donderdag 13 juni 2024

Nog één keer dan. Over hoogbegaafdheid in relatie tot situationele en relationele eenzaamheid

Ik lijk wel een vastgelopen plaat! Waarom ik toch nog een keer hoogbegaafdheid en eenzaamheid wil aansnijden?

Ik heb het met een goede vriendin (die niet bij me in de buurt woont, dus ik kan haar niet zomaar bereiken voor een face-to-face-gesprek) gehad over deze en andere onderwerpen. Ook over de parallellen die zij zag.

Een goed gesprek met een vriendin of goede kennis is precies waarom ik behoefte heb aan menselijk contact: ik wil graag met anderen kunnen delen. Ik ben niet het type om alleen te zitten en mijn gevoelens binnen te houden. 

Solo zijn biedt geen dynamiek. Voor introspectief leven is bovendien niet iedereen geschikt. Ik bel iemand op als ik ergens mee zit. Maar het liefst heb ik dat mensen fysiek te bezoeken zijn; ik ben bijna mijn hele leven gewend geweest dat anderen bij me binnen konden lopen als ze ergens mee zaten of gezelschap wilden hebben. 

Ik sta er sinds 2023 alleen voor in mijn leven. Na een werkdag van 9-10 uur kom ik alleen thuis. Ik vind dat een verschrikkelijk bestaan. Niet dat ik níet tegen mijn eigen gezelschap kan; ik beleef geen plezier aan alleen zijn en alleen activiteiten ondernemen. De reden dat ik het liefst iets samen met een naaste doe, is dat ik het gezelschap zelf belangrijker vind dan wat voor activiteit dan ook. 

Om een zeer fundamentele reden heb ik net als de meeste mensen geen behoefte aan alleen-zijn; de behoefte aan een naaste, vriend en/of familielid is inherent aan het sociale ontwerp van de mens. Vrienden zijn ook belangrijk om de dagelijkse en grotere dilemma's mee te bespreken en een eerlijke bespiegeling te bieden. Zonder gezelschap mist een deel van die reflectie en sociale dynamiek. Iemand die je goed kent, kan je helpen met zelfinzicht en geeft je het gevoel thuis te zijn (waar je ook bent). Ik bedoel dit niet zeverig, ik ben wars van de truttige tegeltjeswijsheden en clichés.

Hoewel ik het snel met mensen kan vinden, heb ik niet zomaar vrienden om me heen. Ik zeg niet dat ik hoogdravend ben; integendeel, ik ben een grappenmaker. Maar ik heb er niets aan als het contact niet-gelijkwaardig is. 

Ik voel me bijvoorbeeld eenzaam als mensen tijdens het uitgaan alléén maar over hun familie, geld of werk praten (zoals ze op verjaardagen graag doen om een "clangevoel" te scheppen). Dat soort kleinburgerlijkheid gaat volledig aan mijn belevingswereld voorbij. Ik heb niet dat "Ik hoor nergens bij"-syndroom waar veel mensen aan lijden. Met veel mensen kan ik in gesprek gaan, dat kost me geen moeite en ook geen energie, omdat ik niet "alsof doe". 

Hoe de meeste mensen anderen definiëren en hoe zij het eerste contact laten verlopen, is ook anders in mijn wereld. Ik ben niet benieuwd hoe oud iemand is, of hij of zij alleen woont, vader of moeder is; ik ben benieuwd naar iemands belevingswereld. Specifieker gezegd: ik ben niet geïnteresseerd in identiteit, maar de mensen zelf. Ik vind het gewoon leuk om aan iemand te vragen 'Hoe kijk jij hier naar?'.

Wat het grootste verschil is tussen de meeste mensen die ik heb ontmoet en ik, is dat ik een heel snel bioritme heb en in een vrij hoog tempo praat over allerlei zaken. Ik kan niet tegen traagheid, maar ook niet tegen mensen die lange monologen houden en niet aanvoelen dat hun gesprekspartner/toehoorder daar niet op zit te wachten. Bij mij heb je aan een paar woorden genoeg om me iets duidelijk te maken.

Andersom schakel ik snel tussen mijn grappen, mensen vinden mijn vocabulaire heel breed en ik ben sterk van de ironie en satire. Omdat ik soms bijtend en direct ben in mijn grappen, is het misschien wel logisch dat ik het naar mijn zin had toen ik in jongensklassen en groepen met mannen zat, in de ICT bijvoorbeeld.

Ik ben van nature ontzettend flexibel. Dat is niet een door ervaring verworven overlevingsmechanisme, maar aangeboren. Wellicht omdat ik genetisch ben gemaakt voor barre omstandigheden en mijn recente voorouders het nodig hadden om zich snel aan te passen. Het kost mij dan ook geen moeite om te schakelen tussen verschillende mensen. Met allerlei soorten mensen kan ik omgaan. Ik kan het ook goed verdragen om 10 uur lang in groepen door te brengen. Er zijn wel grenzen. 

Omdat ik snel schakel, een rijk vocabulaire en een sterk geheugen heb en vele interesses heb, kan ik er niet tegen als mensen het alleen maar hebben over banaliteiten. Ik heb geen raakvlakken als mensen gesprekken voeren over soaps, popmuziek/de Top 40, TikTok, Facebook, schoonouders, trends, makeup, hoe oud iemand is, hoe lang iemand is, wat iemand aanheeft, de vaatwasser of over niksdoen. Ik kan er ook niet tegen als mensen elkaar graag op een klaaglijke toon zeggen "Dat weet ik niet" en "Kaniknie". Als ik iets niet weet, zoek ik het op, of ik probeer iemand te vinden die het misschien weet en als ik het dan nog niet weet, houdt het op. 

Ik denk ook anders over autonomie. Waar ik graag samen ben voor het gezelschap, heb ik niet de behoefte om het samenzijn als een verplichting te zien. Ik heb studiegenoten en collega's gehad die mijn week wilden volplannen met zinloze vergaderingen of excursies die ik niet leuk vond, omdat zij niet alleen durfden te gaan. Dan zei ik "Je mag ook weleens iets voor jezelf plannen wat je leuk vindt, we hoeven niet overal samen naartoe te gaan". Maar ook over volgzaamheid denk ik anders. Ik vind artistieke vrijheid belangrijk, anderen vinden het vaak prettig om overal over geïnstrueerd te worden. Dat contrast heb ik op de werkvloer en op de universiteit ervaren. 

Wat is de relevantie van hoogbegaafdheid?
Bijna niemand zegt van zichzelf hoogbegaafd te zijn. Het is een misvatting dat zowel ouders als intelligente jongeren zichzelf als zodanig beschouwen. Er wordt niet standaard op begaafdheid getest en door ergens minder goed in te zijn, denken hoogbegaafden soms zelfs dat ze níet begaafd zijn. 

Het onderwerp begaafdheid is nog steeds taboe, omdat mensen alles op zichzelf en hun kinderen betrekken; "iedereen moet maar normaal doen" en "iedereen is gelijk". Mensen denken dat hoogbegaafden hun eigenwaarde ontlenen aan hun mate van begaafdheid. Met die gedachtegang hangt samen dat mensen denken dat hoogbegaafden neerkijken op gemiddeld begaafden. 

Ik zei bijvoorbeeld tegen een vriend (die vroeg wat mijn "type man" is), dat ik intelligentie belangrijk vind. Hij vond dat ik mijn verwachtingen maar moest bijstellen. Ik denk dat het meer geaccepteerd is om te zeggen dat je een man met bruine ogen en bruin haar wilt, dan dat je het over iemands hersenen hebt. Terwijl juist ons besturingssysteem het meeste zegt over chemie tussen mensen en de kans op het krijgen van een band met iemand. Niet alleen is intelligentie onmisbaar, oog hebben voor anderen dan zichzelf is net zo belangrijk. Ik moet geen egocentrische man. Een kerel die alleen in zijn eigen wereld leeft, zich laat bedienen, hooguit met een eigen clique omgaat en de deur achter zich dicht smijt zonder anderen op te merken, vind ik enorm onsexy.

De misvatting is dat hoogbegaafdheid uitsluitend te maken heeft met cognitie en kennis. Probleemoplossend vermogen en vindingrijkheid zijn slechts aspecten van begaafdheid. Hoogbegaafdheid is niet hetzelfde als een "bolleboos zijn". Hoogbegaafde kinderen zijn geen pedante "kleine professoren" die hun kennis willen etaleren en thuis met hun hoofd in de boeken zitten.

Heel typerend voor hoogbegaafdheid is een bepaalde snelheid van het verwerken van allerlei informatie. Dat gaat van het opvangen van signalen (zoals veranderingen in geur en geluid) tot sociale cues en daarnaar weten te handelen, maar ook om het automatisch verwerken van nieuwe kennis zonder ervoor te hoeven "stampen" om het te internaliseren en vooral om het anticiperen. Anticiperend vermogen is een voornaam kenmerk van begaafdheid. 

Een typisch fenomeen is dit: alle soorten educatie zijn afgestemd op normaalbegaafde mensen. Dat betekent dat "iets nieuws leren" wordt verdeeld in extra kleine stappen, waarbij vaak alle aandacht naar details gaat. Het overzicht wordt uit het oog verloren en de logica wordt niet uitgelegd. Hoogbegaafden verwerken informatie van het geheel naar de details toe, precies omgekeerd dus. Maar als HB'ers aan normaalbegaafden vragen hoe het dan werkt als iets verandert aan de context of het proces, komt er geen antwoord. Als een HB'er vraagt naar de logica achter een systeem ("Waarom doen we dit werk op zo'n manier?"), komt er ook geen antwoord. 

Onder hoogbegaafden is er moeite om met te weinig uitdaging en te weinig creativiteit te maken te hebben. Sleur kán heel snel optreden, omdat de informatieverwerking sneller is dan bij de meeste mensen. Dit kan bij kinderen en volwassenen leiden tot onderpresteren en onderproductiviteit. Het hyperactieve type hoogbegaafden (de mensen die kort slapen, zowel ochtend- als avondmens zijn en een hoge fysieke drive hebben) is snel onderprikkeld. Als onderprikkeling tot een "bore-out" leidt waarbij de focus totaal weg is, kan een begaafd iemand zelfs denken dat hij/zij dom is.

Het wordt divagedrag gevonden als hogerbegaafden niet tegen onderstimulering kunnen, omdat de meerderheid herhaling en voorspelbaarheid als normale onderdelen van het leven beschouwt (niet voor niets worden repetitieve, voorspelbare muziek, voorspelbare smaken en voorspelbare modegrillen gewaardeerd door de meerderheid van de mensen). Toch is het geen divagedrag als je diep ongelukkig wordt van onderprikkeling van het brein. Het is contra-productief om een brein dat snel schakelt, af te vlakken met herhaling en voorspelbaarheid.

Een grote misvatting over HB of intelligentie, is dat kinderen emotioneel en sociaal achterlopen. Het past in de lijn van het cliché "Wijsheid komt met de jaren". Mensen die niet HB of bovengemiddeld intelligent zijn, benadrukken vaak leeftijds- en generatieverschillen om de menselijke ontwikkeling te duiden. Geestelijke rijpheid heeft echter niets van doen met leeftijd. Dat verklaart waarom HB-kinderen vaak in staat zijn om een gesprek te voeren over "volwassen" onderwerpen en "volwassen" emoties. Zij voelen dat aan.

Conflicten en complexiteit 

Ik voel genuanceerd. Ik kan vaak niets met vragen als "Vind je dit leuk?", of "Vind je hem aardig?". Ik voel direct aan de atmosfeer of iemand bepaalde beweegredenen heeft. Dat is geen spiritueel gezwets; ik kan aan minieme cues horen, zien en voelen wanneer iemand zich anders voordoet. Ik voel het ook als iemand een oprecht mens is. Daarmee heb ik het nog nooit verkeerd gehad. Ik zeg dat dan ook gerust tegen mensen. 

Het is voor mij niet relevant om me een mening over iemand te vormen; ik heb een innerlijke sensor die me laat waarnemen. 

Op de universiteit had ik vaak hoogoplopende discussies. Ik ben niet belust op conflicten; ik ben bereid om mijn visie te verdedigen. Als mensen pietluttig met bijzaken bezig waren of eensgezindheid in een discussie wilden bereiken, werd ik als dwarsligger gezien omdat ik het meestal anders inzag. Mensen werden ongemakkelijk van verschillen in visie. Ik doe het niet om dwars te liggen; dat drijft mij helemaal niet. Ik zie de wereld op mijn manier. Dat is multidimensionaal. Het is mij niet te doen om eindeloos te filosoferen over "ja" of "nee". Het is voor mij ook niet interessant om gelijk te hebben of beter te zijn dan een ander.

Ik heb dubbele agenda's en afhankelijkheid in verhoudingen direct door. Niemand heeft mij ooit in de maling kunnen nemen. Psychopaten worden kwaad als ze met mij worden geconfronteerd; ik voel aan wie psychopaat is en kan aan psychopaten zien dat ze geen substantie hebben. Ze maken niet vaak mee dat iemand niet van ze gecharmeerd is, maar dan hebben ze ook niet met hogerbegaafden te maken gehad. Ik heb geen moeite met navigeren in een wespennest en te schakelen van mezelf naar de verwachtingen van een ander; ik heb alleen niet de behoefte om me erin te mengen en een marionet te worden. 

De relevantie van hoogbegaafdheid is:
- Kinderen hebben niets aan het geijkte pad van de schoolloopbaan, omdat het onderwijs te langzaam gaat en bepaalde ontwikkelingsbehoeften niet worden begeleid;
- Als hoogbegaafden op bepaalde gebieden dreigen achter te lopen (bijvoorbeeld grammatica, rekenen of grafisch inzicht), is er vanuit de school geen juiste inschatting;
- Hoogbegaafden zijn sneller sociaal ontwikkeld dan hun leeftijdsgenoten, kunnen sneller schakelen in logisch denken en hebben vaak een rijker vocabulaire. Dit zorgt ervoor dat er een gebrek aan wederkerigheid kan zijn met gemiddeld begaafde leeftijdsgenoten;
- Er is geen discrepantie (scheefgroei) tussen cognitie en sociaal vermogen. Omdat hoogbegaafde kinderen met bovengemiddelde sociale begaafdheid voorlopen op leeftijdsgenoten, wordt ten onrechte gedacht dat ze niet meekomen met hun leeftijdsgenoten;
- Stigma's over hoogbegaafdheid zitten in de weg ("Je zult wel veel in de boeken zitten", "Je zult wel altijd verveeld zijn", "Je kijkt zeker op ons neer", "Denk je dat je zo speciaal bent?", "Je bent zeker perfectionistisch?", "Hoogbegaafden moeten sociale vaardigheden leren");

- Docenten en leidinggevenden kunnen de aanname koesteren dat een hogerbegaafde leerling, student of werknemer snel verveeld is, lui is, een ruziezoeker is of intimiderend is voor de rest van een groep. De hogerbegaafde krijgt bij voorbaat niet de kans om dit vooroordeel te weerleggen. Het kan ook zijn dat een hogerbegaafde werknemer vanuit zijn enthousiasme laat zien hoe het werk efficiënter kan worden gedaan en dat anderen hem zien als een bemoeial die in de status quo komt neuzen;
- Hoogbegaafden hebben het door als iemand op de werkvloer of in de leefomgeving geen goede intenties heeft. Dat kan een eenzame positie zijn; de meeste mensen zijn snel onder de indruk van oppervlakkig charmes en komen er soms jaren later pas achter dat iemand inderdaad onheuse intenties had;
- Het is niet zo dat hoogbegaafden met leidinggevenden of collega's botsen omdat ze geen hiërarchie dulden of anderen niet mogen. Die redenering is ten onrechte op het persoonlijke of emotionele vlak afgestemd.

Hoogbegaafden merken slinkse spelletjes en psychologische terreur tussen mensen op. Alle vormen van pesten zijn psychologische terreur. Hoewel hoogbegaafden met slinkse spelletjes ("mind games") om weten te gaan door hun flexibiliteit en scherpe inzicht, is het zonde als hun vaardigheden ondergeschikt worden gemaakt aan het overleven van psychologische terreur. Het is allemaal ruis.

Hoe was het voor mij?
Ik zeg niet dat ik hoogbegaafd ben, maar ik krijg mijn hele leven al te maken met de vraag én met de vooroordelen. Een aantal aspecten van mijn ontwikkeling waren wel opvallend. Snelheid en antennes voor andermans intenties zijn mijn kenmerken.

Op mijn geboortedag kroop ik al omhoog, ik sloeg de "kruipfase" over en begon gelijk met "netjes" lopen. Met 5 maanden sprak ik mijn eerste woord herhaaldelijk uit tegen mijn oma ("opa" zei ik als ze binnenkwam). Met 10 maanden sprak ik meerdere woorden. Ik was enkele maanden oud toen ik tegen mijn moeders moeder begon te schaterlachen. Als ik een buurvrouw die psychopaat bleek te zijn (ze werd een paar jaar later gearresteerd voor stalking, geweld en bedreigingen) zag, begon ik te krijsen. Deze vrouw had een charmante façade en was hoogopgeleid. De meeste mensen vonden haar leuk, ik voelde gelijk dat ze kwaadaardig was. Ik was heel sterk in intuïtief aanvoelen wie wel en niet te vertrouwen was.

Toen ik op de basisschool kwam, kon ik lezen, schrijven, Engelse woorden schrijven, Engels begrijpen en rekenen. Mijn juf snapte niets van mij. Omdat ik geen interesse had in de poppenhoek of de zandbak, schreef ze dat ik achterliep in mijn ontwikkeling. Ik droomde niet van een leven als prinses. Ik wilde drummer, trompettist, tekenaar voor een grote studio en wetenschapper worden, niet een huisvrouw die thuis op een man ging zitten wachten (in de jaren '90 was dat nog altijd het droombeeld van de meisjes uit mijn klas!). Ik was gek op psychedelische muziek. Mijn beste vriendinnen hadden een hekel aan muziek, zingen en dansen. We hadden totaal niet dezelfde interesses, maar ik hield toch wel van ze. Ik had toen niet het vermoeden dat we uit elkaar zouden groeien.

Ik kon met allerlei leeftijdsgenoten omgaan, maar ik werd vooral in mijn interesses en vocabulaire niet begrepen. Ik wilde bijvoorbeeld weten wat volwassenen interesseerde in het leven. Wat hun beweegredenen waren. Ik wilde heel veel en was altijd druk. Ik werd vaak de gang op gestuurd of ik moest achter mijn tafel gaan staan, omdat de docente dacht dat ik laks was en grappen maakte om te klieren.

In het onderwijs liep ik vast door verveling, maar ook door gebrek aan begeleiding. Met rekenen snapte ik het systeem niet dat in het onderwijs werd gebruikt. Omdat ik mezelf had leren rekenen, moest ik anders gaan denken. Ik vroeg herhaaldelijk om uitleg, maar dan kreeg ik een snauw ("In het Dalton werken we zelfstandig!") of er werd gezegd "Vraag het maar aan een ouder kind". 

Ik had op mijn 5e al direct alle tafeldiploma's behaald, omdat ik uitrekende hoe je de tafels van 2-12 moest doen. Ik deed niet mee aan het stampen ("2 keer 2 is vieeeeeeer"). Voor wat ik níet begreep, bedacht ik trucs om ergens onderuit te komen. Of ik ging iets anders doen. Mijn hele schoolloopbaan heb ik als negatief en ongeïnspireerd ervaren. Dat komt doordat bijna iedere docent uitging van onwil ("Ik geloof niet dat jij iets niet snapt, je hebt er gewoon geen zin in"). Ik was heel goed geworden in mensen om de tuin leiden als ik iets niet begreep. 

Vanaf mijn 10e deed ik niets meer op school. Ik heb twee jaar zitten lanterfanten. Het was zo erg dat de school dreigde me naar een speciale school te sturen. Het Atheneum was mijn "redding". Ik had daar een docente-wiskunde die doorhad wat ik kon en waar ik moeite mee had. Voor bijna alle vakken haalde ik achten, negens en zelfs tienen. Ik vond het vooral een snoepwinkel om zoveel mogelijk verschillende vakken te kunnen volgen.

Op de universiteit heb ik bij de adviseur aangevraagd om meerdere masters tegelijk te volgen om niet verveeld te hoeven raken, maar ook om het uiterste uit mijn interesses te halen. Het werd me ontraden ("Je hebt het toch al druk genoeg met één master?") én de roosters werden zo gemaakt dat het technisch onmogelijk was om meerdere masters in één jaar te combineren. Dat had de studieadviseur kunnen bijstellen, maar die begreep niet dat sommige studenten dubbel zoveel kunnen verwerken als anderen.

Wat betekent begaafdheid voor mij in relatie tot eenzaamheid?

Ik heb een redelijk groot fotografisch geheugen, een encyclopedisch (muziek)geheugen en het vermogen om mezelf iedere dans aan te leren. Ik ben erg beweeglijk, een ander zou dit als hyperactiviteit opvatten. Ik heb dus mensen om me heen nodig die niet snel "maf worden" van mijn rusteloosheid.

Begaafdheid betekent voor mijzelf vooral, dat ik andermans intenties en emoties meestal feilloos aanvoel. Mensen die er soms getuige van zijn ("Hoe kon je nou weten wat hij van plan was??"), denken dat ik aan glazenbollenwerk doe of via ervaringen heb geleerd om mensen in te schatten. Ik heb in groep 1 op de basisschool zelfs de vraag gekregen of ik aan telepathie deed, omdat ik het wist als mensen eraan kwamen terwijl niemand ze nog gezien had.

Dat is niet zo. Ik pik sociale en sublieme cues automatisch op. Voor mij is het ook geen kwestie van "denken" of "wantrouwend ingesteld zijn". Ik pik op wat voor atmosfeer er rondom iemand hangt. Aan oogspieren zie ik of een ander iets meent, of dat het gespeeld is. Een lach kan niet worden geveinsd, ik zie het gelijk als iemand uit beleefdheid grimast.

Ik doe zelf niet aan neppen. Ik ga niet gespeeld beleefd doen of mijn gevoelens over iemands gedrag verbergen en dan achter zijn of haar rug om kletsen. Passief-agressief gedrag (iets over een collega, buur of kennis verspreiden, bij een ander je beklag doen over een collega of mensen tegen elkaar opzetten) vind ik sociaal-emotioneel achtergebleven gedrag. Als ik een verhitte discussie met iemand krijg, dan ben ik bereid om mijn standpunt te verdedigen, maar ik houd niet van doordrammen. Discussies gaan voor mij niet over "gelijk hebben". Als mensen gaan drammen om gelijk te krijgen of als ze willen dat alle neuzen dezelfde kant op wijzen, dan geef ik aan dat ik de discussie wil beëindigen onder de voorwaarde dat we het met elkaar oneens mógen zijn.

Omdat ik niet geef om gespeelde beleefdheid en geveinsd respect maar een persoon ben die direct tot de kern komt zonder gezever eromheen, kunnen mensen mij complex vinden. Aan de andere kant hoor ik dat mensen zichzelf kunnen zijn bij mij, dat ze gerust hun zorgen bij mij kunnen uiten, dat ik als warm en begripvol word gezien. 

Ik heb niet dezelfde smaak en interesses als de meerderheid. Ik koop geen massaconfectie, ik heb niets met grote winkelketens, ik houd niet van popmuziek, ik ben niet opgegroeid met de Hollandse pot, ik heb nog nooit kant-en-klaar-eten besteld en ik ga van mijn leven niet op een Spaanse of Franse camping vol Nederlanders zitten. Ik draag vintagejurken, ik heb een echte antieksmaak, ik kook bijna alleen maar Aziatisch, ik heb kasten vol complexe specerijen, ik luister naar harde en complexe muziek met gesyncopeerde melodielijnen, ik vind dissonanten in muziek geweldig, ik ben fan van zangers die over vocale diepte beschikken en ik luister naar multi-instrumentalisten die zelf componeren. Ik heb een hekel aan repetitieve en voorspelbare muziek die radiovriendelijk genoeg is om in iedere supermarkt te worden gedraaid. Die afwijkende smaak wordt vaak als snobistisch uitgelegd.

Ik kan met veel mensen praten. 

Ik praat heel makkelijk met vreemden. Als ik iemand leer kennen, hoor ik dat ze zich voelen alsof ze me al jaren kennen. In het openbaar heb ik heel vaak aanspraak. Op school en de universiteit kon ik het met veel mensen best wel vinden, alleen hoorde ik nooit tot een clique. Ik heb geen terughoudendheid en ook niet de behoefte om mensen eerst af te tasten. 

Dat ik altijd makkelijk vrienden heb gemaakt, neemt niet weg dat ik sinds mijn 16e geregeld heel eenzaam ben. Ik heb mensen nodig om een gelijkwaardige, wederkerige relatie mee te hebben. Dat betekent voor mij, dat ik mezelf mag zijn door "gewoon" lekker snel te mogen schakelen, zonder langzamer te praten/mezelf af te remmen om hetzelfde energieniveau te halen. Het betekent ook dat ik behoefte heb aan contact met medeheldervoelenden.

Die vond ik niet op de universiteit. Ik ging niet naar de universiteit met hoge verwachtingen, maar met de hoop op gelijkwaardige vriendschappen. Het is lastig uit te leggen hoe die ontstaan. Het is niet zo dat ik hoogdravend contact wil en prietpraat schuw. Ik kan een ontzettende leeghoofd zijn. 

Het is de nuance: ik houd van scherpe humor, snelle opmerkingen, ironie, snel schakelen, veel praten. Ik houd niet van praten over wat de achterbuurvrouw vandaag aan heeft, dat je grootste hobby shoppen of Netflixen is, of dat je het hele weekend aan het gamen bent geweest. 

Ik houd niet van blaaskaken en onrealistische ambities. Of de aspiraties van leeftijdsgenoten die zichzelf "Rupsje Nooitgenoeg" noemen. Dat heeft niets met geestelijke rijping te maken. 

Ik ga ook met mensen om die niet-hoogbegaafd zijn. En nee, dan mis ik niet iets. Het is alleen zo dat het heel erg prettig is als ik een hoogbegaafde spreek die hetzelfde ervaart en die even snel schakelt. Dan kunnen we allebei lekker druk zijn. Het is alsof we precies dezelfde taal spreken.

Mijn eenzaamheid is over de hele linie voornamelijk situationeel. De regio waarin ik ben opgegroeid, had geen mogelijkheden voor dans, verfijnde sporten, muziek en wetenschap, omdat de interesses er niet waren onder de inwoners. Ik was graag in een muzikale stad opgegroeid, of een regio waar mensen zich niet schamen om zich te uiten in zang of dans. 

Mijn "type" is zelfs de kunstenaar of musicus, ik heb daar altijd een zwak voor gehad, voor expressieve mensen (mijn voorouders van vaderskant waren internationale kunstenaars (kunstschilders en glaskunstenaars met exposities in NY, de VS) en musici (zigeunermuziek)). Ik heb vaak het gevoel dat ik in die hoek thuis hoor.

Ik kan ook contrasteren wanneer ik níet eenzaam ben. Ik ben niet eenzaam als ik mensen ontmoet op een evenement, een paar uur met een vriendin aan de telefoon hang en het voelt alsof we elkaar altijd al hebben gekend, als ik de hele avond met buren zit te praten en het gezellig is en ik was ook niet eenzaam toen ik in een echte mannenopleiding zat en wij studenten ook privé met elkaar bevriend waren. 

Het is mij duidelijk: ik haal mijn inspiratie uit contact met anderen. Het leven is zonder communicatie met anderen, geen bevredigend continuüm. Empathen zijn niet gemaakt om geheel solitair te leven. Er is alleen geen simpele oplossing. Méér mensen ontmoeten is vooral kwantiteit, maar staat niet garant voor gelijkwaardige contacten. 




woensdag 5 juni 2024

Ik vind het soms zonde om alleen te zijn

Op sommige dagen, zoals nu, heb ik zo'n zin in een partner. Om plezier te hebben, om te dansen, niet alleen om z'n aanwezigheid, ook fysiek: om hem aan te raken.

Niet platonisch, maar alles erop en eraan. 

Wat is daar een goed woord voor? Verlangen? Het is niet een vaag, afgelegen verlangen of een fantasie, het is vooral een drift. 

Ik vind het gewoon zonde om alleen te zijn. Ik ben daar helemaal geen type voor. Ik houd van prikkels, activiteiten, gezelligheid, vermaak, aanraking. 

Het liefst wil ik een man treffen met wie het op het eerste moment raak is. Dat is geen illusie, op het eerste gezicht voor iemand vallen is juist een goede indicator. Het is mij al een aantal keer overkomen en geen enkele keer heb ik gedacht "Wat zag ik in hem?!".  Het moet natuurlijk wel wederzijds zijn. Ik ga ook van z'n leven niet voor "settlen", of iemand het voordeel van de twijfel geven. Niets in mij heeft ooit de behoefte gehad aan een kabbelend beekje, met een man die op de bank zit te wachten als ik thuis kom. 

Daar ben ik niet voor gemaakt. Net zo goed als ik alleen zijn niet zaligmakend vind, vind ik het een al even onzaligmakende gedachte om mezelf te identificeren als "vrouw van", of "de moeder", als deel van een echtpaar, dat spreekt in de meervoudsvorm 'Wij vinden..' Ik zou nooit mijn hele bestaan op willen hangen aan een burgerlijke staat. Ik krijg eerlijk gezegd ook zelden de indruk dat koppels echt gelukkig zijn met elkaar. Vastzitten in een verstandhouding met een saaigrijze baan omwille van de hypotheek lijkt mij horror. Ik hoor nog steeds dat dát bij het volwassen leven hoort. Ik pas ervoor om zo te leven. Dat zegt niet, dat ik niet oprecht van iemand kan houden. Integendeel. 

Het valt me op dat de mensen die onder de plak zitten in een relatie, het vaakst bezig zijn met waarom anderen "nog niet gebonden zijn". Ik heb nog nooit gedacht dat mensen in een relatie completer zijn dan alleenstaanden. Vrienden van mij hebben wel relaties, maar dwepen niet met hun gezinsleven en zijn niet bezig met mij de vraag wáárom ik alleenstaand ben. Wat is immers interessant aan de vraag "Waarom heb jij geen man"?! Intellectueel en sociaal gezien is iemands relatiestatus helemaal niet relevant. Het is hooguit een onderwerp om bij de koffieautomaat of borrelplank over te kletsen- of te mopperen.

"Waarom heb je niemand?" of "Wil je niet eens een vriend?" impliceert dat je zielig en incompleet bent-al is het waarschijnlijker dat de ander zich pas gemakkelijk voelt, als iedereen over zijn of haar relatie of gezin kan meepraten. 

Technisch gezien kan iederéén met iedere gek een relatie aangaan, maar dat wil niet zeggen dat je met elkaar resoneert. Dat laatste is voor mij heel belangrijk. Ik voel intuïtief en wil alleen maar een man voor wie ik direct gevoelens heb. Ik ben hem nog niet tegengekomen, al ben ik wel verliefd geweest op kunstenaars en een wetenschapper, van wie twee zelfs dezelfde etniciteit bleken te hebben als ik (ze zijn ongeduldige en creatieve Slaven. Toeval?). Ik voel onbewust dat zulke mensen bij me passen. Ze zijn niet heel conventioneel in hun smaak en bioritme- en dat is perfect voor mij.

Ik wacht er niet op. Ik zoek er niet naar. Ik verlang alleen naar zo'n man die bij me past en die dezelfde prikkeling voelt. 




maandag 3 juni 2024

Uit de praktijk: passief-agressief exenleed en lastercampagnes

Passief-agressief gedrag is al een tijd de norm. In de wereld van de popprinsessen is wraak op exen of nieuwe partners van exen een Leitmotif waarmee al 20 jaar miljarden de entertainmentindustrie in worden gepompt. Een jong publiek kan zich kennelijk identificeren met het slachtofferschap. Gezond is het niet, dat passief-agressieve gedrag, maar het is moeilijk om mensen tot zelfinzicht te laten komen als de wraakcultuur heersend is.

Het is niet zo onschuldig als afgunst over de nieuwe partner van een ex tot valse beschuldigingen jegens de ex leidt. Ik heb als jurist meerdere keren een verdacht verzoek gehad van een ex met wroeging. In het derde geval dat ik hier bespreek, was ik er getuige van dat stiefkinderen door een ex vals werden beschuldigd om een omgangsregeling voorgoed te verknallen.

1.
De eerste was een oudere vrouw die beweerde dat haar man haar dochter seksueel had misbruikt. De vrouw kreeg van iedereen in haar omgeving bijval, maar ik vond het direct een vreemd verhaal. Ik vroeg of ze ooit aangifte had gedaan. Ze wilde om de kern heen blijven draaien, maar het kwam erop neer dat ze ondanks het gestelde misbruik, 30 jaar lang bij die man was gebleven.
Ze was dus samen met haar dochter bij de man blijven wonen. Pas jaren later zijn ze gescheiden en kwamen de beschuldigingen. De dochter was op dat moment al in de 40 en liet niets los over wat haar vader had gedaan.

Ik heb erop aangedrongen om te onderbouwen waar ze hem van beschuldigde. Uiteindelijk kwam de opmerking dat de man zelf had gezegd "Dat hij een keer aan zijn dochter heeft gevoeld om te zeggen dat ze zo flink gegroeid was". Ze hield het in het midden wat dan precies dat "misbruik" was. Ik ben niet in haar relaas meegegaan. Natuurlijk kan het zo zijn dat de ex-man niet te vertrouwen was, maar ik kan niet op "horen zeggen" afgaan. Niet dat ik iets had kunnen betekenen als de dochter wél was misbruikt, want er is nooit aangifte gedaan of bewijsmateriaal afgenomen.

Plotseling werd ik iedere keer gebeld als de vrouw haar ex had zien lopen. Ze had hem met anderen zien praten. Het was me duidelijk dat deze vrouw geobsedeerd was door haar ex en verslaafd was geraakt aan het slachtofferschap. Ze wilde geen aangifte doen omdat ze zich volledig afhankelijk had gemaakt van een man en de aandacht die ze kreeg nadat ze het "misbruik" aan vrienden had geopenbaard.

2.
De tweede was iemand die de omgangsregeling van haar kind met haar ex wilde verzieken door de ex te beschuldigen van verschillende misdrijven, zoals fraude en diefstal. Er was wederom nooit aangifte gedaan, er was geen strafblad en geen bewijs om dat te onderbouwen. Na enig doorvragen kwam ik erachter dat haar kind het goed kon vinden met haar stiefmoeder. De moeder wilde een wig drijven tussen de stiefmoeder, haar ex en haar kind door de ex te beschuldigen van criminele praktijken. Ik adviseerde haar aangifte te doen als ze er zo stellig over was, maar daar "begon ze niet aan, in het belang van haar kind".

Ik werd nogmaals gebeld of ik een plan kon bedenken om de omgangsregeling stop te kunnen zetten, onder verwijzing naar vermeende criminele activiteiten. Daarop heb ik gewaarschuwd dat de rechter de alimentatie stopzet, als een ex-partner de naam en eer van een ex met alimentatieplicht bewust bezoedelt. Ik heb gezegd dat ze de beschuldigingen ook niet openbaar mocht maken, omdat ook dat een reden is om de alimentatieplicht op te schorten.

3.
De derde zaak was een trieste zaak, waarin degenen die mij om raad vroegen, het slachtoffer waren van een lastercampagne. Een ex beschuldigde de minderjarige kinderen van de stiefmoeder van seksueel misbruik van haar dochter. Er was geen aangifte gedaan, maar het meisje werd thuis bespeeld om te geloven dat ze was misbruikt. Het hele drama leidde ertoe dat het meisje alleen onder toezicht van Veilig Thuis naar haar vader en stiefmoeder mocht, dat alle bezoeken moesten worden vastgelegd en dat er altijd een volwassen getuige aanwezig moest zijn als de kinderen van de stiefmoeder thuis waren.

Het meisje bleek niet bang te zijn voor haar "stiefbroers"; sterker nog, ze was blij als ze ze weer mocht zien. De angst was voor haar eigen moeder en de nieuwe vlam van haar moeder. De moeder bleek de ene na de andere relatie te hebben en met deze man halsoverkop te zijn gaan samenwonen. Het was ridicuul om te zien dat twee kinderen werden beschuldigd om daar de aandacht van af te leiden. Ik kon er niet over uit wat een circus werd ingeschakeld om twee jonge kinderen op te zadelen met het gevoel dat ze een leeftijdsgenoot iets hebben aangedaan, terwijl het vermeende slachtoffer zélf nota bene aangeeft het goed met haar stiefbroertjes te kunnen vinden. 

Er kwam een onderzoek waarin vast werd gesteld dat de stiefkinderen geen blaam trof. Het werd definitief uitgesproken: "De stiefkinderen hebben geen misbruik gepleegd". Toch is het de ex gelukt om te bereiken waar ze op uit was: ze heeft de sfeer zo verziekt, dat de vader, stiefmoeder en stiefbroers, het meisje niet meer wilden zien om nieuwe valse beschuldigingen te voorkomen. Het ouderschapsplan werd aangepast, het gedwongen compromis was om van de omgangsregeling af te zien. Er waren alleen maar verliezers, want het meisje zou definitief in het huis van de nieuwe vlam van haar moeder komen te wonen, de man voor wie ze werkelijk bang was.

In deze wraakcultuur, waar het koesteren van wrok jegens een ex en slachtofferschap van "de verlaten partner" lijkt te worden gewaardeerd, is het goed om altijd te vragen of het "slachtoffer" zelf aangifte heeft gedaan. Soms doen mensen geen aangifte, omdat represailles kunnen volgen of iemand niet direct een woning heeft om de man te kunnen verlaten. In de gevallen die ik heb meegemaakt met cliënten, was dat nooit het geval. Er werd geen aangifte gedaan, omdat de betrokkene zelf duistere beweegredenen had. Helaas vallen er altijd slachtoffers, als de relatie met de kinderen wordt verziekt of als de omgeving meegaat in het verhaal van het "slachtoffer".

vrijdag 31 mei 2024

Addressing myths and misconceptions surrounding loneliness

Loneliness is depicted by media outlets and social networks as:
- Intense sadness;
- Social anxiety;
- Social awkwardness;
- A low sense of self-worth and even self-deprication;
- The need for reassurance and validation;
- Feeling invisible;
- Depression

I am vocal about addressing the myths and misconceptions surrounding loneliness. Why? I don't match any of the abovementioned "characteristics" to depict loneliness. 

Much as I am open about loneliness and even though I share a lot with a wider audience, I simultaneously sort it out myself. With that I mean I never cling on to people. I don't want a man, a boyfriend, to resolve my loneliness. I want company because I enjoy being around people I can get along with. I don't see others as means for filling the big gap of loneliness in my life.

I am the opposite of a recluse, I never experienced feelings of inadequacy or social anxiety, not even in adolescence. On the contrary, I have always had a strong and balanced sense of identity and I have never been held back by anything or anyone. I have always stood my ground in the worst circumstances. I never second-guess my decisions. I am not prone to worrying. I am even easy, I like inside jokes, practical jokes, I am a total goof. None of the clichés surrounding loneliness applies to me.

I never compare myself to others, nor do I feel like a misfit. Not that it is decisive in loneliness, but I don't have an introspective focus. I am good at chitchat, I like to talk to strangers. Making friends and meeting people is easy for me and I feel best in lively surroundings. 

I don't feel rejected; the popular "I never fit in anywhere"-myth is not how I experience loneliness at all. I don't care what other people think of me, I am authentic and do not feel the need to be liked by just everyone. 
None of this means that I am a snob, although people sometimes tell me that they thought I was an elitist when they first met me. Just because I don't want to mingle with everyone, doesn't make me arrogant or standoffish.

What describes me best, is that I have a straightforward personality. I don't need euphemisms and I am vocal about my emotions. I am the opposite of people who exhibit passive aggressive behavior; if something's bothering me, I like to address the problem directly. This does not imply that I am not tactful. I am. I can go out of my way to not publicly shame a person or make them look awkward, but not out of forced politeness or moralism. People do view me as spirited/temperamental and impatient and that it why I tend to be avoided by some.

What loneliness means to me
I already said that I have an easy time meeting people or making friends. My loneliness is rooted in two phenomena:

- I don't have a family left. I am not subjectively lonely, but objectively. It is not just perception; I don't have loved ones because my loved one is dead. I do know that I am a Slavic person with Asian ancestry, but I don't know where the rest of my family resides, as our family history is ruined by false adoption and assimilation (my family name was erased. Attempts to track my family through the autorities in The Hague, were to no avail);

- I experience situational loneliness. I do have friends that I can trust, but they live too many miles away from me. In my neighborhood, I can't find meaningful connection because most of my peers don't share any interests with me. I have a few neighbors I have spent days and evenings with, but most of my fellow citizens (peers) prefer binge-watching Netflix, frequenting a takeaway for fastfood or gambling. I am talkative and outgoing.

I feel drained when I have to be alone, at home. It is not that I can't stand my own company, it is not how I was wired; I need buzz, like a bit of chaos, noises, people to chat with and I have a very high physical drive.

I need equal and fulfilling connections. Sharing the same kind of energy, sharing values and interest in life is important to me.

I love it when people are interested in a broader range of topics, not gossip fitness or your latest Netflix watch. To be honest, I would not be able to create satisfying connections with lonely persons who spend the day on the couch or in bed, binging Netflix series or reading chicklits. It's not that I would not be able to like/love them, but I have too much energy to resonate with them. In other words: "Anyone will do" does not apply to me.

I also have a profession with important stakes (privacy) as well, I need people to respect that. My friends, who are a scientist, a pharmacist and artists, understand that. I can't share much about my work when I strike up a conversation with acquaintances or during a party. People sometimes get the impression that don't want to talk about my work, while I can't and won't share the "juice".

The assumption that lonely people are a bunch of sad people in despair, is plain wrong. Being lonely can be due to various reasons, one of which is situational loneliness. Being lonely does not necessarily create companionship between two lonely people, or even in a group. Compatibility of personal traits, intellectual capacities and interests are common factors that are pivotal to create meaningful connections. Not two people will resonate just over being lonely.

Why is it wrong to assume that loneliness is the same as depression?
While loneliness can bring about depression and unhappiness, the root of depression is different, as are the symptoms. From a personal view, I have had a few friends with mood disorders who did not feel "just sad", but reported a persistent lack of energy. Apart from a severe lack of energy, depression can be characterized by persistent feelings of hopelessness, self-doubt, worthlessness that infringe with daily activities. A person with clinical depression might not even be able to get out of bed, dress up, go grocery shopping or to go to work.

People with mood disorders may report feeling persistent sadness without external factors.
These symptoms don't align with loneliness, which is a lack of adequate relationships at the root of feeling unfulfilled and dissatisfyed.

Is normalization of loneliness the solution?

No. First of all, normalization of a hurtful emotion as is loneliness, differs from learning to live in solitude. Some people may adapt to solitude easily and not feel lonely. Telling lonely persons that "being lonely should be normalized" is telling people to adapt to persistent negative consequences of loneliness.

Time alone is not a blessing, nor an opportunity to find fulfilment of one finds meaning in connections with others.

What is the difference between situational loneliness, perceived loneliness and codependency?
Situational loneliness occurs when opportunities are missing to find meaningful relationships. This type of loneliness is not confined to perception; poverty, chronic illness, separation, deceased loved ones and even the environment (the neighborhood) contribute to actual and even absolute loneliness. 

Perceived loneliness if the type that a person experiences even with good friends. Codependency means that a person needs company for affirmation and reassurance.

Why is it harmful to push lonely persons into solitude?
Humans in general are designed to communicate and cooperate with fellow human beings. One would deny the design of the limbic system, even, when saying that solitude is a natural way of living. There is a neurological reason for the need of meaningful connections.

Some may prefer solitude after a string of bad relationships. It does not take away from the fact that most people need fulfilling connections. One cannot compare these two entirely different positions. "It is better to live in solitude than to have a bad relationship" and "I need meaningful connections" are not two opposites; a false dichotomia is popularized to favor solitude. Enjoying solitude for a while after a bad relationship might be a retreat and provide relief, but it does not mean that lasting solitude stimulates one's wellbeing.

Above all, you have to be wired for solitude to actually find joy in solitude. This does not apply to people who love to be surrounded by company (even at all times). Individuals who draw their inspiration and energy from activities with other people, will feel underwhelmed, uninspired and drained when having to live in solitude. This does not mean that they are "weak".

Self-support groups in the internet community promote the normalization of loneliness. Why is this toxic behavior?

1. Loneliness is stigmatized as "Just a mindset"

The complexity of emotions, the negative impact of loneliness and the basic human need for meaningful relationships are reduced to a state of mind that one should just "think their way out of". The dynamics of human relationships, personal needs and suffering as a consequence of loneliness are dismissed. The stigma of "Loneliness as just a mindset" dismisses the human sense of belonging and need for support in life. As a result, a lonely person might even be ashamed to address the topic of loneliness as support groups suggest a weakness of mind.

2. Lonely individuals are dismissed as "Persons who can't enjoy being alone"

"If you don't like being alone, you are in bad company"
"If you learn to enjoy your own company, you'll never be lonely"
"People who need other people, are just dependent"

These stigmatizing views are an oversimplification of the multifaceted phenomenon of loneliness.
A basic human need for meaningful connections is discarded as dependency.

Suffering from loneliness is dismissed as "lacking self-worth", thereby invalidating genuine emotions and personal preferences. People who are wired for company, are not reliant on other just for finding joy in meaningful connections. Not finding solace in solitude does not mean that an individual is unable to enjoy their own company. In other words, it does not mean that a person who does not find solace in solitude, depends on other people for affirmation or reassurance.





Harmful positivity: people are pushed to enjoy loneliness and solitude and if they don't, they are depicted as losers who are dependent on validation by others

woensdag 29 mei 2024

Geluk in het leven is géén kwestie van "mindset"

Een mindset bestaat helemaal niet in de wetenschap. Het is een pseudowetenschappelijk concept dat helaas wel is doorgedrongen in alle gelederen. Psychologie van de koude grond ("Je kunt je eigen levensgeluk beïnvloeden") is gebaseerd op wensdenken.

De maakbaarheidsgedachte klinkt hierin duidelijk door. Mensen hópen invloed te kunnen hebben op hun eigen levensgeluk en geloven daarom dat je bewust een positieve levensinstelling kunt aannemen. Zo werkt het niet.

Ik spreek vanuit mezelf, omdat ik deze ergerlijke stellingen zelfs in assessments voor academische functies tegenkom:

"Ik heb het gevoel dat ik genoeg mensen heb om op terug te vallen";
"Ik bepaal in grote mate zelf hoe mijn leven verloopt";
"Ik heb het gevoel dat ik altijd op mijn familie terug kan vallen"

De stomste stelling die ik tegenkwam was:

"Ik heb compassie met mensen die het slechter hebben dan ik"

Vergelijkingen zijn stupide. Het getuigt van weinig zelfbesef als iemand denkt dat vergelijken met anderen een vorm van relativeren is. Er zal altijd iemand zijn die het slechter heeft dan een ander, maar geen twee levens kunnen met elkaar worden vergeleken.

Ik heb geen levensgeluk en geen privileges. In absolute zin heb ik geen familie meer, dus ik kan me ook niet tot een naaste wenden als er iets ergs gebeurt of als ik met veel tegenslag te maken krijg. Ik weet dat ik nooit gelukkig zal worden, want is het zwaar om zonder naaste te leven. Dat accepteer ik, want ik ben een realist; ik ben niet van de illusie "Stel je voor dat in de toekomst alles anders wordt". Die wonderfactor of dat magische denken gaat niet op in de werkelijkheid. 

Het is míjn leven. Ik heb een ongelooflijk kloteleven, ik vind er helemaal niets aan om voor mezelf te bestaan in een land waar ik geen geschiedenis mee deel, waar mijn familiesporen zijn uitgewist; een leven waarin ik geen dierbare meer heb en in een klote-omgeving ben gedumpt waar iedereen die wel familie heeft, de boel allang is ontvlucht. Niemand hoeft mij die zalvende onzin aan te smeren dat ik dankbaar moet zijn voor het leven, of dat het altijd nog erger kan. Een ander zou er in mijn positie allang aan onderdoor zijn gegaan, want ik heb het meest zware in een mensenleven alleen moeten doorstaan. Het is niet uit rancune of rouw dat ik een hekel heb aan mijn bestaan; alleen achterblijven is voor mij een vloek. Mensen kunnen zich over het algemeen wél voorstellen dat ik niet oud wil worden voor mezelf.

Als realist zie ik alles onder ogen, maar ik heb geen aanleg voor overdenken. Waar veel mensen zichzelf typeren als piekeraar, heb ik nog nooit wakker gelegen met gedachten als "Stel je voor...". Dat komt door mijn aanleg.

Ik ben uitgesproken en als ik zeg dat ik mijn leven niets aan vind zonder naasten, dan krijg ik te horen "Maar je hebt zoveel interesses!", of "Houd je dan niet van eten of mooie dingen?"
Mensen zien tijdelijke geneugten, tijdelijke prikkels, als levensgeluk, maar dat heeft niets met levensgeluk te maken. Niet gelukkig zijn (door in mijn geval: geen familie meer hebben) is iets anders dan anhedonie. Mensen verwarren een klinisch onvermogen om ergens van te genieten (anhedonie), met ongelukkig zijn door ingrijpende omstandigheden die het leven van iemand voorgoed verzieken. 

Levensgeluk zit in warme banden hebben met naasten. De mens is gemaakt om te leven voor sterke sociale contacten, dat zit niet voor niets in het ontwerp. Een leven zonder naasten is eigenlijk geen leven. Ik ben er eerlijk over dat mijn leven geen moment leuk meer is en zal zijn. Dat zie ik ook onder ogen, maar dat betekent niet dat ik depressief ben. Ik zit niet binnen om mezelf op te sluiten, ik ben actief, energiek, op de buitenwereld gericht. 

Op de moeilijkste momenten in het leven heb ik er alleen voor gestaan en sta ik er nog steeds alleen voor. Zelfs op de avond van de dood van mijn moeder had ik niemand van onze "vrienden" die me thuis wilde brengen, dus heb ik tot 's nachts op haar lege kamer moeten zitten voordat een taxi beschikbaar was. Na haar dood heeft werkelijk iedereen die ik kende, me laten barsten.

De verhuurder heeft vanaf de dag na de dood van mijn moeder geprobeerd om mijn leven tot een hel te maken en ik ben de strijd met deze verhuurder aangegaan, met de uitkomst dat ik in mijn recht sta. Voor de verkrotting en te hoge kosten, heb ik samen met mijn buren mensen op de been gekregen om een massale ingebrekestelling in te dienen. 

Ik heb het ook heel moeilijk gehad toen ik in maart 2024 weer een PotS-episode (tachycardie, een ritmestoornis die niet overgaat) kreeg. Met een pols van 170 en een bloeddruk van 200/110 moest ik zelf bijna een uur lopen om bij de huisarts te komen, omdat deze geen afspraak bij mij thuis wilde plannen. Ik heb met onmenselijke situaties te maken. De meeste mensen zouden dit niet hebben kunnen uithouden. Het ergst is dat ik weet dat mijn endometriumklachten en langdurige, onregelmatige menstruaties de oorzaak zijn van mijn hartritmestoornissen, maar mijn specialist weigert de oorzaak te laten onderzoeken.

Mijn moeder heeft 5 keer kanker gehad door receptormutaties. Kanker door een mutatie is iets waar een mens echt helemaal geen invloed op heeft. Een gezonde levensstijl kan niet voorkomen dat je doodgaat aan een receptormutatie. Deze mutatie veroorzaakt tevens longkanker bij niet-rokers die de pech hebben om een Oost-Aziatische voorouder te hebben, zelfs als die voorouder vele generaties eerder is geboren.

Kanker bij een jonge moeder betekent dat iedereen het gezin vanaf de diagnose gaat negeren, dat vrienden geen vrienden meer zijn, dat het gezin onder de armoedegrens wordt gestort en overleven in de plaats komt van leven. Eigen vervoer bestaat niet, een auto om naar het ziekenhuis te kunnen is ondenkbaar. Als de wasmachine en koelkast stuk gaan, is er geen financiële voorziening vanuit de gemeente. Als een moeder met kanker een kind in huis heeft dat nog op de basisschool zit, dan krijgt de moeder geen huishoudelijke hulp, ook niet via maatschappelijk werk of de WMO. Als meubels kapotgaan of je, zoals wij in een schimmelhuis met lekkages die niet worden hersteld door de verhuurder zit, dan bladdert het behang van de muren en barst de vloer open, maar is er geen geld om de schade te herstellen.

Als iemand begint over privileges, dan denk ik er altijd aan dat ik alles op eigen kracht heb moeten doen en wij kansarm zijn gemaakt door bewust beleid. Ik heb eruit weten te komen door zelf intelligent genoeg te zijn om in één jaar het Atheneum te halen en de universiteit (met meerdere studies) moeiteloos te hebben doorlopen, maar ik heb daarin nul mogelijkheden aangereikt gekregen. Zelfs enig begrip vanuit de studieadviseur toen mijn moeder weer kanker kreeg, was er niet bij.

Wij hebben een ongelooflijk slecht leven gehad door factoren waarop wij geen invloed hadden. Mijn moeder had ondanks alle pech die een mens kan hebben in het leven, totaal geen pessimisme. Het was geen levensinstelling, ze was geboren. Anderen vonden haar altijd druk en vrolijk, maar ook ongeduldig en snobistisch omdat ze zich niets liet zeggen.

Ik heb ook een slecht leven door factoren waarop ik geen invloed heb. Ik kan geen familie tevoorschijn toveren, ik kan PotS-episoden niet bestrijden omdat ik geen behandeling krijg. Toch heb ik me nooit ingehouden of teruggetrokken. Ik ben bepaald geen stil huismusje, maar een echte woordvoerder en vertegenwoordiger. Of beter gezegd: ik ben een geboren jurist. Mijn functie is precies wie ik ben: ik geef nooit zomaar op. Het gaat mij in het leven niet om gelijk hebben, reputatie of ambities, maar om gerechtigheid. Dat is zelfs geen bewuste instelling: ik heb die drive al vanaf mijn vroege jeugd. Het is een karaktertrek.

Tegelijk zijn er ook mensen die van zichzelf weten dat ze aanleg hebben voor depressies. Het vergt pas veel kracht om ondanks die aanleg, er toch het beste van te maken en te proberen om gemotiveerd te zijn. Als het ondanks alle wil, tóch gebeurt dat iemand in een depressie raakt, dan zeg je toch ook niet "Het is een kwestie van wilskracht"? 

Wat ik bedoel te zeggen is: aan de illusie dat mensen zelf invloed uitoefenen op hun leven en als het niet zo lekker verloopt, te pretenderen dat het door een gebrek aan wilskracht komt, wordt onterecht grote waarde toegekend. Het is niets meer dan een concept, een gedachtenexperiment, om te stellen dat de mens zoveel invloed heeft!


zondag 26 mei 2024

Identiteit

Ik heb nooit gehad dat ik "moest uitvinden wie ik was", zoals sommige jongeren zeggen. Waarschijnlijk omdat ik vanaf het begin een sterk gevoel van identiteit heb gehad. Dat ik nog steeds dezelfde ben als vroeger is geen gebrek aan ontwikkeling, maar indiceert een karakter dat altijd duidelijk aanwezig is geweest.

Ik hoor dat sommige mensen zich een kameleon voelen, omdat ze denken dat ze zich moeten aanpassen aan anderen om aardig te worden gevonden. Ik ken dat niet; ik ben altijd heel erg mezelf en ik vind het niet belangrijk om aardig te worden gevonden.

Toch hoor ik van anderen, dat ze bij mij het gevoel hebben dat ze zichzelf kunnen zijn. In het openbaar raak ik vaak aan de praat met mensen en het komt voor dat volslagen vreemden me gerust hun levensverhaal toevertrouwen. Het ijs hoeft bij mij niet te worden gebroken, omdat ik niet voor een gespannen sfeer zorg.

Ik ben niet van de clichés; ik vraag mensen niet "Waar kom je vandaan, hoe oud ben je, wat zijn je hobby's, ben je getrouwd?", maar ik ben wel geïnteresseerd in de interesses en beweegredenen van mensen- en hoe zij naar de wereld om zich heen kijken.

Een goede kennis vertelde me dat ik volgens hem recht door zee ben en niet van quasi-sentimenteel gebabbel houd, maar gelijk actie onderneem en tot de kern kom. Dat waardeert volgens hem niet iedereen, omdat het nu een trend is om álles over jezelf te delen, ook als anderen er niet werkelijk in geïnteresseerd zijn dat je thuis drie katten en twee honden hebt en in je vrije tijd op de bridgeclub zit.

Dat ik nooit aan mezelf heb getwijfeld is geen arrogantie, maar het wordt wel zo uitgelegd als je niet grossiert in onzekerheden. Onzekerheden opnoemen wordt gezien als "je kwetsbaar opstellen". Het is op dit moment een trend om je onzeker voor te doen om bijval te krijgen. Gespeelde nederigheid is echter niet bewonderenswaardig. Begrijp, in een relatie en met mensen met wie je een vertrouwensband hebt, is "kwetsbaarheid" een groot goed, ook voor mij; vrienden mogen alles over me weten en ik vertel ze gerust hoe ik me voel, omdat ze oprecht zijn.

Ik zou het echter niet "je kwetsbaar opstellen" noemen omdat dit een pseudowetenschappelijke, vrouwenblaadjeshype is om binnenkort weer te vervliegen. Het gaat om authenticiteit. Ik ben het tegenovergestelde van naïef en laat tegenover onoprechte mensen natuurlijk niets los. Het is niet meer dan normaal om niet aan iedereen je gevoelens te tonen. Mensen met onheuse intenties zijn de enigen die zeggen dat ik stoïcijns of ondoorgrondelijk op ze overkom, maar dat komt doordat ik ze altijd door heb.

Ik heb geen "Ik hoor nergens bij"-syndroom. Mensen over de hele wereld denken allemaal zo uniek te zijn dat ze altijd een buitenbeentje zullen zijn, maar het zijn er zoveel dat zelfs dat niet het geval kan zijn. Van mezelf weet ik dat ik slechts een vreemde eend in de bijt ben, omdat ik niet dezelfde ambities heb als de meeste mensen die ik ontmoet. Ik doe niet aan de "rat race", er is geen ambitie die ik als het hoogste goed beschouw, ik wil niet concurreren met anderen omdat ik dat niet belangrijk vind. Met imago en anderen aftroeven heb ik me ook nooit bezig hoeven houden.


vrijdag 10 mei 2024

Mijn illustraties

Ik teken al mijn werken met de hand, met traditionele media, zoals grafiet, kohl en Polychromos. Mijn onderwerpen variëren: van anatomische tekeningen (van hersencoupes en de botten van het menselijk lichaam), botanische tekeningen en dierportretten, tot technische ontwerpen en stedelijke architectuur.

Mijn botanische tekeningen zijn voor de illustratie van recepten en tekst en uitleg over voedingswaarden (scheikundig).

Ik heb nooit tekenles gehad en ik ben niet veel tijd kwijt aan tekenen. De meeste illustraties heb ik binnen een uur af. Ik wil mijn illustraties gaan professionaliseren.




Corpus Callosum: de hersenbalk die de twee hersenhelften verbindt


De hersenzenuwen

Foramen Magnum


Maine Coon.

Maine Coon.

Broccoli

Maine Coons


"Faces of Owls", kopstudie van de bubo bubo, steenuil, kerkuil en American Eagle Owl

Kerkuil, saw-whet owl, Mandarijneend, saw-whet owl, bubo bubo, Amerikaanse Kardinaalvogel, saw-whet owl, Kardinaalvogel




Op mijn tafel





Op tafel!

dinsdag 7 mei 2024

Mijn leven in Kleur

Ik schrijf sinds 2023 vaak over eenzaamheid. Het onderwerp krijg ik zo uit de taboesfeer, want het is onnodig dat er (onder jongeren) schaamte is om eenzaamheid te onderkennen.

Ik maak makkelijk contact, ik heb ook altijd gehoord dat ik vrolijk ben, een makkelijke prater en goede luisteraar en dat ik snel vrienden kan maken. Dat is ook zo. Dat neemt niet weg dat situationele eenzaamheid hardnekkig kan zijn. Mijn vrienden wonen niet bepaald op bereikbare afstand en zowel in mijn oude als nieuwe buurt, zijn veel mensen niet erg geïnteresseerd. 

Het is niet zo dat ik de "schuld" bij een ander leg; ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het leven, in plannen, in actie ondernemen om problemen praktisch op te lossen, in ervaringen van andere mensen. Ik voel mensen aan. Daardoor kan ik er niet tegen om een solitair bestaan te hebben en dat is in mijn stad helaas wel de norm. Mensen zitten liever op een vrije dag voor de tv dan dat ze erop uitgaan om anderen te ontmoeten. Ik lééf niet als ik geen contact heb met anderen. Ik houd van buiten zijn, praten, bezig zijn. 

Sinds ik hier woon heb ik goed contact met buren die óók buitenmensen zijn en van praten houden. We maken er in onze omgeving iets leuks van. De rest van de buurt zit zelfs op mooie dagen nog binnen. Die besteden geen aandacht aan de buurt of aan goed contact met mensen uit hun omgeving. 

Als ik goed contact heb met iemand, dan voel ik me absoluut niet eenzaam. Het betekent niet dat ik "per se mensen nodig heb", maar dat interactie bij mij hóórt. Ik kom tot leven door interactie, niet door thuis te moeten zitten. Ik geniet er ook niet van om er alleen op uit te gaan. Dat heb ik al jarenlang gedaan. Ik zat op mijn 15e meestal alleen aan de andere kant van het land, omdat mijn leeftijdsgenoten geen zin hadden om te reizen of bijvoorbeeld de Zeeuwse eilanden, de grens met Vlaanderen of de Kop van Noord-Holland af te lopen, op zoek naar leuke plaatsen. Op gegeven moment was ik het zat om als enige erop uit te trekken en slechts sporadisch een reisgenoot te ontmoeten. Ik had behoefte aan gezelligheid, drukte, kletsen, eten, zwemmen, sporten, reizen, maar niet aan alleen-zijn.

Ik besteed graag tijd aan het kleur geven aan de buurt. De kale nieuwbouwbunker is gezelliger met een buurtkat die we overladen met speelgoed, eten en aandacht, met de planten die uitkomen en met de aankleding van de gevel. Met een paar mensen doen we nu het onderhoud.

Ik kom uit de situatie waarin ik na de dood van mijn moeder uit ons huis ben gezet. Ik mis de openheid en de tuin van mijn huis heel erg. Niet de woning zelf, want het vastgoed bestond uit een gebrekkige schimmelwoning die ons veel ellende (waaronder lekkages en scheuren door de gasboringen) heeft bezorgd. In de nieuwbouwbunker waarin ik vijf maanden geleden ben geplaatst, heb ik geen "buiten", maar we proberen er iets leuks van te maken op de galerij. In mijn huis zat ik bijna altijd buiten en had ik de boel altijd open staan. Dat kan niet in deze donkere bunker. Op vrije dagen waarop het warm/heet is, probeer ik het te compenseren door de hele dag buiten te zitten of buiten te werken. 

In deze woning wil ik niet al te lang blijven. Ik wil niet in de donkere omgeving van deze woning zitten, als de herfst straks weer begint is het dag en nacht koud en somber in huis (mijn woning staat op de noordkant en heeft bijzonder slechte isolatie voor een nieuwbouwappartement). Het dilemma is wel, dat ik de goede band met mijn buren dan weer moet missen. Ik woon hier slechts vijf maanden, maar het is het alsof ik hier toch al een eeuwigheid ben.

Dit is hoe mijn kleurrijke, eetbare installaties in mijn vorige woning-met-tuin eruitzagen!