donderdag 28 juli 2022

Veilig Onderwijs ten tijde van de voortschrijdende pandemie (1): het recht van het kind op bescherming van de gezondheid noopt tot alternatieve onderwijsvormen

De overheid heeft vanaf 2020 niet gekozen voor een beleid gericht op preventie van transmissie van SARS-CoV-2 (in de volksmond “corona” of COVID genoemd), maar voert een beleid van ongecontroleerd verspreiden op basis van niet-gevalideerd onderzoek. De beleidsregels die sectorbreed worden gevoerd, kunnen derhalve niet de wetenschappelijke toets doorstaan.

De pandemie is niet over en drogredenen “het virus gaat niet meer over” en “we moeten maar leven met SARS” zijn evident in strijd met de formele verdragsrechtelijke bepalingen die de overheid verplichten tot het bestrijden van pandemieën én het waarborgen van het recht op leven en de volksgezondheid van burgers (art. 22 Grondwet, art. 12 lid 2 onder c-d IVESCR). Het laten dragen van de ernstige gezondheidsrisico’s als consequentie van het impliciete verspreidingsbeleid van de Nederlandse overheid is pertinent in strijd met het recht op leven en bescherming van het gezin. Voor kinderen geldt in het bijzonder dat zij recht hebben op bescherming van het welzijn en gezondheid (art. 3 lid 2 resp. art. 24 Verdrag inzake de rechten van het kind).

Wetenschappelijk kader: aërogene transmissie is de verspreidingsroute van SARS-CoV-2
SARS-CoV-2 wordt op aërogene wijze verspreid, hetgeen impliceert dat virale infectieve partikels cumuleren in de lucht in een binnenruimte en daar tot 48 uur stabiel én besmettelijk blijven.[1][2]Afstandsregels en regels die inhouden dat een mondneusmasker moet worden gedragen bij verplaatsing, zijn pertinent inadequaat tegen een virus met een aërogene transmissieroute. De virale lading bij asymptomatische kinderen met een coronavirusinfectie is hoger dan de virale lading bij volwassenen die vanwege COVID-19 in het ziekenhuis zijn opgenomen en reeds 7 dagen symptomatisch zijn (Pediatric Severe Acute Respiratory Syndrome Coronavirus 2 (SARS-CoV-2): Clinical Presentation, Infectivity and Immune Responses, Journal of Pediatrics Vol. 227, P45-52, 1 december 2020).

Medische implicaties voor kinderen
SARS-CoV-2 is een trombotische, systemische ziekte.[3] In het klinische beeld van SARS-CoV-2 is een centrale plaats voor schade aan het endothelium, gevolgd door coagulatiestoornissen en microtrombose in de organen.[4] Het virus is verantwoordelijk voor bloedstollingsstoornissen en neurologische schade, ongeacht de leeftijd of medische voorgeschiedenis van de geïnfecteerde.

Het is bekend dat COVID-19 onder kinderen gedurende de infectieperiode of ná herstel van het virus een hyperinflammatoir syndroom kan veroorzaken, dat wordt gekenmerkt door symptomen die gelijkenis hebben met Kawasaki (SARS-CoV-2-Induced Kawasaki-Like Hyperinflammatory Syndrome: A Novel COVID Phenotype in Children, Pediatrics Vol. 146, Issue 2, 1 Augustus 2020; zie ook “An outbreak of severe Kawasaki-like disease at the Italian epicentre of the SARS-CoV-2 epidemic: an observational cohort study, Lancet Vol. 395, Issue 10239, P1171-1178, 6 Juni 2020”).

Internationale studies melden dat bij voordien gezonde kinderen en jongeren Multisystemische Inflammatoire Syndromen met kenmerken van Kawasaki of Toxic Shock Syndrome geassocieerd met COVID-19 werden gerapporteerd (Multisystem Inflammatory Syndrome Related to COVID-19 in Previously Healthy Children and Adolescents in New York City, JAMA 2020;324(3):294-296; zie ook "Autoimmune and inflammatory diseases following COVID-19, Nature Reviews Rheumatology2020, 4 Juni 2020: 1-2"). Dit syndroom, Multisystem Inflammatory Syndrome in Children (MIS-C) is thans onderwerp van intensief internationaal onderzoek; in de Verenigde Staten zijn op dit moment 1659 gevallen van MIS-C gemeld, waarvan 26 kinderen zijn overleden (Health Department, Reported Cases of Multisystem Inflammatory Syndrome in Children in the United States, CDC, 8 januari 2021).

COVID-19 wordt gekenmerkt door het optreden van (micro)trombose bij alle leeftijdscategorieën. Een studie die is gepubliceerd in december 2020, toont aan dat trombotische microangiopathie (TMA) kan optreden bij met SARS-CoV-2 geïnfecteerde kinderen, zelfs als het kind géén ernstige COVID-19 heeft. Bij zowel kinderen met minimale COVID als ernstige COVID en bij kinderen met MIS-C bleken markers voor trombose significant verhoogd te zijn. Complementactivering is een belangrijke marker  voor trombotische microangiopathie bij kinderen. In het bijzonder worden complementfactoren C5b-9 (MAC), die door het lichaam worden afgegeven om het coronavirus te bestrijden, geassocieerd met trombose bij kinderen met COVID-19. Kortom: ook bij kinderen die niet of nauwelijks last hebben van COVID-klachten, kan trombose optreden (Evidence of thrombotic microangiopathy in children with SARS-CoV-2 across the spectrum of clinical presentations, Blood Advances Vol. 4, Issue 23, December 08 2020).

Een eenmaal doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie biedt geen immuniteit tegen infecties met een variant van SARS-CoV-2 (vgl. “SARS-CoV-2 variants, vaccines and host immunity”, Frontiers in Immunology, Jan 2022).[5] De verwerving van immuniteit tegen SARS is illusoir, omdat de Open Reading Frames (ORFs) constant evolueren om het immuunsysteem van de geïnfecteerde te omzeilen;[6] bovendien gebruikt SARS, evenals HIV, wisselende receptoren om de gastheer te infecteren, met endotheliumschade en coagulatiestoornissen tot gevolg.

Het is in het licht van het recht op bescherming van de gezondheid van het kind tegen de genoemde gezondheidsschade en ter waarborging van het recht op het gezinsleven, dat het bieden van alternatieve vormen van onderwijs de gepaste methode is.

Toetsingskader veiligheid van het geboden onderwijs
Om te kunnen beoordelen of de school in staat is om veilig onderwijs ten aanzien van de voortdurende SARS-CoV-2-pandemie te bieden, moet de wijze waarop aërogene transmissie door de school wordt beperkt, worden getoetst.

In de eerste plaats hebben leerlingen in het Nederlandse onderwijs nooit een mondneusmasker van de categorie > FFP2 hoeven dragen. Alleen bij verplaatsingen dienen leerlingen een masker op te zetten. Als een vaste sta- of zitplaats is aangewezen, hoeft geen mondneusmasker te worden gedragen. Dergelijk non-beleid, gebaseerd op een aanname die in strijd is met de fysische wetten, draagt bij aan de aërogene transmissie van SARS-CoV-2. Dit SARS-coronavirus blijft stabiel in de lucht. In gesloten ruimten waar veel mensen samenkomen, zoals scholen, cumuleren virale aërosolen. De kans op succesvolle besmetting en clustervorming is groot door de combinatie van inadequate ventilatie en een non-mondmaskerbeleid.

In de tweede plaats is de mechanische ventilatie op Nederlandse scholen niet geschikt om transmissie van SARS-CoV-2 tegen te gaan. In de richtlijnen en protocollen tot heropening van de scholen wordt gerefereerd aan het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit is niet bestemd om de verspreiding van virussen te beperken, maar om een prettig leefklimaat te bevorderen. In de internationale studie "Ventilation and air cleaning to limit aerosol particle concentrations in a gym during the COVID-pandemic" wordt aangetoond dat het Bouwbesluit absoluut onwerkzaam is voor het tegengaan van aërogene transmissie in het Nederlandse gymonderwijs (Ventilation and air cleaning tot limit aerosol particle concentrations in a gym during the COVID-pandemic, Building and Environment Vol. 193, April 2021, 107659).

Geconcludeerd kan worden, dat de veiligheid van het onderwijs als bedoeld in het Handelingskader van de Onderwijsraden en het Ministerie van OCW en de protocollen van de Rijksoverheid, niet gewaarborgd is en noopt tot alternatieve invulling van het onderwijs, zijnde onderwijs op afstand.

donderdag 21 juli 2022

#2 De misstanden bij UWV, inhoudelijk beoordeeld door een rechtsgeleerde: structureel onrechtmatig handelen en onzorgvuldige besluitvorming (in weerwil van de morele evaluatie "Niet wijzen, maar leren" )

Door: meester Mercedes Bouter LL.M., rechtsgeleerde

Deel 1: De Misstanden bij UWV, inhoudelijk beoordeeld door een rechtsgeleerde: Het ondeskundige oordeel van de UWV-verzekeringsarts. De vele ficties die de verzekeringsarts toepast en het gebrek aan validiteit en onafhankelijkheid van het verzekeringskundig verslag

Onrechtmatige besluitprocessen van UWV, bezien in het licht van de morele evaluatie "Niet wijzen, maar leren"
Begin 2021 heeft UWV opdracht gegeven om een morele evaluatie uit te voeren naar het onrechtmatig handelen door UWV, alsmede onzorgvuldige besluitprocessen. Minstens 175 gedupeerde cliënten hebben hun zaak bij het Meldpunt Herstelactie gemeld.

De morele evaluatie werd gepresenteerd in het rapport "Niet wijzen, maar leren", dat op 17 mei 2021 op de perspagina van UWV is gepubliceerd (zie Morele evaluatie "Niet wijzen, maar leren"; de gearchiveerde versie: https://archive.ph/BMhe1 ).
Heeft UWV lering getrokken uit de bevindingen in dit rapport?

1. Onverschoonbare termijnoverschrijding door UWV: de uiterlijke beslistermijn op grond van de Awb wordt geschonden
De stand van zaken is: de wantoestanden zijn structureel. Volgens medewerkers van UWV blijven dossiers nú gemiddeld twee jaar liggen. Harde uiterlijke termijnen uit de Algemene wet bestuursrecht worden geschonden.

Van verschoonbare termijnoverschrijding is géén sprake, omdat UWV nalaat tijdig tegenbericht te sturen. Ook als UWV de uiterlijke termijn voor het nemen van een beslissing in de bezwaarfase eenmalig op rechtmatige wijze zou stuiten, kan de daarna gestelde maximale termijn op grond van de Awb niet worden overschreden.

Hoe wordt de onverschoonbare overschrijding van de uiterlijke beslistermijn verklaard door UWV? Gehoorde argumenten voor het schenden van de wettelijke beslistermijnen door UWV zijn:

- "Ik was op vakantie";
- "Een medewerker uit de voorbereidingsfase van het dossier was op vakantie";
- "Ik weet niet hoe het zit met dit dossier";
- "UWV heeft nu eenmaal zulke gigantische achterstanden, dat het dossier wel twee jaar blijft liggen".

2. Onzorgvuldigheden en onrechtmatigheden in de besluitvorming door UWV: het afschuiven van de verantwoordelijkheid en het ontbreken van toezicht op de besluitvorming
UWV schendt niet slechts structureel de wettelijke termijnen en formeelrechtelijke vereisten die gelden voor de zorgvuldige besluitvorming conform de Algemene wet bestuursrecht; er wordt ook géén verantwoordelijkheid genomen ten aanzien van het besluitvormingsproces, alsmede het toezicht op de verwerking van privacygevoelige gegevens door UWV én in opdracht van UWV.

Bij navraag blijkt géén van de bij de besluitvorming betrokken medewerkers/functionarissen van UWV op de hoogte te zijn van wie de verantwoordelijkheid over het dossier heeft, wie handelingen in het dossier heeft verricht en in welke fase van de besluitvorming het proces zich bevindt. Het afschuiven van de verantwoordelijkheid is gebruikelijk. 

3. "Externe bureautjes" verwerken privacygevoelige gegevens in opdracht van UWV, zonder dat het doel van de gegevensverwerking en de waarborging van de veiligheid van het dossier worden verantwoord jegens betrokkene
Bij navraag wordt door UWV kenbaar gemaakt dat niet nader gedefinieerde "externe bureautjes"  worden ingeschakeld om de dossiers van cliënten te behandelen. De overhandiging van het (medisch) dossier aan deze externe bureautjes vindt plaats zonder dat de doelstelling van de verwerking van privacygevoelige gegevens duidelijk wordt gemaakt door UWV.

Het wordt niet inzichtelijk gemaakt welke handelingen deze externe bureautjes verrichten ten aanzien van het (medisch) dossier van betrokkenen. Ook wordt géén toestemming gevraagd aan betrokkene voor de verwerking van de persoonsgegevens en wordt jegens betrokkene geen verantwoording afgelegd over de waarborging van de veiligheid van de te verwerken persoonsgegevens. Het is volstrekt onduidelijk hoe het UWV en de door UWV ingeschakelde "externe bureautjes" uitvoering geven aan het Privacy Impact Assessment (PIA) conform de AVG.

3.1. Onrechtmatige keuringsmethoden en grove fouten in beoordelingen

UWV heeft, zo blijkt uit enkele grote mediazaken, pseudowetenschappelijke bureaus ingehuurd om "onderzoek" uit te voeren (UWV gebruikt dubieuze keuringsmethoden. 'Mensen lopen in de val', Trouw). Dit onderzoek, dat bij navraag níet wordt onderbouwd met bewijs, bestaat uit standaardformuleringen die géén inhoudelijk oordeel inhouden. Er wordt naar de gewenste conclusie toe beredeneerd.

4. Procedurele schending: het instellen van een verkapte geheel nieuwe beoordelingsprocedure ná ommekomst van de uiterste wettelijke termijn (en de consequentie van deze schending voor de rechtsgang)
Na de aanvraag van een voorziening bij UWV, wordt een verzekeringsgeneeskundig onderzoek met eventueel aanvullend een arbeidskundig onderzoek uitgevoerd om de beslissing op de aanvraag te onderbouwen. In de bezwaarfase mag UWV nog eenmaal een verzekeringsgeneeskundig en eventueel arbeidskundig onderzoek uitvoeren. Het gaat in de bezwaarfase om een herbeoordeling.

UWV schendt op twee wijzen de procedure conform de Awb:
- UWV verzuimt in eerste aanleg (na de aanvraag van een voorziening) een arbeidskundig onderzoek in stellen en probeert dit verzuim te herstellen door de herbeoordeling aan te grijpen om een geheel nieuwe procedure te starten;
- UWV stelt ná het verstrijken van de uiterste termijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar een verzekeringsgeneeskundig onderzoek in, om zo na de wettelijke termijn een verkapte nieuwe procedure op te starten.

In een dossier heeft de verzekeringsarts die de verzekeringsgeneeskundige rapportage in opdracht van UWV heeft uitgebracht, het arbeidskundig deel integraal opgenomen. Er is besloten om géén afzonderlijke arbeidskundige beoordeling uit te laten brengen.
Vijf maanden na ontvangst van het bezwaarschrift, besluit UWV dat een arbeidskundige beoordeling moet worden uitgevoerd, omdat deze in de eerste fase "vergeten" zou zijn en omdat UWV deze "vergissing" in bezwaar wil herstellen. Er wordt dus geen herbeoordeling geboden, het gaat hier om een geheel nieuw proces. De bezwaarfase wordt gerekt door deze verkapte nieuwe procedure. UWV laat ten aanzien van de zogenaamde "arbeidskundige herbeoordeling" echter niets meer van zich vernemen.

In hetzelfde dossier voert een verzekeringsarts vijf maanden na ontvangst van het bezwaarschrift door een herbeoordeling uit. Er wordt géén verslag uitgebracht en UWV correspondeert niet. 

Maar liefst negen maanden na het ingaan van de fase van bezwaar en vier maanden nadat UWV de uiterste wettelijke termijn heeft geschonden, stelt een volgende verzekeringsarts zonder onderbouwing een nieuw verzekeringsgeneeskundig onderzoek in. Zowel UWV als de verzekeringsarts pretenderen niet op de hoogte te zijn van het dossier dat reeds 13 maanden in bezit is van UWV.

5. Wat zijn de juridische implicaties van het onrechtmatig en onzorgvuldig handelen door UWV?
UWV schendt niet slechts de wettelijke bepalingen voor het nemen van een besluit op grond van de Awb, ook worden structureel de verantwoordelijkheid ten aanzien van de plicht tot zorgvuldige besluitvorming en de verwerking van privacygevoelige gegevens conform de AVG ondermijnd.

Dat men "Niet op de hoogte is wat met eerdere verzekeringsgeneeskundige onderzoeken is gedaan", houdt in dat privacygevoelige medische gegevens onzorgvuldig worden gehanteerd door UWV.

Er worden verkapte nieuwe beoordelingsprocedures ingesteld, hiermee misbruikt UWV de herbeoordeling om verzuim uit eerdere fasen te "herstellen". Tegen een oneigenlijke herbeoordeling, zijnde een geheel nieuwe besluitvorming in bezwaar of zelfs ná de wettelijke uiterlijke termijn, staat geen bezwaar meer open voor de gedupeerde. Het instellen van beroep leidt in de regel voor gedupeerden tot een pyrrusoverwinning: procedurele gebreken kunnen eenvoudig worden hersteld, zonder dat er daadwerkelijk herstel tegenover de schending van wettelijke normen en zorgvuldigheidsnormen staat.

6. Heeft UWV geleerd van de "morele evaluatie"?
UWV wuift de verantwoordelijkheid ten aanzien van de schending van harde wettelijke termijnen en de aantasting van de rechtspositie van betrokkenen (door onzorgvuldig handelen), weg met een beroep op een enorme drogreden.

Om de bewijslast te ontduiken, geeft UWV in een persbericht aan dat "het relatief kleine aantal bezwaar- en beroepszaken een vertekend beeld geeft" van de onrechtmatige en onzorgvuldige besluitvorming door UWV. Volgens UWV hebben betrokkenen "..uitgebreide bezwaar- en beroepsmogelijkheden" en "hebben zaken die bij de Centrale Raad van Beroep terechtkomen, al twee keer eerder een onafhankelijke heroverweging gehad, die tot herziening van besluiten kan leiden".

Relativering van onrechtmatig handelen en onzorgvuldige besluitvorming door te wijzen op het "geringe aantal beroepsprocedures, is een oneigenlijke relativering pur sang. Dat zaken die voor de CRvB worden gebracht, volgens UWV tweemaal een onafhankelijke heroverweging hebben gehad, is des te opmerkelijker. Als de redenering van UWV met betrekking tot de gehele procedure moet worden gevolgd, is UWV immers in zowel de fase van het eerste besluit, de fase van het bezwaar én de fase na het onrechtmatig laten verstrijken van de wettelijke maximumtermijn, zogezegd "niet op de hoogte van het dossier" en kan dus van zorgvuldige, rechtmatige besluitvorming geen sprake zijn. De grondslagen voor de besluitvorming op inhoudelijk juiste en volledige gronden ontbreken.

Verder lezen:

'Zeker 175 gedupeerden van foute beoordelingen voor uitkering UWV', Algemeen Dagblad;

'UWV-fouten al jaren bekend in politiek Den Haag', Algemeen Dagblad 2021;

'Arbeidsdeskundigen UWV maken te veel fouten', RTL Nieuws, 15 april 2019;

'UWV werkte veel meer wachtlijsten illegaal weg', RTL Nieuws, 26 februari 2019;

'Verzekeringsartsen willen weg bij UWV', Trouw, 11 november 2017;

'Jonge artsen verlaten het UWV weer snel. Waarom?', Trouw



maandag 2 mei 2022

Het door overheden bewust gekozen narratief tijdens de COVID-pandemie is schadelijk en werkt averechts

Een publieke boodschap moet op een bepaalde manier worden overgebracht om de bevolking te laten geloven dat iets een kern van waarheid bevat. Om de boodschap effectief over te brengen, wordt bewust voor een bepaald narratief gekozen. Het narratief is de wijze waarop iets wordt verteld, liefst met zoveel mogelijk herhaling.

Massamedia (kranten, tv, websites) die de boodschap zonder kritische noot overbrengen, werken goed mee aan het laten beklijven van een paradigma.
Aan het begin van de COVID-pandemie (= SARS), al in februari 2020, werd de boodschap voorbereid dat zoveel mogelijk mensen als vehikel moesten worden gebruikt om het virus te verspreiden, ook al was men sinds 2003 bekend met de gevaren van SARS. Alleen mensen met onderliggend lijden zouden een risicogroep vormen en mensen die toch al iets mankeerden, mochten worden opgeofferd als "collateral damage". 

Omdat het in strijd is met het internationale recht en omdat het zowel zeer ondemocratisch als onethisch is om het openlijk toe te geven dat met ongecontroleerde verspreiding van SARS veel slachtoffers met langetermijnorgaanschade door onder meer microtrombose/endotheelschade en auto-immuunziekten zouden worden opgescheept, werd gekozen voor een meer verkapt paradigma.

"Gecontroleerde verspreiding van SARS met bescherming van kwetsbare groepen" was het zorgvuldig gekozen misleidende narratief.
1. Misleidend, omdat iedereen risicogroep is voor SARS, omdat dit virus sinds 2003 een welbekende veroorzaker is van microtrombose en fibrose in de organen, ongeacht de medische status van de besmette persoon.
2. Psychopathisch, omdat de overheid hiermee de valse suggestie wekt dat preventiemaatregelen alleen maar bedoeld zijn om "kwetsbaren" te behoeden.
3. Gestoeld op een bewust gekozen valse dichotomie, omdat "vrijheid en veiligheid" of "volksgezondheid en economie" niet lijnrecht tegenover elkaar staan, maar veiligheid en gezondheid fundamentele voorwaarden zijn voor het bestaansrecht van de economie en vrijheid.

Naarmate de pandemie voortsukkelt vanwege de beslissing van de overheid om in februari 2020 al de brui te geven aan indamming, worden mensen die geloven dat ze "geen risicogroepers zijn voor SARS" (lees: dat bestaat niet) het zat om "offers te moeten brengen voor de vrijheden en veiligheden van anderen". Herhaaldelijk wordt door barbarenclubjes als het dysfunctionele en onwetenschappelijke HerstelNL de suggestie verspreid dat er niet-kwetsbaren bestaan ten aanzien van SARS. 

De mensen die zich als vehikel laten misbruiken door de overheid en dergelijke clubs, vinden het verantwoord dat kwetsbaren worden opgeofferd. Dit is het typische "wij-zij-denken" dat tijdens álle crises, waaronder oorlogen, voor acceptatie en normalisatie van het opofferen van "andere groepen dan wij" zorgt. Het zijn "anderen" die de gevolgen mogen dragen.

Die kring van "anderen dan wij" wordt razendsnel uitgebreid. Concreet: aan het begin van de pandemie kregen rokers en dikke mensen te horen dat zij risicogroepen waren en dat zij het aan zichzelf hadden te danken als zij op de ic belandden. Het is pure victim-blaming die op niets is gebaseerd. Sinds maart 2020 wordt bij herhaling bevestigd dat gewicht en roken geen factoren zijn voor het risico op ernstige COVID, maar dat willen de victim-blamers niet horen!

In plaats daarvan werden de categorieën voor het schofferen van COVID-slachtoffers aangevuld: ouderen, mensen met een medische voorgeschiedenis (zo lekker abstract mogelijk natuurlijk, iedereen kan een medische voorgeschiedenis hebben), mannen, mensen die nu kwetsbaar zijn geworden ná een SARS-besmetting zouden best mogen worden opgeofferd. 

Ik vraag mensen die er zo over denken ("anderen mogen best worden opgeofferd") op de man af of zij ook bereid zijn om opgeofferd te worden, maar dat wordt in de regel óf niet beantwoord, of met "ben je gek!!" + een scheldpartij beantwoord. 

Wat betekent iemand opofferen aan SARS eigenlijk? Concreet houdt het in dat iemand met hypoxie door trombose in het longweefsel moet worden opgenomen (als de persoon al niet is gestikt voordat behandeling wordt geboden). Als de ontstekingsreactie heftig is, krijgt de persoon sepsis. Normaal communiceren is dan niet meer mogelijk. Op de ic moet iemand in coma worden gebracht. Het kan zijn dat er binnen 3 weken herstel optreedt, maar de kans is groot dat alles na 3 weken uitvalt. Menswaardig afscheid nemen is er dan niet meer bij. Dat maakt SARS een ernstige humanitaire crisis die onder onze ogen gebeurt en is genormaliseerd door een overheid die fingeert dat een humanitaire crisis best acceptabel is en dat de eigen bevolking ten prooi mocht en mag blijven vallen aan mensonwaardig lijden.

Lijk het alsof het wel meevalt met de slachtoffers van deze pandemie? Dat komt doordat de overheid en media géén accurate cijfers van slachtoffers en langdurig zieken (Long COVID) geven en informatie achterhouden voor het publiek. Het gaat hier bovendien niet alleen om slachtoffers en een grote nieuwe groep chronisch zieken door COVID, maar ook om een zorgcrisis: uitgestelde ziekenzorg en uitgestelde operaties hebben nog altijd te lijden onder achterstand, omdat SARS-golven de reguliere medische zorg blijven overspoelen (om een hardnekkige misvatting weg te nemen: zelfs als de overheid pre-2020 meer had geïnvesteerd in de opleiding van medisch personeel en het aantal bedden had uitgebreid, had deze capaciteit bij lange na niet tegemoet kunnen komen aan de COVID-golven die de ziekenhuizen eens in de drie maanden in beslag nemen).

Ik accepteer dit niet. Niemand zou dit moeten accepteren. Daarom is het tijdens deze crisis ieder voor zich: het beschermen van de eigen veiligheid staat voorop. Laat u zich nooit wijsmaken dat het allemaal wel meevalt.