Posts tonen met het label HEPA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label HEPA. Alle posts tonen

vrijdag 13 augustus 2021

Vraag het eens aan de jongeren zelf, in plaats van te emotionaliseren ("hoe zwaar jongeren mentaal te lijden hebben tijdens de pandemie...") + Hoe moet het veilig openstellen van de universiteiten dan wel?

2020/2021

Ongegrond fatalisme en manipulatie van de realiteit staan in de weg aan het treffen van adequate maatregelen om de samenleving, waaronder het (universitair) onderwijs, veilig te laten draaien
Ik houd niet van anekdotisch bewijs, maar in dit geval wil ik het toch opmerken. Sinds maart 2020 krijg ik te horen hoe "zwaar jongeren te lijden hebben onder de coronamaatregelen". In plaats van óver jongeren te praten, zouden ze eens aan diverse personen van de jongere generatie kunnen vragen hoe de jongeren/jongvolwassenen de COVID-pandemie echt ervaren. 

Vóór 2020 was er in het geheel geen echte aandacht voor het welzijn van de student. Men vroeg zich niet af of het studentenleven en de verplichte werkgroepen nu echt zo zaligmakend waren. Evenmin verdiepten de meesten zich in de druk van de studieschuld, die ook voor het sociaal leenstelsel vanzelfsprekend was (de studiefinanciering van vóór 2015 was niet gunstiger dan de regeling onder vigeur van het sociaal leenstelsel; beide regelingen leiden tot studieschuld). Onderwerpen als eenzaamheid onder studenten, ziekten en woningnood werden in de jaren 2012-2020 af en toe aangekaart en vertoefden verder in de taboesfeer, omdat vooral de oudere generaties het cliché in stand hielden dat "je studententijd de tijd van je leven moet zijn". 

Onderwijsorganisaties wekken de indruk dat studenten hebben te lijden onder het gebrek aan fysieke aanwezigheid bij colleges. De realiteit is dat studenten vóór 2020 altijd hebben geklaagd over de aanwezigheidsplicht bij hoor- en werkcolleges. Bij de werkgroepen en verplichte hoorcolleges stond zelfs iemand bij de ingang om de aanwezigheid van studenten te controleren, omdat spijbelen tegen te gaan (ik heb het echt over de universiteit). Sommige studenten probeerden te sjoemelen door pas tijdens de pauze de collegezaal binnen te sluipen en de presentielijst stiekem te tekenen. Om de tijd tijdens colleges te doden, zaten de meeste studenten te gamen, te appen, te Netflixen en filmpjes op Youtube te kijken. Van het enthousiasme over de colleges onder studenten heb ik in alle eerlijkheid nooit iets gemerkt. Een paar enthousiastelingen waren er wel, dat waren ouderen die zich als hobbyist á la carte hadden ingeschreven voor colleges.

Het beeld van de lijdzame student die geen normaal sociaal leven meer heeft ten tijde van de COVID-pandemie, is uiterst manipulatief. Ik heb het studentenleven van vóór en tijdens de pandemie meegemaakt en herken me geenszins in het beeld van de student die te lijden heeft onder de maatregelen. In de eerste plaats zijn er geen restrictieve maatregelen. Ik kon in 2020 alles doen en overal naartoe gaan en de jongeren in mijn omgeving bleven ook onbelemmerd afspreken met leeftijdsgenoten. Dat het sociale leven in 2020 stil is gelegd, is simpelweg een fabel. Nederlanders konden in heel 2020 en 2021 tot nu bovendien zonder beperkingen op vakantie. De stranden, winkelcentra en vliegvelden waren overvol. De enige restricties die in Nederland hebben bestaan, zijn de "on-and-off-lockdowns" in de horeca. Mensen zijn nooit gedwongen geweest om thuis te blijven en dat deden ze dan ook niet. De vrijheden zijn in Nederland onbeperkt gebleven, maar mensen hebben zichzelf hardnekkig wijsgemaakt dat er coronamaatregelen en een vrijheidsbeperkende lockdown zijn geweest.

Ten tweede wordt ten onrechte op de emotie gespeeld. Dat studenten "het mentaal zwaar hebben door niet gewoon naar college te kunnen", is schromelijk overdreven. Er zijn geen aanwijzingen dat studenten psychisch zwaar te lijden hebben onder het ontbreken van de fysieke aanwezigheidsplicht bij colleges. 

Het beeld is ook nog eens ongegrond, omdat de fysieke aanwezigheid bij colleges op de universiteit altijd mogelijk is gebleven. Voor aanvang van ieder college ontving ik keurig een link om kenbaar te maken of ik fysiek aanwezig wilde zijn bij de colleges. De grootste beperking is dat de student een handeling moet verrichten: op de link klikken en zich aanmelden. De studentenfaciliteiten bleven open. De stelling, dat de student in 2020/2021 niet naar de campus kon, is dus geheel uit de lucht gegrepen. Het ergst van de fatalistische voorstelling, dat "jongeren énorm te lijden hebben onder de maatregelen en het niet fysiek kunnen volgen van onderwijs", is dat dit fatalisme verhindert te regelen wat werkelijk nodig is. Om de samenleving en het onderwijsleven te kunnen laten functioneren, zijn slechts enkele adequate maatregelen nodig.

Waarom het slecht is dat wordt gepleit voor universitair onderwijs zónder adequate maatregelen: ook studenten leven in dynamische groepen en óók studenten kunnen ernstige COVID krijgen
Het gedramatiseer van het studentenleven vanaf maart 2020 is activistisch van aard: onderwijsorganisaties beogen de universiteiten zonder COVID-maatregelen te laten draaien. Om die reden wordt aangevoerd dat studenten "mentaal lijden onder de maatregelen, terwijl jongeren meestal niet ziek worden van SARS-CoV-2".

Het is een uiterst slechte ontwikkeling om het universitair onderwijs zónder noodzakelijke COVID-maatregelen te laten verlopen. Het virus verspreidt aërogeen, wat inhoudt dat infectieuze deeltjes worden uitgestoten door praten en ademhalen en dat infectieuze in de collegezalen blijven hangen en zo de aanwezige personen besmetten. Afstandsregels zonder aanvullende maatregelen, zoals "1,5 meter afstand houden" zijn onzin, omdat het virus zich niets aantrekt van afstandsregels (Airborne transmission route of COVID-19: Why 2 Meters/6 Feet of Interpersonal Distance Could not be Enough, International Journal of Environmental Research and Public Health 2020 Apr; 17(8): 2932; Airborne transmission of SARS-CoV-2: The world should face the reality, Environment International 2020 Jun; 139:105730).

In een gesloten ruimte zonder adequate ventilatie, waar de aanwezige personen géén mondneusmaskers (KN95/N95) dragen, raakt de lucht verzadigd met virusdeeltjes. Personen met SARS-CoV-2-infectie ademen miljoenen virusdeeltjes (RNA in nuclei) per uur uit (COVID-19 patients in earlier stages exhaled millions of SARS-CoV-2 per hour, Clinical Infectious Diseases Vol. 72, Issue 10, 2021). Sinds 1946 is algemeen bekend dat ademhalen en praten uitstoot van grote hoeveelheden aërosolen veroorzaken (The size and the duration of air-carriage of respiratory droplets and droplet-nuclei, Journal of Epidemiology and Infection, J.P. Duguid, september 1946). Alle “indoor” instellingen vormen een groot risico ten aanzien van de verspreiding van het virus via aërogene route (The flow physics of COVID-19, Journal of Fluid Mechanics Vol. 894, 10 juli 2020). Aërosolen leggen een afstand van 8 meter af via een “turbulent gas cloud” (Turbulent Gas Clouds and Respiratory Pathogen Emissions: Potential Implications for Reducing Transmission of COVID-19, L. Bourouiba, JAMA 2020;323(18):1837-1838).

Roulette
Diverse organisaties spelen roulette met jongeren en hun omgeving. Het is niet waar dat jongeren niet ernstig ziek zouden kunnen worden van COVID, want SARS-CoV-2 is een trojaan. Het virus kaapt de cellen en is in staat om in volledig "gezonde" personen DNA en mitochondria te manipuleren en te vernietigen. Sinds 2003 is bekend dat de SARS-coronavirussen neurologische schade en microtrombose en fibrose in de organen veroorzaken, ook in personen die niet ernstig ziek worden door infectie. In 2020 werd voor het eerst de term "Long COVID" geopperd voor dergelijke langetermijneffecten van infectie met SARS-CoV-2. Of een jongere een bovengemiddeld risico loopt om ernstig ziek te worden van SARS, is afhankelijk van een factor die onbestemd is: iedereen zou zijn of haar DNA-mutaties moeten kennen om te weten of hij/zij extra risico loopt. Jongens zouden bijvoorbeeld moeten weten dat zij een afwijking hebben in het gen dat codeert voor TLR7! 

Zelfs als ernstige ziekte of langetermijnschade door COVID onder studenten zou kunnen worden uitgesloten, wordt met het verplichten van onderwijs zonder adequate maatregelen voorbijgegaan aan iets fundamenteels: jongeren leven niet in statische, afgezonderde groepen, maar net als de meeste mensen in dynamische sociale groepen. Jongeren hebben ook contact met ouders, misschien wel met andere familieleden en vrienden van buiten de universiteit. Deze derden lopen het gevaar om door tertiaire transmissie te worden getroffen, omdat het virus via-via wordt overgebracht door mensen die nog géén klachten hebben. Het onmogelijke wordt gevraagd: of studenten hun ouders in gevaar willen brengen door deel te móeten nemen aan niet-COVID-proof onderwijs. Niet eventuele maatregelen zijn traumatiserend en psychisch drukkend, het feit dat studenten zichzelf en anderen onnodig in gevaar moeten brengen is ontoelaatbaar.

De principale kwestie is: leed door COVID is onnodig, omdat verspreiding van SARS-CoV-2 vermijdbaar is. Kleine ingrepen maken het veilig draaien van de samenleving mogelijk, maar deze ingrepen worden al meer dan een jaar terzijde geschoven. De kennis van SARS-coronavirussen is er sinds 2003 in overvloed, de effectiviteit van maatregelen ter beperking van aërogene transmissie van ziekteverwekkers wordt al meer dan 100 jaar bestudeerd, er is dus géén excuus om de wetenschap niet in praktijk te brengen.

Het kan anders: tref permanent adequate maatregelen tegen aërogene transmissie
Hoe moet het dan wel? Op de universiteit zitten we in containergebouwen en in klaslokalen die door moeten gaan voor collegezalen. In de kleine ruimten zitten 75-150 man bovenop elkaar, er zijn in hoorcollegezalen geen ramen en de ventilatie staat op recirculatie. Hét recept voor problemen. Als de universiteiten zonder aanpassingen op deze voet verdergaan, is het onderwijs absoluut niet SARS-proof/COVID-proof.

In plaats daarvan dient op professionele wijze de mechanische ventilatie te worden afgestemd op het minimaliseren van aërogene transmissie van SARS-CoV-2. Ik hamer hier al sinds maart 2020 op: TNO, REHVA en ASHRAE hebben alle expertise in huis om dit toekomstbestendig in orde te maken. Een eenmalige investering helpt op korte en lange termijn uitval door virusinfecties te voorkomen. In HVAC (combinatiesystemen voor verwarming, airco en ventilatie) dienen strikt te worden gecontroleerd op lekkages. HEPA-filters en draagbare HEPA-filters minimaliseren de verspreiding van COVID verder. Ook kunnen filters van de categorie 16 MERV aërogene transmissie reduceren. 

De aanpak van COVID begint natuurlijk bij de bron. Mensen verspreiden het virus vóórdat zij klachten zoals hoesten en koorts ontwikkelen, omdat de viruslading in de incubatietijd het hoogst is en afneemt tijdens het optreden van symptomen. Op dag 5 vóórdat zich symptomen openbaren, is de infectieve lading op het piekpunt. Dat houdt in dat mensen binnen de eerste vijf dagen vanaf het moment van de infectie (in de incubatietijd) geïnfecteerd kunnen raken (High infectiousness immediately before COVID-19 symptom onset highlights the importance of continued contact tracing, eLife 2021).

Dit brengt mee dat iedereen in binnenruimtes een mondneusmasker van minimaal de filtercategorie FFP2 dient te dragen (KN95/N95). Mondneusmaskers zijn sinds 2008 bewezen effectief tegen het verspreiden van virussen. N95-mondneusmaskers met een goede fit hebben 98,4% tot wel 99%  filtereffectiviteit (Efficacy of face masks neck gaiters and face shields for reducing the expulsion of simulated cough-generated aerosols, Aerosol Science and Technology Vol. 55, 2021, Issue 4), chirurgische maskers met bandjes die zelf aangespannen kunnen worden (níet de medische maskers met loops waar de oren doorheen moeten!) hebben een niet te onderschatten 71,5% filtereffectiviteit (EPA Researchers Test Effectiveness of Face Masks, Disinfection Methods Against COVID-19, United States Environmental Protection Agency, 2021).

In een klinische setting met patiënten met SARS-CoV-2 die een KF94 of N95 droegen, werden géén virale infectieve deeltjes aan de buitenkant van het masker aangetroffen, wat de effectiviteit van deze maskers als middel van source control wederom onderstreept (Effectiveness of surgical, KF94 and N95 respirator masks in blocking SARS-CoV-2: a controlled comparison in 7 patients, Infectious Diseases Vol. 52, Issue 12, 2020).

 

Maatregelen ter preventie van (aërogene) verspreiding van SARS-CoV-2




vrijdag 7 augustus 2020

Nederland komt niet uit de corona-impasse en dat is volledig te danken aan falend beleid

Vicieuze cirkel
Er is géén tweede golf van coronabesmettingen, de eerste golf is nog niet over en de stranden zijn overvol, de treinen zijn overvol, vakantiegangers kunnen zonder beperkingen in- en uitreizen naar risicogebieden die zelf een code oranje of rood hebben afgegeven. De verantwoordelijkheid wordt bij de burgers neergelegd. Mensen die wél alles in het werk stellen om zoveel mogelijk te voorkomen dat er weer doden en zieken bijkomen, moeten het afleggen tegen de excessen van een groep die meent dat "vrijheid" betekent dat de risico's voor rekening van een ander zijn. De mensen die zich niet aan maatregelen wensen te houden, roepen dat "risicogroepen zich maar terug moeten trekken uit de samenleving" en "uit hun hol moeten komen als de kust weer veilig is". Deze mensen voeren emotionele argumenten gestuurd op angst aan: "ik ben niet bang voor het virus", "als je bang bent, blijf dan lekker zelf thuis, ik laat me niet tegenhouden". Het schrijnende is dat het voor mensen met een chronische ziekte of een anderszins gecompromitteerde immuniteit werkelijk een tijd van onvrijheid en onveiligheid is: er kunnen niet eens normaal ziekenhuisafspraken worden gemaakt, omdat de reis naar en het bezoek aan het ziekenhuis nu onnodig riskant zijn.

Ik hoor niet zulke intelligente personen van mijn generatie asociale en denigrerende opmerkingen maken als "Het gaat om onze toekomst en onze vrijheid, laten we ons er niks van aantrekken, die boomers (75+) blijven maar lekker thuis". De noodzaak om maatregelen te treffen wordt met veel gevoel voor drama ontvangen: "Ons sociale leven is kapot."; "Zonder sociale contacten hebben wij geen toekomst meer"; "De psychische schade voor onze generatie is enorm", zeggen ze terwijl ze in een café zitten. Chronisch zieken, 40+, mensen die niet binnen de eigen leeftijds- of medische categorie vallen, worden gemarginaliseerd en als zondebok gebruikt, om het probleem maar op een ander af te kunnen schuiven. Vrijheid en veiligheid worden door sommigen lijnrecht tegenover elkaar gesteld, zonder dat het besef doordringt dat zonder veiligheid geen daadwerkelijke vrijheid bestaat. Het besef is er bij deze mensen ook niet, dat een virus zich niets aantrekt van al die discussies over vrijheid en angst. De biologische en natuurkundige wetten hebben geen boodschap aan menselijke opinie. De polemiek over de ernst van het virus of de noodzaak van mondmaskers en ventilatie zet het land wederom op een onnodige achterstand bij de bestrijding van het virus.

Het aantal besmettingen groeit exponentieel en met de relatief lange incubatietijd van SARS-CoV-2 duurt het weken voordat de gevolgen van het gedrag van groepen mensen zijn te zien. Exponentiële groei betekent dat mensen die door een ander zijn besmet, op hun beurt voor verspreiding van het virus kunnen zorgen, ook op het moment dat zij nog geen klachten hebben. Geen mens leeft dusdanig geïsoleerd, dat het mogelijk is om zich volledig te onttrekken aan de maatschappij. Ook als er écht een onderscheid gemaakt zou kunnen worden tussen "risicogroepen" en "niet-risicogroepen" (niet-risicogroepen bestaan niet voor SARS, zo is ook de categorie "milde klachten" gefabriceerd om niet te hoeven testen), dan kunnen de "risicogroepen" via  derden in gevaar worden gebracht. De enige mogelijkheid om de maatschappij enigszins te laten functioneren zonder overbelasting van ziekenhuizen, is preventie. Ingrijpen als de brandhaarden oplaaien en zich verspreiden, is te laat. "Terug naar normaal" kan niet, zolang het virus vrijelijk in de bevolking rondwaart en de problemen uit de hand lopen bij gebrek aan leiderschap.

Er is niets "normaal" aan deze toestand
De roep om 'terug naar normaal' is er al vanaf het moment dat de eerste coronageïnfecteerde werd gemeld. De ernst van het virus wordt nogal altijd gebagatelliseerd, de maatregelen die zijn getroffen zijn halfslachtig en worden niet gehandhaafd en de communicatie over het gevoerde overheidsbeleid is slecht. In januari 2020 heeft dit coronavirus de kwalificatie SARS-CoV-2 gekregen, waarmee duidelijk was dat zo snel mogelijk moest worden ingezet op indamming. Dat is niet gebeurd. De gevolgen zijn rampzalig, zoals in februari 2020 al was voorzien.

Het beleid had kunnen worden bijgesteld, maar dat is niet gebeurd. Terwijl de brandhaarden nog niet waren bestreden, brak de zomervakantie aan. Het aantal infecties en de contacten van geïnfecteerden zijn volledig "uit het zicht geraakt" van de GGD'en. Op dit moment mogen vakantiegangers naar hoogrisicogebieden afreizen en terugkeren zonder quarantaine te ondergaan. De omvang van het aantal geïmporteerde infecties en de daaropvolgende lokale infecties zal drie weken na de vakantieperiode waarneembaar zijn.

Het is niet normaal dat er 10.000-15.000 doden zijn, dat de overlevers permanente orgaanschade op kunnen lopen en uitsluitend door corona chronische aandoeningen hebben gekregen. Op geen enkele manier valt dit te relativeren. Het zal zeker niet normaler worden zolang er niets wordt ondernomen om het virus nú in te dammen. Een beroep blijven doen op 'common sense' werkt niet. Er moeten maatregelen worden getroffen die daadwerkelijk worden gehandhaafd, omdat er geen mentaliteitsverandering komt. Nu worden maatregelen ondergeschikt gemaakt aan politieke ambities. De politieke angel zit diep in het publieke debat en verhindert de bestrijding van SARS-CoV-2.

Publieke instellingen blijven zich verschuilen achter het beleid van VWS, het RIVM en het OMT. Bij een lokale uitbraak op een stadskantoor werd géén contactonderzoek verricht, omdat de regelgeving vanuit de overheid daar niet toe noopte. Over de ventilatietechnieken en het gebruik van gezamenlijke ruimten wordt door werkgevers, universiteiten, scholen en academische ziekenhuizen niet gecommuniceerd, omdat het RIVM geen noodzaak ziet om ventilatietechnieken af te stemmen op het voorkomen van aërogene transmissie van SARS-CoV-2. De werknemer, student en scholier die aanwezig moeten zijn, worden in gevaar gebracht- alsmede hun familieleden en andere contacten. 

Welke maatregelen die sinds maart 2020 zijn verzuimd, moeten nú worden getroffen?
Uiteraard moeten alle infectiegevallen worden opgespoord en geïsoleerd, de contacten (zowel nauwe als incidentele contacten) moeten worden getraceerd, vakantieterugkeerders en andere reizigers uit (hoog-)risicogebieden moeten in verplichte quarantaine worden geplaatst. Er moet een algemene mondmaskerplicht komen voor publieke ruimten. Een cruciale maatregel is dringend nodig om kantoren, scholen, universiteiten en andere publieke instellingen te kunnen heropenen in september 2020: adequate ventilatie.

Ventilatiebeleid
Het is onacceptabel om te horen dat publieke instellingen (het academische ziekenhuis en de universiteit, nota bene) naar de richtlijnen van het RIVM verwijzen en zich daarachter verschuilen, terwijl het RIVM sinds maart 2020 tot op heden onjuiste, onvolledige informatie verstrekt en inadequate maatregelen voorschrijft. De richtlijnen zijn gebaseerd op onder meer niet-gevalideerde onderzoeken, die peerreview moeten ondergaan voordat ze mogen worden gepubliceerd. Als basis voor een richtlijn zijn deze onderzoeken dus niet geschikt. Het advies om het ventilatiebeleid niet aan te passen aan aërogene transmissie is bovendien gebaseerd op aannames. Een confirmation bias heeft duidelijk een grote rol gespeeld in de tot 28 juli 2020 uitgevaardigde richtlijn.

Een cruciale bron in de onderbouwing van de richtlijn is de preprint over de Diamond Princess (Xu et al., Transmission Routes of Covid-19 virus in the Diamond Princess Cruise Ship 2020, nog niet gereviewd en daarom beschikbaar via preprintserver MedRxiv). In de onderbouwing van de wetenschappelijke relevantie van de studie is vermeld dat goede ventilatie moet worden onderkend. De 'outdoor fresh air supply' op de Diamond Princess beliep in gemeenschappelijke ruimten tussen de 50 tot 100%. De aërogene transmissie is waarschijnlijk niet de hoofdzakelijke transmissieroute, zo luidt de conclusie van de auteurs in het abstract. Het vermoeden van de auteurs is dat SARS-CoV-2 zich via directe contacten en besmetting via fomieten (vaste deeltjes op oppervlakken) heeft verspreid, maar dat kan niet worden bewezen. De interpretatie van het OMT en RIVM is dat  mechanische ventilatie-installaties geen rol lijken te hebben gespeeld en dat volgens de preprint is bewezen dat de verspreiding op de Diamond Princess via direct contact en oppervlakken is geschied. De confirmation bias is vanaf maart 2020 gericht op het selectief vermelden van 'bewijs' dat fomieten en direct contact de belangrijkste en enige transmissieroutes zijn.

Volgens de onderbouwing van de LCI-richtlijn van het RIVM is het op grond van deze preprint niet nodig om het ventilatiebeleid af te stemmen op de preventie van aërogene transmissie van SARS-CoV-2 (Versie 28 juli 2020). Het meest recente onderzoek naar de Diamond Princess past geavanceerde technieken toe om alle mogelijke transmissieroutes op de Diamond Princess te simuleren. Na herhaalde toepassing van epidemiologische, dose-response- en mechanische transmissiemodellen (met inbegrip van parameters zoals het verlies van virale lading in aerosolen) is de conclusie dat aërogene transmissie de hoofdroute voor SARS-CoV-2 transmissie op de Diamond Princess was (59% van de gevallen). Aërogene transmissie moet worden aangepakt met passende maatregelen (verplichte mondmaskers in publieke ruimten en aanpassing ventilatie) en deze maatregelen moeten zo snel mogelijk in praktijk worden gebracht. Zo niet, dan kunnen de kantoren, scholen en universiteiten niet veilig worden opengesteld. Ik breng nogmaals de adviezen die ik vanaf maart 2020 heb gegeven, in herinnering. Met nadruk heb ik álle transmissieroutes in mijn adviezen betrokken, omdat het doelloos is om één van de transmissieroutes uit te sluiten:

Advies: maatregelen die moeten worden getroffen om verspreiding op ieder transmissieniveau te beperken
- Om verspreiding via fomieten te voorkomen en beperken: desinfecteer oppervlakken met een emulsie met minimaal 60% alcohol/ethanol, minimaal 0,5% waterstofperoxide of 0,1% natriumhypochloriet. Veeg de desinfectiemiddelen niet direct weg, maar geef het middel tussen de 30 en 60 seconden de tijd om in te werken. Sommige desinfectiemiddelen vermelden de werktijd op het etiket, volg deze instructie op;
- Een thermodesinfector kan helpen om door medische behandelingen gegenereerde aërosolen te bestrijden. Onderdruk voorkomt de uitstoot van aërosolen;
- Natuurlijke ventilatie helpt om de hoeveelheid virale deeltjes te verdunnen en de "air flow rate" om het virus uit te lucht te verwijderen, is hoog bij natuurlijke ventilatie. Het openen van ramen en deuren voor kruisventilatie is daarom aanbevolen, maar: plaats geen personen of obstakels in de luchtstroom. Deze kunnen juist geïnfecteerd en gecontamineerd raken door virale deeltjes in de luchtstroom;
- Ventilatie moet altijd van schoon naar minder schoon worden ingesteld (ASHRAE, Filtration/Disinfection);
- Recirculatie wordt afgeraden. Sluit het filter voor recirculatie af. Als een systeem voor recirculatie de enige mogelijkheid is, zorg dan voor 100% aanvoer van outdoor air (COVID-19 Employer Information for Office Buildings, Centers for Disease Control and Prevention, 27 mei 2020);
- HVAC (Heating, Ventilation and Airconditioning Systems) worden in verband gebracht met besmetting met virussen, waaronder SARS-CoV, MERS-CoV en SARS-CoV-2 (Airborne route and bad use of ventilation systems as non-negligible factors in SARS-CoV-2 transmission, Medical Hypotheses, August 2020). Dat heeft te maken met het verkeerde gebruik van filters en met lekkages. Voorkomen moet worden dat afvoerlucht in de aanvoerlucht lekt;
- Installeer HEPA-filters (High Efficiency Particulate Air), aangevuld met een portable HEPA;
- Mechanische luchtfilters moeten minimaal 14 MERV (Minimum Efficiency Reporting Value) zijn om aërosolen kleiner dan 0.3 μm te filteren. HEPA filters zijn nog beter dan Mechanische luchtfilters met een maximumfilterkwaliteit van 16 MERV);
- Overweeg desinfectie met UVGI/UVC (REHVA COVID-19 guidance document, 3 april 2020);
- De ventilatiesystemen moeten minimaal 2 uur op hoge snelheid draaien voordat de eerste werknemers een gebouw betreden;
- De beste manier om transmissie te beperken is het verplichten van mondmaskers. Chirurgische, papieren mondmaskers beperken de uitstoot van aërosolen door personen, N95-maskers beschermen zowel de drager van het maskers als anderen;
- De afstand tussen twee werknemers moet minimaal 2 tot 3 meter bedragen;
- Als een ruimte bezet is geweest door anderen, laat deze ruimte dan minimaal 15 minuten met open ramen of mechanische ventilatie luchten voordat anderen de ruimte betreden;
- Op de wc's moet de ventilatie ('exhaust ventilation') 24/7 draaien, waarbij onderdruk moet worden toegepast om besmetting via poepdeeltjes te voorkomen;
- Voorkom dat de aanvoer van lucht wordt verminderd, schakel de demand-control ventilatie (DCV) uit en ventileer ook op tijden waarop het gebouw niet bemand is.