zondag 5 maart 2023

De stigma's rond (hoog)begaafdheid: ze zijn niet waar, maar wel nadelig

Hoogbegaafdheid, hoge intelligentie, of begaafdheid: het zijn geen synoniemen. Het is zonder eenduidige test of betrouwbare testresultaten ook moeilijk om te definiëren of sprake is van "normale" begaafdheid, een hoog IQ, of hogere begaafdheid.

Het gaat mij niet zozeer om het onderscheid, al geef ik er zelf de voorkeur aan om van hogere intelligentie te spreken. Het begint er al mee dat hoogbegaafden niet van zichzelf zeggen dat ze hoogbegaafd zijn, of dat ze het niet onderkennen omdat ze zich er zélf niet bewust van zijn. De meeste mensen dénken dat hoogbegaafdheid heeft te maken met hoe goed iemand het academisch doet. Hoewel de universiteit vaak makkelijk is voor hoogbegaafden omdat ze niet hoeven te studeren om iets door te hebben (ik heb zélf in grote mate een fotografisch geheugen, dus ik hoefde nooit te leren), heeft hoogbegaafdheid betrekking op iets anders: 

- een scherper soort bewustzijn;
- anderen doorhebben/de intenties van anderen aanvoelen;
- een groot vermogen om te anticiperen;
- informatie op de juiste manier kunnen selecteren en interpreteren (hoogbegaafden zijn efficiënte zoekers!) ;
- het zichzelf kunnen verplaatsen in het perspectief van een ander;
- sociale behoeften aanvoelen;
- snel schakelen en meerdere oplossingen zien voor een complex vraagstuk;
- motorische, ritmische en muzikale begaafdheid die samenhangen met het vermogen om op gevoel te navigeren.

Is het relevant om hoogbegaafdheid te bespreken? Wat mij betreft wel degelijk. Het gaat om de perceptie van ánderen. Op hogere begaafdheid rusten tot op heden stigma's die niet alleen onjuist zijn, maar het leven van de hoger begaafde persoon ook kunnen bemoeilijken. Die stigma's blijken veelgehoorde stigma's te zijn.

De stigma's: hoogbegaafdheid als ontwikkelingsstoornis (??!!)
Het hardnekkigste stigma is dat hoogbegaafdheid een ontwikkelingsstoornis zou zijn. Er wordt wel gesproken van neurodiversiteit, of een pervasieve ontwikkelingsstoornis. De hoger begaafde zou psychosociale problematiek ontwikkelen vanuit aanleg.

Geen aansluiting vinden is niet het resultaat van een sociaal-emotionele achterstand of "scheefgroei"
Begaafdheid is géén psychosociale afwijking. Kinderen kunnen geregeld geen aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten, maar dit is niet vanwege een sociaal-emotionele achterstand bij leeftijdsgenoten. De sociale ontwikkeling kan bij een begaafd kind voorlopen op die van leeftijdsgenoten, dat betekent niet dat er sprake is van scheefgroei tussen cognitie en sociaal functioneren.
Sterker nog: hoger begaafde kinderen tonen vaak een feilloos gevoel voor andermans emoties en intenties. Docenten en observanten spreken wel van "antennes" voor het aanvoelen van anderen. 

Wat betreft het cognitieve aspect van het sociale functioneren, kan de verbreding van onderwerpen en interesses groot zijn bij hoger begaafde kinderen. Kinderen die dit niet hebben, zullen de onderwerpen of de verdieping in thema's die hoger begaafde kinderen bezighouden, niet altijd begrijpen. Het kan gaan om abstracte thema's, zoals levensvragen, maar ook om de zoektocht naar het "waarom" achter iets. Het leggen van verbanden is niet iets dat alle kinderen op zeer jonge leeftijd bezighoudt, maar typisch is voor hoger begaafde kinderen.

Je moet je maar aanpassen/ga maar normaal doen
Mensen die het niet hebben begrepen, denken dat de hoger begaafde behoefte heeft aan een speciale positie. "Je moet je maar aanpassen", wordt ook wel gezegd als er afgunst in het spel is, of als mensen denken dat een hoger begaafde een voorkeursbehandeling krijgt.

"Normaal doen" impliceert dat de hoger begaafde zich moeten aanpassen aan het algemene niveau van de (leeftijds)groep. Voor geen enkel kind én voor geen enkele volwassene is het goed om op een lager of te hoog niveau te moeten functioneren. De kwaliteit van persoonlijke relaties, de emotionele verdieping, wordt niet beter door aanpassing. Communicatieniveau én intelligentie zijn belangrijke, m.i. nog altijd schromelijk onderschatte aspecten van het sociaal functioneren. Intelligentie slaat niet slechts op de harde cognitie, maar op het fijne samenspel van cognitie en het vermogen om anderen in te schatten en hun emoties aan te voelen.

Het cliché "hoogbegaafden hebben een laag "Emotioneel Quotiënt" " is een niet-bestaand stigma
Nog zo'n stigma dat letterlijk op niets is gebaseerd, is dat hoger begaafden weliswaar een hoog IQ hebben, maar vaak een laag EQ tonen.

De droge materie is dat een EQ in de wetenschap duidt op hersengroei, dus niets met emotioneel functioneren in psychologisch opzicht heeft te maken. Bovendien bestaat de tweedeling tussen een IQ en emotioneel functioneren niet zoals deze wordt gepresenteerd.

Een hoog IQ houdt geen verband met laag emotioneel functioneren. Andersom impliceert een laag IQ niet dat minder intelligente mensen sociaal-emotioneel beter functioneren. Het stigma is in het leven geroepen als troost voor mensen die denken een lager IQ te moeten compenseren. Het is een bodemloze vergelijking.

Waarom ik hierover schrijf

Ondanks een geboorte met een hartstilstand, een maag vol vuil vruchtwater en een navelstreng die drie keer om mijn nek gedraaid zat, was ik op mijn geboortedag een luidruchtig kind dat al begon met kruipen. Ik werd iedere keer op mijn plaats teruggelegd in de couveuse, om mezelf weer een weg naar boven te banen. Met 5 maanden leerde ik tegen mijn moeders moeder praten. Met 10 maanden had ik een flinke woordenschat. Moeilijke woorden zoals "kaarten" en "jongen" waren de eerste uitbreidingen van mijn woordenschat. Ik lag altijd te kijken hoe mijn moeder en oma tegen mij aan het praten waren.

Heel typerend voor mij was dat ik gevoelig was voor de stemmingen en intenties van mensen. Ik kon schaterlachen als ik iemand leuk vond en gaf het aan als ik iemand niet vertrouwde. Dat lijkt niet bijzonder, maar ik heb het meerdere keren feilloos aangevoeld als iemand écht niet te vertrouwen was of dat iemand in de problemen zat. Als kleuter heb ik mijn ouders gewaarschuwd voor een buurvrouw; ik zei dat er iets mis was met haar. Toen ze flessen wijn over de heg op ons terras begon te smijten en de tuin onder smeerde met haar vuiligheid, wist ik dat mijn voorgevoel juist was. Een andere keer heb ik gewaarschuwd dat het met iemand verkeerd ging. Ik was net zes geworden en voelde dat een buurman problemen had. Dat was niet op het eerste gezicht te merken, want hij had net promotie gemaakt. Hij bleek een alcoholist te zijn, dat kwam aan het licht toen hij een zwaar hartinfarct kreeg.

Ik leerde mezelf schrijven toen ik 3 jaar was. Toen ik naar de basisschool ging, vond ik het vanzelfsprekend om te kunnen lezen, schrijven en Engelse woorden te herkennen. Mijn kleuterjuf kwam bij mijn moeder aan met "Weet je dat jouw kind in het Engels heeft geschreven??!!". Wij kregen in groep 1/2 nog geen les. Er werd niets gedaan om lees- en schrijfvaardigheid te stimuleren. In plaats daarvan moesten we de hele dag spelen. Ik verveelde me te pletter.

Er werd gerapporteerd dat ik niet met andere kinderen speelde. Dat is logisch, want ik had niets met de poppenhoek, het kassaatje of de zandbak in de klas. Ik hield niet van de verplichte knip- en plakopdrachten en maakte me er gemakkelijk vanaf. Als kind had ik het helemaal niet moeilijk met vrienden maken, alleen zaten ze niet bij me in de klas. Ik was wel vanaf dag 1 met jongens uit mijn klas aan het praten. Ik was altijd aan het praten. Terwijl de kinderen op hun eerste schooldag aan het janken waren toen ze werden uitgezwaaid door hun moeder, had ik het te druk met kletsen met een jongen naast me. Ik ging toen graag met mijn beste vrienden om. Ik zag zelfs niet dat het bij mijn beste vriend thuis smerig was, zo smerig dat ik onder de ringworm kwam te zitten. Zijn moeder kon het niet bolwerken, maar ik vond ze zo aardig dat ik van de stank in huis niet eens iets gemerkt heb.

Verveling op school: van vrolijke grappenmaker naar teruggetrokken, onderpresterend kind

De verveling op school maakte van mij een teruggetrokken kind, terwijl ik tot dan toe altijd één en al vrolijkheid was. Het bijna altijd lachende kind, de grappenmaker, de gangmaker, zag ertegenop om de dagen op school door te moeten komen. Bij de verplichte tekenopdrachten werd mijn werk steeds slechter, tot ik alleen nog maar kraswerk afleverde. Ik botste ondertussen met mijn docente, omdat ze totaal niet met kinderen om kon gaan en altijd chagrijnig was. Ze snapte niets van me, had ze tegen mijn moeder gezegd. Ze dacht zelfs dat ik over paranormale vermogens beschikte, omdat ik wist aan te wijzen waar ze iets was verloren dat ik niet eerder had gezien en ook niet kon kennen en schijnbaar iemands aanwezigheid kon voelen zonder diegene gezien te hebben. De adjunct-directeur, een man met mensenkennis, vermoedde dat ik hoogbegaafd was. Hij verwees mijn ouders door naar Pharos.

Er werd al die jaren geopperd om moeilijker werk aan te bieden, maar het bleef bij mooie plannen. Toen ik bijna 10 jaar was, wilde ik stoppen met school. Ik deed gewoon niets meer. Mijn leeftijdsgenoten hadden het druk met wie er tot het populairste groepje hoorde en wie zich in het groepje binnen mocht slijmen, of ze deden hun best om bij het quasi-braafste groepje te horen. Ik vond het maar een armoedig gedoe, de strijd om bij een groepje te horen. Ouders slijmden zich ondertussen een weg naar het geweten van de docent om hun kind te laten voorsorteren op het vwo-advies, ook als duidelijk was dat het kind dat nooit aan zou kunnen. Ik had een paar klasgenoten met wie ik het heel goed kon vinden, maar ik had niets gemeen met de interesses van de meeste leeftijdsgenoten.

Ik dacht op de universiteit op mijn plaats te zijn, maar daar was het schoolse systeem van "huiswerk voorlezen" allesbehalve uitdagend. Er was helemaal geen tijd voor discussie, alles werd gekneed in een mal van voorgeschreven antwoorden. Andere perspectieven werden meestal niet op prijs gesteld, het moest zoals in het antwoordmodel c.q. de docenteninstructie. De tutoren konden daar ook echt niets aan doen, die kregen op de maandag voorafgaand aan het blok een instructie in handen gedrukt en moesten zelf de lesstof maar lezen. Ik ging, op een paar keer een verkenning na, niet meer naar de niet-verplichte hoorcolleges, omdat ik zo kon playbacken wat de docent ging bespreken. Als ik de boeken onderweg in de trein had gelezen en de slides had bekeken, kon ik letterlijk voorspellen wat tijdens het college zou worden gezegd.

Stigma's bij het solliciteren: "Zonde van jouw capaciteiten"
Pas bij sollicitaties in het hogere segment kreeg ik opnieuw met de stigma's rond hoogbegaafdheid te maken. Aarzelend werd me gevraagd of ik......"misschien erg intelligent was?". Als het onderwerp eenmaal was aangesneden, sprong het over naar "als je hoogbegaafd bent, dan ga je je hier misschien vervelen". Met stages ging het ook zo, al had dat te maken met de subsidiëring van traineeships en stages: er werd mij gevraagd of ik zeker wist dat ik de studie in één keer zou halen. Ik bevestigde dat en hoorde dat de werkgever zeker moest weten dat ik gedurende 10 maanden in de Masteropleiding zou blijven, omdat de bekostiging van de stage door het Rijk anders zou vervallen. Ik opperde om dan een vak open te laten staan, maar dat vond de commissie zonde. Er werd iemand aangenomen die was gezakt voor zijn Master strafrecht.

Bij een sollicitatie voor een baan in de zorgsector werd ik gebeld met de mededeling dat het zonde was van mijn opleiding en mijn intelligentie. Recent kreeg ik nog te horen dat "ik veel meer te bieden had dan het werken met mensen mij zou kunnen geven". Ik heb weliswaar beschreven hoe ik mij verveelde op de basisschool. Die situatie is echter totaal anders: op de basisschool ging het om de hele dag verplicht zitten niksen, in het werk gaat het om dynamische situaties waarin contact met mensen mogelijk is. Dat is niet vergelijkbaar.

Niemand heeft er oog voor dat ik zelf waarden heb waar ik me voor in wil zetten. Wat ik belangrijk vind in het leven, warm contact en het communiceren over menselijke behoeften, hulpvragen en oplossingen, wordt volledig aan de kant geschoven omdat intellectueel werk als het hoogste goed wordt beschouwd. Dat ik het zélf leuk zou kunnen vinden om met mensen te werken, is kennelijk niet relevant voor ze.

Wat recruiters en leden van een sollicitatiecommissie feitelijk zeggen, is: "We geven je geen kans. Wij denken dat jij je gaat vervelen, dus kunnen we je beter afwijzen". Dat is een stigma waar ik niet tegenop kan, omdat een eenmaal gevormde gedachte bij de ander maar lastig is te weerleggen, helemaal als deze telefonisch en niet op de man af wordt geuit. 

Wat wel waar kan zijn: eenzaamheid
Eenzaamheid is een onbegrepen thema. Niemand heeft iets aan dooddoeners zoals 'Je kunt met heel veel mensen om je heen nog eenzaam zijn', of: 'Als je alleen bent, hoef je niet eenzaam te zijn'.

Als je er alleen voor staat is het in absolute zin eenzaam, maar ik wil vertellen wat de essentie van eenzaamheid is. Voor mij is eenzaamheid 'het missen van iemand om gelijkwaardig contact mee te hebben'. Dan gaat het er níet om dat de gespreksstof tussen twee gelijkwaardige mensen alleen maar moeilijke onderwerpen betreft. Intelligentie is zeker belangrijk bij gelijkwaardigheid. Het is slechts één van de parameters die staan voor gelijkwaardigheid. Ik kan het ook duiden als 'van een gelijkwaardig niveau zijn'. Om waardevol menselijk contact te hebben, is het belangrijk om elkaar aan te voelen. Als twee mensen van een totaal verschillend niveau van communiceren zijn en elkaar niet goed aanvoelen, dan heeft het contact waarschijnlijk niet veel waarde.

Goedbedoelde nutteloze adviezen om eenzaamheid te bestrijden zijn: "Maak vrienden, ga vrijwilligerswerk doen bij een soos, ga eten rondbrengen bij ouderen", enz. Daarmee wordt miskend dat eenzaamheid verweven is met de behoefte aan gelijkwaardig menselijk contact. Als je iemand met hoge intelligentie aan de lopende band zet of in een groep met alleen maar laag intelligente mensen plaatst, dan wordt niets gedaan met de behoefte aan gelijkwaardig contact. En "Maak zo snel mogelijk vrienden" gaat volledig voorbij aan het intieme element van echte vriendschap. Echte vrienden liggen niet voor het oprapen.

Die eenzaamheid die bij hoger begaafden vaak voorkomt, is enerzijds het gevolg van stigmatisering en anderzijds het gevolg van het ontbreken van mensen van een gelijkwaardig niveau van functioneren en communiceren. Hogere intelligentie wordt nog altijd "eng" of afstandelijk gevonden. En in een groep met mensen die de waan van de dag het belangrijkst vinden, die graag praten over andere mensen of altijd klagen over van alles en nog wat, is het eenzaam.

Kortom
Ik zeg niet van mezelf dat ik hoger begaafd ben. Niet uit bescheidenheid, maar omdat ik er nooit echt een oordeel over heb gehad. Pas toen de stigma's voor mij duidelijk werden (concreet: om tijdens sollicitaties de vraag te krijgen "Als je hoogbegaafd bent, ga je je dan niet vervelen hier?"), vond ik het nodig om deze ter discussie te stellen.

Hogere begaafdheid is géén ontwikkelingsstoornis. Het is geen sociaal-emotionele achterstand of scheefgroei. Een gebrek aan aansluiting bij leeftijdsgenoten houdt in dat er een gebrek is aan mensen die op hetzelfde niveau functioneren; niet dat de sociaal-emotionele vaardigheden minder ontwikkeld zouden zijn. Aanpassing aan het niveau van de ander leidt niet tot beter sociaal functioneren en ook niet tot een verdieping van de emotionele banden. Een lager intelligent persoon heeft er ook geen baat bij om op z'n tenen te moeten lopen om zich aan te passen aan een hoger intelligent persoon. 





vrijdag 3 maart 2023

Er is nog altijd géén hulp voor naasten of nabestaanden- het is nodig dat er oog is voor hun welzijn en belangen! (Edit: zie update onderaan dit bericht)

Als je naaste in een intensief behandeltraject zit, gaat alle tijd en aandacht op aan de behandeling zelf. Terecht. Dat is wat ik als naaste ook wilde én deed. Ik wilde mijn moeder intensief bijstaan. Wat haar tijdens het ziekteproces enorm heeft belast, is dat er nooit oog is geweest voor de zorgen en het leven van de naaste(n) van de patiënt. Ze vond het vreselijk dat ik alles alleen heb moeten doorstaan en heeft veel moeite gehad met de gedachte dat ik nu nog alles alleen moet doorstaan. Naasten zijn het fundamentele sociale netwerk van de patiënt.

Door de formele opstelling van ziekenhuizen én het ontbreken van georganiseerde steunpunten voor naasten en nabestaanden, wordt voorbijgegaan aan het feit dat het welzijn van het sociale netwerk van de patiënt ook het welzijn van de patiënt zélf beïnvloedt. Een enkele keer is het "Je mag mij altijd bellen". Dat is voor mij al meer dan ik ooit gewend ben geweest.

De harde realiteit is: als de behandeling is afgesloten of als behandeling niet meer mogelijk is, dan wordt op geen enkele manier naar naasten of nabestaanden omgekeken (tenzij je het geluk hebt om een paar keer een verpleegkundige of behandelaar met een warme persoonlijkheid tegen te komen). Het maakt niet uit hoe het leven van een naaste of nabestaande verder gaat. 

Als kind heb ik dit al ervaren. Eén van Nederlands bekendste oncologen was de behandelend arts van mijn moeder. Hij wordt in de media als een "fijne persoonlijkheid" en "warme, bij families van patiënten betrokken man". Ik heb wel anders meegemaakt. Ik was nog maar een schoolgaand kind dat net naar groep 7 ging. Meer dan een telefoontje met "Je moeder is succesvol geopereerd en ze gaat zo terug naar de kamer" heb ik niet van hem gehoord. Geen bezoekje als ik op de afdeling was, nooit de vraag hoe het met mij ging, niets.

Tijdens al de trajecten die mijn moeder heeft moeten ondergaan, ontbrak enige vorm van steun aan naasten. De behandeling strekt tot de contractuele verhouding met de patiënt alleen, maar dan mag er nog wel een contactpersoon zijn waarnaar de naasten of nabestaanden kunnen worden verwezen.

Ik moet de opmerking maken dat er buiten de behandeling ook geen enige vorm van begeleiding is voor de patiënt zelf, die te maken krijgt met arbeidsvragen, re-integratie, WMO-zaken, huisvestingsvragen, ziekenvervoer, e.d. De oncologisch maatschappelijk werker is tijdens meerdere trajecten geraadpleegd, maar die gaf aan in deze kwesties niets te kunnen betekenen.

De consequentie is dat naasten en nabestaanden, maar ook de patiënt zelf volledig op zichzelf zijn aangewezen in een toch al moeilijke periode. Hoe kan zoiets worden aangepakt?

- Ten eerste moet de sociale kaart van instanties die hulp bieden ná een behandeling, worden verbeterd. Instanties moeten nu worden gegoogled, omdat er geen goed overzicht is van de werkzaamheden van organisaties. Een concreet voorbeeld is dat een verpleegkundige naasten van een volwassen patiënt naar het RonaldmcDonald-huis verwees voor een overnachting, terwijl dit huis is bedoeld voor naasten van een kind dat wordt behandeld. Het Daniël Den Hoed-gastenhotel is bestemd voor naasten van patiënten die zijn opgenomen in het Erasmus MC, maar dit was zelfs in 2023 nóg niet bekend bij het verpleegkundigenteam op de afdeling;

- Ten tweede dienen functionarissen en maatschappelijk werkers zich meer in te spannen om de patiënt, naasten of nabestaanden bij te staan als er een hulpvraag is. Maatschappelijk werkers die een patiënt als cliënt over de vloer krijgen, kunnen in samenspraak met de patiënt contact opnemen met de gemeente, bijvoorbeeld met het WMO-team;

- Ten derde zouden er gespecialiseerde psychologen/psychologen rouwverwerking aan het ziekenhuis verbonden moeten zijn, naar wie nabestaanden met een hulpvraag kunnen worden verwezen. Tijdens de behandeling en tijdens het ingaan van de laatste fase vinden traumatiserende gebeurtenissen plaats. Het is erg eenzaam om daar alleen mee om te moeten gaan. Het kan niet anders dan dat iedereen die er alleen voor komt te staan, hier in eenzaamheid onder lijdt omdat er niemand is die er openlijk over praat of de hand uitstrekt. Dat zou niet nodig moeten zijn. Ook in eenzaamheid kan de mens niet uniek en niet volledig alleen zijn. Het is misschien goed om er met een buitenstaander over te praten, maar wel met iemand die de ervaring heeft met soortgelijke kwesties.

Edit: ik moet absoluut de opmerking maken dat ik het geluk heb dat ik via de gemeente iemand heb gevonden die me bij wil staan. Die behulpzaam is en voor wie de menselijke maat vooropstaat. Dat is bijzonder, want ik heb dat echt niet eerder meegemaakt. Ook heb ik via Twitter steunbetuigingen gehad waarvoor ik dankbaar ben. Een sociaal medium kan heel waardevol zijn. Er zijn mensen die oprechte interesse hebben in anderen; die heb ik kunnen vinden dankzij de invulling die wij als gebruikers samen aan het platform geven. Ik spreek ze ook in het echte leven!



woensdag 1 maart 2023

Mijn profiel

Een rol als woordvoerder en probleemoplosser is een functie die helemaal bij mij past! Ik weet goed in te schatten welke verbeteringen moeten worden doorgevoerd en ga er direct mee aan de slag als ik iets constateer. Niemand heeft er iets aan om problemen aan te kaarten; dan gebeurt er namelijk vervolgens niets.

Ik ben bovendien (fysiek) actief ingesteld en praktisch. Toen ik op mijn zestiende klaar was met school, ben ik gevraagd als invaller in de verpleging. Na een korte inwerkperiode van één dag, had ik het werk voldoende in de vingers om zelfstandig mensen te wassen, naar het toilet te helpen, te helpen met aankleden en overige ADL-handelingen en om de actieve en passieve tillift veilig te gebruiken. Ik heb samen met een collega op een afdeling van 30 mensen gestaan. Als ik zeg dat ik mijn hand niet omdraai voor een dergelijke "praktijkgerichte" functie, dan krijg ik verbaasde reacties, omdat interesse in praktische beroepen niet verwacht wordt van academici. Waarom niet? Ik ben graag bezig. Een juridische brief/vordering inclusief onderbouwing van het juridische betoog opstellen, kost me hooguit een uur.

Ik heb zoveel interesses en vaardigheden dat ik me nooit hoef te vervelen. Bankzitten, tv kijken, of iets anders passiefs is niets voor mij. 

Waar ik allemaal voor inzetbaar ben:

- Schrijven (non-fictie: schrijven over obstakels en absurditeiten in het dagelijks leven, kluchten en anekdotes vertellen in geschreven tekst);
- Vertalen (Cyrillische teksten omzetten naar Nederlands, Russische en Oekraïense teksten fonetisch vertalen en Nederlands vertalen naar Slavische talen);
- Ontwerpen en tekenen met traditionele materialen (grafiet en papier);
- Koken: culinaire gerechten bedenken, ze uitwerken en recepten presenteren;
- Wetenschappelijke reviews schrijven
- Een huis inrichten met de juiste kleurtonen en belichting;
- Juridische vorderingen en pleitnota's schrijven; juridische onderzoeken schrijven en uitvoeren, annotaties bij vonnissen en arresten plaatsen.

Schrijven
Ik schrijf zoals ik denk en converseer. Ik schrijf zonder zelfcensuur, vanuit mijn gevoel en intuïtie. Mensen die me ontmoeten, bijvoorbeeld tijdens een sollicitatie, zeggen dat mijn brieven altijd overeenkomen met hoe ik zélf overkom. Dat is de kunst van schrijven wat je voelt of beleeft. Ik heb nog nooit een schrijfplan gemaakt. Voor mij is dat niet nodig. Ik schrijf op mijn manier: wanneer ik de inspiratie krijg. 

Mijn onderwerpen zijn neuroscience, medische wetenschap in de praktijk, absurditeiten op het gebied van de dagelijkse zaken en juridische kwesties. Sinds 2020 schrijf ik wetenschappelijke reviews over SARS/COVID als trombose-ziekte, met het sinds 2003 bekende Post-Acute SARS/Long COVID Syndroom tot gevolg. Mijn wetenschappelijke reviews heb ik zowel op rechtenblog geplaatst, als op het speciaal daarvoor ingerichte Rechtenblog & Neuroscience.

Vertalen
Hoewel ik van Oost-Slavische afkomst ben, ben ik geheel in de Nederlandse taal opgevoed. Ik heb het Russisch en Oekraïens dus moeten leren, o.a. van een Nederlandse docente (!). Vanwege de stigma's over Oost-Europeanen en door assimilatie hebben wij nooit tot zelden openlijk over onze afkomst gesproken. Op de universiteit was die discriminatie niet aan de orde, de interesse in Slavische talen was groot onder studenten van alle afkomsten en leeftijden.

Ik kan Cyrillische teksten naar het Nederlands vertalen, een fonetische Slavische tekst voor Nederlanders schrijven en Nederlandse woorden in Cyrillische teksten omzetten. Daarvoor gebruik ik Cyrillisch cursief, een handgeschreven alfabet.

Ontwerpen en tekenen
Mensen die mijn tekeningen hebben gezien (ze hangen bij mij thuis op de deur en slingeren door het huis), vragen of ik van plan ben om iets professioneels te doen met tekenen en ontwerpen. Ja, graag.

Koken
Tot ongeveer rond mijn 16e had ik totaal geen interesse in koken. Vanaf dat moment heb ik het mezelf geleerd. Mijn eerste gerechten waren variaties op Indiase curry's en Indonesische gerechten. Naast zelfgemaakte pasta's zijn zelfgemaakte curry's, abrikozentajine's, nasi, mie en randang mijn favoriete gerechten. Ik maakt receptkaarten en voorzie mijn zelfgemaakte recepten van foto's met culinaire "stillevens".





zondag 26 februari 2023

#vrijgezellenvoer [culinair]: Makkelijke mie

Magnetronmaaltijden en thuisbezorgd komen er niet in! Ik maakte deze makkelijke mie, die uiteraard ook geschikt is voor meerdere personen. 

Ingrediënten
- Paarse uien, net;
- 1 bol knoflook;
- Groot stuk gember;
- Paprika's;
- Rawitpepers;
- Champignons

Specerijen voor de saus
- Gemalen komijn;
- Gemalen kaneel;
- Kurkuma;
- Gula Djawa;
- Ketjap manis

Normaal rasp ik de knoflook en de gember en bak ik eerst de champignons uit, voordat ik de rest van het mengsel ga bakken. Omdat ik voor een snelle bereiding ben gegaan, heb ik de gember in fijne reepjes gesneden. Dit lukt alleen als de gember nog jong is. De knoflook heb ik in plakjes gesneden.

Ik heb het mengsel (de uien, gember, knoflook, pepers, paprika's en champignons) eerst op laag vuur gekookt en ondertussen de specerijen toegevoegd. Na het grotendeels verdampen van het vocht, heb ik het geheel onder constant roeren op hoog vuur licht ingekookt. Ik heb het geheel niet te ver in laten koken, omdat het kookvocht samen met de specerijen en gula djawa voor de saus moet zorgen.

Ik heb voor echte Italiaanse linguine no 13 gekozen, omdat deze de juiste dikte heeft voor de saus. Linguine vind ik zelf lekkerder qua beet dan mienesten, ramen noodles of miehoen.

Dien het geheel gemengd op, in een brede kom of een diep bord. De saus kan namelijk iets uitlopen.











zaterdag 25 februari 2023

[18:25] Visies op rouw- stop de clichés! Luister naar wat nabestaanden zélf te zeggen hebben en sta open voor vragen [+ de waarde van anticipatoire rouw]

Voorafgaand aan de dood van de belangrijkste persoon in mijn leven, ging ik op zoek naar visies op rouw. Ik wilde weten of ik iets kon leren van de visies van anderen en hoe ik om zou moeten gaan met verlies en verdriet. Ik vond de uitspraken over verlies en rouw die ik tegenkwam alleen maar verontrustend. De meest pijnlijke mantra's en uitlatingen voeren de boventoon. Het ergst is dat mensen zelf gaan geloven in de clichés die ze gebruiken om iemand te "troosten". Dat werkt averechts!

Het hielp mij niet om deze uitspraken te lezen én te horen van mensen:

“Je zult voor altijd verder leven met de pijn. Je wordt nooit meer dezelfde”.
“Alles gaat in een waas voorbij”.
“Je zult het nog moeilijk krijgen”.
“Het is een heel eenzaam proces waar je zelf doorheen moet”.
“Jouw wereld staat stil, maar de wereld om je heen draait gewoon door, totdat ook voor jou de situatie weer een beetje normaal wordt”.
“Sterkte. We begrijpen dat je de komende periode behoefte hebt aan rust. We zullen je dan ook zoveel mogelijk met rust laten”.
"Eens verlies je je ouders. De dood hoort bij het leven".
"Je hebt wel wat anders aan je hoofd. Ik laat je voorlopig met rust".

Woorden dekken niet altijd de lading. Dat is soms een gebrek aan taal: dat niet alle terminologie geschikt is om gevoel uit te drukken. Toch is het beter om iemand die met verlies te maken heeft, niet te bestoken met de clichés over rouw, die alleen maar pijnlijk zijn voor nabestaanden.

Ik mis de juiste informatie over rouw en als ik iets mis, dan ga ik er zelf over schrijven en praten. Ik leg uit wát er pijnlijk is aan zogenaamde "troostrijke" clichés over rouw- en hoe het beter kan.

"Eens komt de klap"
Vooral door deze uitspraak, "eens komt de klap", was ik bang om in te storten. Het is niet erg behulpzaam, omdat de nabestaande er niets mee kan. Ik dacht door zo'n uitspraak, dat ik niet eens in staat zou zijn om overeind te blijven. Dat ik knock-out zou gaan en als een speenvarken tekeer zou gaan. Ik vond "eens komt de klap" een griezelig, duister cliché. Een zwart en onbeduidend scenario is niet geschikt als uiting van troost.

Dat "eens komt de klap" miskent bovendien dat mensen voorafgaand aan de dood meerdere periodes van rouw kunnen doormaken. Bij ziekten is het niet alleen een kwestie van anticiperen op rouw, maar de rouw actief ervaren. Onderken dat rouw in geval van ziekten niet slechts betrekking heeft op de periode ná verlies, maar dat het proces al volop in gang is gezet in aanloop naar het "fysieke verlies".

Ik denk dat het goed is geweest om dit proces bewust mee te maken. Bijna twee maanden lang heb ik álles door en door beleefd. Ik had mijn eerste shock eind 2022, toen de ambulance mijn moeder liet zitten ondanks dat het een spoedeisende situatie was. In de week vóór en de eerste week na de spoedoperatie van mijn moeder verkeerde ik in diffuse rouw. Mijn huis was mijn thuis niet meer, ik wilde liever mijn huis niet meer bezoeken, het was kaal en leeg. Diffuse rouw is niet bijtend, niet scherp, ik huilde niet, maar ik voelde me alsof er een deel van mezelf was afgebroken. Dat gevoel begon toen ik haar kort voor de hersenchirurgie niet meer kon begrijpen. Ze ontwikkelde afasie. Ik ben de gang opgegaan om daar leeg te lopen. Ik liep jankend naar de koffie-automaat. Na die leegloop ben ik teruggegaan naar haar kamer.

De neurochirurg belde me na de operatie om te vertellen dat hij een grote bloeding had verwijderd. Hij wist niet hoe ze eruit zou komen. Tot verbazing van de meesten lag mijn moeder na het ontwaken op de PACU naar het nieuws te kijken en commentaar te leveren op de gebeurtenissen. Ze begon te huilen toen ze de Oekraïense gemeenschap in Nederland zag tijdens Orthodoxe Kerst. Ze moest voorwerpen benoemen om haar functies te testen. Daar maakte ze nog grappen over. Haar cognitieve functies waren direct na de operatie hersteld.

Iedere dag bezocht ik haar, van 11:00 tot 19:00. Ik baalde er ontzettend van om naar huis te moeten. Ik voelde me er ook fysiek ziek van. De diffuse rouw duurde tot het moment waarop ik besloot om levensvragen met haar te bespreken. Er is iets bijzonders geweest waardoor de diffuse rouw diezelfde avond was verdwenen. Het samen kunnen bespreken van de belangrijkste kwesties uit het leven helpt écht om het verdriet te kunnen verwerken. Dus als de persoon die je gaat verliezen of die ziek is, in staat is om levenskwesties en heel persoonlijke aangelegenheden te bespreken, doe dat dan.

Na de diffuse anticipatieve rouw, vond ik het pijnlijk om te moeten beleven dat zíj steeds pijn had aan haar heup, benen en blaas. De laatste shock was om het delier mee te maken, gevolgd door een nacht waarin ik door haar verstoorde slaap, steeds dacht dat ik haar plotseling kwijt zou raken. De laatste week leek ook eindeloos, doordat ze het licht niet meer goed kon verdragen. We zaten met de gordijnen dicht. Dan is het besef van tijd totaal weg.

Ik vond het ná het verlies, fantastisch om mensen op de man af te kunnen vragen en zélf vragen te kunnen beantwoorden: "Hebt u hier ervaring mee?", "Wat zijn je mooiste herinneringen?", "Hoe ga je hiermee om?". Gelukkig heb ik in deze afgelopen twee weken meerdere mensen ontmoet die niet gelijk voor mij invulden hoe ik me zou voelen, maar heb ik met ze kunnen praten, van persoon tot persoon. Ik ben iemand die gemakkelijk over gevoel praat, in staat is om het gevoel te laten spreken en het onder woorden te brengen. Bij mij hoeft iemand dus absoluut niet in te vullen hoe ik met verlies omga.

De uitspraak "Het kan zijn dat je na verloop van tijd ineens in tranen uitbarst, ook door situaties die ogenschijnlijk niets met verlies te maken hebben, maar wees daar niet bang voor", vond ik een waardevolle opmerking. Vanuit de positie van iemand die het zélf heeft ondervonden, is het een uitspraak die naasten kan voorbereiden op wat kan gebeuren, zonder iemand ongerust te maken.

"Je hebt wel wat anders aan je hoofd nu. We laten je voorlopig met rust"
Ik ben altijd heel erg actief geweest en wil graag blijven participeren in het leven. Voor mij is het verschrikkelijk als ik geïsoleerd moet zitten kniezen. Mij "met rust laten" past absoluut niet bij mij. De dag na het verlies zei ik "Ga me alsjeblieft niet ontzien! Het is tegengesteld aan mijn persoonlijkheid om met rust te worden gelaten!"

Ik ben altijd op zoek naar gezelligheid. Wie heeft bedacht dat het in moeilijke of akelige tijden beter is om ergens afgezonderd in het duister te zitten? Misschien willen sommige mensen zich kunnen afzonderen. Dat moet zeker kunnen. Maar niet iedereen is zo. Het hoort bij mens-zijn om een gevoel van perspectief te hebben. Dat is zoveel mogelijk bij het dagelijks leven en de maatschappij betrokken blijven, iets hebben om naar uit te kijken en tijd voor "luchtigheid" in contact.

In een tijd zonder perspectief heb ík behoefte aan positiviteit. Zelfs als de dagen geen kleur hebben, dan heb ik geen zin in pessimisme of treurnis. Mijn moeder en ik waren daar geheel hetzelfde in. Wij waren allebei ontzettend druk qua energieniveau en persoonlijkheid. Ik ben gewend aan chaos en (botsende) juridische vraagstukken. Als mensen zoals ik graag altijd druk bezig zijn, denk dan niet dat het een uitvlucht is, of dat de bezigheden zijn geboren uit verveling of de angst om alleen te zijn.

Eén iemand noemde het bijzonder, hoe ik met verlies omga. Voor mij is de verklaring daarvoor eenvoudig. Ik ben niet nuchter of analytisch, ik leef juist met mijn gevoel en ik kan heel makkelijk over mijn gevoelens praten tegen mensen.

Hoe ik met het meest nare en verdrietige in mijn leven omga, komt door de intense verwerking en het nauwe contact dat ik met mijn moeder had. Ik stop niets weg en houd mezelf niet groot, ik ontken niets. Ik ben geen workaholic. Mijn bioritme is altijd overactief geweest, maar ik doe niets om ergens in weg te kunnen vluchten. Jezelf "vermannen" is niet moedig. Ik accepteer dat verdriet er kan zijn zoals het is, komt en ook weer weg kan ebben.

Het is beter om te zeggen: "Hoe je ermee omgaat, kun je naar eigen inzicht doen". Betrek de nabestaande praktisch bij het dagelijks leven en stoot een persoon in rouw niet af door in de negeermodus te gaan. Iemand sterkte wensen moet niet gepaard gaan met sociale isolatie. Isoleren is ook in de eerste periode na het verlies niet goed, omdat de nabestaande dan aan de eenzaamheid wordt overgelaten. Als een vriend(in) of kennis vraagt om ergens te gaan eten of een activiteit te doen, sla het aanbod dan zeker niet af. Het is goed om "luchtige" activiteiten te doen.

"Eens verlies je je ouders"
Mijn moeder ging niet aan ouderdom. Mijn moeder heeft de EGFR-exon21-mutatie, een mutatie die kanker veroorzaakt. De vervanging van het DNA-eiwit leucine door arginine, zorgde voor een dubbele kopie van de cellen. Een invasie van het gezonde weefsel is het gevolg. Mijn moeder had ook een tweede mutatie. Beide mutaties worden het vaakst gezien bij mensen van Oost-Aziatische afkomst. Wat zeker is, is dat mijn moeder en ik Oost-Slavisch zijn. De haplogroep van Oost-Slaven is sterk beïnvloed door Krim-Tataren, Kozakken en de Mongolen; migratiestromen vanuit Azië hebben het DNA van de Slaven divers gemaakt. De invloed van Oost-Aziatisch DNA maakt dat de behandeling met een TKI (Osimertinib) niet succesvol is. Monotherapie, het toepassen van één medicijn zoals Osimertinib, is niet voldoende om te voorkomen dat de EGFR-exon21-mutatie voor kankeractiviteit zorgt.

Bij Oost-Aziaten is er nog iets anders aan de hand. Hun metabolisme is anders. Het kan zijn dat medicijnen te snel worden afgebroken, of niet worden opgenomen zoals bij West-Europeanen. In Nederland is er op dit moment geen geschikte behandeling voor mensen met de EGFR-exon21-mutatie die géén West-Europese achtergrond hebben. De etniciteit van mijn moeder is een miskend fenomeen. In studies wordt de populatie tegenwoordig ingedeeld in "witte West-Europeanen/Caucasians" en "niet-witte Europeanen". Dat doet de populatie tekort. Etniciteitsspecifieke ziekten en mutaties moeten op een specifieke manier worden behandeld.

Ik had mijn moeder graag oud willen zien worden. Niet alleen oud, maar ook op een gezonde manier. Mijn moeder was een dertiger toen ze voor het eerst de diagnose kreeg en de perspectieven slecht waren. Zonder uitgebreide en ingrijpende behandelingen was ze als dertiger al gegaan, net als de zus van mijn oma. Mijn moeders moeder werd ook niet oud. Van deze twee generaties die in Nederland en Canada leefden, weet niemand hoe het is om kleinkinderen te krijgen of te zien opgroeien en van pensioen te genieten. Dus dat "Eens verlies je je ouders", waarmee wordt gedacht aan doodgaan uit ouderdom, is een rechtstreekse belediging voor mij. Ook voor mensen die hun ouders wél uit ouderdom verliezen, is het een ongevoelige uitspraak. Doe het niet.

"Jouw wereld staat stil, terwijl de rest van de wereld doordraait. Totdat voor jou alles weer een beetje normaal wordt"
Op welke manier staat voor mij de wereld stil? Ik zie de wereld niet als een waas, ik ben geen buitenstaander geworden, het is niet alsof ik nu de wereld van onder een stolp aanschouw. Ik ben nog net zo druk als voorheen.

Ik weet heel goed wat ik voel. Het is alsof ik mijn gevoel op het moment zelf kan ontleden, zo helder is mijn gevoel altijd. Ik laat mijn gevoel zélf spreken. Wat ik mis is haar humor, haar warmte, haar energie. Ze was een open boek. Een open boek zonder geslotenheid. Als mensen niet achterbaks zijn, waren ze bij haar altijd welkom. Wij zijn allebei zo. In mijn directe omgeving zijn de mensen gesloten, vaak sterk gericht op hun eigen "clan", ze verliezen zich in gebekvecht over onbeduidende zaken of ze leven voor het roddelcircuit. Dat staat in schril contrast met mijn moeder en ik. Wij hadden niet alleen een band omdat we familie zijn, maar ook omdat ik het zo goed kan vinden met optimistische persoonlijkheden die warmte bieden. Dát is een gemis. Het is niet zo dat de rest van de wereld doordraait en ik in een afgezonderde positie zit. 

Vanaf het moment van haar dood voelde ik al het contrast met de mensen die geen oog hebben voor anderen in hun omgeving en weinig interesse hebben in anderen. Tegen die onverschilligheid konden mijn moeder en ik allebei niet. Als ik met onverschillige mensen te maken had gehad, besprak ik dat weleens met haar. Ze voelde sferen van anderen heel scherp aan. De wereld staat voor mij stil in die zin, dat ik zo'n ziener en energiek persoon moet missen.

"Maar nu ben je haar echt kwijt" (vs. "Ze heeft meerdere engeltjes gehad!")

Ik vertelde twee kennissen dat mijn moeder het geluk heeft gehad dat ze (ondanks meerdere keren een slecht perspectief) toch altijd weer herstelde, een ijzersterk immuunsysteem en een bovengemiddelde conditie had tot en met haar verlamming, eind december 2022. De ene persoon zei "Ja, maar toen had je haar nog, nu ben je haar kwijt".

De andere persoon zei "Dan heeft ze wel meerdere engeltjes gehad!". Het verschil in perspectief kan niet groter zijn. Het eerste klinkt pessimistisch. Ik kan daar niets mee. Ik bedoelde alleen maar te zeggen dat ik blij mag zijn dat ze in weerwil van bar slechte perspectieven, jarenlang zonder belemmeringen en ziekten heeft geleefd. "Ja maar..." leidt altijd tot een sombere uitkomst. Het is een kunst om nabestaanden zo in de put te praten. Ik heb daar geen zin in.

"Het is het verlies dat de klap geeft"
Als mij iets duidelijk is, dan is het dat mijn moeder in de steek is gelaten. Ze was geliefd. Mensen waardeerden haar. Op chirurgie kreeg ze als blijk van waardering vaak cadeaus van patiënten. Door de jaren heen heeft ze veel vrienden en kennissen gehad waar ze goed mee overweg kon. Ze sloot zich niet af, ze stootte niemand af, ze was nooit chagrijnig, ze is juist een warme persoonlijkheid. Toch liet iedereen, op een enkeling na, haar in de steek. Ik kan daar in alle redelijkheid niet bij. Ze heeft de pech gehad dat ze door assimilatie een zeer kleine familie in Nederland had (op haar moeder na kende ze de rest van haar Oost-Slavische familie niet) en dat ze door afgunst van anderen is buitengesloten. Net als ik had ze geen familie om op terug te vallen, omdat ze niet weet wie ze zijn en wáár ze zijn. Hun sporen zijn bij binnenkomst in Nederland uitgewist. Eigenlijk is ons verleden uitgewist, doordat zelfs onze echte familienaam is afgepakt en in een Nederlandse naam is gewijzigd.

Mijn moeder werd stelselmatig gestalkt en heeft haar leven lang te maken gehad met afgunst van anderen. Ze werd vanaf jongs af aan zo mooi gevonden en benijd. Als er feesten en verjaardagen waren, werd ze altijd op de foto gezet. Er zijn honderden foto's van haar die ze zelf nooit onder ogen heeft gekregen. Als ze had gekookt, dan was ze volgens afgunstige dames "die uitslover". Vrouwen werden kwaad als ze haar groene ogen zagen. Als ze al make-up gebruikte, was ze "die uitdaagster". Mannen volgden haar als ze haar zagen lopen. Ik heb het zelf moeten aanschouwen. Ik heb tot op de dag van vandaag met stelselmatige stalking te maken, in haar geval was het nog erger. Je houdt het niet voor mogelijk.

Ze heeft moeten vluchten voor een man die haar wilde bezitten. Ze heeft daarvoor een onderduikadres moeten vinden en naar een andere woonplaats moeten verhuizen. Toen ik klein was, stond een buurman bij ons in de tuin tussen de struiken naar haar te loeren. Ik begon te gillen en de buurman moest zich een weg zien te banen tussen de coniferen en taxus om weg te komen. Een andere stalker heeft bij ons tegen het hek staan zeiken. Dit is de reden dat we een schutting moesten laten plaatsen: ze werd zo aantrekkelijk gevonden, dat haar het leven zuur is gemaakt. Tot eind 2022 was er een bus die regelmatig op de parkeerplaats stond te posten om te kijken of mijn moeder thuis was. Ze heeft niet om deze "belangstelling" gevraagd, ook niet om de afgunst van vrouwen. Wat deden die vrouwen? Hun vriendinnen opstoken om mijn moeder buiten te sluiten. Alleen degenen met een ruggengraat bleven met haar omgaan- en dat waren er niet veel.

Mijn moeder lag daar als een pop. Ik had het niet meer. Ze hadden haar mooi opgemaakt. Ze lag er sereen bij, met haar donkerbruine haar gedrapeerd over haar schouders. Iemand die 6 weken geleden nog volop in het leven stond en actief was. Ik vond het zo triest om haar daar te zien liggen. Wat ik voelde, wat een intens medeleven met haar. Dat ze zulke heftige gebeurtenissen heeft moeten doorstaan, nog afgezien van 5 x een tumor door een mutatie, maar ondanks alles áltijd optimistisch en vrolijk was, terwijl wij zo in de steek zijn gelaten. Het ergst was dat ze tijdens de eerste keer kanker al op niemand terug kon vallen. Ik stond er op mijn 8ste al alleen voor en dat is geen fijne manier om zelfstandig te worden. Ik vond het toen al laf dat er niemand bereid was om ook maar een oogje in het zeil te houden (dat is het enige dat wij nodig hadden, meer niet). Mijn gevoel is een mengsel tussen wroeging en medeleven. Door alle omstandigheden was ik de enige om afscheid te nemen. Ik vind dat zo triest, ik kan daar met mijn kop niet bij. Dat gaat me voor altijd achtervolgen. 

Als je iemand waardeert, zeg het dan. Of laat het blijken met een gebaar. Hoe dan ook, laat iemand niet barsten. Dat mijn moeder zo in de steek is gelaten, is voor mij een wond die nooit meer over gaat. Ze was verdrietig dat ik ongewenst alleen ben. Ik sta nu in haar plaats. Als degene die voorgoed over haar waakt, moet ik het zien te stellen met deze wrangheid. Een wrangheid die ik door en door voel. Het is niet slechts de dood die triest is. Het is de manier waarop mensen met haar zijn omgegaan die onvoorstelbaar triest is. 

Dit is mijn moeder. Ze werd vaak gefotografeerd. Haar ogen waren lichtgroen met bruine spikkeltjes. Ze blondeerde haar donkerbruine haar. Toen ik afscheid van haar moest nemen, had ze haar zeer donkerbruine haar. Ze was geliefd, maar had ook onvoorstelbaar veel te maken met afgunst en stalkers.

Conclusie
Concreet wil ik mensen meegeven: vul niet voor een ander in hoe de ander verlies en rouw zal ervaren. Mensen zoals ik zijn goed in staat om zélf aan te geven wat het gevoel zegt. Geef daarvoor de ruimte. Ik heb het zelf als heel prettig ervaren om aan mensen te kunnen vragen hoe zij omgingen met verlies, of zelf de vraag te krijgen hoe ik het verlies ervaar. Ik zie het niet zo dat mijn wereld nu ineens stilstaat en dat de rest van de wereld gewoon doorgaat. Dat dekt absoluut niet de lading van wat gemis inhoudt. Ik ben niet druilerig, labiel, kwetsbaar, triest, somber, pessimistisch; ik mis haar warmte, humor en energieke aanwezigheid. Dat zal altijd bij me blijven, het gemis aan iemand die een positieve persoonlijkheid had.

Ga er niet vanuit dat iedereen behoefte heeft om met rust gelaten te worden, in die zin dat je de nabestaande feitelijk sociaal isoleert.
Niet iedere nabestaande wil gedwongen worden om thuis te gaan zitten kniezen. Een eenzaam proces is het zodra de nabestaande wordt genegeerd, omdat iedereen denkt dat contact nu als belastend wordt ervaren. Het tegendeel is waar. Betrek de nabestaande dan ook liefst zo snel mogelijk in het dagelijks leven. Even naar het winkelcentrum (lopen), de nabestaande bellen, in een bericht vragen hoe het gaat, buiten de deur eten; het zijn voorbeelden van eenvoudige manieren om de ander in het dagelijks leven te blijven betrekken.

woensdag 22 februari 2023

[Culinair] #Vrijgezellenpasta: Rigatoni [ Verboden voor Magnetronmaaltijden! ]

Wie zegt dat vrijgezellenvoedsel slecht hoeft te zijn? Niemand komt aan mijn eigenwaarde, een magnetronmaaltijd komt er écht niet in!

Daarom maakte ik deze gemakspasta. Ik heb de beste ingrediënten uitgezocht om twee dagen pasta van te kunnen eten.

Ingrediënten Gemakspasta
* Vleestomaten;
* Biologische gepelde tomatenblokken;
* Basilicum;
* Champignons;
* 3 paarse uien;
* 1 bol knoflook;
* 2 kleine, scherpe chilipepers;
* 1 citroen, in plakken;
* Biologische Kalamata-olijven;
* Biologische groene olijven;
* Jonge kaas, in reepjes;
* Rigatoni

Ik heb de champignons met stevig keukenrol geschrobd en in plakjes gesneden. Grove stukken champignon kunnen wel, maar dan duurt het langer voordat het water uit de champignons verdampt. De uien, knoflook, vleestomaat en chilipepers heb ik met een scherp mesje heel fijn gesneden. De basilicum heb ik tot de onderkant van de steel afgeknipt en de citroen heb ik in drie grote plakken gesneden. De olijven heb ik gehalveerd, om de eventuele pitten te kunnen verwijderen.

Met wat zwarte peper heb ik de champignons in lichtgekleurde olijfolie gebakken. Let op! Ik bak niet in extra vierge. De eerste persing is niet geschikt om in te bakken!
Nadat het water helemaal uit de champignons is getrokken en verdampt, heb ik de uien, knoflook, vleestomaten, chilipepers, citroen en basilicum toegevoegd. Na het inkoken van deze ingrediënten heb ik de gepelde tomaten toegevoegd.

Nadat ik de saus op een laag pitje heb gezet, heb ik de rigatoni in ruim kokend water met zout op de grote pit opgezet. Ik gebruik altijd de waterkoker om het water alvast voor te verhitten. Rigatoni doet er ongeveer 9-11 minuten over om beetgaar te worden, maar tussendoor proeven is beter dan de standaardtijd afwachten. Na het afgieten heb ik de rigatoni op een serveerschaal gelegd, met de jonge kaas in dunne repen op de rigatoni en daaroverheen de saus. De kaas trekt flinke draden als de pasta wordt geserveerd.