Het lijkt voor mij al zo een ontzettend lange tijd; ik ben alweer 3 jaar alleen. Voor mijn gevoel was ik een paar maanden na de dood van mijn moeder, al een eeuwigheid alleen.
In de tussentijd ben ik uit ons huis gezet, verhuisd, van baan en zelfs drastisch van werkregio veranderd. Het is niet zo dat ik ben veranderd; ik ben wie ik altijd ben geweest. Een zelfredzaam en zowel fysiek als mentaal sterk iemand. Dat zie ik niet als verdienste, maar als aspecten die ik moet benutten.
Ik heb met mijn moeder over haar aankomende dood kunnen praten. Ik dacht dat ik zou instorten, dat ik de weg helemaal kwijt zou raken. Het zou oneerbiedig en niet eerlijk zijn als ik zou zeggen dat ik die verwachting had omdat zij mijn enige naaste en bloedverwant is en ik zonder haar alleen zou achterblijven in Nederland, zonder mijn familie in Oost-Europa te kennen; dat is een gegeven, maar niet dé reden waarom ze voor mij een naaste was. Het gaat voor mij om de persoon, om de band die ik met iemand heb.
Mijn moeder sprak uit dat ze het niets voor mij vond om direct na haar dood thuis te gaan zitten, afgezonderd en somber. 'Daar ben je veel te levendig voor'.
Ik ben inderdaad niet ingestort. Ik vind het wel moeilijk om zonder naaste te leven en wat ik heb meegemaakt, vooral de vreselijke situaties (botheid, onmenselijkheid) rond de medische zorg. Er gaat geen nacht voorbij dat ik daar geen nachtmerries over heb. Dat is niet iets om te "traumatiseren"; het hoort erbij.
Het is een normale reactie op alleen in het leven staan na het verlies van een naaste.