zaterdag 13 januari 2018

Internationale rechterlijke bevoegdheid op grond van EEX-Vo II/ Brussel I-Bis

Overzicht
1.    Inleiding;
2.    Materieel toepassingsgebied Brussel I-Bis;
3.    Formeel toepassingsgebied Brussel I-Bis;
4.    Bevoegdheid algemeen: hoofdregel en uitzonderingen;
5.    Alternatief forum: verbintenissen uit overeenkomst;
5.1. De kwalificatie van de verbintenis;
5.2. Uitgesloten van toepassing van art. 7 punt 1 Brussel I-Bis;
5.3. Verschillende plaatsen van uitvoering;
5.4. Onduidelijkheden over de plaats van uitvoering: Besix en Tessili/Dunlop;
5.5. De categorieën van art. 7 punt 1 sub a-c Brussel I-Bis

1. Inleiding
Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Herschikking EEX) betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, in het kort EEX-Vo II of Brussel I-Bis, beperkt het internationale commune bevoegdheidsrecht van de lidstaten. De term "internationaal commuun bevoegdheidsrecht" is verwarrend, omdat hieronder de bepalingen inzake de rechtsmacht van de nationale rechter worden begrepen. Het commune bevoegdheidsrecht voor de Nederlandse rechter is neergelegd in art. 1-14 Rv.

EEX-Vo II brengt uniformering in het internationaal bevoegdheidsrecht binnen de Europese lidstaten. De bevoegdheidsbepalingen van art. 1-14 Rv zijn in grote mate afgestemd op de Verordening, al zijn er enkele belangrijke afwijkingen die in een volgend bericht zullen worden behandeld.

Let erop, dat sinds 1 oktober 2015 het Verdrag inzake bedingen van forumkeuze 's Gravenhage van 1 oktober 2015 (Haags forumkeuzeverdrag) van toepassing is op partijen bij het verdrag. Het Haags forumkeuzeverdrag komt in grote lijnen overeen met de herschikte EEX-Vo: zo bevat art. 1 en 2 van het Haags forumkeuzeverdrag soortgelijke beperkingen van het materiële toepassingsgebied en worden aan het forumkeuzebeding (art. 3 Haags forumkeuzeverdrag) vergelijkbare eisen gesteld. Het formele toepassingsgebied, de exclusieve bevoegdheid van de rechter, wordt bepaald door art. 5 van het forumkeuzeverdrag. Wordt, ondanks het forumkeuzebeding, een andere rechter aangezocht, dan dient deze de procedure te schorsen of de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij het beding nietig is (art. 6 Haags forumkeuzeverdrag). Brussel I-Bis kan opzij worden gezet, als een partij van buiten de EU woonplaats heeft op het grondgebied van een partij bij het Haags Forumkeuzeverdrag.

Op grond van de forumkeuzebevoegdheid van art. 25 Brussel I-Bis kunnen partijen van buiten de EU ook binnen de EU procederen. Het verstrekkende internationale bereik van Brussel I-Bis kan dus niet worden onderschat.

De bevoegdheidstoetsing in internationale casus geschiedt volgens een bepaald schema. Voordat aan de bijzondere bevoegdheidsregels (alternatieve fora en exclusieve fora) wordt toegekomen, dienen het materiële en formele toepassingsgebied van de zaak te worden vastgesteld.

2. Materieel toepassingsgebied (art. 1 Brussel I-Bis)
Brussel I-Bis wordt toegepast in burgerlijke en handelszaken, ongeacht de aard van het gerecht.  De toepassing ervan wordt uitgesloten in fiscale zaken, douanezaken en administratiefrechtelijke zaken, evenals in zaken betreffende de aansprakelijkheid van de staat wegens handelen of nalaten bij acta iure imperii, het handelen door de Staat in de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden (vgl. HvJ 16 december 1980, zaak 814/79, Staat der Nederlanden/Rüffer; HvJ 28 april 2009, zaak C-420/07, Apostolides/Orams).

De verordening is ook niet van toepassing op de staat en bevoegdheid van natuurlijke personen, huwelijkvermogensrecht, arbitrage, faillissementen en akkoorden, sociale zekerheid, testamenten, onderhoudsverplichtingen en erfrecht (art. 1 lid 2 Brussel I-Bis).

Let op het onderscheid tussen het materiële en formele toepassingsgebied. Het materiële toepassingsgebied ziet niet op de bevoegdheid van het gerecht, maar op de toepassing van de herschikking van EEX-Vo op in de verordening bepaalde zaken. Het formele toepassingsgebied ziet daarentegen wél op de bevoegdheid van het gerecht. De hoofdregel voor de internationale rechterlijke bevoegdheid wordt in art. 4 Brussel I-Bis gegeven. De bevoegdheidsregeling valt onder het 'formele toepassingsgebied', al wordt dit begrip niet met zoveel woorden in art. 4 Brussel I-Bis genoemd.

3. Formeel toepassingsgebied (art. 4 e.v. Brussel I-Bis)
De woonplaats van de verweerder is bepalend voor het formele toepassingsgebied van de bevoegdheidsregeling (art. 4 Brussel I-Bis). De nationaliteit is niet van betekenis (art. 4 lid 2 Brussel I-Bis). Forum actoris is onder de voorganger van EEX-Vo II exorbitant verklaard, forum rei is dus de hoofdregel.

De woonplaats van een natuurlijke persoon wordt vastgesteld volgens het interne recht van de lidstaat (art. 62 Brussel I-Bis). Woont de verweerder buiten de EU, dan valt de zaak niet onder het formele toepassingsbereik van Brussel I-Bis en is het commune internationale bevoegdheidsrecht beslissend (art. 6 lid 1 Brussel I-Bis).

De woonplaats van een rechtspersoon wordt autonoom bepaald; Brussel I-Bis geeft aan dat de woonplaats van de rechtspersoon wordt bepaald aan de hand van de statutaire zetel, het hoofdbestuur of de hoofdvestiging (art. 63 lid 1 Brussel I-Bis).

Op de hoofdregel van het formele toepassingsgebied bestaat een aantal uitzonderingen. Zo kan de gedaagde worden opgeroepen voor het gerecht van de woonplaats van eiser in zaken betreffende consumentenovereenkomsten (art. 18 Brussel I-Bis) en in zaken betreffende arbeidsovereenkomsten (art. 21 Brussel I-Bis). Deze bepalingen geven uitdrukking aan de beschermingsgedachte, waarmee kan worden geconstateerd dat forum actoris niet geheel van het internationale toneel is verdwenen. Andere uitzonderingen op de hoofdregel zijn de exclusieve bevoegdheid (art. 24 Brussel I-Bis) en de forumkeuzebepaling (art. 25 Brussel I-Bis).

4. Bevoegdheid algemeen: hoofdregel en uitzonderingen
De hoofdregel voor de internationale rechterlijke bevoegdheid is gegeven in art. 4 Brussel I-Bis: forum rei. Bijzondere bevoegdheden zijn gegeven in art. 7 en 8 (alternatieve fora) en 9 Brussel I-Bis. Deze bevoegdheidsregels derogeren niet aan de hoofdregel, maar worden als alternatief geboden.
Uitzonderingen op de hoofdregel worden gevormd door bevoegdheden betreffende verzekeringszaken (art. 10-16), consumentenovereenkomsten (art. 17-19) en arbeidsovereenkomsten (art. 20-23), exclusieve bevoegdheid (art. 24), forumkeuze (art. 25) stilzwijgende forumkeuze (art. 26), litispendentie (art. 29-34) en voorlopige maatregelen (art. 35).

Hieronder zal ik nader ingaan op twee belangrijke alternatieve fora, te weten de bevoegdheid inzake de verbintenis uit overeenkomst en onrechtmatige daad. Daarna zal ik achtereenvolgens aandacht besteden aan de exclusieve bevoegdheidsregeling, forumkeuzebevoegdheid en litispendentie.

5. Alternatief forum: verbintenissen uit overeenkomst
5.1. de kwalificatie van de verbintenis
Alternatief bevoegd is de rechter van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd (art. 7 punt 1 sub a Brussel I-Bis). Aan het begrip "verbintenissen uit overeenkomst" wordt een autonome uitleg gegeven, waarbij aansluiting moet worden gezocht bij het stelsel en doelstellingen van het verdrag; de kwalificatie mag niet worden bepaald door het nationale recht van de aangezochte rechter (lex fori) of het op de rechtsbetrekking van toepassing zijnde rechtsstelsel (lex causae) (HvJ 17 juni 1992, zaak C-26/91, Handte&Co/Traitements Mécano-Chimiques, punt 10).

Veel duidelijkheid schept deze regel niet. Het begrip "verbintenissen uit overeenkomst" wordt door het Hof slechts negatief geformuleerd: het begrip mag niet aldus worden uitgelegd, dat verbintenissen uit onrechtmatige daad daaronder worden begrepen (daarvoor zij verwezen naar art. 7 punt 2 Brussel I-Bis). Civiele aansprakelijkheidsvorderingen vloeien wel voort uit "verbintenissen uit overeenkomst", indien de verweten gedraging kan worden beschouwd als niet-nakoming van de contractuele verbintenis (HvJ 13 maart 2014, zaak C-548/12, Brogsitter/Fabrication de Montres Normandes). De term 'contractuele verbintenis' wordt gebruikt om onderscheid met de onrechtmatige daad aan te brengen.

5.2. uitgesloten van toepassing van art. 7 punt 1 Brussel I-Bis
Ook als bepaalde rechtsverhoudingen als verbintenis uit overeenkomst kwalificeren, kan de toepassing van art. 7 punt 1 worden uitgesloten. Zo kan de verbintenis buiten het materiële toepassingsgebied van Brussel I-Bis vallen (bijv. acta iure imperii) of onder de bijzondere bevoegdheidsregels worden gebracht. De consumentenovereenkomst valt dus niet onder het alternatieve forum van art. 7 Brussel I-Bis, maar onder de bevoegdheidsregels van art. 17-19 Brussel I-Bis, die aan de hoofdregel en de alternatieve bevoegdheidsbepalingen derogeren.

5.3. verschillende plaatsen van uitvoering
De plaats waar de verbintenis is of moet worden uitgevoerd, is bepalend voor de bevoegdheid van de rechter. In de praktijk is het gebruikelijk dat uit een overeenkomst tussen twee ondernemingen, meerdere verbintenissen voortvloeien, die niet ieder op één plaats worden uitgevoerd. Twee oplossingen zijn mogelijk. Is uit meerdere verbintenissen één aan te wijzen die de overeenkomst het meest karakteriseert, dan is de rechter van de plaats van uitvoering van de verbintenis die de overeenkomst karakteriseert, bevoegd om kennis te nemen van alle verbintenissen. Bij het bepalen van zijn bevoegdheid zal de rechter zich dus moeten laten leiden door het beginsel dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, "accessorium sequitur principale" (HvJ 15 januari 1987, zaak 266/85, Shevanai/Kreischer, punt 19).

Is geen hoofdzakelijke verbintenis aan te wijzen, dan is steeds de rechter van de plaats van uitvoering van de verbintenis bevoegd (HvJ 5 oktober 1999, zaak C-420/97, Leathertex/Bodetex). Het moet niet uit het oog worden verloren, dat de bevoegdheid op grond van art. 7 punt 1 Brussel I-Bis alternatief is. Om te voorkomen dat in meerdere lidstaten moet worden geprocedeerd, biedt de hoofdregel, forum rei, uitkomst: de eiser brengt zijn vordering aan bij de woonplaats van gedaagde (art. 4 Brussel I-Bis).

5.4. Onduidelijkheden over de plaats van uitvoering: Besix en Tessili/Dunlop
De bijzondere bevoegdheidsregel van art. 7 punt 1 Brussel I-Bis is niet van toepassing, indien de plaats van uitvoering niet kan worden bepaald, omdat de litigieuze verbintenis uit overeenkomst bestaat uit een overeenkomst om niet te doen, zonder enige geografische beperking (HvJ 19 februari 2002, zaak C-256/00, Besix/WABAG).

Voor het geval waarin de verbintenis niet is uitgevoerd en in de overeenkomst niets is opgenomen omtrent de plaats van uitvoering, is de Tessili/Dunlop-leer richtinggevend. De 'plaats van uitvoering van de verbintenis' is geen autonoom begrip. Om aan de hand van de wet te kunnen bepalen waar de verbintenis moet worden uitgevoerd, is de lex causae, het op de overeenkomst toepasselijke recht, doorslaggevend: de verwijzing in het verdrag naar de plaats van uitvoering van contractuele verbintenissen kan slechts worden opgevat als een verwijzing naar het volgens de collisieregels van de aangezochte rechter toepasselijke materiële recht.

Om zijn bevoegdheid op grond van art. 7 punt 1 vast te kunnen stellen, dient de rechter:
1. naar zijn eigen conflictregels/collisieregels te bepalen welk rechtsstelsel op de gegeven rechtsbetrekking van toepassing is;
2. overeenkomstig dit rechtsstelsel de plaats van uitvoering van de litigieuze verbintenis vast te stellen.
(HvJ 6 oktober 1976, zaak 12-76, Tessili Italiana Como/Dunlop AG)

5.5. De categorieën van art. 7 punt 1 sub a-c Brussel I-Bis
Op grond van art. 7 punt 1 sub a is bevoegd, de rechter van de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag is gelegd. Het systeem van de verwijzingscategorieën van art. 7 sub 1 onder a-c brengt mee, dat Tessili/Dunlop onder categorie a ondergebracht moet worden.

In Tessili/Dunlop is géén plaats van uitvoering afgesproken. In eerste instantie valt categorie a dus af. Categorie b bepaalt dat de plaats van uitvoering de plaats is, waar volgens de verbintenis uit koop en verkoop of uit de dienstenovereenkomst, roerende lichamelijke zaken geleverd, respectievelijk diensten verstrekt dienen te worden. Bij zowel koop als dienstverlening dient de uitvoering binnen een EU-lidstaat plaats te vinden.

Is niet voldaan aan één van deze criteria (koop of dienst, plaats van levering vastgelegd in de overeenkomst, uitvoering binnen de EU), dan wijst categorie c terug naar categorie a.  In Tessili/Dunlop wordt aan de hand van de lex causae vastgesteld welk recht toepasselijk is en waar de verbintenis uitgevoerd had moeten worden. Dit oordeel leidt ertoe dat de bevoegdheid op art. 7 punt 1 sub a gegrond wordt.

5.5.1. Categorie b
De formulering van art. 7 punt 1 sub b ('categorie b') Brussel I-Bis is helder. Is de plaats van levering of de dienstverlening in de overeenkomst vastgelegd, is de levering of verrichting binnen de EU bepaald en is sprake van een overeenkomst tot koop of dienstverlening, dan kan de bevoegdheid van de aangezochte rechter in beginsel worden vastgesteld via sub b.

Er kunnen ten aanzien van de plaats van levering of verstrekking van diensten onduidelijkheden bestaan, bijvoorbeeld wanneer meerdere plaatsen van levering of dienstverlening zijn afgesproken.
Het Hof geeft de volgende oplossingen:

a. Kan de plaats van levering niet uit de overeenkomst worden opgemaakt, dan is de plaats van de materiële (feitelijke) overdracht van de goederen de plaats van levering in de zin van sub b (HvJ 25 februari 2010, zaak C-381/08, Car Trim/KeySafety);
b. Is een verscheidenheid van leveringsplaatsen binnen één EU-lidstaat afgesproken, dan is het gerecht binnen het rechtsgebied van de hoofdlevering bevoegd. Wat de 'plaats van hoofdlevering' is, moet aan de hand van economische factoren worden vastgesteld. Bij gebrek aan doorslaggevende factoren mag de eiser de verweerder voor het gerecht van de leveringsplaats van zijn keuze oproepen (HvJ 3 mei 2007, zaak C-386/05, Color Drack/Lexx);
c. Vindt de levering c.q. dienstverrichting plaats in meerdere lidstaten, dan is het gerecht van de lidstaat van de hoofdzakelijke verrichting bevoegd (HvJ 11 maart 2010, zaak C-19/09, Wood Floor Solutions/Silva Trade);
d. Voor een agentuurovereenkomst is die plaats de plaats waar de diensten van de handelsagent hoofdzakelijk worden verricht, zoals die blijkt uit de bepalingen van de overeenkomst, alsmede, bij gebreke van dergelijke bepalingen, uit de daadwerkelijke uitvoering van de overeenkomst en, indien de plaats op die grondslag niet kan worden bepaald, de woonplaats van de handelsagent (Wood Floor/Silva Trade).

Conclusie: alternatieve fora niet mogelijk? Forum rei biedt uitkomst
Bij dit alles moet niet uit het oog worden verloren, dat art. 7 Brussel I-Bis een alternatief forum biedt. Wanneer het in het geheel niet mogelijk is om een zaak betreffende verbintenissen uit overeenkomst onder de bevoegdheidsbepalingen van art. 7 punt 1 sub a of b onder te brengen, dan rest nog altijd de hoofdregel: forum rei, het gerecht van de woonplaats van verweerder, art. 4 Brussel I-Bis.

Internationale bevoegdheid: hoofdregel en uitzonderingen binnen het systeem van Brussel I-Bis