Posts tonen met het label long covid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label long covid. Alle posts tonen

dinsdag 23 januari 2024

Weg met de pseudowetenschappelijke behandeling van Long COVID! Bestrijd de "cognitief-emotieve benadering" van mitochondriopathie, trombose, inflammatie en endotheliumschade

Door het ontbreken van behandelcentra is Long COVID, in weerwil van de onomstotelijke objectieve biochemische markers, een niche voor pseudowetenschappers en cognitief gedragstherapeuten
Al 20 jaar staat vast wát Long COVID inhoudt. Door de tweede SARS-pandemie is de ervaring en de hoeveel onderzoek alleen maar verder uitgebreid en kunnen de biomarkers voor het vaststellen van Post-SARS/Long COVID worden verfijnd.

Het is vanaf de eerste SARS-uitbraak in 2003 duidelijk dat Post-SARS bestaat uit ontregeling van de mitochondria, aanhoudende inflammatie, trombose, fibrose en endotheliumschade.

Dat nog niet alle aspecten van Long COVID beoordeeld kunnen worden, heeft ermee te maken dat het onderzoek naar diverse biomarkers voortduurt. Daarmee mag absoluut niet worden miskend dat de internationale medische en biochemische wetenschap sinds 2004 heeft erkend dat Post-SARS een objectieve, meetbare en fysieke aandoening is. 

Psychosomatisering van trombose, endotheliumschade en inflammatie: "Cognitieve gedragstherapie" en "biopsychosociale therapie"
Bij gebrek aan behandeling vanwege politieke bezuinigingen op het instellen van gespecialiseerde Long COVID-zorg in Nederland, worden Long COVID-patiënten afgescheept met psychologische behandelingen en fysiotherapie. Vanuit de re-integratie worden patiënten verwezen naar "De aanpak van deconditionering". 

Het is een lucratief model, om de groeiende groep Long COVID-patiënten naar cognitieve gedragstherapie te sturen. Behandelaars, re-integratiespecialisten en coaches duiken erbovenop om Long COVID-patiënten "Cognitieve gedragstherapie", of Rationeel-emotieve therapie aan te smeren. 

Een biochemische aandoening wordt neergezet als "klachten waarmee de patiënt moet leren omgaan door de gedachten over het ziek-zijn uit te dagen".
Zelfs "de kracht van positieve gedachten" wordt toegepast om een ontstekingssyndroom aan te pakken. Gevoelens zouden het gevolg zijn van gedachten en nociceptie (de ervaring van fysieke pijn) zou worden gestuurd door gedachten over en ervaringen met pijn.

Objectief aantoonbare trombose-activiteit, endotheliumschade, mitochondriale en metabole dysfunctie en actieve ontstekingsfactoren worden dus aan psychosomatisering en psychologisering onderworpen.

Men moet zich blijven uitspreken tegen de psychologische aanpak van een keihard biomedisch syndroom als Post-SARS. Níet meewerken met of zich welwillend opstellen jegens charlatans die in de re-integratiemarkt duiken, niet meewerken met "holistische benaderingen" van Long COVID en níet accepteren dat cognitieve gedragstherapieën worden misbruikt voor een medische aandoening.

Long COVID is voor pseudowetenschapbeoefenaars een niche. Kwalijk is dat niet alleen overduidelijke charlatans, maar ook (voormalig) artsen en erkend psychologen zich verbinden aan private praktijken en het alternatieve circuit, om financieel van de positie van Long COVID-patiënten te profiteren.

Vanwege het ontbreken van een medische behandeling, wijken sommige Long COVID-patiënten of ouders van kinderen met Long COVID uit naar alternatieve behandelwijzen of ANBI-instellingen die niet-bewezen "behandelingen" toepassen.

Hoe Long COVID-patiënten worden belazerd door "biocommunicatie", "de gevolgen van verborgen emoties" en "Mind-body-therapie": herken de subtiele maar doortrapte signalen!

Behandelaars spelen er slinks op in: er wordt gerefereerd aan de maatschappelijke gevolgen van ziekten zoals Long COVID, het ontbreken van adequate zorg en het feit dat mensen in Nederland niet meer vanzelfsprekend toegang hebben tot de gezondheidszorg, terwijl wij hoge premies betalen. Het is natuurlijk waar dat ziekenhuiszorg en GGZ ondoordringbare wachtlijsten hebben en triages worden toegepast om mensen van behandeling af te houden. Dat gegeven wordt misbruikt om mensen gevoelig te maken voor onwetenschappelijke behandelingen van Long COVID. 

Misplaatste beroepen op autoriteit, anekdotisch bewijs en truïsmen worden aangegrepen om vertrouwen te wekken
Voormalig artsen, praktiserend artsen en vrijgevestigde psychologen doen een beroep op autoriteit door hun eerdere functies te benoemen. Mensen zijn daardoor geneigd om aan te nemen dat de behandelaar betrouwbaar is. Behandelaars noemen zichzelf "rationeel" en "kritisch" en geven aan dat zij jarenlang hebben ervaren dat de medische wereld geen passende behandelingen biedt of qua diagnoses vaak de fout ingaat.

Met een zeer simpel voorbeeld, een truïsme, wordt "aangetoond" dat het logisch is dat een gedragstherapie voor een medische ziekte logisch is: "Van onbehandelde stress kun je fysieke klachten krijgen".

Vervolgens wordt gesuggereerd dat Long COVID parallellen heeft met SOLK, onverklaarbare medische klachten. De link wordt gelegd om patiënten en hulpzoekenden vatbaar te maken voor de opvattingen:

- Dat Long COVID het resultaat is van discrepantie tussen het lichaam en de hersenen. De verbetering van communicatie tussen het lichaam en de geest zou helpen tegen Long COVID;
- Dat "Mindfulness" en "verkenning van de geest" succesvolle therapieën zijn in de behandeling van Long COVID;
- Dat lichamelijke ziekten het gevolg zijn van verborgen gedachten en onverwerkte gevoelens;
- Dat ónze gezondheidszorg niet in staat is om een antwoord te bieden op Long COVID en dat gedragstherapieën een oplossing bieden voor het tekortschieten van de reguliere zorg.

Er wordt gesuggereerd dat het bespreken van emoties en gedachten en rationele therapieën, bewezen succesvol zijn in de aanpak van Long COVID. Dit is per definitie pseudowetenschap, omdat de wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt, citaten niet-verifieerbaar en niet-valideerbaar zijn en niet kunnen worden gereproduceerd. 

Het is bovendien in strijd met de objectieve markers voor Long COVID om te beweren dat "verstopte emoties" de onderliggende factor zouden zijn van trombo-inflammatie.
De psychosomatische en psychologische aanpak van Long COVID is schadelijk en miskent dat trombose en aanhoudende inflammatie fysieke aandoeningen zijn die met medicatie dienen te worden behandeld. 

Het is nodig om pseudowetenschappelijke prietpraat te blijven weerspreken. Niets "open blik" naar beoefenaars die het leed van Long COVID-patiënten en ouders van kinderen met Long COVID als een niche beschouwen.

Tot slot: Long COVID: alle biochemische factoren in beeld

Tot slot een weergave van wat COVID en Long COVID inhouden. Deze veelheid aan nauw met elkaar verweven factoren en mechanismen is Post-SARS, ofwel Long COVID. Ieder van deze factoren, van ontstekingsmarkers tot trombosemarkers en mitochondriale schade, dienen te worden aangepakt met een farmaceutische behandeling. Niet met prietpraat over emoties en gedachten.





maandag 22 januari 2024

Het 20-jarige jubileum van Long COVID! Waarom de Nederlandse politiek lethargisch handelt en behandeling saboteert

Long COVID is 20 jaar in de wereld! Dit zure jubileum is het resultaat van de eerste (2003-2005) en tweede SARS-uitbraak. Sinds 2005 zijn evaluaties verricht om SARS-patiënten te controleren op de medische consequenties van SARS (Pulmonary sequelae in convalescent patients after SARS: evaluation with thin-section CT, Radiology, 1 september 2005)

De conclusie in de jaren na 2003 was: de longcapaciteit van SARS-patiënten was jaren ná de besmetting nog drastisch beperkt, organen waren aangedaan door fibrose en micro-trombose. De officiële term voor Long COVID heet reeds sinds 2005 officieel "Post-Acute SARS", PASC.

De trombotische gevolgen van SARS en SARS-2 ( = COVID) worden wereldwijd ook wel aangeduid met "CAC" en orgaanfibrose staat bekend als "MOF".
Long COVID bestaat globaal uit de volgende aandoeningen:

- Mitochondriale dysfunctie;
- Microtrombose in organen;
- Orgaanfibrose;
- Neuro-COVID;
- Aanhoudende inflammatie;
- Auto-immuunziekten;
- Hypercoagulatie (CAC)

Alle internationale onderzoeken ten spijt, wordt in Nederland nog steeds geen behandeling geboden voor Long COVID. Er bestaan in het heden nog géén behandelcentra gespecialiseerd in de aanpak van Long COVID. In plaats daarvan wordt herhaaldelijk gesteld dat "eerst onderzoek moet worden gedaan naar Long COVID".

Per definitie zal Long COVID nooit worden gedefinieerd door één sluitende oorzakelijke factor. Blijven "zoeken naar de oorzaak van Long COVID" levert onnodige vertraging op in de behandeling. Er zijn uiteraard sinds 2020 onomstotelijke biomarkers voor het aantonen van Long COVID vastgesteld, deze worden verder uitgebreid, maar het ontbreken van een limitatieve lijst met Long COVID-factoren is géén excuus om niet over te gaan tot behandeling.

Het is namelijk overduidelijk dat Long COVID wordt veroorzaakt door een samenspel van nauw verweven mechanismen van mitochondriale dysfunctie, microtrombose, fibrose, coagulatie, ontstekingen en virale reservoirs. 

Politiek en SARS.
Waarom handelt Nederland lethargisch? Het antwoord is altijd: geld. Het gaat niet om volksgezondheid

Het is niet de wetenschapswereld die zorgt voor een gebrek aan behandeling van Long COVID; het is een politiek ingegeven afweging om de behandeling van Long COVID géén prioriteit te verlenen.
Het is begonnen in januari 2020. Het OMT, Rutte en Van Dissel stonden voor de beslissing om SARS-CoV-2 in te dammen of door de bevolking te laten razen.

Volgens een reconstructie uit april 2020 heeft de directeur van het RIVM toenmalig Minister van VWS Bruins begin januari 2020 ingelicht over de uitbraak van SARS-CoV-2, om een Outbreak Management Team samen te stellen en de risico's te inventariseren. De ambtenaren van het Ministerie en het OMT voorzagen ernstige tekorten in persoonlijke beschermingsmiddelen. 

Bij gebrek aan deze preventiemiddelen (PPE) werd besloten om níet tot indamming over te gaan. Indamming, of containment, was de enige mogelijkheid geweest om in relatief korte tijd de pandemie aan banden te leggen. Dat indamming in het verleden succesvol is gebleken, bewijst Canada met de succesvolle preventie van de SARS-pandemie van 2005.

Er is, anders dan de populaire opvatting wil doen geloven, in Nederland nooit een algemene lockdown geweest. Was wel aan indamming gedaan en een korte, volle lockdown opgelegd, dan had de Nederlandse Staat nadeelcompensatie wegens de rechtmatige overheidsdaad dienen te betalen aan alle ondernemers die schade zouden lijden die niet toe te schrijven viel aan het normale ondernemersrisico.

Zou de Nederlandse Staat openlijk Long COVID erkennen, dan kan de overheid daarmee een stroom aan aansprakelijkheidszaken verwachten. Als Long COVID algemeen wordt erkend, kunnen Long COVID-patiënten ook niet meer worden afgescheept met een bijstandsuitkering als ze beroep doen op de werknemersverzekeringen.

Voormalig minister van VWS Kuipers heeft de oprichting van behandelcentra voor Long COVID gesaboteerd en slechts een toezegging gedaan voor de financiering van onderzoek, dat pas in september 2024 zal worden opgestart (Ruim, 32 miljoen extra voor onderzoeksprogramma en nationaal expertisenetwerk post-COVID, persbericht bij Kamerbrief 3596035-1048185-PDCZ, 1 juni 2023). Het is dan 4,5 jaar pandemie en 21 jaar aan weggegooide expertise over Long COVID verder, duizenden nieuwe patiënten verder en nóg zullen geen behandelmogelijkheden binnen het bereik liggen.

https://rechtenadvies.blogspot.com/2020/06/het-beoordelen-van-het-gevoerde-sars.html

Zie voorgaande berichten over Long COVID:

2020: Long COVID #1

2021: Long COVID #2

2021: Long COVID #3

2022: Long COVID #4: een terugblik op 20 jaar Long COVID en publicatie van de biomarkers


2023: Long COVID #5. Een niet-limitatieve publicatie van biomarkers

zondag 31 december 2023

[Long COVID] Cognitieve gedragstherapie en coaching voor Long COVID kunnen definitief de vuilnisbak in. Een niet-limitatieve publicatie van biomarkers (22 jaar SARS)

Terwijl NL "procrastineert" door te stellen dat het beeld van Long COVID eerst moet worden bepaald, is al 20 jaar duidelijk dat Long COVID een heterogene verzameling sequenties van SARS is.
Het is zinloos om tot één dekkende definitie van Long COVID te komen en dan pas behandelingen te ontwikkelen. Dat is uitstelgedrag.

Er is pertinente weigering van de Nederlandse beleidsbepalers, om 22 jaar kennis over de (trombotische) gevolgen van SARS toe te passen op COVID en Long COVID. COVID en Long COVID zijn géén nieuwe ziekten. Om onderzoek naar effectieve behandelingen voor Long COVID te vertragen, worden patiënten met Post-SARS bovendien afgescheept met de mythe dat Post-SARS een psychosomatisch ziektebeeld is en dat fysieke beperkingen door "deconditionering" zouden komen. Enkele belangrijke, niet-limitatieve biomarkers van Post-SARS zijn al twee decennia bekend, daar komen meer concrete biomarkers bij.

Al in 2005 was duidelijk dat SARS voor verslechtering van de diffusiecapaciteit (DLCO) in de longen zorgde, concreet gemeten op basis van radiologisch onderzoek naar matglaslaesies en "air trappings" (Pulmonary sequelae in convalescent patients after SARS: evaluation with thin-section CT, Radiology, 1 september 2005). Beschadiging van het epitheel weefsel en longfibrose verklaarden de aanhoudende beperkingen van de longcapaciteit. De gemiddelde prestatie op de 6-minuten-looptest (6MWT) was bij de evaluatie van 2010 nog altijd ondermaats (The long-term impact of SARS on pulmonary function, exercise and health status, Respirology april 2010; 15(3): 543-550).

Voorgaande berichten
Sinds 2020 bericht ik over wat in de internationale medisch-wetenschappelijke gemeenschap bekend is van Post-Acute SARS, ofwel Long COVID.

1. Long COVID Awareness #4: een terugblik op 20 jaar Post-SARS Syndroom (7 september 2022);
2. Long COVID Awareness #3: Neuro-COVID, MIS-A, persistentie infectie of persistente ontsteking (16 augustus 2021);
3. Long COVID Awareness #2: Nederland, ontwikkel een richtlijn voor de behandeling van Long COVID! (3 maart 2021);
4. Long COVID Awareness #1: Post-COVID/Long Haulers (19 december 2020).

Sinds de eerste epidemie van 2003 heeft het onderzoek op internationale schaal niet stilgestaan. Zo is de manier om Post-Exertionele Malaise (PEM) vast te stellen, na uitgebreid onderzoek concreet gemaakt. Cognitieve gedragstherapie en coaching voor Long COVID kunnen definitief de vuilnisbak in.

Waarom is het zo belangrijk om een vuist te maken tegen de psychosomatische/psychologische benadering van Long COVID?


- Uitgaan van psychosomatiek zónder biomedische markers te onderzoeken, is het recept voor een falende aanpak;
- Patiënten met metabolische dysfunctie forceren om hun grenzen te verleggen, zorgt voor verergering. De mitochondriale REDOX kan niet worden geforceerd. De juiste balans tussen anaerobe en aërobe respiratie moet bovendien worden gevonden om een uitputtingsslag te voorkomen (dit geldt ook voor mensen die nooit COVID hebben gehad!).

Om specifiek te zijn, post-Acute SARS, ofwel Long COVID, bestaat uit verschillende profielen:

* Auto-immuunziekten;
* Trombose, fibrose en endotheliopathie;
* Aanhoudende inflammatie;
* Virale reservoirs

Het is de hoogste tijd om definitief af te rekenen met "Onbegrepen klachten" en te richten op de biomarkers. De biomarkers zijn niet volledig en zullen wellicht nooit limitatief kunnen worden vastgesteld, maar dat betekent niet dat de biochemische aard van Long COVID kan worden miskend.

1. Long COVID-biomarkers voor verandering van het vaatweefsel
Omdat COVID een bloedstollingsziekte is en beschadiging van het endothelium en verandering van het vaatweefsel tot gevolg heeft, is het belangrijk om niet alleen naar ontstekingsmarkers te kijken, maar ook naar biomarkers voor verandering van het vaatweefsel (Elevated vascular transformation blood biomarkers in Long COVID indicate angiogenesis as a key pathophysiological mechanism, Molecular Medicine (2022) 28:122).

In 2022 is een ranglijst opgesteld voor de meest relevante biomarkers die duiden op verstoring van het vaatweefsel door COVID. Dit zijn als volgt:

1. ANG-1 (Angiopoietin-1);
2. P-sel (= P-Selectin);
3. MMP-1;
4. VE-Cad;
5. Syn-1;
6. Endoglin;
7. PECAM-1;
8. VEGF-A;
9. ICAM-1;
10. VLA-4;
11. E-SEL;
12. Trombomoduline;
13. VEGF-R2;
14. VEGF-R3

De prominente marker in deze ranglijst, Angiopoietin-1 (Angpt-1), is betrokken bij de regulering van de bloeddruk. Angpt-1 beschermt het vaatweefsel tegen ontstekingen en "lekkages van de vaten" en zorgt voor behoud van het endothelium van de vaten en organen.

2. Veranderingen in het metabolisme en aanhoudende ontstekingsmarkers
In deze studie, waarin het bloedserum van COVID-patiënten 2 jaar na infectie wordt geanalyseerd, komt het volgende naar voren:

- Het vetmetabolisme is veranderd;
- De niveaus van IL-17 zijn verhoogd;
- Eiwitafbraak voedt pyruvaatmetabolisme;
- Dysbiose in de darmen;
- Overactiviteit monocyten.

(The plasma metabolome of long COVID patients, two years after infection, Scientific Reports 13, 12420(2023)).

3. Cardio-pulmonaire fenotypen
Op een CT-scan of iCPET is de verslechterde longfunctie bij Long COVID-patiënten niet goed waarneembaar. Deze studie onderstreept dat de longcapaciteit na SARS objectief meetbaar is aan de hand van de volgende test: de systemische zuurstofextractie, ofwel de pEO2. Maar liefst 75% van de Long COVID-patiënten in deze studie heeft een significante reductie in pEO2 tijdens inspanning.

Het mag worden herhaald: het heeft geen zin om Long COVID-patiënten te stimuleren om de aërobische respiratie op te drijven door fysieke training op te voeren. Een drievoudige verklaring voor de verslechterde pEO2-functie ligt in dysfunctie van vasoconstrictie in het vaatbed, beperkte bloedvoorziening in de spieren en beperkte diffusie van het vaatweefsel richting de mitochondria.

Dat deconditionering flauwekul is, wordt in deze studie hard gemaakt: als het deconditionering zou betreffen, zou de piekwaarde van CO zijn afgenomen, terwijl daar geen sprake van is. Patiënten die in plaats van fysieke training voor rust zijn gegaan, hebben zelfs minder beperking in pEO2.

(Differential Cardiopulmonary Hemodynamic Phenotypes in Post-Acute SARS Related Exercise Intolerance, ERJ Open Research 2023 Vol. 9, Issue 6).

4. Klinische karakteristieken van het inflammatoire type-Long COVID
In deze follow-up van Long COVID-patiënten, uitgevoerd 5 respectievelijk 12 maanden na de acute fase van COVID, komt het volgende beeld naar voren.

Het inflammatoire type-Long COVID (een aanhoudende ontstekingsreactie) wordt gekenmerkt door verhoging van IL-6 en CD70. In het bijzonder hebben Long COVID-patiënten met cognitieve klachten een hoog serum IL-6 en CD70. Ook duidt aanhoudende activering van de urokinase-plasminogen activator (uPAR) erop, dat IL-1 geactiveerd blijft worden.

(Clinical characteristics with inflammation profiling of Long COVID and association with 1-year-recovery following hospitalization in the UK: a prospective observational study, Respiratory Medicine Vol. 10, Issue 8, 2023).

5. Long COVID-inspanningsintolerantie door veranderingen in de haarvaten en door immuunontregeling in de skeletspieren
De afname van haarvaten-vezelratio (C/F) wordt niet gekenmerkt door inactiviteit of deconditionering in Long COVID, maar door een toename van CD196+-macrofagen in skeletspieren, veroorzaakt door een IFN-type I-immuunreactie. Er is een stijging in coagulatiefactoren (F11, F9), complementfactoren (C1q, C1QA en C1QB), TNF-alfa en activering van genen die zijn betrokken bij de extracellulaire matrix van cellen en celadhesie.

Wederom wordt bevestigd dat mitochondriale dysfunctie samenhangt met de verandering van het vaatweefsel; OXPHOS en celrespiratie zijn afgenomen bij de Long COVID-groep met inspanningsintolerantie.

(Post-COVID exercise intolerance is associated with capillary alterations and immune dysregulations in skeletal muscles, Acta Neuropathologica Communications 11, Art. 193(2023)).

6. Metabole veranderingen in COVID-patiënten, met implicaties voor Long COVID
In deze studie wordt vastgesteld, dat het serum van patiënten met acute COVID een significante ontregeling van 93 proteïnen en 204 metabolieten toont.
Deze studie biedt bijzonder veel inzichten in de progressie van SARS-infectie naar ernstige COVID en het verlies van belangrijke aminozuren tijdens COVID.

Ontregeling van lipoproteïnen duidt op macrofaagactivering. Tijdens de progressie van SARS naar ernstige SARS is er een afname van APOA1.
Het vetmetabolisme raakt ontregeld door macrofaagactivering. In de acute fase zijn 11 steroïdehormonen (over)actief, waaronder progesteron, oestrogenen en androgenen. Het niveau van 100 vetzuren is te laag. Het gehalte glycerofosfolipiden blijft afnemen, evenals choline.

Een afname van PPBP, PF4 en serotonine (5-HT) duidt op een onderdrukt proces van degranulering van bloedplaatjes. Er is een opvallend tekort van de aminozuren glutamaat, arginine, N-succinaat, citrulline, glutamine, urea en N-acetylarginine.

Het serum toont een toename van APPs (SAA1, SAA2, SAA4), van CRP, SERPINA3 en SAP. Het serum bevat complementfactoren: C6, Factor B en mannose.

(Proteomic and Metabolomic Characterization of COVID Patient Sera, Cell 182, 2020).

7. Long COVID: coagulopathie (CAC)
Het is een beetje raar dat deze studie de door SARS veroorzaakte coagulopathie een "nieuw mechanisme" noemt. Medio 2020 was de hypercoagulatie die aanhoudt ná de acute fase van COVID al bekend onder de naam "CAC". 

Voor het nogmaals onder de aandacht brengen van de biomarkers in COVID-trombose is deze recente studie wel duidelijk: SARS zorgt voor activering van M1-macrofagen, oxidatieve stress, MMP9 in de bijnierschors en een afname van ADAMTS-13. Verlies van ACE2 door SARS-infectie, wordt verergerd door de activering van ADAMTS17.

Bij herhaling wordt geconstateerd dat de ADAMTS-13:VWF-ratio een belangrijke biomarker is voor trombose als onderliggende factor van Long COVID.

(Novel mechanism of the COVID associated coagulopathy (CAC) and vascular thromboembolism, npj Viruses 1, Art. 3(2023)).


woensdag 7 september 2022

Long COVID Awareness #4 : wat is er nu bekend over post-COVID? [ Inclusief terugblik op 20 jaar kennis over het Post-SARS Syndroom ]

Wat is Long COVID of Post-COVID Syndroom?
Long COVID is de gebruikelijke term voor Post-Acute SARS of Post-COVID-Syndroom. Het betekent dat klachten aanhouden nádat iemand van COVID herstelt lijkt te zijn. Long COVID is een verzamelterm. Verschillende klachten kunnen onder Long COVID vallen en Long COVID heeft verschillende oorzaken. Iemand kan bijvoorbeeld voor lange tijd ontstekingsreacties hebben, vergeetachtig zijn of longproblemen hebben. Die longproblemen kunnen worden veroorzaakt doordat het virus langere tijd in het lichaam aanwezig blijft, of doordat het virus bloedstollingsziekten (trombose) veroorzaakt. Trombose, endotheliumschade (schade aan het weefsel waarmee de vaten zijn bekleed), fibrose en aanhoudende activering van ontstekingsfactoren zijn kenmerkend voor zowel COVID als Long COVID.

Long COVID is niet nieuw. Sterker nog, het verschijnsel is al 20 jaar in de wereld, al is de term pas in 2020 geïntroduceerd. De voorloper van COVID-19, de SARS-CoV-1-epidemie, duurde van 2003 tot 2005. Na de SARS-1-epidemie werden soortgelijke klachten als bij Long COVID gemeld.
Sinds de eerste SARS-epidemie van 2003-2005 is het Post-Acute SARS Syndroom, de equivalent van Long COVID (Post-COVID), geregeld geëvalueerd.

Het is reeds 20 jaar bekend dat Long COVID (= Post-Acute SARS) aanhoudende trombose, fibrose en endotheliopathie met MOF (multi-orgaanfalen) tot gevolg is.

Evenals begin 2020 wordt bevestigd dat leefstijl, (over)gewicht/BMI en medische voorgeschiedenis niet van invloed zijn op de ernst van COVID en de ontwikkeling van Long COVID.

In dit bericht:
1.1. Algemeen bekende klachten bij Long COVID (Post-Acute SARS Syndroom);
1.2. Kenmerken van Long COVID;
1.3. Case study: trombose in het hart van een 21-jarige met Post-COVID;
2.    Wat zijn de mogelijke oorzaken van Long COVID?
       De Long COVID-pyramide;
2.1. Aanhoudende inflammatie van een specifiek fenotype;
2.2. COVID-patiënten kunnen anti-ACE2-antilichamen ontwikkelen;
2.3. Microtrombose en endotheliopathie: een veranderde VWF:ADAMTS-13-ratio en verhoging van Factor VIII;
2.4. De Spike-proteïne van SARS vernietigt mitochondria en veroorzaakt DNA-schade in hartweefsel;
2.5. Mestcel-activeringssyndroom als oorzaak van Long COVID;
2.6  NETs (Neutrophil Extracellular Traps);
2.6.1. NETs en ANCA in auto-immuunziekten, vaculitis en endotheliumschade;
2.6.2. De wisselwerking van IL-8 met NETs;
2.6.3. De prominentie van IL-8 in acute SARS: opmaat naar IL-8-depletie in Long COVID?;
3.    Is er méér kennis over Long COVID ten opzichte van 2003 (= SARS-1)?
4.    Zijn medische predisposities (overgewicht, hoge bloeddruk en diabetes) van invloed op Long COVID?
5.   Wat zijn de verschillen tussen man en vrouw?
6.   Zijn er markers om Long COVID (objectief) te beoordelen?
7.   Is er een overeenkomst met ME (Encefalomyelitis)?


Voorgaande versies van mijn berichtgeving over Long COVID:
1. Long COVID (Post-COVID-syndroom)/COVID Long Haulers: wat houdt het in en wat weten we van 20 jaar SARS-evaluaties?, december 2020;
2. Long COVID awareness: neuro-COVID en aanhoudende infecties, 2021;
3. Nederland, ontwikkel een richtlijn voor Long COVID!, 2021;


1.1. Algemeen bekende klachten bij Long COVID (of Post-Acute SARS Syndroom):
- Een verslechterde longfunctie;
- Endotheliopathie en schade aan de glycocalyx;
- Mitochondriale dysfunctie (daaronder begrepen een verstoord celmetabolisme);
- Ontstekingen aan het hart;
- Cognitieve problemen;
- Neurologische problemen;
- Bloedstollingsziekten (trombose, falende trombolyse);
- Fibrotische orgaanschade (falende fibrinolyse);
- Oorsuizen, misselijkheid, aanhoudende keelpijn, spierzwakte, nierproblemen, lage bloeddruk, zwakke pols, huiduitslag, donkere urine

1.2. Kenmerken van Long COVID:
- Verslechterde longfunctie (gemeten aan de hand van DLCO (koolmonoxidediffusie), TLC (totale longcapaciteit) en prestatie op de 6MWT (6-minuten-looptest));
- Immuungerelateerde verstoring van het autonome systeem, met orthostatische intolerantie (POTS) tot gevolg. POTS is Posturale Orthostatische Tachycardie, een storing in het autonoom systeem die acute veranderingen teweegbrengt in de bloeddruk, polsslag en tolerantie voor positieverandering;
- Aanwezigheid van LGE (late gadolinium enhancement, een marker voor fibrose door ontsteking van het hartzakje) en een verhoging van troponine;
- Longfibrose;
- MIS-A: aanhoudende ontstekingsreacties van het lichaam;
- Een aanhoudend lager niveau van witte bloedcellen

1.3. Case study: trombose in het hart van een 21-jarige met Post-COVID
In een recente rapportage over een 21-jarige zonder medische voorgeschiedenis wordt melding gemaakt van trombose in de onderste holle ader en wanden van de kamers van het hart. In de vier maanden voorafgaand aan de rapportage was het CRP significant verhoogd. SARS-CoV-2 veroorzaakt niet alleen trombose door hypercoagulatie en overactivering van het endothelium; microtrombi ("microclots") zijn antigenen die een autoimmuunreactie kunnen veroorzaken (Post-Acute COVID syndrome (PACS)  right atrioventricular and vena cava thrombus on top of a myxoma: A Case Report, Journal of Cardiothoracic Surgery (2022) 17:261).

De vorming van microtrombi wordt bovendien versterkt, doordat SARS fibrinolyse en trombolyse (het afbreken van bloedstolsels) tegengaat (Mechanisms of SARS Coronavirus-Induced Acute Lung Injury, American Society for Microbiology, July/August 2013, Volume 4 Issue 4).

2. Wat zijn de mogelijke oorzaken van Long COVID?

De Long COVID-Pyramide
Aan Long COVID liggen drie mechanismen ten grondslag:

1. Schade aan het endothelium & glycocalyx en activering van endotheelcellen;
2. Trombose en hypercoagulatie;
3. Aanhoudende auto-immuunreactie


2.1. Aanhoudende inflammatie van een specifiek fenotype
Bij SARS-CoV-1 werd 60 dagen na herstel, aanhoudende ontstekingsactiviteit waargenomen. Macrofagen, NK-cellen (Natural Killer Cells), CD8+-T-cellen en ontstekingsfactoren (IL-6 en TNF-alfa) bleven verhoogd aanwezig, terwijl in de macrofagen in de longblaasjes persistente virusdeeltjes werden aangetroffen. Opmerkelijk genoeg was de activiteit van neutrofielen in reactie op IL-8 ondermaats (Persistence of lung inflammation and lung cytokines with high-resolution CT during recovery from SARS, Respiratory Research 2005; 6(1): 42).

Een analyse van de casus van 47.910 volwassen Long COVID-patiënten weergeeft een opmerkelijk beeld. Er is in het algemeen weinig bewijs voor systemische ontstekingsreacties in Long COVID; de ontstekingsmarkers IL-6, TNF-alfa en IL-2 en de marker CRP zijn niet significant verhoogd (More than 50 long-term effects of COVID: a systematic review and meta-analysis, Sci Rep. 2021;11(1):16144).

Opmerkelijk is de medio 2022 gepubliceerde bevinding dat een subgroep van Long COVID-patiënten IL-8 en IFNγ-deficiënties heeft. Het niveau van IL-2, IL-6, IL-17 (inclusief Th17), IL-13 en IL-4 is in deze groep ook sterk gereduceerd. Dat Long COVID-patiënten een tekort aan IL-8 hebben, kan worden verklaard door een eerdere overactivering, gevolgd door uitputting. De uitputting van IL-8 heeft tot gevolg dat de wondheling van het weefsel in de organen in een later stadium wordt verhinderd. Aangezien infiltraten van door SARS geïnfiltreerde macrofagen voor schade aan het longweefsel zorgen, verklaart een IL-8-tekort de suboptimale genezing (Cytokine Deficiencies in Patients With Long COVID, Journal of Clinical and Cellular Immunology Vol 13, Issue 6). Deze bevinding lijkt echter tegengesteld aan bevindingen dat NETs en IL-8 voor aanhoudende fibrose en trombose bij Long COVID-patiënten zorgen.

2.2. SARS-CoV-2/COVID-patiënten kunnen anti-ACE2-antilichamen ontwikkelen

Eén van de belangrijkste receptoren voor het virus SARS-CoV-2 is de receptor voor ACE2, een eiwit dat betrokken is bij de bloeddrukregulering. Als een patiënt immuniteit tegen het bindingsdomein van COVID (RBD) ontwikkelt, kan het lichaam ook een antilichaam ontwikkelen tegen het lichaamseigen ACE2-eiwit. Dit heeft ontregeling van de bloeddruk en overactiviteit van het immuunsysteem tot gevolg (Development of ACE2 autoantibodies after SARS-CoV-2 infection, PLoS One 2021; 16(9) ).

> Advies: onderzoek de Long COVID-patiënt op anti-ACE2-antilichamen

2.3. Microtrombose en endotheliopathie: een veranderde VWF:ADAMTS-13-ratio en verhoging van Factor VIII
In een recente evaluatie zijn 330 post-COVID-patiënten getest op de 6-minute-walking-test, een test om het uithoudingsvermogen te beoordelen.
26% van de geteste personen met post-COVID had een verhoging van Factor VIII. Van alle patiënten met beperkingen in het normale uithoudingsvermogen, had maar liefst 55% een verhoging van de VWF:ADAMTS13-ratio (Impaired exercise capacity in post-COVID-19-syndrome: the role of the VWF-ADAMTS13-ratio, Thrombosis and Haemostasis Vol. 6, Issue 13).

De VWF, Von Willebrand Factor, is een trombotische factor, betrokken bij de bloedstolling. ADAMTS-13 of ADAMTS13 is een anti-trombotische factor, een soort "schaar" die de VWF in bedwang dient te houden. Bij infectie met het SARS-Coronavirus heeft de VWF de neiging om de overhand te krijgen. Dit leidt tot meer aanmaak van stollingsfactoren, onderdrukking van fibrinolyse (de normale verwijdering van stolsels), ontregeling van endotheelcellen en een staat van hypercoagulatie.

Net als bij COVID, zijn de vorming van microtrombi en ontregeling van het endothelium (het weefsel waarmee de bloedvaten en organen zijn bekleed) kenmerkend voor Long COVID. De VWF:ADAMTS13-ratio zou standaard moeten worden gemeten bij Long COVID. Ook is orgaanschade bij Long COVID fysiek vast te stellen door MRI, zo blijkt uit het project-#COVERSCAN (Multiorgan Impairment in low-risk individuals with Post-COVID-19-Syndrome: a prospective, community-based study, BMJ Open 2021; 11(3)).

De MRI en CT zijn echter niet altijd toereikend om te onderscheiden tussen microtrombose en lokale ontstekingen bij Long COVID-patiënten. Aanvullend onderzoek is nodig: een biopt en V/Q SPECT-scan kunnen onontdekte microtrombi in beeld brengen.

> Advies:
- 6-MWT uitvoeren
- D-dimeer en FVIII-serumniveau meten
- VWF:ADAMTS13-ratio meten
- MRI toepassen op orgaanschade en microtrombi
- Om te onderscheiden tussen microtrombi en lokale ontstekingen, biopt afnemen en/of V/Q SPECT uitvoeren

2.4. De Spike-proteïne van SARS vernietigt mitochondria en veroorzaakt DNA-schade in hartweefsel
Het is algemeen erkend dat COVID een verhoogd risico geeft op hartinfarcten, myocarditis, hartfalen, schade aan het hartweefsel, trombose en ritmestoornissen ("Long-term cardiovascular outcomes of COVID", Nature Med 2022;28(3)).

Het Spike-proteïne en het NSP13-proteïne van SARS-CoV-2 houden herstel van door het virus beschadigd DNA tegen. Door de mitochondria (het deel van de cel dat verantwoordelijk is voor de stofwisseling) te manipuleren, verschaft het virus zich een weg door de cellen van de gastheer. Dysfunctionele mitochondria houden ontstekingen aan het hartweefsel in stand; bovendien veroorzaken vrijgekomen deeltjes van de door COVID gekaapte mitochondria de voortijdige dood van hartcellen.

In COVID-patiënten met trombocytopenie (een tekort aan bloedplaatjes) en coagulopathie (een stollingsstoornis) worden regelmatig anti-cardiolipin-antilichamen tégen de mitochondria gevormd, waardoor schade aan het hartweefsel optreedt ("Transcriptomic profiling of cardiac tissues from SARS-CoV-2 patients identifies DNA damage", Immunology 2022;1-17).

2.5  Mestcel-activeringssyndroom (MCAS) als oorzaak van Long COVID
Mestcellen of mastocyten zijn betrokken bij de regulering van het immuunsysteem. Ze worden gevormd in het beenmerg. Om te kunnen rijpen, dienen ze zich vast te zetten op weefsels. Daar drukken ze antigenen FcεRI (de IgE-receptor) en Kit (een stamcelreceptor) uit. Mestcellen zijn betrokken bij allergische (ontstekings)reacties. De functie van de mestcel is meerzijdig: de granulen van mestcellen (blaasjes) bevatten zowel antistollingsfactoren/anticoagulanten zoals tPA en heparine, als ontstekingsfactoren/endotheliumactivatoren zoals TNF en histamine.

Mastocyten reguleren macrofagen, monocyten, dendrieten (de uitlopers), B-cellen, T-cellen en Natural Killer-cellen (NKs). Mestcellen zijn de belangrijkste bron voor de aanmaak van cytokinen in het vaatweefsel van de longen (Mast cells activated by SARS-CoV-2 releases Histamine which increases IL-1 levels causing cytokine storm and inflammatory reaction in COVID, Journal of Biological Regulators and Homeostatic Agents 2020, Vol. 34, Issue 5).

Activering van epitheelcellen in de longen en fibroblasten door SARS-CoV-2 zet de reactie met mestcellen en ontstekingsfactoren in gang. Beschadigde endotheelcellen en epitheelcellen en cytokinen stimuleren mestcellen. Mestcellen detecteren het virus via Toll-like receptor 3 (TLR-3). Bovendien beschikken mestcellen in de longen over de ACE2-receptor, één van de belangrijkste bindingsdomeinen van SARS-CoV-2 (COVID hyperinflammation and Post-COVID illness may be rooted in mast cell activation syndrome, International Journal of Infectious Diseases 100 (2020) 327-332). 

In de acute fase stimuleert SARS-CoV-2 de productie van IL-1 via mestcellen. IL-1 is toxisch voor het vaatweefsel. In het longweefsel (interstitieel en in de longblaasjes) afkomstig van autopsies van COVID-patiënten worden grote hoeveelheden chymase-positieve mestcellen met degranulatie in combinatie met oedeem, bloedingen en necrose van het longweefsel aangetroffen. Chymase is een ontstekingsfactor die door mestcellen wordt vrijgelaten. Chymase activeert TGF-beta en MMP-9, een proces dat resulteert in fibrose en hypercoagulatie in COVID (Role of Mast Cells in the Pathogenesis of Severe Lung Damage in COVID-19 Patients, Respiratory Research (2022) 23:371). Bovendien worden mestcellen door IL-33 en Substantie P gezamenlijk geactiveerd, om de aanmaak van VEGFs (Endothelial Growth Factors), IL-1beta en TGF te verhogen.

Door stimulatie van mestcellen komen ontstekingsfactoren zoals histamine, Prostaglandinen (PGs), tryptase en chymase, leukotrienen, heparinen, TNF-α, Il-1β, groeifactoren en Platelet Activating Factor (PAF) vrij. SARS-CoV-2 activeert mestcellen via de GPRX2-receptor, terwijl de afgifte van substantie P en neurotensine gelijktijdig wordt bevorderd (Pathophysiology of Post-COVID Syndromes: a new perspective, Virology Journal (2022) 19:158).

Substantie P en neurotensine zorgen voor doorlaatbaarheid van het vaatweefsel én de Bloed-Hersenbarriere (BBB) en voor ontsteking van het longweefsel. Het zijn bradykinine, neurolysine, substantie P en neurotensine die in COVID en Long COVID verantwoordelijk zijn voor een peptidestorm die de integriteit van het vaatweefsel aantasten (Between two storms, vasoactive peptides or bradykinin underlie severity of COVID?, Physiological Reports 2021 Mar 9(5)).

Endotheelcellen (ECs) genereren IL-1, IL-6 en CXC-chemokines. Dit stimuleert mestcellen om histamine vrij te maken, waardoor IL-8 en IL-6 worden bevorderd. Macrofagen in de longblaasjes worden door SARS-CoV-2 geactiveerd via de TLR. In reactie hierop maken macrofagen op hun beurt IL-1 aan, om mestcellen te stimuleren om nog meer IL-6 te produceren. Activering van de FceRI-receptor op mestcellen door IgE-antilichamen zorgt ervoor dat histamine wordt vrijgelaten. De afgifte van histamine en activering van de H2-receptor (Histamine-2) genereert cAMP en bevordert de productie van caspase-1, gevolgd door de productie van IL-1 in macrofagen en de synthese van IL-6. De ontsteking kan slechts gedeeltelijk worden geremd door inhibitie van granulocyten
(Mast cells activated by SARS-CoV-2 releases Histamine which increases IL-1 levels causing cytokine storm and inflammatory reaction in COVID, Journal of Biological Regulators and Homeostatic Agents 2020, Vol. 34, Issue 5).

Inhibitie van de H2-receptor en toediening van enkel een H1-blocker zijn ineffectief om MCAS te behandelen. Een voorgestelde behandelmethode is het blokkeren van de H4-receptor. De H4-receptor stimuleert mastcellen via de MAPK-route voor transport van eosinofielen (afweercellen); ook bevordert H4R de ontstekingsreactie via T-cellen en dendrieten. Een tweede voorstel is de toediening van stabilisatoren. Mestcelstabilisatoren zoals hydrocortison en clarithromycin kunnen de afgifte van histamine en cytokinen remmen. Mogelijke behandelmethoden voor specifieke mestcelinhibitie zijn de toediening van JAK1/JAK2-remmers en inhibitie van FcR1 door butyrate.

Interessant is een studie uit 2021 die aantoont dat Cromolyn en Cetirizine de ontstekingsreactie onderdrukken door CD45+-cellen in het hartweefsel te reduceren. Blokkering van de H1-receptor werkt in deze studie preventief tegen "lekkend" vaatweefsel. Daarentegen wordt de ontstekingsreactie nog wel opgewekt door chymase, tryptase en leukotrienen, de cytokinen die door mestcellen onafhankelijk van de H1-receptor worden vrijgelaten (Mast Cells are the Trigger of Small Vessel Disease and Diastolic Dysfunction in diabetic obese mice, Arteriosclerosis, Thrombosis and Vascular Biology 2021;41).

Lokale hypoxie kan resulteren in de afgifte van Weibel-Palade-lichamen (WPB) door het endothelium. Bestanddelen van WPB zijn de von Willebrand Factor (vWF) en P-selectin. Hierdoor worden bloedplaatjes en leukocyten in het endothelium geactiveerd. Bloedplaatjes bieden hun oppervlak aan aan stollingsfactoren, terwijl leukocyten Neutrophil Extracellular Traps (NETs) vormen. In dit milieu kunnen de anti-trombotische eigenschappen van mestcellen niet verhinderen dat de pro-trombotische eigenschappen van mestcellen bijdragen aan het ontstaan van Diepe Veneuze Trombose (DVT) (Mast Cell Granular Contents are Crucial for Deep Vein Thrombosis in Mice, Circulatory Research September 29, 2017).

2.6 NETs (Neutrophil Extracellular Traps)
Om virussen en andere pathogenen weg te werken, worden neutrofielen geactiveerd. NETs vormen een "val" van chromatinedeeltjes, met het doel om granulen van eiwitten los te laten op het virus. NETs worden gevormd door vezels van geactiveerde neutrofielen, verkorte DNA-histonen ("decondensed DNA" verwijst naar mitose-exit), chromatine uit de celkern, elastase, cathepsin-G en MPO.

Neutrofielen (NTs) reageren op ontstekingscytokinen, chemokines, interferonen (IFN) en DAMPs van virussen en andere pathogenen. In de vorming van NETs zijn vervolgens neutrofielelastase (NE) en PADA4 betrokken, die chromosomaal DNA en gasdermin D vrijlaten. Het is de bedoeling dat de celkernen van neutrofielen hiermee beschadigd raken om NETs te kunnen vormen. Een belangrijke functie van NETs is de inactivering van virussen door cathelicidins en MPO. NETs stimuleren daarnaast het immuunsysteem door IFN in dendritische cellen (DCs) te activeren en T-lymfocieten te activeren. In reactie hierop kunnen virussen de aanmaak van IL-10 stimuleren om de activering van NTs via de TLR-route tegen te houden.

In het proces van NET-vorming kan het weefsel echter schade oplopen. De vorming van NETs wordt geassocieerd met een toename van de ontstekingsfactoren IL-6, IL-8/CXCL8, CCL5 en Platelet Factor 4. De keerzijde is dat NETs de aggregatie van bloedplaatjes, de vrijlating van cytokinen en complementfactoren stimuleert, terwijl geactiveerde bloedplaatjes en neutrofielen. NETs stimuleren bovendien de transformatie van epitheelcellen (epithelium-mesenchymal transition, EMT), waarbij de epitheelcellen worden afgebroken. Bovendien zorgen histonen voor polarisatie (negatieve lading van de celmembranen) waardoor lysis van de celmembranen, weefselschade en ontstekingen optreden (NETs and COVID: A new frontiers for therapeutic modality, International Immunopharmacology 104 (2022)).

NETs stimuleren epitheelcellen in de bronchiën om de ontstekingsfactoren (cytokinen) IL-8, TNF-a, IL-1α en IL-1β af te geven. Met name de expressie van het type IL-1 en IL-36 wordt door NETs gestimuleerd om een ontsteking van de luchtwegen te bevorderen (Neutrophil Extracellular Traps activate IL-8 and IL-1 expression in human bronchial epithelia, American Journal of Lung Cellular and Molecular Physiology 2020 Jul 1). Er ontstaan feedbackloops van IL-1β met NETs. Daaraan wordt bijgedragen door activering van NLRP3 in longmacrofagen door NETs. Tijdens de acute fase van SARS/COVID stimuleren NETs de aanmaak van METs, gevormd door pro-ontstekingsmacrofagen (M1).

De bloedplaatjesgebonden-TLR4 kan bovendien worden geactiveerd om neutrofielen te stimuleren in de vorming van NETs. In reactie op dit proces activeren NETs P-selectin, om daarmee nog meer bloedplaatjes te aggregeren en zo trombose-activiteit te veroorzaken. Het complementsysteem gaat via de C3-cascade interactie aan met Tissue Factor op het celmembraan van neutrofielen, om bloedplaatjes te activeren en NET-vorming verder te stimuleren (NETs and COVID: A new frontiers for therapeutic modality, International Immunopharmacology 104 (2022)).

Een opvallende bevinding is dat anti-NET-IgG en anti-NET-IgM (antilichamen) werden gevonden bij patiënten die in het ziekenhuis zijn opgenomen voor COVID. Deze anti-NET-antilichamen worden via een Lupus-achtige perifere route van de B-immuuncellen gevormd bij mensen met een "hyperimmune" reactie in de vroegste fase van de infectie met SARS-CoV-2. Serum-DNase wordt beperkt door de anti-NET-antilichamen. Het gevolg is dat NETs niet normaal worden afgebroken, wat bijdraagt aan trombose (Autoantibodies stabilize neutrophil extracellular traps in COVID, JCI Insight 2021;6(15)).

De afbraakproducten van NETs die blijven circuleren (cir-mtDNA, neutrophil elastase, myeloperoxidase) vormen DAMPs (Damage Associated Patterns), die de ontstekingsreactie blijven activeren. Er ontstaat zo een feedbackloop van ontstekingsfactoren en NETs (Persistence of NETs and Anticardiolipin Auto-Antibodies in Post-Acute Phase COVID Patients, Journal of Medical Virology 2022;1-9).

2.6.1. NETs en ANCA
in auto-immuunziekten, vasculitis en endotheliumschade
In 2017 is een review gepubliceerd waarin werd gesteld dat aanhoudende NETosis (de vorming van Neutrophil Extracellular Traps) en een daaropvolgende verstoorde afbraak van NETs wordt geassocieerd met de ontwikkeling van auto-immuunziekten (Neutrophil Extracellular Traps (NETs) in Autoimmune Diseases: A comprehensive Review, Autoimmunity Reviews Vol. 16, Issue 11, November 2017). Neutrofielen, IL-8, Neutrophil Cytoplasmic Antibody (ANCA) activeren de NET-formatie. ANCA, een antilichaam betrokken in de immuunreactie, activeert neutrofielen en monocyten via PR3 en MPO. Het nadeel is dat bij overactivering van monocyten en neutrofielen, degranulering van het vaatweefsel en schade aan endotheelcellen optreden (Vasculitides, Nephrology Secrets 2019).

NETs bevatten een grote hoeveelheid aan auto-antigenen; onder meer Annexin A1, dsDNA, citrullines, cathelicidin, Apolipoproteïne A1, MPO, PR3, Properdin, TF, MMP-8, MMP-9, LAMP-2 en HMGB-1. Dit maakt NETs het middelpunt van autoimmuunziekten, omdat NETs een "loop" in stand houden met auto-immuunontstekingen. Bovendien zorgt stimulering van NETs met TNF-α ervoor, dat complementfactoren C3a, C5a en C5b-9 (MAC) worden gegenereerd. Complementfactoren zijn grotendeels verantwoordelijk voor het in stand houden van trombose-activiteit.

NETs activeren inflammasomen, die nauw zijn betrokken bij ontstekingsreacties. PMA-NETs activeren caspase-1, vervolgens NLRP3, waardoor IL-18 en IL-1β worden vrijgelaten. Deze interleukinen/cytokinen stimuleren weer de aanmaak van NETs.
Door B-cel geactiveerde immuuncomplexen activeren neutrofielen door aan de Fc-gammareceptor
(FcRIIIb) te binden en NETs te stimuleren. Ook in dit proces ontstaat een feedbackloop die wordt versterkt doordat NETs in staat zijn om CD4+ T-cellen te bewerken.

Door activering van de TLR4 (in reactie op een virus, ontsteking of een aandoening zoals Antifosfolipidesyndroom, APS) worden bloedplaatjes overactief. Bloedplaatjes stimuleren op hun beurt neutrofielen door HMGB1 vrij te laten (Neutrophil Extracellular Traps (NETs) Take the Central Stage in Driving Autoimmune Responses, Cells 2020;9, 915).

2.6.2. De wisselwerking van NETs met IL-8
Een onderzoek uit 2019 naar de invloed van IL-8 en NETosis op de ontwikkeling van atherosclerose is wat mij betreft zeer relevant voor zowel SARS/COVID in de acute fase, als Long COVID.

IL-8 stimuleert ontstekingen via de Src, ERK, p38 en MAPK-route

IL-8 (CXCL8) stimuleert de ontstekingsreactie door te binden aan de receptoren CXCR1 en CXCR2. Opvallend is dat inhibitie van Src, ERK en p38 de IL-8-gestimuleerde NETosis via CXCR2 remt. Dit houdt in dat de activering van de IL-8/CXCR2-NETs-as via de Src- en MAPK-routes verloopt.
IL-8 versterkt de adhesie van monocyten aan endotheelcellen, een proces dat schade aan het vaatweefsel versterkt. Dit proces wordt waargenomen in atherosclerose. De TLR9-agonist stimuleert de aanmaak van NETs en NF-kB- p65 fosforylering. Een behandelmogelijkheid is het toedienen van een TLR9-antagonist of NF-kB-inhibitor, of een Scr-, ERK- of p38-inhibitor (NETs induced by IL-8 aggravate atherosclerosis via activation of NF-kB signaling in macrophages, Cell Cycle 2019 Vol. 18, no. 21).

NETs bevorderen de aanmaak van IL-8 in macrofagen via TLR-9/NF-kB p65
Stimulatie met Lipopolysacchariden (LPS) en PMA van NETs bevordert de aanmaak van IL-8 mRNA, IL-6 en IL-1β in macrofagen via de route van TLR-9/NF-kB p65 fosforylering.

COVID-neutrofielen: IL-8-gedreven degranulering stimuleert trombose

De neutrofielen van COVID-patiënten reageren door stimulering met IL-8 met MPO-, lysozyme, CAMP-, cathepsin S-, en TREM1-depletie. Dit duidt op een proces van degranulering. In rijpende neutrofielen van COVID-patiënten wordt wel een (normaal) verhoogd gehalte van Cathepsin G en ELANE gemeten; dit bekent dat de expressie niet verandert, maar dat een versterkt proces van degranulering verantwoordelijk is voor een tekort aan granulocyten, die verantwoordelijk zijn voor het op gang brengen van de immuunreactie op (virus)infecties.

Fibrinogenen (FGA, FGG en FGB) en de coagulatie-factoren FV, FX en FIX zijn verhoogd in reactie op COVID-neutrofielen. Dit duidt op een vicieuze cirkel van IL-8 en trombotische factoren, veroorzaakt door COVID (Self-sustaining IL-8 loops drive a prothrombotic neutrophil type in severe COVID, JCI Insight 2021;6(18)).

Wat zijn er voor behandelmogelijkheden om NETosis te remmen?
Uitschakeling van CXCR2 houdt NETosis tegen en zorgt voor verbetering van de toestand bij atherosclerose. Dit kan door een anti-CXCR2-antilichaam toe te dienen. De stimulering van ontstekingscytokinen door NETs kan worden behandeld met een TLR-9 antagonist, of NF-kB-inhibitie. De TLR-9-antagonist IRS869 onderdrukt de aanmaak van onstekingscytokinen IL-6, IL-8 en IL-1β. Inhibitie van NF-kB met BAY11-7082 heeft een sterker effect dan de TLR-9-antagonist (Neutrophil Extracellular Traps induced by IL-8 aggravate atherosclerosis via activation of NF-kB signaling in macrophages, Cell Cycle Vol. 18, Issue 21, 2019).

2.6.3 De prominentie van IL-8 in acute SARS: een opmaat naar IL-depletie in Long COVID?
Het profiel van COVID in de kritieke fase toont depletie en uitputting van CD4 en CD8 T-cellen, dominantie van overactieve neutrofielen, monocyten en macrofagen (markers: CD64, CD16, HLA-DR, CD11b en CD69) en overactivering van cytokinen (IL-8, IP-10 en MCP-1). Twee cytokinen worden excessief geproduceerd bij de ontstekingsreactie door COVID: IL-8 en CXCL1/GROa; het niveau van IL-8 en GROa in het longvocht van COVID-patiënten in de acute fase van SARS, is 200 keer zo hoog als dat van de ontstekingsfactoren IL-6 en TNF-a. 

IL-8 wordt geassocieerd met longfalen; de PaO2/FiO2 is meetbaar gereduceerd, wat duidt op een falende longfunctie.

Er zijn twee IL-8-remmers. Dit zijn het antilichaam HuMaxIL-8 en de inhibitor Reparixin (The Role of Interleukin-8 in Lung Inflammation and Injury: Implications for Management of COVID and ARDS, Frontiers in Pharmacology Vol. 12, Januari 2022).

3. Is er meer kennis over Long COVID ten opzichte van 2003 ( = SARS-1)?
Er is niet veel veranderd op het gebied van de kennis over de langetermijngevolgen van SARS. Zoals bekend is sinds die eerste epidemie van 2003, hebben COVID-patiënten multi-orgaanschade (MOF) als gevolg van trombose en fibrose, veroorzaakt door COVID.

Long COVID is het gevolg van (micro)trombose en schade aan het endotheel weefsel in de vaten en organen. Ook in "milde" gevallen (dat zijn COVID-gevallen waarbij de infectie mild lijkt te verlopen) worden microtrombose en fibrose aangetroffen en blijft het endothelium overactief, wat weer trombose-activiteit stimuleert. Zoals sinds 2003 bekend is, zijn beroertes, schade aan het hartweefsel, neurologische problemen, een verhoogde kans op Alzheimer en schade aan het DNA algemene gevolgen van SARS/COVID.

4. Zijn medische predisposities (overgewicht, hoge bloeddruk en diabetes) van invloed op Long COVID?
Nee. Grote cohortstudies vinden geen verband tussen een hoog BMI, Diabetes Type 2 en een hoge bloeddruk en het risico op Long COVID ("Risk of Clinical Sequelae after the acute phase of SARS-CoV-2 infection: retrospective cohort study", BMJ 2021;373).

5. Wat zijn de verschillen tussen man en vrouw?

Mannen hebben een hoog risico op een ernstig verloop van de acute fase van COVID, doordat de basale niveaus van IL-6, CRP, complementfactoren, coagulatie- en andere trombotische factoren verhoogd zijn bij het mannelijk geslacht.

Bij vrouwen wordt in de Long COVID-fase een lagere diffusiecapaciteit in de longen waargenomen, een objectief meetbaar symptoom. Spierzwakte en uitputting in de Long COVID-fase correleren bij vrouwen met een verhoging van IL-6.

Het gen voor de TLR-7 (Toll-like receptor-7) bevindt zich op het X-chromosoom. TLR-7 activeert de antivirale IFN-I-respons. 

6. Zijn er markers om Long COVID (objectief) te beoordelen?
Omdat COVID een bloedstollingsziekte is en beschadiging van het endothelium en verandering van het vaatweefsel tot gevolg heeft, is het belangrijk om niet alleen naar ontstekingsmarkers te kijken, maar ook naar biomarkers voor verandering van het vaatweefsel. Ten tijde van dit schrijven was de studie naar markers voor verstoring van het vaatweefsel als onderliggende stoornis in de Long COVID-groep nog in de pers (zie: Elevated vascular transformation blood biomarkers in Long COVID indicate angiogenesis as a key pathophysiological mechanism, Molecular Medicine (2022) 28:122).

Recentelijk is een ranglijst opgesteld voor de meest relevante biomarkers die duiden op verstoring van het vaatweefsel door COVID. Dit zijn als volgt:
1. ANG-1 (Angiopoietin-1);
2. P-sel (= P-Selectin);
3. MMP-1;
4. VE-Cad;
5. Syn-1;
6. Endoglin;
7. PECAM-1;
8. VEGF-A;
9. ICAM-1;
10. VLA-4;
11. E-SEL;
12. Trombomoduline;
13. VEGF-R2;
14. VEGF-R3

De prominente marker in deze ranglijst, Angiopoietin-1 (Angpt-1), is betrokken bij de regulering van de bloeddruk. Angpt-1 beschermt het vaatweefsel tegen ontstekingen en "lekkages van de vaten" en zorgt voor behoud van het endothelium van de vaten en organen.

Angiopoietin-2 (Angpt-2) zorgt daarentegen voor beschadiging van het vaatweefsel door de barrièrefunctie van het weefsel te doorbreken. Zoals ik in mijn bericht van 25 december 2020 aangaf, is Angiopoietin-2 (Angpt-2) een indicator voor de ernst van COVID (zie: The quest for solutions to COVID's thrombosis pandemic: endothelial glycocalyx dysfunction and mitochondrial dysfunction are starting points, 25 december 2020, paragraaf 1.1).

Hoewel Angpt-1 een beschermende functie heeft, is de verhoging ervan een indicator voor Long COVID. Dit houdt in dat het vaatweefsel op lange termijn te maken heeft met schade door COVID, waarvoor voortdurend een beroep moet worden gedaan op het herstellende mechanisme van Angpt-1. Dat de marker Angpt-1 in Long COVID verhoogd blijft, betekent dat de schade aan het endothelium door COVID onvoldoende wordt opgelost. 

De tweede belangrijke marker in deze ranglijst is. P-Selectin. P-Sel faciliteert het transport en de aanhechting van bloedplaatjes, is betrokken bij de vroege ontstekingsreactie. P-Selectin faciliteert de vorming van NETs (Neutrophil Extracellular Traps), formaties van neutrofielen (zie: Pathways to deterioration in SARS-CoV-2: coagulation disorders driving thromboinflammation and pulmonary fibrosis in COVID, 6 mei 2020).

Opvallend is dat het niveau van P-Sel in Long COVID lijkt te duiden op een voortdurende verhoging van het niveau lymfocyten (witte bloedcellen) en niet op een aanhoudende aggregatie van bloedplaatjes.  

7. Is er een overeenkomst met ME?
In 2020 zijn Long COVID-patiënten zelf naar voren gekomen met de gedachte dat ME (Myalgische Encefalo-myelitis). De symptomen van Post-COVID-Syndroom/Long COVID en ME kunnen gelijkenis vertonen, maar de biologische markers zijn verschillend. Dit maakt dat de behandeling anders is.

In het onderzoek naar biologische markers voor Long COVID zijn 14 markers in een ranglijst geplaatst, zie de ranglijst onder paragraaf 6. Alle 14 markers zijn verhoogd in het geval van Long COVID. Bij ME is er daarentegen géén verhoging in de serumniveaus van P-Sel en onder meer de adhesiemoleculen (ICAM) en de VEGF (Vascular Endothelial Growth Factor).

woensdag 3 maart 2021

Long COVID awareness #2 ! [Nederland, ontwikkel een richtlijn voor de behandeling van Long COVID]

Eerdere berichtgeving over Long COVID:
1. Long COVID Awareness #1 (Post-COVID-19 syndroom)/ COVID Long haulers (19 december 2020);
2. Long COVID Awareness #1 (Long COVID Syndrome/ Post-COVID-19 long haulers) (23 december 2020);
3. Long COVID awareness #2 ! (Assessment of post COVID-19 Syndrome and recovery options) (8 januari 2021);

De studies over Long COVID/ Post COVID-19-Syndroom/ Post Acute COVID-19 zijn 'levende documenten'. Per geval van Long COVID zal moeten worden beoordeeld wat de oorzaak is, om de behandeling daarop af te kunnen stemmen. In onderstaande bericht ga ik in op de verschillende syndromen die onder "Long COVID" vallen. Van de eerste corona-epidemie (SARS-CoV-1) uit 2003 zijn de langetermijngevolgen bekend, daarvoor kan worden gekeken naar de in 2020 afgeronde evaluatie die bijna 20 jaar aan opvolgingsonderzoeken telt. In 2020 is overigens ook een evaluatie van de langetermijngevolgen voor de eerste COVID-overlevers gepubliceerd.

Enkele ontstekingssyndromen/systemische syndromen zoals MIS zijn niet nieuw, maar zijn (terecht!) recentelijk weer in de belangstelling komen te staan. Het is vooral niet nodig dat Nederland opnieuw het wiel uitvindt voordat de ontwikkeling van een richtlijn voor behandeling van Long COVID gestalte krijgt. Artsen en verwijzers kunnen patiënten met symptomen van Long COVID o.m. laten testen op markers voor aanhoudende infectie en/of ontstekingsmarkers, markers voor cardiologische problemen.

Overzicht
1.    Wat is Long COVID? Een kort overzicht van te onderscheiden syndromen en oorzaken;
2.    Lessen uit de eerste corona-epidemie (2003-2005): een centrale plaats voor revalidatie en behandeling;
2.1  Langetermijnevaluaties van SARS-1;
3.    Over de grenzen: leidraden en modules voor de beoordeling van Long COVID (voor huisartsen en verwijzers);
4.    Etiologie: "Long COVID" als verzamelterm voor specifieke syndromen: Mogelijke syndromen en onderliggende oorzaken van Long COVID;
4.1  Persistente infectie en persistente ontstekingssyndromen: verschillende behandelingen;
4.2  Chronisch Neuro-COVID-Syndroom;
4.3  Autonome Dysfunctie;
4.4  Multisystem Inflammatory Syndrome in Adults (MIS-A);
4.5  Myocarditis en pericarditis na COVID-19 (mogelijk i.v.m. MIS-A): verwijs door;
5     Longrevalidatie en conditieopbouw;
6     Nader te onderzoeken kwesties met betrekking tot Long COVID


1. Wat is Long COVID?
Long-COVID is geïntroduceerd door mensen die COVID-19 hebben gehad en na weken of maanden nog met gezondheidsklachten te maken hebben. Het kan gaan om vermoeidheid, om uitputting bij matige inspanning, afname van longcapaciteit, een aanhoudende hoest, pijn op de borst, terugkerende koorts en andere ziekteverschijnselen. De officiële term is "Post acute COVID-19" of "Post-COVID-19 syndroom". De Long Alliantie Nederland gebruikt de term "COVID-19 Associated Syndrome", CAS.

Aanhoudende klachten ná SARS-CoV-2-infectie worden onder de noemer "Long COVID", "Post Acute COVID-19", of "Post COVID Syndrome" gebracht. Of Long COVID bij iemand optreedt, heeft níet te maken met de ernst van het verloop van het coronavirus. Het kan zijn dat iemand die COVID heeft gehad, niet of nauwelijks ziek is geweest. Grofweg gaat het bij "Long COVID" om de volgende verschijnselen:

a. persistente ontstekingen: het kan zijn dat het lichaam nog steeds ontstekingsfactoren aanmaakt, waardoor de persoon met Long COVID zich ná infectie met het coronavirus, klachten als koorts of een ziek gevoel krijgt;
b. trombose of fibrose als gevolg van infectie met het coronavirus;
c. aanhoudende infectie met het virus, waardoor het virus langdurig in het lichaam aanwezig blijft;
d. MIS-A.

2. Lessen uit de eerste corona-epidemie (2003-2005): een centrale plaats voor revalidatie en behandeling
Om meer te weten te komen over Long COVID, moet worden gekeken naar de eerste corona-uitbraak, de SARS-corona-epidemie van 2003, die Nederland en de meeste Europese landen nooit heeft bereikt. SARS-CoV-1 is een directe verwante van het huidige coronavirus en de complicaties zijn gelijk. Met het oog op die epidemie, waarschuwde ik in maart 2020 voor de mogelijke langetermijncomplicaties van het huidige SARS-coronavirus (neurologische gevolgen, fibrose en trombose).

De les die uit de SARS-CoV-1-epidemie (2003-2005) kan worden getrokken ten aanzien van "Long COVID", is dat revalidatie en behandeling een centrale plaats in moeten nemen. De uitkomsten van de langetermijnevaluaties van SARS-CoV-1-overlevers zijn dat de totale longcapaciteit in 15 jaar níet is verbeterd, maar tijdige behandeling van longontstekingen tijdens de SARS-epidemie hadden die prognose kunnen verbeteren. De kans op herstel van de conditie is deels te beïnvloeden. Er is nooit een 100%-garantie op herstel, maar de vooruitzichten kunnen echt verbeterd worden door een juiste beoordeling en (long)revalidatie.

2.1 Langetermijnevaluaties van SARS-1

In een studie uit 2010 wordt bij 52% van de SARS-overlevers een verslechtering van de diffusiecapaciteit van de longen geconstateerd (DLCO). Bij ARDS heeft 76% van de patiënten na 5 jaar een beperking in DLCO. Op de CT-scans werden matglasvlekken in de longen (ground glass opacities), matglasvlekken tussen de longen en verstoring van de druk in de longen (air trapping) gezien (Pulmonary sequelae in convalescent patients after SARS: evaluation with thin-section CT, Radiology, 1 september 2005). Beschadiging van het epitheel weefsel en longfibrose verklaren deze aanhoudende beperkingen van de longcapaciteit, terwijl gebrek aan conditietraining de toestand verergert. De gemiddelde prestatie op de 6-minuten-looptest (6MWT) blijft ondermaats  (The long-term impact of SARS on pulmonary function, exercise and health status, Respirology april 2010; 15(3): 543-550).

In februari 2020 werd een evaluatie van 15 jaar gepubliceerd, die gaat over voormalig SARS-patiënten die tussen 2003 en 2005 zijn behandeld. De longfunctie (totale longcapaciteit, TLC en koolmonoxidediffusie, DCLO) is over de afgelopen 15 jaar niet significant verbeterd in SARS-patiënten met longfibrose. Directe behandeling van een longontsteking kan voorkomen dat de longfunctie van SARS-/COVID-overlevers verslechtert.

In 15 van de 71 geëvalueerde patiënten is necrose in de heup opgetreden (femoral head necrosis) door een stootkuur corticosteroïden, maar opmerkelijk genoeg (gunstig gesproken) kan deze heupnecrose afnemen. Met gecontroleerde dosering van corticosteroïden kan dit risico bovendien worden verkleind (Long-term bone and lung consequences associated with hospital-acquired SARS: a 15-year-follow-up from a prospective cohort study. Bone Research 2020; 8:8).

3. Over de grenzen: leidraden en modules voor de beoordeling van Long COVID (voor huisartsen en verwijzers)
Nederland moet niet opnieuw het wiel uit willen vinden om Long COVID aan te pakken. Om meer te weten te komen over de langetermijngevolgen van het coronavirus, kunnen de evaluaties van SARS-Coronavirus-1 worden geraadpleegd.

Sommige landen, zoals Schotland, zetten direct aan het begin van deze coronapandemie in op het serieus nemen en behandelen van Long COVID. De eerste stap is erkenning: Long COVID is niet psychologisch, maar kan een duidelijk, soms zelfs scherp afgebakend fysiek syndroom zijn, waarbij niet-erkenning en de langetermijncomplicaties uiteraard wel psychologische gevolgen hebben voor de betrokkenen.

De Royal College of Practitioners heeft een speciale module gelanceerd voor artsen en verwijzers die met mogelijke Long COVID/Post COVID Syndrome worden geconfronteerd: "RCGP Course on Long COVID-19". Het Hopkins Instituut heeft richtlijnen en leidraden voor het verwijzen en behandelen van Long COVID/ Post COVID: "COVID-19 Resources for Practitioners". De RCOT heeft leidraden voor het behandelen van Long COVID-patiënten ontwikkeld: "Recovering from COVID-19". Let wel: de laatste leidraad gaat uit van "Post viral fatigue". De huisarts/verwijzer dient wel eerst uit te sluiten of het virus nog in het lichaam aanwezig is of dat er sprake is van een persistente ontstekingsreactie.

4. Etiologie: "Long COVID" als verzamelterm voor specifieke syndromen: Mogelijke syndromen en onderliggende oorzaken van Long COVID

De term "Long COVID" is een verzamelnaam voor niet-nader gedefinieerde syndromen. Het maken van een onderscheid op grond van de onderliggende oorzaak is wel belangrijk: MIS-A (Multisystem Inflammatory Syndrome in Adults) is weer anders dan fibrose of klachten door de gevolgen van COVID-trombose en COVID-coagulatiestoornissen.

4.1 Persistente infectie en persistente ontstekingssyndromen: verschillende behandelingen

Een eerste, belangrijke stap in de beoordeling van Long COVID, is het uitsluiten van persistente infectie met het coronavirus. Ook dienen aanhoudende ontstekingsreacties te worden beoordeeld (markers voor persistente ontstekingen zijn o.a. IL-6 of sCD25, C-reactief proteïne (CRP), ferritine en Lactate Dehydrogenase (LDH)). Waar de huisarts/verwijzer op kan laten testen, heb ik niet-uitputtend in de slides gezet. Het maken van het onderscheid tussen persistente virusinfectie en persistente ontstekingsreacties is van groot belang: aanhoudende infectie vraagt om de gewenste reactie met  virusinhibitoren/virusremmers of Type I Interferonen (IFN), terwijl aanhoudende ontstekingsreacties of systeemsyndromen mogelijk gebaat zijn bij corticosteroïden of NSAIDs.

4.2 Chronisch Neuro-COVID-Syndroom
Het coronavirus kan direct het centrale zenuwstelsel infecteren (zie ook "Neuroinvasie van het Centraal Zenuwstelsel door SARS-CoV-2: een bespreking van klinische casus en neuroinvasieve mechanismen van het virus", 27 juli 2020). Zelfs na een "mild" verloop van infectie met het coronavirus, kunnen cognitieve beperkingen (problemen met het geheugen en de concentratie) optreden (Frequent neurocognitive deficits after recovery from mild COVID-19, Brain Communications Vol. 2, Issue 2, 2020). De TICS-M-diagnostiek voor dementie wordt gebruikt om de aard en intensiteit van cognitieve problemen ná COVID vast te stellen, maar er is behoefte aan een specifiek diagnostisch middel voor de vaak jonge groep Long COVID-patiënten. De Cambridge Automated Test Battery wordt daarvoor aangewezen ter verificatie (Frequent neurocognitive deficits after recovery from mild COVID-19, Brain Communications Vol. 2, Issue 2, 2020).

Directe virale infectie van het zenuwstelsel resulteert in o.a. encefalitis, meningitis en endotheliitis geassocieerd met necrose. Inflammatoire encefalitis, encefalopathie, ischemische beroerte zijn het gevolg van systemische ziekten in reactie op het virus. ADEM, ANE en Kawasaki-achtige verschijnselen zijn immuungerelateerde problemen die optreden ná infectie met het virus. Om in beeld te brengen wat de oorzaak precies is van neurologische klachten tijdens of na infectie met het coronavirus, kan het ruggenmergvocht worden getest op de aanwezigheid van SARS-CoV-2 en kan een MRI worden afgenomen (Deleterious Outcomes in Long-Hauler COVID-19: The Effects of SARS-CoV-2 on the CNS in Chronic COVID Syndrome, ACS Chemical Neuroscience, 2020 Dec 16; 11(24): 4017-4020).

Als Chronisch Neuro-COVID-Syndroom het gevolg is van verlies van neuronen door infectie van de hersencellen met het coronavirus, dan is verbetering niet mogelijk. Wordt de hersenstam aangetast door infectie met SARS-CoV-2 (N.B. de hersenstam is rijk aan de receptor ACE2), dan kunnen kenmerken van dysfunctie van het autonome zenuwstelsel optreden, zoals problemen met de ademhaling, bloeddrukregulering en chronische hoofdpijn (Persistent Brainstem Dysfunction in Long COVID: a hypothesis, ACS Chemical Neuroscience 2021 Feb 17; 12(4): 573-580). Microscopische infarcten in de hersenstam worden geassocieerd met microtrombose en embolie als gevolg van SARS-CoV-2-infectie, met een rol voor de ACE2-receptor als een mechanisme voor het letsel (Neuropathology of COVID-19: a spectrum of vascular and acute disseminated encephalomyelitis (ADEM)-like pathology, Acta Neuropathologica (2020): 140:1-6

4.3  Autonome dysfunctie
Autonome dysfunctie als gevolg van COVID kan worden beoordeeld aan de hand van criteria voor orthostatische intolerantie (door het te ongecontroleerd vrijkomen van epinefrine en norepinefrine). Kenmerken zijn problemen met tachycardie en adrenerge spanning van het hartweefsel. Hoge cathecholamineniveaus zorgen voor een plotselinge lage bloeddruk. Als gevolg van de activering van auto-antilichamen ná infectie met het coronavirus, kan POTS optreden (Postural Orthostatic Tachycardia Syndrome). Long COVID-symptomen die overeenkomsten vertonen met POTS (tachycardie bij het opstaan, met een significante versnelling van de polsslag) worden dus hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door autoimmuunaandoeningen ná COVID. Om de diagnose te stellen en longembolie, myocarditis (ontsteking van het hart) en aanhoudende longontsteking uit te sluiten, moeten ECG, bloedonderzoek, CT en een kieptest worden uitgevoerd (Autonomic Dysfunction in "Long COVID": rationale, physiology and management strategies, Royal College of Physicians, January 2021, ClinMed).

Behandelmogelijkheden
Behandeling van ernstige COVID-19-encefalitis met corticosteroïden en plasma (TPE) kan in sommige gevallen verbetering geven (Severe COVID-19-related encephalitis can respond to immunotherapy, Brain Vol. 143, Issue 12, December 2020). In een geval van ADEM (Acute Disseminated Encefalo-Myelitis) werden de ernstige symptomen bestreden met Methylprednisolon (Acute disseminated encephalomyelitis after SARS-CoV-2 infection, Neuroimmunology & Neuroinflammation, 1 June 2020). Bij meningoencefalitis als gevolg van COVID heeft toediening van hydroxychloroquine aanzienlijke verbetering gebracht Meningoencephalitis without respiratory failure in a young female with COVID-19 infection in Downtown LA, early April 2020, Brain, Behavior and Immunity, 2020 Jul; 87: 33).

4.4  Multisystem Inflammatory Syndrome in Adults (MIS-A)
MIS-A is een ontstekingssyndroom: het lichaam blijft verkeren in een staat, waarin het probeert om een infectie op te ruimen. Deze ontstekingsreactie verschilt van ontstekingen en verstoorde werking van de organen die toe te schrijven zijn aan hypoxie. In de schaarse literatuur over MIS-A wordt een variatie aan symptomen vermeld. Patiënten kunnen zich melden met aanhoudende keelpijn, koorts, zwakte, algehele malaise, stijfheid, diarree, uitslag, shock, nierfalen, eetproblemen, druk, palpitaties van het hart ("overslagen"), oorsuizen, hemofilie, een zwakke pols, lage bloeddruk, misselijkheid, zeer donkere urine, pijn bij het slikken en een brandend gevoel bij het plassen.

Om te bepalen of het MIS-A is, moeten een RT-PCR en antigeentest worden afgenomen, aangevuld met een meting van de ontstekingsmarkers en trombosemarkers CRP (C-reactief proteïne), ferritine, D-dimeer, alanine aminotransferase (leverfunctie), absolute aantal lymfocyten (ALC) en troponine (hartfunctie). Het onderzoek wordt aangevuld met CT-scans om de organen te beoordelen, een thoraxfoto om eventuele matglasvlekken op de longen te ontdekken, een echo van het hart (TTE), ECG van het hart en ejectie-fractieonderzoek van het hart (Multisystem inflammatory syndrome in children and adults, vgl. de ISARIC Case Report Form, een 20 pagina's tellend document van de WHO). 

Behandeling met onder meer corticosteroïden, heparine, fenylefrine, dobutamine, Remdesivir, tocilizumab, midodrine, norepinefrine en vasopressine brachten verbetering (Case Series of MIS-A Associated with SARS-CoV-2 Infection-- United Kingdom and United States, March-August 2020, Morbidity and Mortality Weekly Report CDC, 9 oktober 2020; 69(40): 1450-1456).

4.5  Myocarditis en pericarditis na COVID-19 (mogelijk i.v.m. MIS-A): verwijs door
In herstelde COVID-patiënten kunnen ontstekingen aan de hartspier optreden. Een MRI-onderzoek onder 100 patiënten die hersteld zijn van COVID, toonde dat 78% hartproblemen had en 60% een aanhoudende ontsteking aan het hart. In de patiëntgroep werden aanwezigheid van LGE (Late Gadolinium Enhancement, een marker voor fibrose en oedeem door ontsteking van het hartzakje) en een duidelijke verhoging van troponine (Outcomes of Cardiovascular MRI in Patients Recently Recovered from COVID-19, JAMA Cardiology 2020;5(11):1265-1273). Artsen moeten COVID-19-verdenking betrekken in nieuwe cardiologische klachten van patiënten die zich bij hen melden (Myocardial injury and COVID-19: Possible mechanisms, Life Sciences 2020, 15 juli 2020; 253).

In een onderzoek onder competitiesporters en duursporters werden bij 15% afwijkingen gevonden op de Cardio-MR, die op myocarditis duiden, terwijl bij 30,8% LGE aanwezig is. Ook bij deze groep traden fibrose en oedeem door ontsteking van het hartweefsel als gevolg van COVID op (Cardiovascular Magnetic Resonance Findings in Competitive Athletes Recovering from COVID-19 Infection, JAMA Cardiology, 11 september 2020).

5.  Longrevalidatie en conditieopbouw
Er is thans geen richtlijn die terugkeer naar competitiesport en duursport ná COVID-19 reguleert. De afname van troponine, ECG en een echo wordt in alle gevallen (van asymptomatische COVID-19 tot COVID met ernstige klachten) aanbevolen. Minimaal wordt 2 weken rust na de infectie aangeraden. In geval van myocarditis (ontsteking van de hartspier) kan 3 tot 6 maanden rust worden aanbevolen. Als er "milde" COVID-19-infectie is geweest, kan het sporten worden hervat volgens het "50/30/20/10-principe": in de eerste week worden de normale intensiteit en duur gehalveerd, tot in de vierde week nog maar 10% van de intensiteit en duur van de sportactiviteiten wordt verminderd (Considerations for Return to Exercise Following Mild-to-Moderate COVID-19 in the Recreational Athlete, Muscoskeletal Journal of Hospital for Special Surgery 2020 nov;16(Suppl 1): 102-107).

Patiënten die beademd zijn, kunnen post-IC-syndroom vertonen. In patiënten die voor COVID-19 op de IC zijn opgenomen en mechanisch beademd zijn, kan ook post-IC-syndroom (PICS) optreden. Het verdient aanbeveling om een speciaal rehabilitatiecentrum in te richten om patiënten na ontslag uit van de ziekenhuisafdeling op te vangen. Patiënten die zijn beademd, dienen te worden onderzocht op barotrauma en afzetting van melkzuur door uitputting van de ademhaling. Het is een algemeen beeld dat COVID-patiënten die van de IC komen, ondermaats scoren op de 6-minuten-looptest (6MWT).

Revalidatiespecialisten dienen te controleren op neuropathie, myopathie (ontsteking van de spieren), op cognitieve en neurologische functies, op de ademhaling, de werking van het hart en spier-skeletfuncties. Neuromotorische oefeningen moeten worden gedaan om ziekte en verslechtering van de lichaamsfuncties door inactiviteit te voorkomen (Early Rehabilitation in post-acute COVID-19 patients: data from an Italian COVID-19 Rehabilitation Unit and proposal of a treatment protocol, Edizioni Minerva Medica 2020 oktober;56(6):633-41).

Een recente evaluatie van 145 COVID-19 patiënten na 100 dagen wordt geconcludeerd dat de cardiopulmonaire schade (schade aan longen en hart) is afgenomen en geen belemmering meer oplevert. Hoewel de CT-scans erop lijken te duiden dat géén sprake is van longfibrose, is het onderscheid tussen ontstekingen in het longweefsel en beginnende longfibrose moeilijk te maken (Cardiopulmonary recovery after COVID-19-- an observational prospective multi-center trial, European Respiratory Journal 2020 december 10).

6.
Nader te onderzoeken kwesties met betrekking tot Long COVID
In één van de slides hieronder heb ik informatie gezet over onbeantwoorde kwesties. Deze kwesties waren ook ná SARS-CoV-1 (2003-2005) nog niet voldoende duidelijk en verdienen tijdens deze pandemie opheldering. Het gaat om de vraag, of langetermijngevolgen van het coronavirus worden veroorzaakt door (niet-uitputtend!):

* Verstoring van het vetmetabolisme;
* Verandering van de ijzerhuishouding;
* Overactieve groeifactor (EGFR);
* Pericarditis. Een ontsteking van het hartzakje kan optreden bij COVID;

* Schade aan mitochondria/beperking mitochondriale gezondheid (verbetering mogelijk door fysieke activiteit en anti-oxidatieve voedingsstoffen). Mitochondria worden direct aangevallen door het coronavirus, SARS-CoV-2. Dit heeft op de korte en langere termijn invloed op de stofwisseling van de cel. Met aanpassingen in leefstijl en voedingspatroon kan de mitochondriale gezondheid worden verbeterd. Wat de ideale omstandigheden zijn voor het beschermen van mitochondria (preventie), moet nog nader worden onderzocht. Duidelijk is wel dat lichamelijke activiteit, Vitamine B, Vitamine D3, Vitamine C, Vitamine K, selenium, zink, quercetine en resveratrol onmisbaar zijn voor een gezonde cyclus van de cellen;

* "Molecular mimicry" van het coronavirus. Molecular mimicry betekent dat de code van de eiwitten van het virus sterke overeenkomst vertonen met de eiwitten van de mens (en andere dieren die vatbaar zijn voor ernstige besmetting met het coronavirus). Dit lastige gegeven is nog nooit "hard bewezen" en is dus deels hypothetisch. Het kan zijn dat het lichaam van de mens de eiwitten van het coronavirus aanziet voor lichaamseigen stoffen. Is dat het geval, dan wordt het virus opgenomen in de cellen van de mens en bestaat het risico dat ná COVID auto-immuunstoornissen optreden. Het lichaam valt dan de eigen cellen aan. Antifosfolipide antilichamen zouden het gevolg kunnen zijn van "molecular mimicry" van SARS-CoV-2.





vrijdag 8 januari 2021

Long COVID awareness #2 ! Assessment of post COVID-19 Syndrome and recovery options

On December 23, 2020, I have posted an extensive message on Long COVID. Long COVID, post-COVID Syndrome or COVID Associated Syndrome (CAS) all refer to persisting symptoms after coronavirus infection. In some individuals, COVID might not have resolved yet (recovery might be impaired), in others, inflammatory syndromes may occur. 

Long COVID has to be defined in each individual case, which is why assessment and monitoring of post-COVID patients is needed. People with persistent health complaints should not be overlooked, but instead should be investigated to prevent long-term health impairment. For long COVID to dissolve, individual and specific recovery treatment is required.

There are specific markers to rule out inflammatory syndromes; these should be included in the assessment of patients that present with persisting symptoms such as fatigue, fever, muscle pain, overall illness, impaired respiratory capacity and performance capacities. To rule out ongoing viral activity and to assess whether the patient has been infected, perform a RT-PCR SARS-CoV-2 test and antigen test. 

Possible etiologies of long COVID are: ongoing thrombotic/thrombo-embolic activity due to coronavirus infection, manifestations of neurological involvement, Multisystem Inflammatory Syndrome in Adults (MIS-A) and CoVILD (a noun for COVID-interstitial lung disease). 

Treatment options to consider are neuromotor training, speech therapy, physiotherapy to recover heart/lung/performance function and non-corticosteroid anti-inflammatory therapy. In order to obtain consecutive knowledge and treatment options for long COVID, the Royal College of General Practitioners has launched a course that includes possible diagnoses, guidelines, learning assessments and referral tools. The other course of importance is the COVID-19 Recovery Course, developed by the RCGP. This course provides additional information on best practices and experiences with 19 years of SARS-Coronavirus long-term health effects (since the SARS-CoV-1 epidemic from 2003-2005).

Resources that are of use to aid long COVID-19 recovery:
1. Primary Care Respiratory Support Society, PCRS COVID-19 Guidance;
2. RCGP Learning, Course: Recovery from COVID-19 (take the assessment to learn how to address persistent health complaints of COVID-19 affected patients, download guidelines and consult links to health organizations);
3. Royal College of Occupational Therapists: Recovering from COVID-19: Post viral-fatigue and conserving energy;
4. Sepsis trust Critical Care and Critical Illness Recovery, sepsis in COVID-19 and recovery;
5. Critical Care Recovery, COVID-19;
6. COVID-19 Resources for Practitioners;
7. COVID-19 Workforce Wellbeing practitioners