vrijdag 29 mei 2026

De langzame makeover, deel I

Toen ik hier in het appartement trok, waren de muren bloedrood en donkergroen geschilderd door de vorige bewoners. In de hele buurt leken de eerste bewoners een voorkeur te hebben voor bloedrood; mijn buren komen ook nauwelijks van de doordringende en ongewenste kleur af. 

Ik heb de muren wel direct wit geschilderd, maar witte muren bleken nóg minder diepte aan een krappe, smalle woning met een rare vorm (trapezevorm) te geven. Ik had eigenlijk geen zin, geen tijd en geen inspiratie om er iets van te maken. Toen ik eindelijk een ingeving had (vorige week), heb ik gelijk het hele huis behangen en de muren met krijt bedekt. 

De radiator staat op een ongelukkige plek; middenin de woonkamer. Ik was mijn eigen kamerjungle begonnen om dat lelijke ding aan het zicht te onttrekken, maar het bleef beeldbepalend.

Mijn antieke meubelen heb ik in 2023 moeten weggeven, omdat ik de verhuizing grotendeels zelf moest doen (handmatig). De meubelen waren te massief en zwaar om te verschepen. Daarom heb ik vorige week andere unieke exemplaren laten plaatsen; een grote antieke kist, een scheepspoort en antieke deuren.

Ik ga drie hoeken met verschillende interieurstijlen maken. Het hebben van een lelijke en lastige, inefficiënt ingedeelde woning heeft het voordeel dat er geëxperimenteerd kan worden; de kunst is om er met drie woonstijlen tóch een eenheid van te maken.  

De radiator staat op een onmogelijke plek, middenin de kamer.


Dit is geen chemische verf, maar krijt. Ik heb drie lagen met een platte kwast en mijn vingers op het behang gesmeerd. 

  
De kleur is "Hampton Grey", een kleurtoon die bij een antiek interieur past


Het resultaat

Mijn lievelingsplant, de Areca, heeft helaas een hekel aan mij. Deze "makkelijke" palm heeft het al begeven







Eens in de week moet de hele jungle in bad. Dan is het kaal, maar wel mooi





zondag 24 mei 2026

How my existentialist life view connects to my view on loss

When I tell people that I have been living for 3 years without a loved one and had already felt like the loss had happened long ago within the first year, they ask me whether I did not have a good relationship with my loved one: "Do you not miss them?"

I wondered where that assumption, or rather projection, comes from. I find it interesting to explore the difference between my inner life (the intensity of the love says nothing about the intensity of grief) and the projection of others.

Or better said: the intensity of my love does not have to be shown through the common outer appearances of grief as depicted in this culture (darkness, crying, isolating). 

Grief is an ambiguous, non-isolated phenomenon
I acknowledge that I am different from many people and stereotypes; I have never gone through how others picture grief. I have never isolated myself, I have not been crying in a dark corner after the loss. I am not, nor have been trapped in bereavement. I do not view loss as an isolated phenomenon; not as something that occurs with death and slowly fades within a sense of time.

The multifaceted face and ambiguous facets of grief may be uncomfortable. The simplistic yet popular view may be that the bereaved one should visibly suffer, more so within the first months and if not, the depth of love and attachment are questioned. According to the social script of the Western region, one should suffer the first months or year and make a return to society with newly gained strength: "What does not kill you, makes you stronger". 

Rejecting the state of closure after loss: there is no "Growth through suffering" 
I have been the same before and after loss, nothing has ever changed who I am. In my view of the universe, loss is not something that needs to be parted with and grief is not to be buried. I reject the idea of seeing loss as a problematic concept from which one should recover to reach a state of closure. I reject the concept of  "Growth through suffering". 

Before their death, I had arrived at continuing bonds. I had already integrated the loss of life into my life before death occurred. There is no detachment; the life of my loved one is integrated into my life. 

To be clear, death is not loss in itself. The circumstances surrounding death give loss a highly contextual meaning. Seeing a loved one suffer or witnessing them losing their independence is a loss that is (sadly) hardly viewed as bereavement while it is the main event of mourning

The scripted security in "You have to move on"; living is not a conscious act of progress. People do not actually progress, but get to realize the full scope of life
To me, life is not inherently of value after loss. I hold this view that people do not actually move on, but act subconsciously or even unconsciously and reason toward the act of deliberate progress. I feel that the progression people talk about ("You have to move on") is a void truism and not more than what they like to believe. 

Overall, I view humans as individuals who like to believe that living is a conscious act of progress, when random phenomena are underestimated. 

To me, the "Moving on" perspective is a performative act that individuals use to make their reality a predictable concept. People do not move on; they keep an internal relationship with their loved ones (or even non-loved ones, as complicated relationships are highly disruptive and may lead to fragmented grief). Moving on is a social construct, a script, rather than a psychological reality. People integrate losses (not solely death-related, but also the loss of friendships, a love life and occupations) into life over reaching full closure.

In the days after loss, I scared a few people off by redirecting the statement that "One should move on". They were uncomfortable with my questioning. I believe that I confronted their sense of (scripted) security, their shielding against the inconvenient reality. 

It all made sense when I realized that I was born an existentialist. 

People have told me they found my depth of thought surprisingly complex, as I am outgoing in nature and live by the definition of interaction.

Outgoing existentialism. That is not a paradox. Introverted existentialism would be the tabletop or quiet version of viewing life as opposed to mingling. A highly theoretical view. In reality, it is about one's energy. Being an existentialist does not exclude my personal energy and openness.

Existentialism may sound depressive: being convinced that humans have actually very little control of life events contrasts this popular sense of agency over life that people like to entertain. To be clear: I do not reject the idea of accountability. I reject the idea that we can change any outcome for the better by adopting a mindset and the ideas that human brains are highly mallable by doing so. 

Existentialism is not the same as anhedonia, either; I have never lost interest in everything and everyone. 

From a young age, I have always been confused about why people tend to find a career, an estate and the obligatory holidays the factors of their success in life. I believed everyone played a role and have at times even felt isolated/lonely because of that- I could not envision how that was the epitome of living. 

I found out that I am different in that I reject the idea, the entire framework of control and life as a predictable act of progression in a reality of randomness. I have always had this detachment of performative, normative expectations that people entertain to have a sense of control on existence, as opposed to freedom. 

That does not mean that I am an actual outsider; I can relate to many people I meet. I am not complex or dramatic in friendships; I appreciate company and openly share my emotions. Maybe not-so-surprisingly, my friends have never bothered me with cliché, toxic positivity, not with the truism that one should move on, nor with assumptions. In their presence, I don't feel that kind of existential loneliness that I have had for a long time. 

donderdag 9 april 2026

Olfactory Jungle

Ik heb een lelijke, saaie muur die voor de helft in beslag wordt genomen door een radiator (in het midden van de kamer!). Sinds ik hier ben komen wonen, probeer ik er iets van te maken. In een kleine ruimte (de keuken, slaapkamer en woonkamer zitten in één ruimte en zijn nog geen 45 m2) is dat een uitdaging.

Het is nu gelukt door mijn verzamelingen (rum, fragrantica, specerijen) op één plek te concentreren, een plantenverzameling ertussen te plaatsen en met belichting te spelen. 















donderdag 27 november 2025

Hoogbegaafdenemancipatie

De emancipatie van hoogbegaafden is nog altijd hard nodig.

De mythes omtrent hoogbegaafdheid zijn hardnekkig: "Ieder kind is tegenwoordig hoogbegaafd", "Ouders vinden hun kinderen allemaal heel bijzonder" en "Ze moeten maar eens normaal gaan doen".

Aánpassen aan de norm is het devies van de meerderheid. Hoogbegaafden leren al vanaf de basisschool dat ze zich moeten aanpassen aan het gemiddelde en dat ze vooral hun enthousiasme moeten beteugelen.

Niet omdat het problematisch is om gedreven, beweeglijk en leergierig te zijn, maar omdat docenten ze niet begrijpen en/of niet weten hoe ze aan de interesses van hoogbegaafde kinderen tegemoet kunnen komen.

Het is niet een enorm offer. Wat helaas nog altijd gebruikelijk is, is dat sommige scholen goedbedoeld met een verbreding van kennis aankomen, in plaats van verdieping in vaardigheden of het aanleren van een nieuwe vaardigheid te bieden. 

Hoogbegaafde kinderen ervaren dat school een plaats is waar je leert om "mooi te zitten" en niet al te veel los te laten over hun eigen vermogens; waar verveling heerst omdat het tempo altijd te laag ligt, waar je niet wordt begrepen als je in moeilijke onderwerpen bent geïnteresseerd.

Buitenstaanders denken vaak dat een waarde-oordeel ligt besloten in de op zich ongelukkige term "hoogbegaafdheid": zij nemen aan dat begaafdheid staat voor "zich verheven voelen". 

Zij zien niet de moeilijkheden waar hoogbegaafden en hun naasten mee te maken krijgen en hebben gekregen: tegenwerking. Door school, in het latere leven soms ook door werkgevers die hun snelle wijze van redeneren verkeerd interpreteren.

Normale mensen (ja, ze bestaan wel, ik verlaat me niet op clichés als "Normale mensen bestaan niet"; mensen met een gemiddeld iq en gemiddelde interesses zijn heel wel aan te wijzen) dwingen hoogbegaafde kinderen om te socialiseren met leeftijdsgenoten, ongeacht het iq. Ze gaan daarmee voorbij aan de totaal andere behoeften van hoogbegaafde kinderen. Een hoogbegaafd kind wordt niet gelukkig van poppen, de zandbak of meedoen aan TikTok-rages. Gedwongen worden om om te gaan met kinderen in de klas werkt niet voor hoogbegaafde kinderen, die in denken en emotionele ontwikkeling ver vooruitlopen op hun leeftijdsgenootjes. Anders dan de mythe wil, bestaat geen wetenschappelijke basis voor asymmetrische ontwikkeling van cognitie en het sociaal-emotionele leven. Een emotionele quotiënt bestaat al helemaal niet, maar is een uiting van wensdenken ("Minder intelligente mensen zullen wel socialer zijn").

Kinderen, adolescenten en volwassenen dwingen om met iedereen van de eigen generatie te socialiseren,is een beproefd recept voor eenzaamheid. Voor een hoogbegaafde werkt het niet om met iedereen om te gaan. Een hiaat tussen de rijkgeschakeerde belevingswereld van een hoogbegaafde en de belevingswereld van een gemiddeld begaafde, heeft tot gevolg dat ook daten moeilijk kan zijn. Als alleen al sprake is van een intelligentieverschil, is er snel scheefgroei tussen twee mensen.

Titels als 'Nooit meer ruzie met je baas' klinken lekker, maar misverstanden tussen werkgever en hoogbegaafde werknemer typeren als conflict of ruzie problematiseert de situatie juist.

Schrijvers als Noks Nauta schetsen in hun praktijkvoorbeelden een hoogbegaafde die zijn of haar gelijk wil doordrammen en bloedserieus is over het dumpen van informatie.

Dat dekt nu juist niet de multidimensionale realiteit van de hoogbegaafde. Drammen en informatiedumpingen komen bij verschillende intelligentieniveaus voor, maar hoogbegaafden zijn meestal sociaal begaafd en typisch niet belust op "gelijk hebben", maar het afwegen van verschillende belangen.

Waar hoogbegaafden mee in de knoei komen ten opzichte van sommige werkgevers, is dat zij te goed zijn in anticiperen. Hoogbegaafden zien ver van tevoren wanneer beslissingen rampzalig zullen uitpakken en wanneer een verandering contraproductief zal uitwerken. 

Hoogbegaafden beschikken over een uitstekend inzicht in logica, dat hen in beginsel ver brengt, maar op een hiërargische werkvloer kan botsen met opgelegde redeneringswijzen. Bijvoorbeeld als iedereen door het systeem wordt gedwongen om een foute beslissing te nemen, waarna de werkstapel alleen maar zal groeien omdat achteraf blijkt dat niet aan een bepaalde voorwaarde is voldaan. Of wanneer de ict-er die het systeem heeft ontworpen, niet de opdracht heeft gekregen om de werknemers en managers in de implicaties mee te nemen.

Op meerdere fronten zal de snelle redeneringsvaardigheid van een hoogbegaafde werknemer, uitkomst bieden voor een organisatie. Hiërargische en lethargische organisaties die "Het hoofd van de organisatie zegt het, dus zo moet het" voorop stellen, zullen de hoogbegaafde sneller richting een schijnconflict duwen dan hun voordeel te doen met inzichten en innovaties.

Hiërarchische organisaties zijn bovendien gehecht aan senioriteit: iedere werknemer moet onderaan de ladder beginnen en opklimmen door het aantal jaren werkervaring. Dat betekent vaak, dat een hoogbegaafde ver onder zijn of haar niveau moet werken en dat de snelle breincapaciteit wordt doodgeslagen. 

Ik durf te stellen dat we als samenleving onnodige economische en wetenschappelijke verliezen lijden door geen gebruik te maken van hoogbegaafden en ze niet op de juiste positie te plaatsen.



dinsdag 18 november 2025

Deze tijd van het jaar is moeilijk als je iemand mist

Ik heb geen last van nostalgische gevoelens, zo ook niet rond de kerst. 

Nee, rond deze tijd van het jaar, als de dagen kort zijn, het weer wazig is en het vroeg donker wordt, voel ik het gemis weer opdoemen.

Er gaat eigenlijk geen nacht voorbij zonder gemis te voelen, maar overdag kan ik me meestal zo makkelijk in de verplichtingen verliezen dat ik het gevoel nauwelijks door me rondzwiert. 

In deze periode is dat anders. Ik voel het gemis óók terwijl ik druk bezig ben. Het sluimert en doemt nu veel harder op. Het is een koud gevoel, een leegte.

Ik heb geen behoefte aan "gelukkig heb je goede herinneringen", of "Misschien wordt het (die "magische" toekomst toch altijd..) beter". 

Ik mis mijn naasten die dood zijn.  





vrijdag 17 oktober 2025

Ik houd niet van gezeur over het weer, werk of de was!

Zo, dat is eruit!

"Klagen verbindt mensen". Het kan zo de titel van een workshop met één of andere motivatiegoeroe zijn. Mensen vinden elkaar kennelijk in beklag over onbelangrijke zaken. 

Ik niet! Ik houd daar helemaal niet van! Ik vind het niet erg om iedere dag om 4:30 op te staan, om te werken, om door de stromende regen, hitte of kou te moeten lopen, om dagelijks 5 kilometer te voet af te moeten leggen en om ongeveer 19:00 pas thuis te komen.

Ik houd net zo van rotweer als van hitte. Ik kan overal tegen en heb bovendien weinig slaap nodig- dat is al zo sinds mijn geboorte. 

Het is mijn bioritme om altijd "aan" te staan en snel te zijn. Ik heb geen ochtendhumeur en hoef niet vroeg naar bed- ik ben avond- en ochtendmens. In het weekend werkte ik voordien (vanaf vrijdag) tot 03:00 's nachts. Als ik er een 10-urige dag op heb zitten, heb ik zin in een feest in plaats van thuis te zitten.

Mensen zeggen al mijn hele leven dat ik mezelf vast eens tegenkom, maar ik loop eerder het risico om me te vervelen. Overspannenheid komt bij mij niet voor (ik heb het ergste al meegemaakt, daar kon ik ook flexibel mee omgaan).

Maar waar ik niet tegen kan, zijn chagrijnige mensen en geklaag over niks. Ik heb graag positieve, tolerante mensen om mee heen. Ik ga mijn gang wel als ik chagrijnige mensen om me heen heb, maar ik voel hun stemming drukken en vind de atmosfeer van passief-agressieve mensen heel akelig. Bovendien moet ik mijn drukke, praatgrage aard onderdrukken in het bijzijn van snel gepikeerde mensen en dat voelt heel onnatuurlijk en contraproductief. 

Het mooist is als mensen eerlijk beamen dat ze buiig zijn en van mopperen houden. Dan is het wel uit te houden.

Er zijn wel een paar zaken waar ik graag over zeur. Dat vreselijke ov met al die verpauperde toestellen, asociale mensen, traagheid in het verkeer, besluiteloze mensen die midden op een looproute blijven hangen, inhalige mensen en vieze koffie. 

Vooral koffie is van levensbelang. 





zondag 28 september 2025

[culinair] Vrolijk eten!

Het weekend gaat op aan eten maken voor de hele week. Ik haal alle ingrediënten in huis om vooruit te kunnen. Het is dan ook een kleurrijk geheel.

Dit weekend maakte ik o.a. een Thaise visschotel met glasnoedels en dikke woknoedels, afgetopt met gamba's.

Ingrediënten
- Paprika tricolore (bio);
- bosui;
- 5 knoflookuien;
- 3 grote uien;
- limoen (bio);
- tomaten (bio);
- platte peterselie;
- koriander;
- gember; 
- kurkumawortel;
- 5 rawitpepers;
- 3 gedroogde chilipepers;
- 2 bakken kastanjechampignons;
- komijn, ongemalen;
- sesamolie;
- sojasaus (bio);
- Xeres (droge sherry)

Het lijkt misschien veel qua ingrediënten, maar ik hak alles met een nakirimes om snel klaar te zijn met de voorbereiding. Ik ben nooit langer dan een kwartier bezig met hakken. 







 

 

dinsdag 2 september 2025

Snelle curry!

Toen ik er nog tijd voor had, in de antieke tijd, ging soms een hele dag op aan het maken van curry's. Ik nam het heel serieus: ik had een keukenmachine speciaal om de specerijen te malen voor de curry, zocht de juiste zure tomaten uit (te zoete tomaten kunnen echt niet in een curry!) en ging de markt af voor curryblad, tamarinde, kardamom en kemirinoten. Kokoscrème maakte ik zelf door kokos uit te hakken en te weken. 

Ik maak tegenwoordig de garam masala en currymengsels met de koffiemolen en ik gebruik gepelde tomaten om snel klaar te zijn. Mijn favoriete curry is een dikke, rode kokoscurry. Het kost me slechts een kwartier om alles te bereiden. 

Droge sherry wordt veel gebruikt in de Aziatische keuken. Het geeft smaak en de juiste consistentie aan de saus, met de sojasaus, tomaten en geraspte kokos erbij. Omdat ik geen wijndrinker en al helemaal geen sherryliefhebber ben, heb ik een kleine fles gekocht voor het maken van meerdere sauzen. Het is ook een standaardingrediënt in de char siu (een plakkerige Kantonese saus). 

De ingrediënten die op mijn tafel liggen (op de afbeeldingen) zijn voor een pokébowl en meerdere curry's. 

De saus
200 ml droge sherry (Jerez)
Sojasaus
4 grote uien, in grove plakken
Stuk gember, fijngesneden
3 plakken venkel, fijngesneden
3 knoflookuien, fijngehakt
rode en groene rawitpepers (4 stuks)
gedroogde rode chilipepers
1 limoen
Een handvol kerrieblad/curryblad 
Gepelde tomaten
Kokoscreme 
200 gram geraspte kokos

Specerijen, om te malen:
Fenegriekzaad
1 zwarte kardamompeul
Korianderzaad
Komijnzaad
Zwart mosterdzaad


"Wat heb je altijd in huis?"  Hele schalen vol specerijen, rawits, paprika's, kolen, gember en kokos!








En het resultaat ziet er altijd uit.. als een braakbakje. Tomaten en kokos leveren nooit een mooie rode saus op, al zou ik er een hele zak chilipoeder in gooien! Alleen culinaire verf en Photoshop geven een helder rode curry...