Posts tonen met het label verkiezingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verkiezingen. Alle posts tonen

vrijdag 19 maart 2021

Verkiezingsdeceptie? Steek de hand in eigen boezem

Op de laatste avond van de Tweede Kamerverkiezingen 2021 was de onvrede duidelijk te merken. Wéér dezelfde regeringspartijen die de grootste verkiezingswinst hebben behaald, ondanks talloze affaires, waaronder de Huurtoeslagenaffaire, Kinderopvangtoeslagaffaire, afstraffing-van-gemaakte-overuren-in-de-zorg-affaire en dreigende Ondernemerstoeslagaffaire, fraude door partijleden en de onvrede over de onevenredigheid van de Wachtgeldregeling voor voormalig Kamerleden ten opzichte van WW-gerechtigden.

Het verbaast mij volstrekt niet dat de geschiedenis zich herhaalt. Oproepen als #StemZeWeg en "De toekomst van Nederland gaat echt veranderen als u op deze partij stemt" zijn ijdele pogingen. De praktijk is altijd "Stem ze terug". Niet zonder reden. Het is niet dat de tevredenheid over het regeringsbeleid groot was, het is ook niet dat de lijsttrekkers die de winst hebben binnengesleept zo charismatisch worden gevonden. Het voordeel van de zittende coalitie is dat deze stabiel lijkt ten opzichte van de partijen die geen vaste identiteit, geen stevige achterban en geen stabiel partijprogramma hebben, maar vooral geen stabiele koers binnen de eigen gelederen varen. Opportunisme brengt maar kortstondig voordeel. De opportunisten die nu zetels hebben binnengesleept, zullen binnen afzienbare tijd weer op onvrede onder de achterban stuiten.

Het nieuwste cliché luidt dat de slachtoffers van de Toeslagenaffaire een trap na hebben gekregen. Waarom zijn niet meer stemmen naar Pieter Omtzigt en Renske Leijten gegaan? Een stem op Pieter Omtzigt is een stem op het CDA, de partij die door de kiezer verantwoordelijk wordt gehouden voor het afleveren van ministers die lethargisch coronabeleid hebben gevoerd. Een stem op Omtzigt is óók een stem op Wopke Hoekstra, die het in de weken voor de verkiezingen als een heuglijk feit presenteerde dat de WW drastisch zou worden verkort naar één jaar. De werknemers die toch al niet arbeidsrechtelijk werden beschermd en door de crisis hun baan zijn kwijtgeraakt, moeten zo snel mogelijk worden doorgeschoven naar een bijstandsuitkering. Omdat de vader van Hoekstra bij wijze van hobby "Nog één dag per week als huisarts werkt, is het voor mensen goed als ze zo snel mogelijk aan het werk gaan". Een ordinaire bezuinigingsmaatregel wordt dus verpakt als "stimulans om werk te vinden", waarbij de werknemer die door de crisis op straat komt te staan, wordt gezien als profiteur die graag in de WW vertoeft.

Waarom de kleine (oppositie)partijen niet meer stemmen hebben weten binnen te sprokkelen? De reden is m.i. níet dat de kiezer slachtoffers van Belastingaffaires graag een trap na geeft. De lijsttrekker van de SP toont zich al minstens 8 jaar niet bereid om de kritiek op het lijsttrekkerschap en de koers van de partij ter harte te nemen. De "Yessias" van GL wil er niets van weten dat hij de band met zijn achterban kwijtraakt en de lijsttrekker van 50Plus heeft tot overmaat van ramp in de dagen voor de verkiezingen nog openlijk ruzie gezocht met een kandidaat die beweert wél trouw te blijven aan de partijprincipes. Het is niet dat deze partijen onzichtbaar zijn en het zijn ook geen nieuwkomers die als excuus kunnen aanvoeren dat ze "nog maar net zijn begonnen". De lijsttrekkers die zich niets van kritiek van de achterban hebben aangetrokken, hebben het volledig aan zichzelf te danken dat de kiezer ze links liet liggen. Gekibbel tussen partijleden, vereeuwigd op internet, is voor de kiezer al helemaal niet overtuigend.

Alles blijft dus zoals het was, zo gaat het altijd. Dat heeft ook voordelen: de publieksfavorieten in de oppositie blijven in hun rol van opponent, de coalitie kan wederom verantwoordelijk worden gehouden voor de voortzetting van het lethargische coronabeleid, de Calimero's krijgen niet de taak om bestuurstaken op zich te nemen, maar mogen in de rol van gebeten hond blijven hangen. Politici die werkelijk voor de winst gingen en door hun eigen koppigheid met zetelverlies werden beloond, mogen de hand in eigen boezem steken.


,





zondag 10 maart 2019

#Democratie

"Als je niet gaat stemmen, heb je ook geen recht van spreken". Het is het bekende cliché van degenen die zonder meer vertrouwen hebben in het bestaan van democratische politieke besluitvorming. Zoals de meeste mensen, heb ik iedere verkiezingsronde de nodige twijfels en niet omdat ik apolitiek ben. Integendeel: ik ben bepaald geen zwevende kiezer, ik ben een meer dan gemiddeld geïnformeerde kiezer. Net als waarschijnlijk iedereen die voor het aanbod wordt gesteld, kan ik geen partij aanwijzen die perfect aansluit bij mijn beweegredenen. Dat is ook niet het probleem; iedereen zal in meer of mindere mate afwijken van de ideologie en standpunten van een willekeurige groep. Het probleem is dat ik te goed weet wat het politieke proces inhoudt. Hoe meer ik van de complexiteit van het proces weet, hoe moeilijker het wordt om vol overtuiging te kunnen beslissen.

Wie bekend is met het politieke proces, weet dat van echte volksvertegenwoordiging in de praktijk weinig terecht komt. Het proces van politieke besluitvorming wordt gekenmerkt door (ook wel als tirannie ervaren) fractiediscipline en compromisgerichtheid die wordt getypeerd als 'koehandel'.

Aan het sluiten van compromissen valt niet te ontkomen in een meerpartijenstelsel. Compromisgerichtheid hoeft ook niet bezwaarlijk te zijn. Compromissen hebben voordelen. Compromissen voorkomen dat de wil van de grootste partij altijd doorslaggevend is, of dat eenzijdige besluiten worden doorgedramd zonder recht te doen aan noodzakelijke nuances. Een te sterke fractiediscipline lijkt daarentegen wel bezwaarlijk, omdat de onafhankelijke leden zich onder druk voelen gezet om met een voorstel in te stemmen of om tegen te stemmen, zelfs als de beslissing tegen de eigen overtuiging indruist.

In de parlementaire besluitvorming is geen sprake van een geheime stemming. Het valt dus direct op als parlementariërs van de eigen fractie of de fractievoorzitters afwijken. De loyaliteit aan de fractie en het willen vermijden van de faux pas van het breken van een belofte staan eraan in de weg dat een vertegenwoordiger geheel volgens de eigen intentie of conform de wil van de meerderheid van de achterban beslist. Het is de vraag of een onafhankelijke wijze van stemmen in de volksvertegenwoordiging met enthousiasme tegemoet wordt gezien. Het zou een fundamentele breuk betekenen met een traditie van lobbyen voor stemmen en loyaliteit aan de gezaghebbenden van de eigen partij.

Ik kan me overigens niet aan de indruk van betekenisloosheid van de gebruikelijke verkiezingsdebatten onttrekken. Welke politicus als beste debater uit de bus komt, wie de mooiste verkiezingsbeloftes weet te presenteren en wie het sterkst is in het aftroeven van de deelnemers, staat ver af van de dagelijkse praktijk.

Het gaat om de illusie in de mooiste verpakking. Zo is het nu, zo is het altijd geweest en zo zal het altijd zijn.