafdheid die samenhangen met het vermogen om op gevoel te navigeren.

Is het relevant om hoogbegaafdheid te bespreken? Wat mij betreft wel degelijk. Het gaat om de perceptie van ánderen. Op hogere begaafdheid rusten tot op heden stigma's die niet alleen onjuist zijn, maar het leven van de hoger begaafde persoon ook kunnen bemoeilijken. Die stigma's blijken veelgehoorde stigma's te zijn.

De stigma's: hoogbegaafdheid als ontwikkelingsstoornis (??!!)
Het hardnekkigste stigma is dat hoogbegaafdheid een ontwikkelingsstoornis zou zijn. Er wordt wel gesproken van neurodiversiteit, of een pervasieve ontwikkelingsstoornis. De hoger begaafde zou psychosociale problematiek ontwikkelen vanuit aanleg.

Geen aansluiting vinden is niet het resultaat van een sociaal-emotionele achterstand of "scheefgroei"
Begaafdheid is géén psychosociale afwijking. Kinderen kunnen geregeld geen aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten, maar dit is niet vanwege een sociaal-emotionele achterstand bij leeftijdsgenoten. De sociale ontwikkeling kan bij een begaafd kind voorlopen op die van leeftijdsgenoten, dat betekent niet dat er sprake is van scheefgroei tussen cognitie en sociaal functioneren.
Sterker nog: hoger begaafde kinderen tonen vaak een feilloos gevoel voor andermans emoties en intenties. Docenten en observanten spreken wel van "antennes" voor het aanvoelen van anderen. 

Wat betreft het cognitieve aspect van het sociale functioneren, kan de verbreding van onderwerpen en interesses groot zijn bij hoger begaafde kinderen. Kinderen die dit niet hebben, zullen de onderwerpen of de verdieping in thema's die hoger begaafde kinderen bezighouden, niet altijd begrijpen. Het kan gaan om abstracte thema's, zoals levensvragen, maar ook om de zoektocht naar het "waarom" achter iets. Het leggen van verbanden is niet iets dat alle kinderen op zeer jonge leeftijd bezighoudt, maar typisch is voor hoger begaafde kinderen.

Je moet je maar aanpassen/ga maar normaal doen
Mensen die het niet hebben begrepen, denken dat de hoger begaafde behoefte heeft aan een speciale positie. "Je moet je maar aanpassen", wordt ook wel gezegd als er afgunst in het spel is, of als mensen denken dat een hoger begaafde een voorkeursbehandeling krijgt.

"Normaal doen" impliceert dat de hoger begaafde zich moeten aanpassen aan het algemene niveau van de (leeftijds)groep. Voor geen enkel kind én voor geen enkele volwassene is het goed om op een lager of te hoog niveau te moeten functioneren. De kwaliteit van persoonlijke relaties, de emotionele verdieping, wordt niet beter door aanpassing. Communicatieniveau én intelligentie zijn belangrijke, m.i. nog altijd schromelijk onderschatte aspecten van het sociaal functioneren. Intelligentie slaat niet slechts op de harde cognitie, maar op het fijne samenspel van cognitie en het vermogen om anderen in te schatten en hun emoties aan te voelen.

Het cliché "hoogbegaafden hebben een laag "Emotioneel Quotiënt" " is een niet-bestaand stigma
Nog zo'n stigma dat letterlijk op niets is gebaseerd, is dat hoger begaafden weliswaar een hoog IQ hebben, maar vaak een laag EQ tonen.

De droge materie is dat een EQ in de wetenschap duidt op hersengroei, dus niets met emotioneel functioneren in psychologisch opzicht heeft te maken. Bovendien bestaat de tweedeling tussen een IQ en emotioneel functioneren niet zoals deze wordt gepresenteerd.

Een hoog IQ houdt geen verband met laag emotioneel functioneren. Andersom impliceert een laag IQ niet dat minder intelligente mensen sociaal-emotioneel beter functioneren. Het stigma is in het leven geroepen als troost voor mensen die denken een lager IQ te moeten compenseren. Het is een bodemloze vergelijking.

Waarom ik hierover schrijf

Ondanks een geboorte met een hartstilstand, een maag vol vuil vruchtwater en een navelstreng die drie keer om mijn nek gedraaid zat, was ik op mijn geboortedag een luidruchtig kind dat al begon met kruipen. Ik werd iedere keer op mijn plaats teruggelegd in de couveuse, om mezelf weer een weg naar boven te banen. Met 5 maanden leerde ik tegen mijn moeders moeder praten. Met 10 maanden had ik een flinke woordenschat. Moeilijke woorden zoals "kaarten" en "jongen" waren de eerste uitbreidingen van mijn woordenschat. Ik lag altijd te kijken hoe mijn moeder en oma tegen mij aan het praten waren.

Heel typerend voor mij was dat ik gevoelig was voor de stemmingen en intenties van mensen. Ik kon schaterlachen als ik iemand leuk vond en gaf het aan als ik iemand niet vertrouwde. Dat lijkt niet bijzonder, maar ik heb het meerdere keren feilloos aangevoeld als iemand écht niet te vertrouwen was of dat iemand in de problemen zat. Als kleuter heb ik mijn ouders gewaarschuwd voor een buurvrouw; ik zei dat er iets mis was met haar. Toen ze flessen wijn over de heg op ons terras begon te smijten en de tuin onder smeerde met haar vuiligheid, wist ik dat mijn voorgevoel juist was. Een andere keer heb ik gewaarschuwd dat het met iemand verkeerd ging. Ik was net zes geworden en voelde dat een buurman problemen had. Dat was niet op het eerste gezicht te merken, want hij had net promotie gemaakt. Hij bleek een alcoholist te zijn, dat kwam aan het licht toen hij een zwaar hartinfarct kreeg.

Ik leerde mezelf schrijven toen ik 3 jaar was. Toen ik naar de basisschool ging, vond ik het vanzelfsprekend om te kunnen lezen, schrijven en Engelse woorden te herkennen. Mijn kleuterjuf kwam bij mijn moeder aan met "Weet je dat jouw kind in het Engels heeft geschreven??!!". Wij kregen in groep 1/2 nog geen les. Er werd niets gedaan om lees- en schrijfvaardigheid te stimuleren. In plaats daarvan moesten we de hele dag spelen. Ik verveelde me te pletter.

Er werd gerapporteerd dat ik niet met andere kinderen speelde. Dat is logisch, want ik had niets met de poppenhoek, het kassaatje of de zandbak in de klas. Ik hield niet van de verplichte knip- en plakopdrachten en maakte me er gemakkelijk vanaf. Als kind had ik het helemaal niet moeilijk met vrienden maken, alleen zaten ze niet bij me in de klas. Ik was wel vanaf dag 1 met jongens uit mijn klas aan het praten. Ik was altijd aan het praten. Terwijl de kinderen op hun eerste schooldag aan het janken waren toen ze werden uitgezwaaid door hun moeder, had ik het te druk met kletsen met een jongen naast me. Ik ging toen graag met mijn beste vrienden om. Ik zag zelfs niet dat het bij mijn beste vriend thuis smerig was, zo smerig dat ik onder de ringworm kwam te zitten. Zijn moeder kon het niet bolwerken, maar ik vond ze zo aardig dat ik van de stank in huis niet eens iets gemerkt heb.

Verveling op school: van vrolijke grappenmaker naar teruggetrokken, onderpresterend kind

De verveling op school maakte van mij een teruggetrokken kind, terwijl ik tot dan toe altijd één en al vrolijkheid was. Het bijna altijd lachende kind, de grappenmaker, de gangmaker, zag ertegenop om de dagen op school door te moeten komen. Bij de verplichte tekenopdrachten werd mijn werk steeds slechter, tot ik alleen nog maar kraswerk afleverde. Ik botste ondertussen met mijn docente, omdat ze totaal niet met kinderen om kon gaan en altijd chagrijnig was. Ze snapte niets van me, had ze tegen mijn moeder gezegd. Ze dacht zelfs dat ik over paranormale vermogens beschikte, omdat ik wist aan te wijzen waar ze iets was verloren dat ik niet eerder had gezien en ook niet kon kennen en schijnbaar iemands aanwezigheid kon voelen zonder diegene gezien te hebben. De adjunct-directeur, een man met mensenkennis, vermoedde dat ik hoogbegaafd was. Hij verwees mijn ouders door naar Pharos.

Er werd al die jaren geopperd om moeilijker werk aan te bieden, maar het bleef bij mooie plannen. Toen ik bijna 10 jaar was, wilde ik stoppen met school. Ik deed gewoon niets meer. Mijn leeftijdsgenoten hadden het druk met wie er tot het populairste groepje hoorde en wie zich in het groepje binnen mocht slijmen, of ze deden hun best om bij het quasi-braafste groepje te horen. Ik vond het maar een armoedig gedoe, de strijd om bij een groepje te horen. Ouders slijmden zich ondertussen een weg naar het geweten van de docent om hun kind te laten voorsorteren op het vwo-advies, ook als duidelijk was dat het kind dat nooit aan zou kunnen. Ik had een paar klasgenoten met wie ik het heel goed kon vinden, maar ik had niets gemeen met de interesses van de meeste leeftijdsgenoten.

Ik dacht op de universiteit op mijn plaats te zijn, maar daar was het schoolse systeem van "huiswerk voorlezen" allesbehalve uitdagend. Er was helemaal geen tijd voor discussie, alles werd gekneed in een mal van voorgeschreven antwoorden. Andere perspectieven werden meestal niet op prijs gesteld, het moest zoals in het antwoordmodel c.q. de docenteninstructie. De tutoren konden daar ook echt niets aan doen, die kregen op de maandag voorafgaand aan het blok een instructie in handen gedrukt en moesten zelf de lesstof maar lezen. Ik ging, op een paar keer een verkenning na, niet meer naar de niet-verplichte hoorcolleges, omdat ik zo kon playbacken wat de docent ging bespreken. Als ik de boeken onderweg in de trein had gelezen en de slides had bekeken, kon ik letterlijk voorspellen wat tijdens het college zou worden gezegd.

Stigma's bij het solliciteren: "Zonde van jouw capaciteiten"
Pas bij sollicitaties in het hogere segment kreeg ik opnieuw met de stigma's rond hoogbegaafdheid te maken. Aarzelend werd me gevraagd of ik......"misschien erg intelligent was?". Als het onderwerp eenmaal was aangesneden, sprong het over naar "als je hoogbegaafd bent, dan ga je je hier misschien vervelen". Met stages ging het ook zo, al had dat te maken met de subsidiëring van traineeships en stages: er werd mij gevraagd of ik zeker wist dat ik de studie in één keer zou halen. Ik bevestigde dat en hoorde dat de werkgever zeker moest weten dat ik gedurende 10 maanden in de Masteropleiding zou blijven, omdat de bekostiging van de stage door het Rijk anders zou vervallen. Ik opperde om dan een vak open te laten staan, maar dat vond de commissie zonde. Er werd iemand aangenomen die was gezakt voor zijn Master strafrecht.

Bij een sollicitatie voor een baan in de zorgsector werd ik gebeld met de mededeling dat het zonde was van mijn opleiding en mijn intelligentie. Recent kreeg ik nog te horen dat "ik veel meer te bieden had dan het werken met mensen mij zou kunnen geven". Ik heb weliswaar beschreven hoe ik mij verveelde op de basisschool. Die situatie is echter totaal anders: op de basisschool ging het om de hele dag verplicht zitten niksen, in het werk gaat het om dynamische situaties waarin contact met mensen mogelijk is. Dat is niet vergelijkbaar.

Niemand heeft er oog voor dat ik zelf waarden heb waar ik me voor in wil zetten. Wat ik belangrijk vind in het leven, warm contact en het communiceren over menselijke behoeften, hulpvragen en oplossingen, wordt volledig aan de kant geschoven omdat intellectueel werk als het hoogste goed wordt beschouwd. Dat ik het zélf leuk zou kunnen vinden om met mensen te werken, is kennelijk niet relevant voor ze.

Wat recruiters en leden van een sollicitatiecommissie feitelijk zeggen, is: "We geven je geen kans. Wij denken dat jij je gaat vervelen, dus kunnen we je beter afwijzen". Dat is een stigma waar ik niet tegenop kan, omdat een eenmaal gevormde gedachte bij de ander maar lastig is te weerleggen, helemaal als deze telefonisch en niet op de man af wordt geuit. 

Wat wel waar kan zijn: eenzaamheid
Eenzaamheid is een onbegrepen thema. Niemand heeft iets aan dooddoeners zoals 'Je kunt met heel veel mensen om je heen nog eenzaam zijn', of: 'Als je alleen bent, hoef je niet eenzaam te zijn'.

Als je er alleen voor staat is het in absolute zin eenzaam, maar ik wil vertellen wat de essentie van eenzaamheid is. Voor mij is eenzaamheid 'het missen van iemand om gelijkwaardig contact mee te hebben'. Dan gaat het er níet om dat de gespreksstof tussen twee gelijkwaardige mensen alleen maar moeilijke onderwerpen betreft. Intelligentie is zeker belangrijk bij gelijkwaardigheid. Het is slechts één van de parameters die staan voor gelijkwaardigheid. Ik kan het ook duiden als 'van een gelijkwaardig niveau zijn'. Om waardevol menselijk contact te hebben, is het belangrijk om elkaar aan te voelen. Als twee mensen van een totaal verschillend niveau van communiceren zijn en elkaar niet goed aanvoelen, dan heeft het contact waarschijnlijk niet veel waarde.

Goedbedoelde nutteloze adviezen om eenzaamheid te bestrijden zijn: "Maak vrienden, ga vrijwilligerswerk doen bij een soos, ga eten rondbrengen bij ouderen", enz. Daarmee wordt miskend dat eenzaamheid verweven is met de behoefte aan gelijkwaardig menselijk contact. Als je iemand met hoge intelligentie aan de lopende band zet of in een groep met alleen maar laag intelligente mensen plaatst, dan wordt niets gedaan met de behoefte aan gelijkwaardig contact. En "Maak zo snel mogelijk vrienden" gaat volledig voorbij aan het intieme element van echte vriendschap. Echte vrienden liggen niet voor het oprapen.

Die eenzaamheid die bij hoger begaafden vaak voorkomt, is enerzijds het gevolg van stigmatisering en anderzijds het gevolg van het ontbreken van mensen van een gelijkwaardig niveau van functioneren en communiceren. Hogere intelligentie wordt nog altijd "eng" of afstandelijk gevonden. En in een groep met mensen die de waan van de dag het belangrijkst vinden, die graag praten over andere mensen of altijd klagen over van alles en nog wat, is het eenzaam.

Kortom
Ik zeg niet van mezelf dat ik hoger begaafd ben. Niet uit bescheidenheid, maar omdat ik er nooit echt een oordeel over heb gehad. Pas toen de stigma's voor mij duidelijk werden (concreet: om tijdens sollicitaties de vraag te krijgen "Als je hoogbegaafd bent, ga je je dan niet vervelen hier?"), vond ik het nodig om deze ter discussie te stellen.

Hogere begaafdheid is géén ontwikkelingsstoornis. Het is geen sociaal-emotionele achterstand of scheefgroei. Een gebrek aan aansluiting bij leeftijdsgenoten houdt in dat er een gebrek is aan mensen die op hetzelfde niveau functioneren; niet dat de sociaal-emotionele vaardigheden minder ontwikkeld zouden zijn. Aanpassing aan het niveau van de ander leidt niet tot beter sociaal functioneren en ook niet tot een verdieping van de emotionele banden. Een lager intelligent persoon heeft er ook geen baat bij om op z'n tenen te moeten lopen om zich aan te passen aan een hoger intelligent persoon.