Posts tonen met het label intelligentie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label intelligentie. Alle posts tonen

zondag 24 december 2023

Overzicht: mijn berichten over hoogbegaafdheid van 2023

Inleiding
Na de dood van mijn moeder, eerder dit jaar, toen ik er compleet alleen voor ben komen te staan, heb ik besloten om openlijk te schrijven over "taboe"-onderwerpen als eenzaamheid, hoogbegaafdheid, ongelukkig zijn, afgunst door leeftijdsgenoten en stalking/belaging. Deze berichten heb ik geschreven om in onderlinge samenhang met elkaar te worden gelezen, omdat ieder onderwerp ingrijpt op het andere onderwerp.

Ik ben geen slachtoffer. Ik ben geen kwetsbaar iemand
Ik ben sterker dan de meeste mensen. Nog nooit van mijn leven heb ik last gehad van overspannenheid, labiliteit of wisselvalligheid, hoewel de omstandigheden vanaf jonge leeftijd daar genoeg aanleiding toe gaven (als je moeder al op jonge leeftijd kanker krijgt, je als gezin met z'n tweeën door iedereen in de steek wordt gelaten, in de armoedeval wordt getrapt en je moeder in totaal 5 keer met verschillende primaire tumoren te maken krijgt).

Ik hoef geen tegenwerpingen of weerleggingen te horen. Om mij te begrijpen, moet je goed luisteren, lezen en géén aannames of clichés delen. Hoogbegaafdheid, afgunst van vrouwelijke leeftijdsgenoten, uitsluiting en eenzaamheid ten gevolge van die factoren vormen de rode draad in mijn leven. Ik merk dat het vooral taboe is dat ik ongelukkig ben zónder psychisch lijden te hebben. De gedachte dat er omstandigheden zijn waar iemand geen invloed op heeft, vinden mensen confronterend. Ze kunnen het niet mooipraten, "fixen" of weerleggen.

Contact met hoogbegaafden: nooit hoogdravend, wel eerlijk en empathisch
Ik heb recentelijk intensiever contact gekregen met hoogbegaafden en ik vind het een opluchting. Mensen die écht intelligent zijn, hechten geen waarde aan hoogdravend contact. Het is nooit saai, praten gaat als een vuurpijl met mensen die snel schakelen en ideeën hebben. We praten niet over theorieën, maar over het leven. We hoeven elkaar niet alles uit te leggen, omdat hoogbegaafden goed zijn in begrijpend luisteren. Ik heb het nog niet meegemaakt dat iemand gehinderd werd door een ego of dat projectie een goed, persoonlijk gesprek in de weg zat. Hoogbegaafden en intelligente mensen zijn niet van het "emotionaliseren" van alles.

Minder intelligente mensen zijn snel om alles beledigd omdat ze overal een persoonlijke aanval in zien. Ik kan dat verschil goed voelen, omdat ik vaak met gemiddeld of minder intelligente mensen te maken heb. In hun argumentatie zijn die mensen ook heel erg clichématig en van het drogredeneren. Ze luisteren niet goed. Ik merk dat begaafdheid daarentegen een sterke focus op empathie heeft. Hoogbegaafden zien wat voor consequenties er voor een ander zijn. Juist dát vind ik een verademing.

Waarom hoogbegaafden vaak niet eens dénken aan hun begaafdheid
Zoals de meeste HB'ers en hoogintelligente mensen, heb ik jarenlang niet openlijk gesproken over mijn begaafdheid. Niet omdat ik me ervoor schaamde of niet op wilde vallen, maar omdat ik dacht dat het niet relevant was én omdat ik er niet vaak bij stilstond. Ik was het opeens zat om met stigma's te maken te hebben. Toen ik voor de zoveelste keer hoorde "Je zult je vast snel vervelen" en "Moet je je verwachtingen van ánderen niet bijstellen?", besloot ik korte metten te maken met de ongefundeerde aannames over intelligentie en hoogbegaafdheid.

In de loop van 2023 heb ik me vrijelijk leeg laten lopen over hoogbegaafdheid en ik beperk me er ook toe om het daarbij te houden, want ik houd niet van een vastgelopen plaat.

Dit is het resultaat. Ik heb een aparte berichtenreeks over eenzaamheid in relatie tot hoogbegaafdheid, waarin ik alle misvattingen bestrijd. In onderstaande zestal berichten wordt het onderwerp eenzaamheid en scheve verhoudingen in relaties zijdelings aangesneden.

1. De stigma's rond hoogbegaafdheid: ze zijn niet waar, maar wel nadelig
In dit bericht ga ik in op de vrij nieuwe mythe dat hoogbegaafdheid een ontwikkelingsstoornis of vorm van neurodiversiteit/neurodivergentie is. Psychologen menen hiermee de emancipatie van hoogbegaafden in een niet-HB-samenleving op de kaart te zetten. Het tegendeel is waar: nu moet de horde worden genomen om de misvatting te bestrijden dat begaafdheid en hyperintelligentie, ontwikkelingsstoornissen of afwijkingen van het neurotype zijn.

Mensen denken nu dat HB'ers snel overprikkeld zullen raken, terwijl prikkelgevoeligheid helemaal niet een bestaand probleem is. De misvatting dat hoogbegaafden kennelijk introvert gefocust zullen zijn, is ook een belemmering, omdat men aanneemt dat "we" behoefte hebben aan rust/stilte/gebrek aan drukte. Dit leidt weer tot het stigma dat we boekenwurmen en wandelaars zijn die de stilte opzoeken (ik ben het tegenovergestelde, ik ga van binnen kapot van rust. Ik vind het allesbehalve stimulerend om in stilte te moeten leven).

Het is meer dan frustrerend om te worden beperkt door anderen, die op voorhand volharden in het stigma, dat hoogbegaafden snel verveeld zijn en hyperkritisch zijn op anderen. Dat het sociale contact tussen HB en niet-HB vaak niet lekker loopt, heeft een andere oorzaak dan een hyperkritische houding: de meesten begrijpen niet dat hoogbegaafden snel schakelen, scherpe humor hebben, een groot vocabulaire en brede algemene kennis hebben.

Géén aansluiting vinden bij minder begaafde leeftijdsgenoten of collega's is niet het resultaat van sociaal-emotionele "scheefgroei". Hoogbegaafden hebben juist vaker sociale "antennes" die maken dat we intenties van anderen en gevoelens van anderen direct aanvoelen. Begaafdheid slaat dan ook niet slechts op de harde cognitie, maar op het fijne samenspel van cognitie en het vermogen om anderen in te schatten en hun emoties aan te voelen.

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/03/de-stigmas-rond-hoogbegaafdheid-ze-zijn.html

2. Misverstanden over hoogbegaafden en hyperintelligenten [ + waarom HB verschilt van neurodiversiteit, zoals ASS en PDD]
De psychologische positiviteitsbeweging heeft weer iets rampzaligs gevonden: hoogbegaafdheid zou overeenkomen met varianten van het autismespectrum (ASS en PDD). 

Hoewel een hoogbegaafde natuurlijk autistisch kán zijn, zoals ieder individu met ieder willekeurig intelligentieniveau autistisch kan zijn, heeft hoogbegaafdheid géén overeenkomsten met autisme. Het lijkt er ook niet een beetje op en het is een gigantische uitglijder van de toxische positiviteitsbeweging om te zeggen "Dat iedereen autistisch is". Waarom is dit zo nadelig?

Omdat hoogbegaafde kinderen door deze mythe worden opgescheept met diagnoses en therapieën die zijn toegesneden op autisten en met andere vormen van neurodivergentie. Hoogbegaafdheid wordt geproblematiseerd en HB-kinderen en ASS-kinderen kunnen bij elkaar worden geplaatst terwijl ze aansluiting noch wederkerigheid bij elkaar zullen vinden, omdat de verschillen nóg groter zijn dan tussen HB en niet-HB.

Zonder te zeer te willen generaliseren: anders dan bij ASS het geval is, heeft een hoogbegaafde géén problemen met prikkelverwerking, het aanvoelen van intenties, het "lezen" en juist interpreteren van lichaamstaal en intonatie, het begrijpen van beeldspraak, het gebruik van intonatie, het afwisselen van interesses en het verleggen van de focus. HB'ers kennen geen rituelen die nodig zijn om het leven behapbaar te maken. Overprikkeling komt niet vaak voor bij hoogbegaafdheid. Er is niet zoiets als "verloren raken in een innerlijke wereld", maar juist de neiging om te participeren. Hoogbegaafde kinderen zijn niet "een kleine professor", maar hebben de vaardigheid en het invoelingsvermogen om op een volwassen manier over emoties te praten. HB'ers zijn juíst behendig in het omgaan met en toepassen van double entendres en andere stijlfiguren. Ik heb in het academisch onderwijs meerdere keren met neurodivergente docenten te maken gehad en met neurodivergenten samengewerkt.

Ik zeg het eerlijk: het is een groot verschil tussen neurotypische HB'ers en neurodivergente HB'ers.  Hoogbegaafde ASS'ers kunnen écht naïef overkomen en moeite hebben met sarcasme of nuances in intonatie. Ik kan het zelfs aan de expressie zien of iemand ND is. Het gaat niet om een klein verschil in de oogopslag en de spieren rond de ogen. Het corresponderen moest ook heel direct gebeuren, niet met een mogelijkheid van "of, óf", want dan kreeg ik geen reactie. Er was geen grote flexibiliteit. Ik weet hoe ik daarmee om moet gaan, maar ben als HB'er het tegenovergestelde: ik heb geen moeite met onvoorspelbaarheid, indirecte signalen, sarcasme, nuances en een veelheid aan prikkels.

Dat sommige HB'ers onconventioneel lijken, is het gevolg van een sterk bewustzijn van de sociale conventies en ervoor kiezen om deze niet als vanzelfsprekend over te nemen van de meerderheid. Een HB'er stelt twijfels bij de logica van (sleetse) gewoonten die door een meerderheid worden aanvaard.

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/04/misverstanden-over-hoogbegaafden-en.html

3. Heb ik het leven dat bij me past? Nee [Over eenzaamheid en hoogbegaafdheid]
De negatieve opvattingen over begaafdheid dwingen mij in een leven dat niet bij me past. Ik ben druk, ik ben sterk fysiek gericht, ik kan nooit stilzitten, ik handel snel en heb veel lichamelijke energie die ik kwijt moet. Ik ben niet een gecompliceerd persoon, ik ben juist een makkelijke prater en heb nooit de behoefte om me af te zonderen. Ik heb geen behoefte aan introspectieve activiteiten. Mensen die me net hebben ontmoet, zien me altijd als vrolijk en een kwebbelaar. Dat is ook hoe ik van karakter ben.

In plaats van daar iets mee te kunnen, ben ik als een vogel opgesloten in een kooi, omdat niemand binnen mijn bereik en kennissenkring een soortgelijke drive/levensenergie en interesses heeft, maar ook omdat mensen het "eng" vinden als ze voelen dat ik intelligent ben.

Bij mij komt eenzaamheid niet alleen door de aannames die mensen vanaf beginsel hebben over intelligentie, maar ook door langdurige ervaring met afgunst van leeftijdsgenoten. Het heeft ertoe geleid dat ik nooit echt kansen heb gehad, dat ik met sociale uitsluiting te maken kreeg en dat ik niet het leven heb dat bij me past.

Ik zeg niet dat ik afhankelijk ben van andermans opvattingen, maar het is de moeilijkste opgave in mijn leven om gelijkwaardig contact te vinden. Op de universiteit kreeg ik altijd met conflicten te maken door mijn multidimensionale benadering van probleemstellingen en kwesties over strafzaken. "Agree to disagree" werd in de praktijk écht niet gerespecteerd; integendeel, het hele werkgroepensysteem is gericht op eensgezindheid bereiken.

In deze maatschappij die gericht is op versimpeling van karakters en het gedrag van de mens, hebben mensen de behoefte om alles te reduceren tot twee uitersten, of te denken in valkuilen die niet werkelijk bestaan. Ik ben niet meegaand, maar dat maakt me nog geen kreng. Ik sluit niet zomaar een compromis, maar dat maakt me geen rigide dwarsligger. Als ik een bepaalde strategie overtuigend vind en ik zie dat een ander afbreuk doet door iets af te zwakken en slapper te presenteren, dan ga ik daar niet in mee. Dat maakt me geen grensbewaker die gelijk wil hebben. Een ander kan dat onaangenaam vinden. Ik teken niet voor halfslachtigheid als ik iets overtuigends voor me zie. Dat maakt me geen perfectionist. 

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/06/heb-ik-het-leven-dat-bij-me-past.html

4. [Taboe] Eenzaamheid en hoogbegaafdheid/hoge intelligentie: een oplossing is er niet zomaar voor de groep HB'ers
Het is waar dat hoogbegaafdheid en eenzaamheid vaak samengaan. Niet omdat er gebrek zou zijn aan sociale vermogens, het tegendeel is waar. Het gebrek aan wederkerigheid en het gebrek aan contacten van gelijkwaardig niveau van functioneren is dé oorzaak van eenzaamheid onder hoogbegaafden. Het is niet makkelijk om gelijkgestemden (dat is niet hetzelfde als overal maar hetzelfde over moeten denken en voelen) te ontmoeten.

Eenzaamheid onder hoogbegaafden is niet te bestrijden door zomaar met iedereen contact te onderhouden, door vrijwilligerswerk te doen. Ik heb in mijn leven zeker zo'n 10.000 mensen ontmoet en die hoeveelheid is géén garantie voor het vinden van gelijkwaardige, warme contacten.

De maakbaarheidsgedachte gaat écht niet op. Het is iets voor té simpel denkende mensen om te geloven in tegeltjeswijsheden zoals "Je bepaalt je eigen levensgeluk", "Alleen jij kunt jezelf ongelukkig maken", "Het leven is mooi", "Je weet nooit wat de toekomst brengt", "Iedereen is gelijk" en "Eenzaamheid is een keuze".

De domste opmerking die ik recentelijk heb gehoord, is dat hoogbegaafden het vermogen moeten hebben om zich aan te passen aan anderen, zodat ze hun sociale kring kunnen uitbreiden. Aanpassen maakt niet minder eenzaam, het werkt juist averechts.

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/07/eenzaamheid-en-hoogbegaafdheidhoge.html

5. Scheve verhoudingen
Een vriend heeft mij aan het denken gezet. Hij vroeg of ik niet eens een vriend wilde, na verloop van tijd. Ik antwoordde 'Nu al'.

Hij zei dat ik mijn verwachtingen bij moest stellen, omdat de poel van hyperintelligente mensen maar klein is. Ik zei dat het niet zozeer gaat om verwachtingen, maar dat het wel een slecht idee is om jezelf aan te passen. Dat is het recept voor scheefgroei in relaties. Ik zit er niet te wachten op een man zonder een hoge mate van intellect, de humor die daarbij past, de gave om intenties en gevoelens van anderen door te hebben en de vaardigheid om te anticiperen. Ik zit ook niet te wachten op een man met een totaal andere levensenergie.

We hebben het in dit gesprek over het leven ook over de stigma's waar ik mee te maken heb tot op de dag van vandaag en de invloed van afgunst van vrouwelijke leeftijdsgenoten. Hoewel ik me niets van anderen en hun geroddel aantrek, is het mijn leeftijdsgenoten door de jaren heen áltijd gelukt om mijn vriendschappen met mannen te verpesten. Ik krijg ook ongevraagde rivaliteit over me heen zodra ik ergens binnenstap. Een paar maanden geleden nog. Het ontneemt mij wel degelijk kansen in het leven. Ik heb mijn leven lang wel altijd een goede band op kunnen bouwen met vrouwen die ouder zijn dan ik, omdat zij niet om rivaliteit geven.

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/09/scheve-verhoudingen.html

6. Als intelligent iemand met eenzaamheid heb ik niets met clichés en overanalyseren. Ik heb mensen van gelijkwaardig niveau van functioneren nodig!
Het is géén paradox dat ik niet veeleisend ben wat betreft contact, maar nu geen mensen heb om mee om te gaan. Ik heb recentelijk een paar contacten gehad die niet verder zijn gegroeid tot vriendschappen, omdat de diepgang begon te missen. Als iemand bijvoorbeeld alleen maar over tv-series of de sportschool wil praten of zichzelf heel stoer vindt omdat hij iedereen in het uitgaanscircuit kent, dan ontstaat scheefgroei in de relatie. Ik heb voor de ander respect als mens, omdat hij/zij een goede persoon is, maar er moet ook bepaalde diepgang zijn.

Het is een zegen om met mensen te praten die intelligent en sociaal begaafd zijn. Geen aannames, geen clichés/dooddoeners, geen kortzichtigheid. Geen strijd over "ik heb gelijk", geen constant geklets over andere mensen en hun wissewasjes. Het lekkere is om niet alles uit te hoeven leggen, maar elkaar aan te voelen.

Omdat ik multidimensionaal denk maar vooral de intenties van anderen kan inschatten, heb ik een groot vermogen om te anticiperen. Ik ken niet wat anderen mensen "vooruitlopen op zaken" of "beren op de weg zien" noemen, omdat ik alles overzie. Voor mij is emotionaliseren niet nodig; ik heb niets met "wantrouwend zijn vanwege eerdere ervaringen" of "angst voor het onbekende"; ik voel gelijk wanneer ik iemand wel of niet kan vertrouwen. Met mijn intuïtie heb ik het vanaf mijn geboorte werkelijk nog nooit fout gehad. Ik weet ook wanneer mensen liegen en trucs gebruiken om het tactisch te spelen. Ik doorzie mensen. Dat maakt dat ik me direct thuis voel bij mensen die dezelfde gave hebben.

Ik houd ook niet van filosoferen en ik besteed niet graag veel tijd aan het analyseren van mijn gevoelens. Dat ik er hier over schrijf, doe ik direct vanuit mijn gevoel, het is zoals ik praat; ik denk terwijl ik praat en schrijf en daar heb ik niet lang voor nodig. Ik ben me altijd heel sterk bewust van mijn gevoelens. 

https://rechtenadvies.blogspot.com/2023/11/als-intelligent-iemand-met-eenzaamheid.html


Stigma's over hoogbegaafdheid: géén kern van waarheid, wel enorme hordes om te nemen in de bestrijding van aannames over intelligentie en hoogbegaafdheid

zondag 5 november 2023

Als intelligent iemand met eenzaamheid heb ik niets met clichés en overanalyseren. Ik heb mensen van gelijkwaardig niveau van functioneren nodig!

Er is niet voor iedereen een manier om eenzaamheid te bestrijden. Het heeft niets te maken met mindset, maar met het niet kunnen vinden van gelijkwaardige contacten om nauwe banden mee op te bouwen. Dat zeg ik uit jarenlange ervaring. Tot op de dag van vandaag is het moeilijk om aan gelijkwaardige contacten te komen.

Ik voldoe niet aan het stereotype "eenzame persoon"
Op illustraties over eenzaamheid zijn het altijd trieste, verdrietige, geïsoleerde jongeren die in een hoekje eenzaam zitten te zijn. Ik ben niets van dat alles.
Ik twijfel niet aan mezelf.
Dat maakt mij nog niet arrogant.
Ik zie er bij benadering hautain uit en houd inderdaad niet van volksheid.
Ik vind niet dat iedereen in staat is tot gelijkwaardig sociaal contact en haal er geen voldoening uit om met iedereen om te gaan.

Diepe eenzaamheid maakt mij nog niet wanhopig. Ik ben niet gelukkig, maar ik neem niet met alles en iedereen genoegen. Ik ben een echte realist, geen soft persoon, maar dat maakt mij nog niet een zwartkijker. Ik heb niets met toxische positiviteit, clichédenken, gebagatelliseer, smoesjes, oneigenlijke relativeringen en gebabbel. Dat maakt mij nog niet een hyperkritisch iemand, al vind ik er niets mee mis om veeleisend te zijn.

Ik ben absoluut niet moeilijk in contact.
Met onbekende mensen raak ik vaak aan de praat en ik word soms door mensen al na één kennismaking bij ze uitgenodigd.
Omgekeerd konden mensen bij mij in mijn vorige huis ook gerust binnenlopen.
Ik heb geen last van moodswings of teruggetrokkenheid, dus ik vond het helemaal niet erg als iemand onverwacht bij me op visite kwam. Ik zat regelmatig urenlang met iemand te kleppen.

Geen paradox
Het is géén paradox dat ik niet veeleisend ben wat betreft contact, maar nu geen mensen heb om mee om te gaan. Ik heb recentelijk een paar contacten gehad die niet verder zijn gegroeid tot vriendschappen, omdat de diepgang begon te missen. Als iemand bijvoorbeeld alleen maar over tv-series of de sportschool wil praten of zichzelf heel stoer vindt omdat hij iedereen in het uitgaanscircuit kent, dan ontstaat scheefgroei in de relatie. Ik heb voor de ander respect als mens, omdat hij een goede persoon is, maar er moet ook bepaalde diepgang zijn.

Iemand die iedere keer zegt te zullen helpen als die hulp écht nodig is en dan na een halfjaar belt alsof er niets is gebeurd, kan ik ook geen vriend noemen. Ik ben niet te belazeren.

Ik heb niemand in mijn omgeving om me toe te keren, na het verlies van mijn naaste
Het erge voor mij aan eenzaamheid is dat ik letterlijk niemand in mijn omgeving heb om me toe te keren. Ik heb niemand voor een persoonlijke aanraking, ik heb geen naasten meer, ik heb niemand om echt te kunnen delen. Ik heb vaak verstoorde nachten door de pijn van eenzaamheid. Dan is er ook niemand om even aan te raken of tegen me aan te houden. Dat zeg ik niet om zielig te zijn, ik ben verre van het type om medelijden te willen wekken.

Ik heb niets aan dat softe gepsychologiseer van "Wat heb je gedaan, hoe voel je je daarbij, kun je je ogen dichtdoen en aan een bepaald moment denken, kun je je gedachten daarbij identificeren?". Het helpt geen moer en ik kan dat niet serieus nemen. Een studieadviseur zei eens tegen me 'Jij hebt een stevige persoonlijkheid nodig om mee te praten', daar had ze helemaal gelijk in.

Bovendien is het een zinloze aangelegenheid om altijd maar "negatieve" gevoelens zoals vol inzicht in verlies te willen bestrijden. Zelfs al waren de laatste dagen van 2022 en eerste maand van 2023 traumatiserend, ik heb geen hulpverlener nodig om erover te praten. Ik ben onvoorstelbaar in de steek gelaten, dat dit anno 2023 gebeurt is een gegeven en ik heb inmiddels meerdere mensen op straat gesproken die hetzelfde hebben ervaren bij ernstige ziekte en verlies. Waar ik alleen maar behoefte aan heb, is dieper menselijk contact.

Ik heb te maken met vreselijke omstandigheden die ik niet met iemand kan delen
Als ik het over eenzaamheid heb: ik heb niemand meer in mijn nabijheid tot wie ik mij echt kan wenden. Dat is pijnlijk. Meer dan pijnlijk. Soms is het verstikkend! Ik heb te maken met vreselijke omstandigheden en niemand met wie ik die kan delen. Mensen moeten zich maar eens voorstellen hoe het is om geen naasten te hebben door factoren waar ze geen invloed op hebben, zoals in mijn geval het niet oud worden van de belangrijkste persoon in mijn leven door ernstige ziekte en het niet hebben van familie door gewetenloze assimilatie en door de Staat gesaboteerde remigratieplannen. 

Eenzaamheid heeft niets met negatieve connotaties met alleen-zijn of een laag zelfbeeld te maken.
Ik heb geen schaamte om toe te geven dat ik eenzaam ben en het is ook niet een onterechte impressie dat ik totaal alleen ben; ik ben het echt. Eenzaamheid staat ook totaal los van zelfbeeld/eigenwaarde. Het is niet zo dat een laag zelfbeeld vanzelfsprekend in verband staat met eenzaamheid. 

Over single-zijn voel ik me hetzelfde: ik heb geen negatieve gedachten over het zijn van alleenstaande, ik wil me ook niet identificeren als onderdeel van een koppel en het is niet zo dat levensgeluk afhankelijk is van het hebben van een vriend. Ik heb wel behoefte aan de intimiteit, aan de gezelligheid, aan het lijf van een man. Ik zou willen dat ik in de ogen van een man kon kijken en dat het bij hem ook gelijk raak was; dat ik mijn handpalmen tegen zijn handpalmen kan drukken, dat ik mijn armen om hem heen kan slaan, zijn huid...

Dat verlangen soms uitputtend en pijnlijk is, maakt niet dat ik zomaar iedere man zou willen. Ik ben niet selectief (dat mensen bij het verliefd worden of door iemand worden aangetrokken selectief zouden zijn, bestaat natuurlijk niet). Het is ook niet zo dat niemand op me reageert. Het is het tegenovergestelde. Ik heb tot op de dag van vandaag ontzettend veel te maken met belaging en moet me daarom afzijdig houden in het openbaar. Het is een probleem dat ik te maken heb gehad met mannen die elkaar terroriseerden terwijl ik niets met ze had. Van de zomer was er nog één die mijn nummer bij een busmaatschappij had weten te ritselen en me via berichtjes meldde dat ik bij hem kon komen slapen als zijn gezin op pad was en een buurman van een paar straten verder liet me weten dat hij 's avonds ging kijken of mijn licht aan was en of ik naar bed ging. Ik word gesmoord door dit soort gedrag. Nee, grenzen aangeven helpt niet. Deze mannen hebben iets psychopatisch in hun volharding. Ik ben duidelijk, het lijkt ze alleen maar op te winden om te proberen die grens te overschrijden door ongewenste berichten en nachtelijke telefoontjes.

Het kan zijn dat ik de pech heb om nooit iemand te ontmoeten die bij me past, dat vind ik een pijnlijke en absolute verspilling van mijn gevoelens, mijn verlangen en enthousiasme.
Psychologiserende clichés missen de essentie
Mensen die beweren dat eenzaamheid het gevolg is van gedachten en een "egocentrische" focus, begrijpen de essentie niet. De clichés die vaak worden aangehaald, zijn duidelijk gericht op een gemiddeld of minder intelligente groep lezers.

Deze clichés over eenzaamheid kunnen voorgoed de vuilnisbak in:

- "Het herhalen van positieve boodschappen werkt";
- "Bestrijd negatieve gedachten over eenzaamheid";
- "Eenzaamheid is er alleen maar als je het toelaat";
- "Mensen moeten muren om zich heen afbreken om open te staan voor contact";
- "Mensen moeten werken aan zichzelf";
- "Praat iedere dag met onbekenden, dat levert betekenisvolle contacten op";
- "Je moet leren om je eigen gezelschap te waarderen";
- "Ga in je eentje activiteiten ondernemen, dat neemt de eenzaamheid weg";
- "Als je hoogbegaafd bent, weet je wat je moet doen om je aan te passen om met anderen om te gaan" (Aanpassen om met iemand om te kunnen gaan? Dat is het recept voor inauthentiek en niet-bevredigend contact)

- "Help de minder geprivilegieerden"
- "Het is de angst om alleen te zijn die eenzaam maakt";
- "Eenzaamheid is hetzelfde als depressie";
- "Eenzaamheid komt vooral door een laag zelfbeeld, een hoog zelfbeeld, verlegenheid of introversie";
- "Eenzaamheid is een self-fulfilling prophecy";
- "Het positieve aan eenzaamheid is dat het inspireert en mensen stimuleert om zich open te stellen voor vriendschappen";
- "Denk aan je naasten"

Vooral in het geval van "Help de minder geprivilegieerden" wordt eenzaamheid ten onrechte geringschattend beschouwd als een probleem uit de hoogontwikkelde wereld. In deze opvatting is eenzaamheid een luxeprobleem, alsof de persoon die aan eenzaamheid lijdt de "kleine dingen in het leven niet waardeert"/niet dankbaar genoeg is/niet te maken heeft met ernstige levensomstandigheden. Ook dat gedoe over "Doe iets om je waardevol te maken voor de gemeenschap" miskent dat vrijwilligerswerk niet aan iedereen is besteed en dat het helemaal geen voldoening geeft om zoveel mogelijk contacten op te doen, als het niveauverschil in functioneren gigantisch is. De diepgang mist dan.

Het moet worden erkend dat niet iedereen adequate sociale banden opdoet in het leven en dat dit níet te maken heeft met sociale gebreken, maar het gevolg kan zijn van langdurige situationele eenzaamheid: dat gebeurt, als de mensen in de directe omgeving totaal anders zijn qua niveau en belevingswereld. Ik had gehoopt dat de universiteit een plaats zou zijn waar ik veel intelligente mensen zou ontmoeten, maar dat viel heel erg tegen.

Misvattingen over intelligentie: mensen denken dat intelligente mensen serieus zijn en altijd maar behoefte hebben aan diepgang, maar daar gaan intelligentie en hoogbegaafdheid niet over. Het zijn de mogelijkheden om snel te schakelen en anderen aan te voelen, die meestal niet worden begrepen
De grootste misvatting over intelligentie, is dat ik bloedserieus zou zijn, altijd behoefte heb aan diepgang en niet van onzingeklets houd. Het verschil zit 'm in de nuance, die niet aan een ander uit te leggen is. Het is niet zo dat ik me verheven voel en behoefte heb aan deftige praat/hoogdravende gesprekken. De nuance is dat ik een geboren mensenlezer ben, een tacticus en een snel associatief vermogen heb. 

Als eenzaamheid onder hogerbegaafden écht zou kunnen worden behandeld, dan zou de aanpak anders moeten zijn dan bij andere intellectuele niveaus het geval is. Aandacht voor multidimensionaliteit en verschillende uitingsvormen (voorbeeld: ik ben erg fysiek ingesteld en heb een overactief bioritme) is nodig. 

Soms heb ik contact met intelligente mensen en dan is me direct duidelijk waarom ik deze contacten nodig heb. Ze zijn vaak net zo druk als ik- ik voel me gelijk thuis als ik met een spraakwaterval in gesprek ben. Zij begrijpen hoe het is om vol te zitten met ideeën en dadendrang. Bij mensen met een niet-gelijkwaardig niveau vallen de gesprekken vaak dood. Dat komt door het gebrek aan raakvlakken.

Hoe ik het wel graag heb? Ik stapte eerder dit jaar bij iemand in de auto voor een rit. Ze was ontzettend druk, zelfs ik kon met geen mogelijkheid haar betoog onderbreken. Ik dacht: wat heerlijk. In plaats van dat ik drukke mensen vermoeiend vind, voel ik me er juist prettig bij als iemand veel heeft te vertellen. Omgekeerd hoor ik dat ook. Het gaat niet om iemand platbombarderen met informatie over onderwerpen waar de ander geen snars mee heeft of het ongevraagd delen van details, maar om een veelheid aan thema's waar gelijkgestemden van houden om over te praten. Vooral praten over het leven vind ik boeiend.

Het is een zegen om met mensen te praten die intelligent en sociaal begaafd zijn. Geen aannames, geen clichés/dooddoeners, geen kortzichtigheid. Geen strijd over "ik heb gelijk", geen constant geklets over andere mensen en hun wissewasjes. Het lekkere is om niet alles uit te hoeven leggen, maar elkaar aan te voelen.

Voor mij is het écht nodig om contact te hebben met zulke mensen.

Clichés over eenzaamheid: niet waar, niet zinvol en geen stap richting bestrijding van eenzaamheid



maandag 24 april 2023

Mythes over hoogbegaafdheid en hyperintelligentie [+ waarom hoogbegaafdheid totaal geen parallellen heeft met neurodiversiteit, zoals ASS en PDD]

 Nog altijd gaan mensen de fout in door hoogbegaafden en hyperintelligenten te typeren als "Perfectionistische mensen die hun eigen grootste vijand/criticus zijn". Als het over arbeid en het sollicitatieproces gaat, typeren mensen hoogintelligenten als "Mensen die zichzelf niet weten te verkopen", of "Mensen die niet uit weten te leggen wat hun kwaliteiten zijn".

Dat komt van mensen die intelligentie niet goed hebben begrepen. Natuurlijk zal er een groep bovenmatig kritische hoogbegaafden individuen zijn die zichzelf te laag inschat. Natuurlijk zullen er hoogbegaafden zijn die in sollicitatiegesprekken onhandig overkomen. Bovendien zijn sommige vragen voor meerdere uitleg vatbaar en hebben intelligente mensen meerdere expertises, wat door minder intelligente mensen niet op waarde wordt geschat, laat staan begrepen. Het kan ook zijn dat iemand zich, ongeacht het intelligentieniveau, niet zo "aantrekkelijk" weet te presenteren. De leus "Je moet jezelf verkopen" is bovendien nonsens die helemaal niet goed toepasbaar is in de meeste sectoren. 

Helaas werkt het zo dat mensen clichés gaan geloven. Door het bijna onuitroeibare geloof in clichés, worden mensen die als hoogbegaafd of hyperintelligent worden ingeschat door anderen, ook benadeeld door de toepassing van stereotyperingen:

"Je zit veel te vaak in je hoofd";
"Je bent vast alleen maar theoretisch ingesteld";
"Je denkt waarschijnlijk meer met je verstand dan met je gevoel";
"Je zult wel een bolleboos zijn en van blokken houden";
"Mensen die intelligent zijn, zijn snel verveeld";

"Hoogbegaafden zijn zo kritisch, dat ze hun eigen grootste vijand zijn";
"Hoogbegaafden vallen uit omdat ze ongemotiveerd zijn. Daardoor zakken echt intelligente personen meestal voor hun opleiding";
"Als hoogbegaafden op de universiteit komen, vallen ze uit, omdat ze niet gewend zijn om te moeten leren";
"Hyperintelligente mensen haten small talk"

Deze clichés zijn het gevolg van psychologie van de koude grond. Mensen hebben ooit bedacht dat er een onderscheid zou kunnen worden gemaakt tussen denken en voelen. In werkelijkheid is het proces van denken en voelen altijd een fijn gecoördineerd proces. Je kunt niet "in je hoofd zitten" en "niet in je hoofd zitten". Door pseudowetenschap is het beeld ontstaan dat mensen zichzelf los kunnen koppelen van wat er in hun hersenen omgaat, maar een dergelijk proces bestaat niet.

Als intelligentie gepaard gaat met een behoefte aan ontdekken en verschillende interesses, dan houdt dat niet in dat hyperintelligente mensen er per definitie behoefte aan hebben om in de boeken te zitten. Dat is een stoffig stereotype. Hyperintelligente mensen kunnen juist de neiging hebben om ideeën met anderen te bespreken.

Bij hoge begaafdheid komt vaker een actief levenspatroon voor, dit gaat gepaard met activiteitendrang en waardering voor het uitwisselen van ervaringen. Small talk wordt niet geschuwd, het verschil is dat bij zeer intelligente mensen de interesse er niet is om voortdurend over het weer te klagen, roddels uit  te wisselen en over entertainment te praten. 

Het is waar dat hyperintelligente mensen en hoogbegaafden snel verveeld kunnen zijn, maar de lijn wordt zo doorgetrokken, dat de indruk wordt gewekt dat werkelijk iedere werkzaamheid of activiteit als vervelend wordt ervaren. Tegen dit vooroordeel kan niet worden opgebokst. Recruiters en mensen die de sollicitaties beoordelen zijn op voorhand zó overtuigd dat een intelligent persoon zich zal gaan vervelen, dat er geen kansen worden geboden. Dat een functie kan worden gezien als een mogelijkheid om door te stromen of er expertise bij te krijgen, wordt miskend door sollicitatiecommissies, die het liever zo veilig mogelijk spelen door een kandidaat aan te nemen die zij als minder intelligent inschatten. 

De ongemotiveerdheid van hyperintelligente en hoogbegaafde mensen in het onderwijs heeft zeker een kern van waarheid, ware het niet dat de gevolgtrekking niet juist is: "Hoogbegaafde mensen zakken meestal voor hun opleiding" en "Hoogbegaafde mensen vallen uit op de universiteit, omdat ze ineens moeten leren". Het kan zijn dat sommige hyperintelligente mensen uitvallen wegens gebrek aan motivatie, als ze echt weigeren om nog iets te doen. Toch is het zo dat het halen van de vakken en het slagen voor de opleiding niet veel moeite kost. 

Ik kan mezelf als voorbeeld nemen. Ik ben met weinig motivatie op het voortgezet onderwijs begonnen. Als sinds mijn vierde kreeg ik van de school te horen dat ik hoogbegaafd was. Ik werd aangemeld bij Pharos, Stichting IQ+, die de school adviseerde dat mij moeilijker onderwijs moest worden geboden. De school zegde dat toe, maar heeft het nooit in praktijk gebracht. Na jaren van gebrek aan motivatie en weerzin tegen het onderwijs, heb ik letterlijk niets meer gedaan vanaf mijn 10e. Zo werd ik na het maken van de Cito-toets op vmbo-niveau ingeschat.

Op het voortgezet onderwijs was ik niet bijzonder gemotiveerd, maar ik had grote interesse in vakken als natuurkunde en biologie. Bij kunst (en kunstgeschiedenis) was ik blij dat ik de ruimte kreeg om mijn eigen opdrachten uit te voeren. Ik haalde ik alleen maar negens voor alle vakken, met een paar afgeronde tienen. Ik heb het geluk gehad dat ik docenten heb gehad die de "gok" aandurfden om mij te bevorderen. Ik heb de boeken van 2 tot en met 6 Vwo aan moeten schaffen en heb mezelf in 10 maanden alles bijgebracht. Ik heb zelfs nog anderhalve maand vertraging opgelopen omdat ik een zware operatie moest ondergaan. De school wilde er geen druk achter zetten. Mijn mentor zei nog "Het is niet erg als je een paar vakken over moet doen". Ik heb alles in die 10 maanden gehaald.

Ik herken me niet in het beeld dat de universiteit vies tegenvalt, omdat intelligente mensen voor het eerst "moeten leren leren". Voor mij is dat een vreemde voorstelling van zaken. Ik heb ook op de universiteit weinig moeite hoeven doen om de vakken te halen. Natuurlijk moest ik naar de hoorcolleges en werkgroepen met aanwezigheidsplicht (een fenomeen van het kinderlijke "Probleemgestuurd Leren" op bijna alle Nederlandse universiteiten). Bij die verplichte hoorcolleges verveelde ik me stierlijk doordat de meeste professoren oude PowerPoints voorlazen, teksten uit het boek oplepelden, niet voor interactie zorgden en al helemaal niet in onderwijsontwikkeling investeerden. Alleen bij neuroscience heb ik een leuke tijd gehad. Dat was wel echt een interessante studie met een professor met jarenlange ervaring in het vak, afwisseling van hoorcolleges met practica en een schat aan praktijkvoorbeelden. 

Ik deed op de universiteit niet aan leren. Blokken/repeteren of nachtenlang lezen heeft helemaal geen zin. Ik las mijn boeken onderweg in de trein en plakte stickers bij wat ik relevant vond. Dat was voor mij genoeg. Af en toe schreef ik relevante stukken op losse blaadjes, iets waar mijn studiegenoten zich over verbaasden. Ik werd gekscherend "Die met die blaadjes" genoemd.

Dat ik mezelf ertoe zou hebben moeten aanzetten om te leren, is totaal niet het geval. De overgang van Atheneum naar de universiteit is voor mij dan ook vlekkeloos verlopen. Dat ik mijn belangrijkste studie niet als uitdagend heb ervaren door het gebrek aan inspiratie vanuit de organisatie, is een ander verhaal.

Dat "intelligente mensen moeten leren leren" miskent dat hoogbegaafde en hyperintelligente mensen vaak weinig moeite hoeven te doen om iets nieuws onder de knie te krijgen. Dat kan op andere manieren dan hoe de meeste mensen zich dat voorstellen: niet door te zitten en de lessen aan te horen, maar door zelf te proberen, of erover te schrijven of te tekenen. Het heeft veel meer te maken met de wijze van internalisering, dan met dat zogenaamde "leren leren". 

Hoogbegaafdheid is géén neurodiversiteit. De verschillen met bijvoorbeeld ASS (autisme) zijn duidelijk
Jeugdpsychologen hebben de neiging om hoogbegaafdheid verkeerd in te schatten of te problematiseren. Van alles wordt geopperd als leerlingen vastlopen in het schoolsysteem door intense verveling en conflicten die worden veroorzaakt door docenten die alles als "laks" of "onwelwillendheid" bestempelen.

Een heel foute aanname van psychologen die niet geschikt zijn voor de materie, is dat hoogbegaafdheid en autisme spectrum stoornissen (PDD-NOS, klassiek autisme, Asperger) overeenkomsten vertonen. Er bestaat niet zoiets als "een beetje autistisch zijn", dus een hoogbegaafde heeft óf een ASS, of niet. ASS mag dan wel een spectrum zijn, er zijn enkele grote overeenkomsten tussen mensen die zich binnen dit spectrum bevinden die een uitsluitend-HB'er niet heeft. Dat is van wezenlijk belang voor het duiden van het functioneren en het plaatsen van een HB'er in een (gespreks)groep met gelijkgestemden.

Het is geen waardeoordeel van mijn kant. Mensen met autisme die ik heb gesproken vinden het kwetsend als anderen autisme bagatelliseren door te stellen dat iedereen "een beetje autistische trekjes" heeft. Hoewel ik niet wil en kan generaliseren, weet ik van een jongvolwassen man uit mijn omgeving (dit is anekdotisch bewijs) dat PDD-NOS het erg moeilijk kan maken om met onverwachte gebeurtenissen, maar ook met slechte intenties van anderen om te gaan. Ook zijn er normaal- tot hoogintelligente ASS'ers die heel specifieke fobieën hebben die het dagelijks leven beperken.

Ik heb op de universiteit een extreem intelligente supervisor, enkele werkgroepdocenten en medestudenten gehad met ASS (wederom anekdotisch bewijs) en voor mij was het moeizaam om met eerstgenoemde om te gaan, omdat hij niet flexibel kon communiceren en beeldspraak letterlijk opvatte. Hij heeft bij een onverwachte situatie staan fladderen en stampen omdat hij last kreeg van overprikkeling. Ik moest mijn vragen gaan nummeren en hij vond het onduidelijk als er in een vraag voorwaarden werden gesteld ("of", "of"). Ik wist hoe ik rekening met hem kon houden, maar het was geen flexibiliteit en wederkerigheid. Dat was voor mij tekenend voor het verschil tussen HB zónder en HB mét ASS.

Weliswaar zijn er autistische mensen met hoogbegaafdheid, maar de verschillen tussen HB zonder autisme en ASS zijn behoorlijk duidelijk.

Rekening houdend met de sensitiviteit van het onderwerp "neurodivergentie" en zonder te ontkomen aan enige generalisering: autisme en andere vormen van neurodiversiteit hebben typische kenmerken die juíst niet voorkomen bij hoogbegaafdheid:

- Moeite met sociale cues en het op waarde schatten van andermans intenties;
- Een soort "naïviteit" die niet bij de intelligentie van de persoon past;
- Weinig variatie in intonatie en mimiek;
- Moeite met double entendres en beeldspraak;
- Grote moeite met sarcasme: ook als mensen met autisme zichzelf vaardig vinden in het "lezen" van sarcasme, kunnen zij grappen heel letterlijk uitleggen;
- De "professor" zijn op het gebied van beperkte onderwerpen met een sterke focus;
- Moeite met subtiele communicatie;
- Moeite met flexibiliteit, bijvoorbeeld schakelen tussen activiteiten, maar vasthouden aan plichten, plechtigheid en planmatigheid. De spontaniteit kan ontbreken;
- Vasthouden aan patronen of rituelen;
- Onbewust onconventionele of excentrieke gewoonten hebben of onconventioneel handelen (anderen kunnen denken dat iemand graag botte opmerkingen maakt of lak heeft aan de sociale normen). Dit is totaal anders dan bewuste non-conformiteit.

Zo heeft een hoogbegaafde géén problemen met prikkelverwerking, het aanvoelen van intenties, het "lezen" en juist interpreteren van lichaamstaal en intonatie, het begrijpen van beeldspraak, het gebruik van intonatie, het afwisselen van interesses en het verleggen van de focus. HB'ers kennen geen rituelen die nodig zijn om het leven behapbaar te maken.

Ik neem mezelf als voorbeeld. Ik heb als kind ADHD- en autismetests af moeten leggen bij een speltherapeut en de aan hem verbonden psychologe. Omdat ik de speltherapeut niet mocht en hem in mijn ogen als een stokoude man zag waar ik geen binding mee kreeg, weigerde ik spelletjes bij hem te doen. Hij bleek om die reden te hebben gerapporteerd dat ik zwaar was mishandeld en zo gehandicapt was, dat ik nooit voor mezelf zou kunnen zorgen. Hij heeft ook ernstig gefraudeerd en zijn wijze van rapporteren had met die fraudezaak te maken. CZ heeft geen onderzoek meer ingesteld, omdat de zaak na mijn 18e pas aan het licht kwam. Het gevolg was wel dat ik door de onzinvragenlijsten en - onderzoeken ben geleid. Het is een verdienmodel, die psychologie.

Ik scoorde extreem laag op de autismetests, 4 punten op een schaal van 60. De meeste mensen zitten tussen de 10 en de 20. Ik kreeg sociale situaties voorgelegd, mijn ouders werden "geïnterviewd" om een compleet beeld te krijgen en ik moest vragen beantwoorden over focus en prikkelverwerking. Deze vragenlijsten zijn ongeveer rond mijn 16e nog een keer voorgelegd, in de versie voor adolescenten. Wederom kwam eruit dat ik géén overeenkomsten heb met ASS. Hoogbegaafdheid was wel geopperd, maar er was geen psycholoog gespecialiseerd in HB.

Wat maakte zo evident dat ik als HB'er géén ASS-overeenkomsten heb?

- Ik ben gericht op het lezen van ogen, mimiek en houding. Wat mijn hoogbegaafdheid voor het eerst uitdrukte, was dat ik met 5 maanden begon te praten en sterk was in communicatie;

- Als kind was ik nooit "de kleine professor" die met formeel taalgebruik aan kwam, ik werd gezien als een volwassen gesprekspartner die alles begreep van het sociale leven en mensen goed aanvoelde;

- Mijn juiste inschatting van intenties van anderen is een aangeboren iets. Ik ken geen naïviteit. "Double entendres" zijn voor mij geen verwarrende stijlfiguren;

- Ik heb vele interesses, maar niet één interesse. Ik heb ook geen obsessie met één interesse en ben niet geneigd tot het verzamelen van feitelijke informatie;

- Ik heb geen moeite met schakelen. Ik heb geen sterke focus die me de omgeving en tijd doet vergeten. Ik plan ook nooit iets, omdat ik altijd alles heb onthouden en geen stappen hoef te nemen om iets uit te voeren;

- Doordat ik bijna nooit gelijkgestemden (andere hyperintelligente of HB-mensen) heb ontmoet, is de diepgang in mijn sociale contacten langdurig onvolwaardig geweest. Dat is iets anders dan sociale cues niet aanvoelen;

- Als ik een ander hyperintelligent iemand/een andere hoogbegaafde ontmoet, dan kunnen we écht uren kletsen alsof we elkaar altijd hebben gekend. De snelheid, de associaties, niet alles hoeven uitleggen, maakt dat het voelt alsof ik mijn familie heb gevonden;

- Ik geef niet om sociale conventies, maar dat is omdat ik zie waarom mensen vastzitten in hun patronen en de vanzelfsprekendheid daarvan niet zomaar aanneem. Dat is iets anders dan sociale conventies niet doorhebben;

- Ik voel het aan wanneer de gesprekspartner zich verveelt of iets niet begrijpt en heb niet de neiging om in een gesprek feiten op te sommen/een stortvloed aan informatie te geven;

- Onverwachte situaties en plotselinge sociale contacten zijn voor mij aangenaam, ik heb geen moeite met aanpassing aan het onverwachte;

- Ik ken geen fobieën en rituelen;

- Overprikkeling bestaat voor mij niet. Ik filter automatisch de prikkels die binnenkomen. Zo heb ik geen moeite met geluid, licht, smaak, tast of aanraking, ook niet als het onverwacht is;

- Ik ben niet verzonken in een innerlijke wereld. In mij gaan altijd ideeën rond, maar ik ben me volledig bewust van en gericht op mijn omgeving;

- Dat ik mensen in het openbaar niet meer aankijk, is een bewuste keuze. Ik word sinds mijn 8e (prepuberteit met volledige ontwikkeling) geseksualiseerd en sinds mijn 12e lastiggevallen door mannen. Ik word vanaf kinderleeftijd "geil koppie", "dikke tieten", "geil wijf" genoemd en belaagd door volwassen mannen, waaronder oudere mannen die me letterlijk vroegen om Lolita voor ze te spelen. Niet omdat ik er naïef uitzie, maar omdat ik Oost-Europees ben en daardoor als stereotype Russin/Oekraïense word gezien.

Ik heb geen zin om me nog vaker te moeten verdedigen omdat ik niet vogelvrij wens te worden verklaard door simpelweg de straat te betreden. Het is niet zo dat oogcontact voor mij prikkelend werkt. Integendeel. Ik houd heel erg van oogcontact met mensen die ik intuïtief vertrouw. Ook kijk ik graag naar ogen en mimiek.

Om een kort verhaal lang te maken: het is duidelijk dat ik als HB'er kan concluderen dat de grootste verschillen met neurodiversiteit zoals ASS zijn, dat ik geen moeite heb met focus verleggen/flexibiliteit, prikkels, onverwachte situaties, intenties, sociale cues en leven zonder planning.